Reinbert de Leeuw

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Reinbert de Leeuw
Reinbert de Leeuw in 1976
Reinbert de Leeuw in 1976
Volledige naam Lambertus Reinier de Leeuw
Geboren 8 september 1938
Overleden 14 februari 2020
Geboorteland Vlag van Nederland Nederland
Jaren actief 1962-2020
Stijl symfonische muziek, opera, vocale muziek
Beroep(en) dirigent, pianist, componist, muziekpedagoog en hoogleraar
Instrument(en) piano
(en) IMDb-profiel
(en) Allmusic-profiel
(en) Last.fm-profiel
Portaal  Portaalicoon   Klassieke muziek
Discussie tussen Notenkrakers (onder anderen Peter Schat en Reinbert de Leeuw) en het Concertgebouworkest (Hotel Krasnapolsky, 22 april 1970)

Lambertus Reinier (Reinbert) de Leeuw (Amsterdam, 8 september 1938 – aldaar, 14 februari 2020) was een Nederlandse dirigent, pianist, componist, muziekpedagoog en hoogleraar.

Levensloop[bewerken | brontekst bewerken]

Scholing[bewerken | brontekst bewerken]

Zijn vader Cornelis Homme (Kees) de Leeuw (1905-1953) en moeder Adriana Judina (Dien) Aalbers (1908-1957) waren beiden psychiater. Vanaf zijn zevende kreeg hij pianolessen. Hij studeerde muziektheorie en piano bij Jaap Spaanderman aan het conservatorium van de Vereniging Het Muzieklyceum in Amsterdam en compositie bij Kees van Baaren aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, waar hij al snel docent werd.

Reinbert de Leeuw in actie (1983)

Notenkraker[bewerken | brontekst bewerken]

De Leeuw speelde een leidende rol bij de Notenkrakers, een groep jonge componisten en musici, die aan het eind van de jaren zestig actie voerden om het in hun ogen ingeslapen Nederlandse muziekleven wakker te schudden. De Leeuw en zijn vrienden Louis Andriessen, Misha Mengelberg, Peter Schat en Jan van Vlijmen die, met Hugo Claus en Harry Mulisch als librettisten, de opera Reconstructie over Che Guevara geschreven hadden, eisten meer aandacht voor experimentele muziek en vielen de gevestigde kunstinstituten aan. Hun bekendste actie was de verstoring in november 1969 van een door Bernard Haitink geleid concert van het Concertgebouworkest, waarvan zij de programmering wilden moderniseren, onder meer door de aanstelling van Bruno Maderna tot dirigent naast Haitink, met als specialisatie avant-gardemuziek. De actie had uiteindelijk weinig resultaat. De Leeuw besloot vervolgens zelf ensembles op te richten om aandacht voor moderne muziek te verkrijgen.

Verdere activiteiten[bewerken | brontekst bewerken]

In 1974 richtte hij met studenten van het Koninklijk Conservatorium het Schönberg Ensemble op, dat zich onder zijn leiding toelegde op muziek uit de Tweede Weense School en zijn repertoire van daaruit verbreedde. Voor het uit dit ensemble geformeerde Schönberg Kwartet componeerde hij zijn Etude (1983–1985). Hij componeerde daarna lange tijd niet meer, hij verlegde zijn focus van scheppend naar herscheppend kunstenaarschap.

Sindsdien maakte hij verschillende bewerkingen en instrumentaties. Daarnaast richtte hij zich volledig op het dirigeren, programmeren en pianospelen. Hij trad regelmatig op als gastdirigent van de belangrijkste Nederlandse orkesten en ensembles. Zeer veel internationaal succes hadden zijn cd-opnamen van de pianowerken van Erik Satie.

De Leeuw is bekend als pianist en dirigent van eigentijdse muziek. Vanaf de jaren zeventig legde hij zich met veel succes toe op het vertolken en porpageren van de muziek van vele 'vergeten' of onderschatte moderne componisten, onder wie Charles Ives (hij was een oprichter van de Nederlandse Charles Ives Society in 1968), Erik Satie, George Antheil, Claude Vivier, Sofia Goebaidoelina, Galina Oestvolskaja, Henryk Górecki, György Ligeti en György Kurtág, en zette zich in voor een ‘alternatieve’ kamermuziekpraktijk (de Rondomconcerten). Met de pianist Maarten Bon vormde De Leeuw jarenlang een pianoduo. Ze traden op met werken van Steve Reich, Ferruccio Busoni en de compositie Visions de l'Amen van Olivier Messiaen.

