Resolutie 1896 Veiligheidsraad Verenigde Naties

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vlag van Verenigde Naties
Resolutie 1896
Van de VN-Veiligheidsraad
Datum 30 november 2009
Nr. vergadering 6225
Code S/RES/1896
Stemming
voor
15
onth.
0
tegen
0
Onderwerp Democratische Republiek Congo
Beslissing Verlengde de sancties tegen gewapende groepen en de groep van experts die erop toezag tot 30 november 2010.
Samenstelling VN-Veiligheidsraad in 2009
Permanente leden
Vlag van China China · Vlag van Frankrijk Frankrijk · Vlag van Rusland Rusland · Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk · Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten
Niet-permanente leden
Vlag van Oostenrijk Oostenrijk · Vlag van Burkina Faso Burkina Faso · Vlag van Costa Rica Costa Rica · Vlag van Kroatië Kroatië · Vlag van Japan Japan · Vlag van Libië Libië · Vlag van Mexico Mexico · Vlag van Turkije Turkije · Vlag van Oeganda Oeganda · Vlag van Vietnam Vietnam
Congolese soldaten (foto: 2001).
Congolese soldaten (foto: 2001).

Resolutie 1896 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties werd unaniem door de VN-Veiligheidsraad aangenomen op 30 november 2009 en verlengde het wapenembargo tegen gewapende groepen in Congo-Kinshasa met een jaar[1].

Achtergrond[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Congolese Burgeroorlog voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In 1994 braken in de Democratische Republiek Congo etnische onlusten uit die onder meer werden veroorzaakt door de vluchtelingenstroom uit de buurlanden Rwanda en Burundi. In 1997 beëindigden rebellen de lange dictatuur van Mobutu en werd Kabila de nieuwe president. In 1998 escaleerde de burgeroorlog toen andere rebellen Kabila probeerden te verjagen. Zij zagen zich gesteund door Rwanda en Oeganda. Toen hij in 2001 omkwam bij een mislukte staatsgreep werd hij opgevolgd door zijn zoon. Onder buitenlandse druk werd afgesproken verkiezingen te houden die plaatsvonden in 2006 en gewonnen werden door Kabila. Intussen zijn nog steeds rebellen actief in het oosten van Congo en blijft de situatie er gespannen.

In 2003 werd een wapenembargo opgelegd tegen alle gewapende groepen die geen deel uitmaakten van de overheid. Ook werden reisbeperkingen en financiële sancties getroffen tegen diegenen die dit embargo schonden. Daarop werd toegekeken door een groep van experts.

Inhoud[bewerken]

Waarnemingen[bewerken]

Oost-Congo, en in het bijzonder de provincies Noord-Kivu, Zuid-Kivu, Ituri en Orientale, werden nog steeds onveilig gemaakt door gewapende groepen en milities. De Veiligheidsraad eiste dat deze groepen, en vooral de Democratische Bevrijdingskrachten van Rwanda (FDLR) en het Verzetsleger van de Heer (LRA), de wapens neerlegden, hun aanvallen op de bevolking staakten en het staakt-het-vuren van 23 maart 2009 respecteerden.

Men was voorts bezorgd om steun die deze gewapende groepen ontvingen van regionale- en internationale netwerken. De samenwerking tussen de landen in het Grote Merengebied om hier een einde aan te maken werd verwelkomd. Doch bleven de mensenrechtenschendingen en de straffeloosheid in het gebied zorgwekkend. Congo werd aangespoord een nultolerantiebeleid te voeren ten aanzien van misdaden van onder meer haar soldaden.

Handelingen[bewerken]

Het wapenembargo tegen de gewapende groepen werd verlengd tot 30 november 2010. Ook de transport-, reis- en financiële maatregelen werden voor dezelfde periode verlengd. Verder werd ook het mandaat van het 1533-Comité, dat zich bezighield met de uitvoering van deze maatregelen bij de lidstaten, verlengd. De secretaris-generaal werd gevraagd om ook de groep van experts die schendingen van de maatregelen, alsook de illegale ontginning van Congo's bodemrijkdommen, onderzocht met een jaar te verlengen. Voorts werd aangedrongen op procedures voor het beheren van Congo's wapenvoorraden en bodemontginning.

Verwante resoluties[bewerken]