Renate Kroos

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Renate Kroos
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Persoonlijke gegevens
Volledige naam dr. Renate Kroos
Geboortedatum 24 januari 1931
Geboorteplaats Detmold, Vlag van Duitsland Duitsland
Datum van overlijden 9 oktober 2017
Plaats van overlijden München
Wetenschappelijk werk
Vakgebied kunstgeschiedenis
Onderzoek Noodkist
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Renate Kroos (Detmold, 24 januari 1931 - München, 9 oktober 2017)[1] was een Duits kunsthistorica en mediëviste. In Nederland en België is zij vooral bekend als auteur van een omvangrijke studie naar de Noodkist, het twaalfde-eeuwse reliekschrijn van Sint-Servaas in Maastricht, en de oorspronkelijk daarbij behorende pendanten in Brussel.

Levensloop[bewerken | brontekst bewerken]

Renate Kroos studeerde kunstgeschiedenis aan de Georg-August-Universität Göttingen. In 1970 promoveerde ze aan dezelfde universiteit op een studie over middeleeuws linnenhandwerk in Nedersaksische vrouwenkloosters, in feite een logisch vervolg op haar doctoraalscriptie uit 1957 over hetzelfde onderwerp. Ze was daarmee een van de eersten die aandacht besteedden aan het leven en de kunstzinnige productie van vrouwen in middeleeuwse kloosters. Haar dissertatie werd weliswaar door de Deutsche Verein für Kunstwissenschaft uitgegeven, maar kreeg weinig aandacht van collegae.[2] Na haar studie werkte ze een aantal jaren bij de Staatsbibliothek in Berlijn.

De Noodkist van Sint-Servaas. Houtsnede in Bock & Willemsens publicatie over de Maastrichtse kerkschatten (1872)

Vanaf 1971 was ze als wetenschappelijk hoofdonderzoeker verbonden aan het Zentralinstitut für Kunstgeschichte (ZfK) in München. Daarnaast was ze redactielid van de Kunstchronik van het instituut. Gedurende de twee decennia dat zij in München werkzaam was, leidde ze diverse onderzoeksprojecten, waarvan het meest omvangrijke, reeds in 1970 voorgenomen project, in 1985 resulteerde in een monografie over de Noodkist in de Schatkamer van de Sint-Servaasbasiliek te Maastricht, alsmede de vier oorspronkelijk daarbij behorende pendanten in het Museum Kunst & Geschiedenis (voorheen: KMKG/Jubelparkmuseum) in Brussel. Het boek op groot formaat telt 450 pagina's tekst plus separaat katern met 165 afbeeldingen. Der Schrein des heiligen Servatius in Maastricht und die vier zugehörigen Reliquiare in Brüssel getuigt van een grote eruditie en plaatst het ontstaan en het functioneren van de Noodkist in de context van de kapittelgeschiedenis, de plaatselijke liturgie en de devotionele gebruiken.[3]

Kroos publiceerde meerdere monografieën (zie Bibliografie) en tal van wetenschappelijke artikelen, met name over middeleeuwse kerken, kloosters en kunstvoorwerpen. In haar studies over de domkerken van Bamberg, Keulen, Maagdenburg en Regensburg, borduurde ze voort op de richting die ze met haar Noodkist-studie was ingeslagen: de gebruiksgeschiedenis (van het gebouw) kreeg bij haar dezelfde aandacht als de kunsthistorische analyse. Ter uitbreiding van haar kunsthistorische achtergrond verdiepte ze zich in de handschriftkunde. Na haar terugtreden in 1991 bleef ze privé actief als wetenschappelijk onderzoeker en schrijver.[2]

Eerbewijzen[bewerken | brontekst bewerken]

  • 24 januari 2001: de Frankfurter Allgemeine Zeitung wijdde ter ere van Kroos' zeventigste verjaardag een artikel aan haar verdiensten en noemde haar onder andere de "ungekrönte Königin unter den Mediävisten".[2]
  • 5 & 6 maart 2001: tweedaags colloquium ter ere van Renate Kroos, ZfK, München. Sprekers waren o.a. Willibald Sauerländer, Matthias Exner, Karl-August Wirth, Ingrid Gardill, Hiltrud Westermann-Angerhausen, Lieselotte E. Saurma-Jeltsch, Gude Suckale, Sibylle Appuhn-Radtke, Achim Hubel, Friedrich Kobler, Clemens Kosch, Katharina Krause, Johannes Tripps, Arwed Arnulf en Dorothea & Peter Diemer.[4]
  • 2002: eredoctoraat van de theologische faculteit van de Humboldtuniversiteit te Berlijn, vanwege haar "excellente onderzoekswerk, dat zich buiten haar eigen vakgebied van de kunstgeschiedenis uitstrekt tot de kerkgeschiedenis".[5]
  • 26-27 april 2019: tweedaags colloquium ter nagedachtenis aan Renate Kroos, HTWK, Leipzig.

Bibliografie (selectie)[bewerken | brontekst bewerken]

  • 1957: Niedersächsische figürliche Leinen- und Seidenstickereien des 12. bis 14. Jahrhunderts (doctoraalscriptie)
  • 1964: Drei niedersächsische Bildhandschriften des 13. Jahrhunderts in Wien
  • 1970: Niedersächsische Bildstickereien des Mittelalters (dissertatie)
  • 1974: 'Jocundus und die Servatius-Liturgie'. In: De Maasgouw, nr. 93, pp. 181-198
  • 1980: Das Matutinalbuch aus Scheyern (met Hermann Hauke)
  • 1981: Zu frühen Schrift- und Bildzeugnissen über die heilige Elisabeth als Quellen zur Kunst- und Kulturgeschichte
  • 1985: Der Schrein des heiligen Servatius in Maastricht und die vier zugehörigen Reliquiare in Brüssel
  • 1987: Das Goslarer Evangeliar
  • 1989: Die Weingartner Liederhandschrift (met Wolfgang Irtenkauf, Kurt Herbert Halbach en Otfrid Ehrismann)
  • 1991: Glanzlichter der Buchkunst (1): Das Goslarer Evangeliar (met Frauke Steenbock)
  • 1992: 'Schmuckgaben an Reliquiare, Gnadenbilder und Vasa Sacra'. In: Magister Artium. Onderwijs, Kerk en Kunst in Limburg. Opstellen Br. Sigismund Tagage aangeboden bij zijn zeventigste verjaardag (red.: P. Ubachs e.a.)
  • 1995: Der Dom zu Regensburg. Vom Bauen und Gestalten einer gotischen Kathedrale (met Achim Hubel, Manfred Schuller en Friedrich Fuchs)
  • 2001: Das Brandenburger Hungertuch (met Christa M. Jeitner)

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]