Naast zijn werkzaamheden in het concertante bereik dirigeerde hij verschillende producties van De Nederlandse Opera Amsterdam: Rêves d'un Marco Polo van Vivier, Rosa, a Horse Drama en Writing to Vermeer van Louis Andriessen en Adam in Ballingschap en Suster Bertken van Robert Zuidam. Bij de Nationale Reisopera leidde hij Ligeti's Le Grand Macabre en Benjamin Brittens The Turn of the Screw.

Hij was in 1992 gastdirecteur van het Aldeburgh Festival en van 1994 tot 1998 artistiek directeur van het Tanglewood Festival of Contemporary Music. De Leeuw was artistiek adviseur voor de concertreeks van het Sydney Symphony Orchestra met moderne en eigentijdse muziek. Hij was van 2001 tot 2010 ook artistiek leider van de Summer Academy van het NJO, de Nederlandse Orkest- en Ensemble-Academie.

Latere carrière[bewerken | brontekst bewerken]

Reinbert de Leeuw begeleidt de sopraan Barbara Hannigan (2008)

Op 1 augustus 2004 werd De Leeuw benoemd tot hoogleraar aan de Universiteit Leiden met als leeropdracht "uitvoerende en scheppende kunsten van de 19de, 20ste en 21ste eeuw".

Componeren deed hij nog sporadisch. Nadat hij voor het Holland Festival 2003 Im wunderschönen Monat Mai geschreven had, geïnspireerd op de liedkunst van Schubert en Schumann, ging op 1 februari 2014 het orkestwerk Der nächtliche Wanderer in première, gebaseerd op het gelijknamige gedicht van Friedrich Hölderlin.

Met andere musici, onder wie de leden van het ensemble Asko❘Schönberg waarvan hij de dirigent was, heeft hij grote projecten uitgevoerd en opgenomen rond componisten als Claude Vivier, Mauricio Kagel, György Ligeti en György Kurtág. Laat in zijn carrière dirigeerde hij voor het eerst Bachs Matthäus-Passion, waarmee hij veel succes oogstte.

De Leeuw woonde zijn hele leven in Amsterdam.[1] Hij overleed op 14 februari 2020 op 81-jarige leeftijd. Een week later werd hij, na een afscheid in het Muziekgebouw aan 't IJ, begraven op Zorgvlied.

Bestuursfuncties[bewerken | brontekst bewerken]

De Leeuw heeft diverse bestuurlijke functies vervuld in het Nederlandse muziekleven. Al in 1968 werd hij lid van zowel het bestuur van de Amsterdamse Kunstraad, waarvan hij in 1972 voorzitter werd, als de landelijke Raad voor de Kunst. De laatstgenoemde bestuursfunctie legde hij in 1971 neer nadat zijn plan voor een nieuw subsidiestelsel voor de muziekensembles was afgewezen. Ook was hij enige tijd lid van het bestuur van het Genootschap van Nederlandse Componisten (GeNeCo). In 1983 was hij lid van de Commissie-Sutherland die aan de overheid advies uitbracht over het toekomstige orkestenbestel in Nederland. Hij was ook lid van een adviescommissie die de Erasmusprijs 1998 toekende aan Mauricio Kagel. Dat leverde hem kritiek op, omdat een eerdere jury de prijs unaniem aan Pierre Boulez had willen toekennen.

Eerbewijzen[bewerken | brontekst bewerken]

  • In 1991 werd De Leeuw onderscheiden met de Sikkensprijs "voor de manier waarop gebruik is gemaakt van kleur in niet-visuele uitingen"
  • In 1992 kreeg hij de grootste Nederlandse muziekprijs: het 3M-Muzieklaureaat.
  • In 1994 verleende de Universiteit Utrecht hem een eredoctoraat voor zijn werk als pianist, dirigent en programmeur.
  • In hetzelfde jaar kreeg hij een Edison Music Award voor De Tijd van Louis Andriessen, een opname met het Schönberg Ensemble.
  • In 2002 werd hij met een Edison Classical Music Award onderscheiden voor de eerste cd van het Ligeti Project.
  • Op zijn zeventigste verjaardag, 8 september 2008, werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. De versierselen werden hem opgespeld door de Amsterdamse burgemeester Job Cohen.
  • Ter gelegenheid van zijn 75e verjaardag werd eind september 2013 in Den Haag een Reinbert de Leeuw Festival georganiseerd, waarbij hem door minister Jet Bussemaker de Edison Oeuvreprijs werd uitgereikt. Bovendien kreeg hij een Edison voor zijn opname van de Via Crucis van Franz Liszt.
  • Bij dit festival werd een speciaal voor hem geschreven compositie van Louis Andriessen, Vroegste herinneringen, in première gebracht.
  • Op 4 oktober 2016 kreeg hij een eredoctoraat aan de KU Leuven "voor zijn onverminderde inzet om de muziek van de 20ste en 21ste eeuw bekender te maken bij een breed publiek".
  • Op 8 september 2018, tijdens een concert ter ere van zijn tachtigste verjaardag, werd bekendgemaakt dat hij de jaarlijkse Prins Bernhard Cultuurfonds Prijs krijgt, voor zijn gehele oeuvre.[2]
  • Bij dezelfde gelegenheid werd hem tevens de Zilveren Medaille van de stad Amsterdam toegekend.[3]

