Resolutie 1135 Veiligheidsraad Verenigde Naties

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vlag van Verenigde Naties
Resolutie 1135
Van de VN-Veiligheidsraad
Datum 29 oktober 1997
Nr. vergadering 3827
Code S/RES/1135
Stemming
voor
15
onth.
0
tegen
0
Onderwerp Angola
Beslissing Verlengde de MONUA-waarnemingsmissie tot 30 januari 1998.
Samenstelling VN-Veiligheidsraad in 1997
Permanente leden
Vlag van China China · Vlag van Frankrijk Frankrijk · Vlag van Rusland Rusland · Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk · Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten
Niet-permanente leden
Vlag van Chili Chili · Vlag van Costa Rica Costa Rica · Vlag van Egypte Egypte · Vlag van Guinee-Bissau Guinee-Bissau · Vlag van Japan Japan · Vlag van Kenia Kenia · Vlag van Zuid-Korea Zuid-Korea · Vlag van Polen Polen · Vlag van Portugal Portugal · Vlag van Zweden Zweden
Containerschepen onderweg naar Luanda.
Containerschepen onderweg naar Luanda.

Resolutie 1135 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties werd unaniem door de VN-Veiligheidsraad aangenomen op 29 oktober 1997.

Achtergrond[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Geschiedenis van Angola voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Nadat Angola in 1975 onafhankelijk was geworden van Portugal keerden de verschillende onafhankelijkheidsbewegingen zich tegen elkaar om de macht. Onder meer Zuid-Afrika en Cuba bemoeiden zich met de burgeroorlog tot ze zich in 1988 terugtrokken. De VN-missie UNAVEM I zag toe op het vertrek van de Cubanen. Een staakt-het-vuren volgde in 1990 en hiervoor werd de UNAVEM II-missie gestuurd. In 1991 werden akkoorden gesloten om democratische verkiezingen te houden die eveneens door UNAVEM II zouden worden waargenomen.

Inhoud[bewerken]

Waarnemingen[bewerken]

Angola en specifiek de UNITA moesten dringend de uitvoering van hun vredesakkoord voltooien. Dat proces ging echter niet meer vooruit. Dat was vooral aan de UNITA te wijten, die niet aan haar verplichtingen voldeed. Verder speelde ook MONUA een belangrijke rol in deze fase van het vredesproces.

Handelingen[bewerken]

A[bewerken]

Het mandaat van MONUA werd verlengd tot 30 januari 1998. Ook werd de aanbeveling van de secretaris-generaal om de terugtrekking van de militaire eenheden van de missie uit te stellen tot eind november gesteund.

B[bewerken]

De Raad eiste dat Angola en vooral de UNITA onverwijld de overige aspecten van het vredesproces uitvoerden. Zo moest de UNITA meewerken aan de uitbreiding van het staatsgezag in geheel Angola. De secretaris-generaal werd gevraagd hier tegen 8 december en vervolgens om de 90 dagen over te rapporteren. Het reisverbod voor UNITA-functionarissen waarvoor in resolutie 1127 was gewaarschuwd zou op 30 oktober van kracht worden.

C[bewerken]

Nog steeds werd gedacht dat overleg tussen de president van Angola en de leider van UNITA goed zou zijn voor het vredesproces. Ten slotte werd de internationale gemeenschap om steun gevraagd bij de demilitarisatie en herintegratie van strijders, ontmijning, huisvesting van ontheemden en het herstel van de economie.

Verwante resoluties[bewerken]