Resolutie 1070 Veiligheidsraad Verenigde Naties

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Vlag van Verenigde Naties
Resolutie 1070
Van de VN-Veiligheidsraad
Datum 16 augustus 1996
Nr. vergadering 3690
Code S/RES/1070
Stemming
voor
13
onth.
2
tegen
0
Onderwerp Aanslag op de president van Egypte in 1995
Beslissing Legde bijkomende sancties op tegen Soedan.
Samenstelling VN-Veiligheidsraad in 1996
Permanente leden
Vlag van China China · Vlag van Frankrijk Frankrijk · Vlag van Rusland Rusland · Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk · Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten
Niet-permanente leden
Vlag van Botswana Botswana · Vlag van Chili Chili · Vlag van Egypte Egypte · Vlag van Guinee-Bissau Guinee-Bissau · Vlag van Duitsland Duitsland · Vlag van Honduras Honduras · Vlag van Indonesië Indonesië · Vlag van Italië Italië · Vlag van Zuid-Korea (1984-1997) Zuid-Korea · Vlag van Polen Polen
De Egyptische president Moebarak anno 2002.
De Egyptische president Moebarak anno 2002.

Resolutie 1070 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties werd op 16 augustus 1996 aangenomen door de VN-Veiligheidsraad met 13 stemmen voor en de 2 onthoudingen van China en Rusland.

Inhoud[bewerken]

Waarnemingen[bewerken]

De Veiligheidsraad was gealarmeerd door de moordaanslag op president Moebarak van Egypte in Addis Abeba op 26 juni 1995 waarvan de verantwoordelijken berecht moesten worden. Volgens de Organisatie van Afrikaanse Eenheid was die aanslag gericht tegen de stabiliteit van heel het Afrikaanse continent. Intussen legde Soedan de vraag van de OAE om verdachten uit te leveren naast zich neer. Dat was een bedreiging van de internationale vrede en veiligheid.

Handelingen[bewerken]

De Veiligheidsraad eiste opnieuw dat Soedan aan resolutie 1044 voldeed. Sommige landen hadden de provisies van resolutie 1054, die Soedan sancties oplegde, voldaan en andere landen werden gevraagd hun voorbeeld te volgen. Verder moesten alle landen vliegtuigen uit Soedan verbieden op hun grondgebied op te stijgen, te landen of het te overvliegen. De Veiligheidsraad zou binnen de 90 dagen nog beslissen wanneer die maatregel van kracht werd en onder welke modaliteiten, tenzij Soedan tegen dan aan de eisen voldeed. De secretaris-generaal werd gevraagd tegen 15 november over dat laatste te rapporteren.

Verwante resoluties[bewerken]