René de Saussure

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Foto uit 1909

René de Saussure (Genève, 17 maart 1868Bern, 2 december 1943) was een Zwitserse esperantist en wiskundige, die artikelen schreef over Esperanto en interlinguïstiek. Hij was een broer van Ferdinand de Saussure, de vader van de moderne linguïstiek.

René de Saussures hoofdwerk was een analyse van de logica van de woordvorming in het Esperanto: Fundamentaj reguloj de la vort-teorio en Esperanto (Basisregels van de woordtheorie in het Esperanto). Deze analyse was een weerwoord op een aantal Idistische kritieken. Belangrijk was zijn principe van 'noodzaak en genoeg' (neceso kaj sufiĉo), waarmee hij de kritiek van Louis Couturat weersprak dat Esperanto niet voldeed aan het principe van de omkeerbaarheid (renversebleco).

In 1907 stelde Saussure de invoering van de geldeenheid spesmilo voor, een eenheid die voor de Eerste Wereldoorlog ook werkelijk door enkele Zwitserse en Britse banken werd gebruikt.

In datzelfde jaar, 1907, werd Saussure hoofdredacteur van het Esperantoblad Internacia Scienca Revuo. Onder zijn leiding floreerde het blad, maar Saussure, schrijvend onder het pseudoniem Antido, gebruikte het blad meer en meer om hervormingen van het Esperanto te bediscussiëren. Uiteindelijk, in 1919 of 1920, had hij zijn nieuwe taal (Antido) klaar, maar in 1921 beschouwde Saussure zichzelf nog als Esperantist. Pas in september 1925, het jaar van het Universala Kongreso in Genève, liet hij in een circulaire weten dat hij niet langer Esperantist was, maar Nov-Esperantist.

Antido was een taal die veel dichter bij het 'orthodoxe' Esperanto stond dan het Ido. Saussure stelde slechts een aantal veranderingen voor in de orthografie en in het systeem van correlatieven, en verder de afschaffing van de accusatief, en enkele wijzigingen in de woordenschat. Maar wegens deze "ketterij" werd hij uit de Akademio de Esperanto gezet, en ook door de Idisten werd hij geweigerd, waardoor hij geheel geïsoleerd raakte. Sommigen menen dat Saussure verkeerd begrepen werd, want zijn Antido-voorstel was – in het begin – geen nieuwe taal zoals het Ido, maar slechts een hervormingsvoorstel gericht aan de Academie.