Resolutie 1296 Veiligheidsraad Verenigde Naties

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vlag van Verenigde Naties
Resolutie 1296
Van de VN-Veiligheidsraad
Datum 19 april 2000
Nr. vergadering 4130
Code S/RES/1296
Stemming
voor
15
onth.
0
tegen
0
Onderwerp Burgers in gewapende conflicten.
Beslissing Veroordeelde geweld tegen burgers.
Samenstelling VN-Veiligheidsraad in 2000
Permanente leden
Vlag van China China · Vlag van Frankrijk Frankrijk · Vlag van Rusland Rusland · Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk · Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten
Niet-permanente leden
Vlag van Argentinië Argentinië · Vlag van Bangladesh Bangladesh · Vlag van Canada Canada · Vlag van Jamaica Jamaica · Vlag van Maleisië Maleisië · Vlag van Mali Mali · Vlag van Namibië Namibië · Vlag van Nederland Nederland · Vlag van Tunesië Tunesië · Vlag van Oekraïne Oekraïne
Burgers tijdens de Koreaanse Oorlog in 1951.
Burgers tijdens de Koreaanse Oorlog in 1951.

Resolutie 1296 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties werd unaniem door de VN-Veiligheidsraad aangenomen op 19 april 2000.

Inhoud[bewerken]

Waarnemingen[bewerken]

Burgers maakten het merendeel van de slachtoffers van gewapende conflicten uit. Ze werden meer en meer geviseerd door de strijdende partijen en vooral kwetsbare groepen als vrouwen, kinderen en vluchtelingen hadden veel te lijden onder het geweld tegen hen. Alle betrokken partijen werden gewezen op het belang van de naleving van het Handvest van de Verenigde Naties en het internationaal recht inzake mensenrechten en vluchtelingen.

Handelingen[bewerken]

De Veiligheidsraad veroordeelde opnieuw het viseren van burgers tijdens een gewapend conflict. Ook het merendeel van de vluchtelingen tijdens zo'n conflict waren burgers, en zij hadden onder het internationaal humanitair recht recht op bescherming. Het viseren van dergelijke personen geldt als een schending van de mensenrechten. Het was belangrijk dat burgers toegang hadden tot humanitaire hulp. Ook het ontzeggen van die hulp is een schending van het internationaal recht. Het was wel van belang dat humanitaire organisaties dan neutraal bleven in het conflict.

VN-vredesmachten zouden het nodige mandaat meekrijgen om burgers mee te beschermen, alsook ex-strijders en vooral kindsoldaten te ontwapenen. Ook konden maatregelen als tijdelijke veiligheidszones of corridors overwogen worden als genocide, mensenrechtenschendingen of oorlogsmisdaden tegen burgers dreigden.

De Veiligheidsraad nam ook akte van de vankrachtwording van het verdrag tegen antipersoonsmijnen uit 1997 en het positieve effect dat dat zal hebben op de veiligheid van burgers. Verder had de wijde verspreiding van lichte wapens een bijzonder destabiliserende impact en bracht dit ook de humanitaire hulp in gevaar.

Verwante resoluties[bewerken]