Reinbert de Leeuw

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Reinbert de Leeuw
Reinbert de Leeuw (1976)
Reinbert de Leeuw (1976)
Algemene informatie
Geboren 8 september 1938
Geboorteplaats Amsterdam
Land Vlag van Nederland Nederland
Werk
Genre(s) symfonische muziek, opera, vocale muziek
Beroep dirigent, pianist, componist, muziekpedagoog en hoogleraar
Instrument(en) piano
Portaal  Portaalicoon   Muziek
Discussie tussen Notenkrakers (onder andere Peter Schat en Reinbert de Leeuw) en het Concertgebouworkest (Hotel Krasnapolsky, 22 april 1970)
Reinbert de Leeuw begeleidt de sopraan Barbara Hannigan.

Reinbert de Leeuw (Amsterdam, 8 september 1938) is een Nederlandse dirigent, pianist, componist, muziekpedagoog en hoogleraar.

Levensloop[bewerken]

Hij studeerde theorie en piano bij Jaap Spaanderman aan het conservatorium van de Vereniging Het Muzieklyceum in Amsterdam en compositie bij Kees van Baaren aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, waar hij al snel docent werd.

De Leeuw speelde een leidende rol bij de Notenkrakers, een groep jonge componisten en musici, die aan het eind van de jaren zestig actie voerden om het in hun ogen ingeslapen Nederlandse muziekleven wakker te schudden. De Leeuw en zijn vrienden Louis Andriessen, Misha Mengelberg, Peter Schat en Jan van Vlijmen die, met Hugo Claus en Harry Mulisch als librettisten, de opera Reconstructie over Che Guevara geschreven hadden, eisten meer aandacht voor experimentele muziek en vielen de gevestigde kunstinstituten aan. Hun bekendste actie was de verstoring in november 1969 van een door Bernard Haitink geleid concert met het Concertgebouworkest, waarvan zij de programmering wilden moderniseren.

De Leeuw is bekend als pianist en dirigent van eigentijdse muziek. Hij was een van de oprichters van de Nederlandse Charles Ives Society (1968). In de jaren zeventig legde hij zich met veel succes toe op vertolking van de muziek van ‘vergeten’ moderne componisten (Erik Satie, George Antheil e.a.) en zette zich in voor een ‘alternatieve’ kamermuziekpraktijk (Rondomconcerten). Met de pianist Maarten Bon vormde De Leeuw jarenlang een pianoduo. Ze traden op met werken van Steve Reich, Ferruccio Busoni en de compositie Visions de l'Amen van Olivier Messiaen.

In 1974 richtte hij met studenten van het Koninklijk Conservatorium het Schönberg Ensemble op, dat zich onder zijn leiding toelegde op muziek uit de Tweede Weense School en zijn repertoire van daaruit verbreedde. Voor het uit dit ensemble geformeerde Schönberg Kwartet componeerde hij zijn Etude (1983–1985). Dit werk was het laatste dat De Leeuw componeerde. Hij verlegde zijn focus van scheppend naar herscheppend kunstenaarschap

Sindsdien maakte hij verschillende bewerkingen en instrumentaties. Daarnaast richt hij zich volledig op het dirigeren en programmeren. Hij treedt regelmatig op als gastdirigent van de belangrijkste Nederlandse orkesten en ensembles. Naast zijn werkzaamheden in het concertante bereik dirigeerde hij verschillende producties van De Nederlandse Opera Amsterdam (Claude Vivier Rêves d'un Marco Polo; Louis Andriessen Rosa, a Horse Drama en Writing to Vermeer) en van de Nationale Reisopera (György Ligeti Le Grand Macabre; Benjamin Britten The Turn of the Screw).

Hij was in 1992 gastdirecteur van het Aldeburgh Festival en van 1994 tot 1998 artistiek directeur van het Tanglewood Festival of Contemporary Music. De Leeuw is artistiek adviseur van het Sydney Symphony Orchestra in Australië voor hun concertreeks met moderne en eigentijdse muziek. Hij was van 2001 tot 2010 ook artistiek leider van de NJO Summer Academy van het NJO, de Nederlandse Orkest- en Ensemble-Academie.

Reinbert de Leeuw heeft diverse bestuurlijke functies vervuld in het Nederlandse muziekleven. Al in 1968 werd hij lid van zowel het bestuur van de Amsterdamse Kunstraad, waarvan hij in 1972 voorzitter werd, als de landelijke Raad voor de Kunst. De laatstgenoemde bestuursfunctie legde hij in 1971 neer nadat zijn plan voor een nieuw subsidiestelsel voor de muziekensembles was afgewezen. Ook was hij enige tijd lid van het bestuur van het Genootschap van Nederlandse Componisten (GeNeCo). In 1983 was hij lid van de Commissie-Sutherland die aan de overheid advies uitbracht over het toekomstige orkestenbestel in Nederland. Hij was ook lid van een adviescommissie die de Erasmusprijs 1998 toekende aan Mauricio Kagel. Dat leverde hem kritiek op, omdat een eerdere jury de prijs unaniem aan Pierre Boulez had willen toekennen.