Trivia[bewerken | brontekst bewerken]

  • In 2013 trok hij zijn medewerking in aan een biografie over hem van de musicologe Thea Derks. Uitgeverij De Bezige Bij zag daarna af van publicatie. In maart 2014 verscheen de biografie (waarin ook zijn jongensjaren beschreven zijn) alsnog bij Leporello Uitgevers. In 2020 publiceerde deze uitgever de derde druk van de biografie waarin Thea Derks twee nieuwe hoofdstukken aan de jaren 2014-2020 wijdt.[4]
  • De twee nieuwe hoofdstukken van de derde druk van de biografie verschenen ook als aparte uitgave onder de titel 'Slotakkoord'.
  • Op 10 augustus 2014 was De Leeuw zomergast in het gelijknamige tv-programma van de VPRO.
  • De Leeuw gaf op maandag 22 oktober 2018 een verrassingsconcert op Amsterdam CS in de aanloop naar de uitreiking van de Prins Bernhard Cultuurfonds Prijs door Koningin Máxima op maandag 26 november.[5]
  • Op voordracht van Dap Hartmann werd een planetoïde die sinds zijn ontdekking in 1973 bekendstond als 'nummer 12640' door de International Astronomical Union (IAU) omgedoopt tot 'Reinbertdeleeuw'.[6]

Composities[bewerken | brontekst bewerken]

Werken voor orkest[bewerken | brontekst bewerken]

  • 1965: Interplay for orchestra
  • 1971-1973: Abschied, symfonisch gedicht voor groot orkest
  • 2014: Der nächtliche Wanderer

Werken voor harmonieorkest[bewerken | brontekst bewerken]

  • 1970: Hymns and Chorals, voor blazersensemble (2 hobo's, 3 klarinetten, 2 basklarinetten, altsaxofoon, tenorsaxofoon, 2 hoorns, 2 trompetten, 2 trombones), elektrische gitaren en elektronisch orgel

Opera's[bewerken | brontekst bewerken]

Voltooid in titel aktes première libretto
1968-1969 Reconstructie;
(samen met: Louis Andriessen, Misha Mengelberg,
Peter Schat en Jan van Vlijmen)
29 juni 1969, Amsterdam Hugo Claus en Harry Mulisch,
over de figuur van Che Guevara,
gebaseerd op het verhaal van Don Juan
1975-1977 Axel
(samen met: Jan van Vlijmen);
3 aktes Harry Mulisch,
libretto naar Villiers de L'Isle-Adam

Vocale muziek[bewerken | brontekst bewerken]

  • 2003: Im wunderschönen Monat Mai - Dreimal sieben Lieder nach Schumann und Schubert, voor zangstem en orkest

Kamermuziek[bewerken | brontekst bewerken]

  • 1962-1963: Quartetto per archi
  • 1983-1985: Etude, voor strijkkwartet

Werken voor piano[bewerken | brontekst bewerken]

  • 1964: Music for piano I
  • 1966: Music for piano II

Dvd's[bewerken | brontekst bewerken]

Muziek-dvd met eventuele hitnotering(en)
in de Nederlandse Muziek Dvd Top 30
Datum van
verschijnen
Datum van
binnenkomst
Hoogste
positie
Aantal
weken
Opmerkingen
Matthäus-Passion (J.S. Bach) / St Matthew Passion 2017 06-05-2017 1(2wk) 31 Met o.m. Nederlands Kamerkoor, Holland Baroque

Geschriften[bewerken | brontekst bewerken]

  • Charles Ives (1969, samen met J. Bernlef)
  • Muzikale anarchie (1973, een verzameling van eerder in het tijdschrift De Gids verschenen beschouwingen over moderne muziek).
Zie de categorie Reinbert de Leeuw van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.