Resolutie 1327 Veiligheidsraad Verenigde Naties

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Vlag van Verenigde Naties
Resolutie 1327
Van de VN-Veiligheidsraad
Datum 13 november 2000
Nr. vergadering 4220
Code S/RES/1327
Stemming
voor
15
onth.
0
tegen
0
Onderwerp VN-vredesoperaties
Beslissing Toekomstige richtlijnen voor vredesoperaties en het aanpakken van conflicten.
Samenstelling VN-Veiligheidsraad in 2000
Permanente leden
Niet-permanente leden
Vlag van Argentinië Argentinië · Vlag van Bangladesh Bangladesh · Vlag van Canada Canada · Vlag van Jamaica Jamaica · Vlag van Maleisië Maleisië · Vlag van Mali Mali · Vlag van Namibië Namibië · Vlag van Nederland Nederland · Vlag van Tunesië Tunesië · Vlag van Oekraïne Oekraïne
Gesp voor deelname aan vredesoperaties.
Gesp voor deelname aan vredesoperaties.

Resolutie 1327 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties werd unaniem door de VN-Veiligheidsraad aangenomen op 13 november 2000.

Inhoud[bewerken | brontekst bewerken]

Waarnemingen[bewerken | brontekst bewerken]

De Veiligheidsraad had een rapport van het panel over VN-vredesoperaties gekregen. Ze wilde die operaties versterken en overwoog daarom de aanbevelingen in het rapport.

Handelingen[bewerken | brontekst bewerken]

De Veiligheidsraad:

  1. Stemde in met de aanname van de beslissingen en aanbevelingen in annex.
  2. Besloot de uitvoering van die provisies geregeld te herzien.
  3. Besloot actief op de hoogte te blijven.

Annex[bewerken | brontekst bewerken]

I[bewerken | brontekst bewerken]

Vredesoperaties moesten een duidelijk mandaat krijgen en voldoende slagvaardig zijn. Organisaties die vredesmachten opzetten werden gevraagd van in het begin samen te werken met de Verenigde Naties en te denken aan duidelijke doelstellingen en een tijdskader. Om die reden moesten de landen die troepen bijdroegen ook beter overleggen. De Veiligheidsraad wenste regelmatig ingelicht te worden door het Secretariaat over militaire factoren inzake de operaties en humanitaire inlichtingen over landen waar vredesoperaties gaande waren.

II[bewerken | brontekst bewerken]

De regels waaraan een vredesmacht zich moest houden, waaronder wanneer geweld mocht worden gebruikt om zichzelf of burgers te beschermen, moesten duidelijk bepaald worden. De secretaris-generaal werd gevraagd hier met inbreng van de landen een doctrine over voor te bereiden.

III[bewerken | brontekst bewerken]

Gewapende conflicten in de wereld.

De capaciteit van het Secretariaat om informatie te vergaren en analyseren moest worden versterkt zodat de secretaris-generaal en de Veiligheidsraad beter advies kregen. De secretaris-generaal was van plan hiervoor een comité op te richten.

IV[bewerken | brontekst bewerken]

Een vredesoperatie moest snel kunnen worden ingezet nadat een resolutie die het mandaat vastlegt is aangenomen. Een gewone missie moest binnen de 30 dagen actief zijn, een complexe binnen de 90 dagen. Eén van de voorstellen van het panel was om taskforces te creëren binnen missies. Eventueel kon ook het Generale Staf-Comité ingezet worden om de capaciteit voor vredesmissie te verbeteren.

V[bewerken | brontekst bewerken]

De beste manier om conflicten tegen te gaan is de wortels ervan aanpakken door ontwikkeling en democratie met sterke ordehandhaving en instellingen met respect voor de mensenrechten te promoten. Men was het eens met de secretaris-generaal dat stappen om armoede te doen afnemen en economische groei te bereiken conflictpreventie zijn. Ze zou nadenken over missies naar landen om te bepalen of disputen of een situatie konden leiden tot spanningen en aanbevelingen te doen. Verder werd ook de belangrijke rol van vrouwen in het voorkomen en oplossing van conflicten bevestigt en opgeroepen resolutie 1325 volledig uit te voeren.

VI[bewerken | brontekst bewerken]

Maatregelen om armoede terug te dringen en economische groei te stimuleren waren belangrijk voor succesvolle vredehandhaving. In die zin moesten ook ontwapenings-, demobilisatie- en reïntegratieprogramma's beter gecoördineerd en gefinancierd worden. De secretaris-generaal zou in de toekomst ook beter naar voren brengen wat de VN kon doen om de lokale ordehandhaving en mensenrechten te versterken als hij operaties voorstelde.

VII[bewerken | brontekst bewerken]

Ook zou hij bepalen op welke gebieden het nuttig zou zijn eenvoudige tijdelijke misdaadprocedures op te stellen.

Verwante resoluties[bewerken | brontekst bewerken]