Rendier

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Rendier
IUCN-status: Kwetsbaar[1] (2016)
Reindeer in Ljungdalen 2012 02.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Artiodactyla (Evenhoevigen)
Familie: Cervidae (Herten)
Onderfamilie: Capreolinae (Schijnherten)
Geslachtengroep: Odocoileini (Amerikaanse herten)
Geslacht: Rangifer (Rendieren)
Soort
Rangifer tarandus
(Linnaeus, 1758)
Verspreidingsgebied van het rendier.
Verspreidingsgebied van het rendier.
Afbeeldingen Rendier op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Rendier op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren

Het rendier (Rangifer tarandus) is zoogdier uit de familie der hertachtigen (Cervidae). De wetenschappelijke naam van de soort werd voor het eerst geldig gepubliceerd door Carolus Linnaeus in zijn Systema naturae (1758). Rendieren komen in het wild voor in de taiga en toendra van Noord-Europa, het noorden van Azië en Noord-Amerika. Het rendier is lang geleden in Eurazië gedomesticeerd en wordt nog altijd gehouden door de inheemse volkeren van de boreale en arctische zones, onder meer de Saami, Evenken, Nenetsen en Tsjoektsjen. Ze worden gehouden voor hun vlees, hun huid, als trekdier, als rijdier en soms ook voor hun melk.[2] Noord-Amerikaanse rendieren worden veelal kariboe genoemd. In tegenstelling tot andere hertachtigen, dragen zowel de mannelijke als de vrouwelijke dieren een gewei.

Ecologie[bewerken]

Het rendier is een sociaal dier dat zeer grote kuddes kan vormen.[2] Rendieren eten vooral mos. Dat is een korstmos, een samenleving of symbiose van een schimmel en algen. Als de toendra bedekt is met sneeuw en ijs, weten de rendieren dit met hun hoeven te verwijderen om zo dit diepvrieseten te bereiken. De voornaamste vijand van de kariboe is de wolf (Canis lupus) die vooral zwakke dieren grijpt.

Voortplanting[bewerken]

In mei of juni wordt na een draagtijd van 210 tot 240 dagen één kalf geboren.

Ogen[bewerken]

Het rendier heeft ogen die aangepast zijn voor de arctische winters. In de winter, als het donker is, zorgt het tapetum lucidum ervoor dat de ogen van het dier een andere kleur krijgen. In de zomer reflecteert het tapetum lucidum geel licht, maar onder invloed van de winter weerkaatst het tapetum lucidum blauw licht. De ogen worden daardoor vermoedelijk 1000 tot 10.000 keer gevoeliger voor licht, wat wel ten koste gaat van de scherpte van het zicht.[3][4]

Tsjernobyl[bewerken]

Na de ramp in Tsjernobyl kwam er veel radioactief materiaal neer op de weidegebieden van het rendier in delen van Scandinavië. Doordat rendieren vocht vooral opnemen vanuit regenwater en niet vanuit het grondwater, ontstond een forse verhoging van cesium-137. Veel rendiervlees werd om die reden vernietigd. Rendieren kregen ander voer om de ophoping van cesium-137 tegen te gaan.

Verspreiding[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook Rendier in Zuid-Georgia

Het rendier is wijdverspreid in het noorden van het holarctisch gebied. Oorspronkelijk werd het dier aangetroffen in Scandinavië, delen van Oost-Europa, Rusland, Mongolië, het noorden van China, Groenland en het noorden van Noord-Amerika. Tegenwoordig is het rendier in vele gebieden, voornamelijk zuidelijke gebieden, verdwenen. In Noord-Europa wordt de soort nog in het wild aangetroffen in Noorwegen, Finland en Rusland.

Ondersoorten[bewerken]

Er is geen overeenstemming onder taxonomen wat betreft het aantal ondersoorten. Wilson & Mittermeier (2011) erkennen twaalf ondersoorten, waarvan er twee rond 1900 zijn uitgestorven.[5]

Folklore[bewerken]

De slee van de kerstman wordt door rendieren getrokken.

Afbeeldingen[bewerken]