Op 1 augustus 2004 werd De Leeuw benoemd tot hoogleraar aan de Universiteit Leiden voor "uitvoerende en scheppende kunsten van de 19de, 20ste en 21ste eeuw".

Op 1 februari 2014 ging voor het eerst sinds vele jaren een compositie van hem in première, het orkestwerk Der nächtliche Wanderer, gebaseerd op het gelijknamige gedicht van Friedrich Hölderlin.

Met andere musici, onder wie de leden van het ensemble Asko❘Schönberg waarvan hij de dirigent is, heeft hij grote projecten uitgevoerd en opgenomen rond componisten als Claude Vivier, Mauricio Kagel, György Ligeti en György Kurtág.

Eerbewijzen[bewerken]

  • In 1991 werd Reinbert de Leeuw onderscheiden met de Sikkensprijs "voor de manier waarop gebruik is gemaakt van kleur in niet-visuele uitingen"
  • In 1992 kreeg hij de grootste Nederlandse muziekprijs: het 3M-Muzieklaureaat.
  • In 1994 verleende de Universiteit Utrecht hem een eredoctoraat voor zijn werk als pianist, dirigent en programmeur.
  • In hetzelfde jaar kreeg hij een Edison Music Award voor De Tijd van Louis Andriessen, een opname met het Schönberg Ensemble.
  • In 2002 werd hij met een Edison Classical Music Award onderscheiden voor de eerste cd van het Ligeti Project.
  • Op zijn zeventigste verjaardag, 8 september 2008, werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. De versierselen werden hem opgespeld door de Amsterdamse burgemeester Job Cohen.
  • Ter gelegenheid van zijn 75e verjaardag werd eind september 2013 in Den Haag een Reinbert de Leeuw Festival georganiseerd, waarbij hem door minister Jet Bussemaker de Edison Oeuvreprijs werd uitgereikt. Bovendien kreeg hij een Edison voor zijn opname van de Via Crucis van Franz Liszt.
  • Bij dit festival werd een speciaal voor hem geschreven compositie van Louis Andriessen, Vroegste herinneringen, in première gebracht.
  • Op 4 oktober 2016 kreeg hij een eredoctoraat aan de KU Leuven "voor zijn onverminderde inzet om de muziek van de 20ste en 21ste eeuw bekender te maken bij een breed publiek".

Trivia[bewerken]

Composities[bewerken]

Werken voor orkest[bewerken]

  • 1965: Interplay for orchestra
  • 1971-1973: Abschied, symfonisch gedicht voor groot orkest
  • 2014: Der nächtliche Wanderer

Werken voor harmonieorkest[bewerken]

  • 1970: Hymns and Chorals, voor blazersensemble (2 hobo's, 3 klarinetten, 2 basklarinetten, altsaxofoon, tenorsaxofoon, 2 hoorns, 2 trompetten, 2 trombones), elektrische gitaren en elektronisch orgel

Opera's[bewerken]

Voltooid in titel aktes première libretto
1968-1969 Reconstructie;
(samen met: Louis Andriessen, Misha Mengelberg,
Peter Schat en Jan van Vlijmen)
29 juni 1969, Amsterdam Hugo Claus en Harry Mulisch,
over de figuur van Che Guevara,
gebaseerd op het verhaal van Don Juan
1975-1977 Axel
(samen met: Jan van Vlijmen);
3 aktes Harry Mulisch,
libretto naar Villiers de L'Isle-Adam

Vocale muziek[bewerken]

  • 2003: Im wunderschönen Monat Mai - Dreimal sieben Lieder nach Schumann und Schubert, voor zangstem en orkest:

Kamermuziek[bewerken]

  • 1962-1963: Quartetto per archi
  • 1983-1985: Etude, voor strijkkwartet

Werken voor piano[bewerken]

  • 1964: Music for piano I
  • 1966: Music for piano II

Dvd's[bewerken]

Muziek-dvd met eventuele hitnotering(en)
in de Nederlandse Muziek Dvd Top 30
Datum van
verschijnen
Datum van
binnenkomst
Hoogste
positie
Aantal
weken
Opmerkingen
Matthäus-Passion (J.S. Bach) / St Matthew Passion 2017 06-05-2017 8 17* Met o.m. Nederlands Kamerkoor, Holland Baroque

Geschriften[bewerken]

  • Charles Ives (1969, samen met J. Bernlef)
  • Muzikale anarchie (1973, een verzameling van eerder in het tijdschrift De Gids verschenen beschouwingen over moderne muziek).