Resolutie 2240 Veiligheidsraad Verenigde Naties

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Vlag van Verenigde Naties
Resolutie 2240
Van de VN-Veiligheidsraad
Datum 9 oktober 2015
Nr. vergadering 7532
Code S/RES/2240
Stemming
voor
14
onth.
1
tegen
0
Onderwerp Libische Burgeroorlog
Beslissing Stond landen toe om schepen die werden verdacht van mensensmokkel te inspecteren.
Samenstelling VN-Veiligheidsraad in 2015
Permanente leden
Vlag van China China · Vlag van Frankrijk Frankrijk · Vlag van Rusland Rusland · Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk · Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten
Niet-permanente leden
Vlag van Angola Angola · Vlag van Tsjaad Tsjaad · Vlag van Chili Chili · Vlag van Spanje Spanje · Vlag van Jordanië Jordanië · Vlag van Litouwen Litouwen · Vlag van Maleisië Maleisië · Vlag van Nigeria Nigeria · Vlag van Nieuw-Zeeland Nieuw-Zeeland · Vlag van Venezuela Venezuela
Vluchtelingen worden uit de Middenllandse Zee gered door een Iers marineschip; juni 2015.
Vluchtelingen worden uit de Middenllandse Zee gered door een Iers marineschip; juni 2015.

Resolutie 2240 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties werd op 9 oktober 2015 aangenomen door de VN-Veiligheidsraad. Veertien leden van de Raad stemden voor, enkel Venezuela onthield zich. De resolutie stond landen toe om aan de Libische kust schepen die verdacht werden van mensensmokkel te onderscheppen en indien nodig in beslag te nemen; en dit naar aanleiding van de vele dodelijke slachtoffers die deze activiteit de voorgaande maanden had gemaakt op de Middellandse Zee.[1]

Venezuela onthield zich naar eigen zeggen omdat het vond dat het probleem op een verkeerde manier werd aangepakt. Met name de toepassing van hoofdstuk VII[2] van het Handvest van de Verenigde Naties op een humanitaire crisis zou een gevaarlijk precedent zijn, waarbij de Veiligheidsraad via een achterpoortje in het vaarwater van de Algemene Vergadering kwam. Ook moest men niet enkel de smokkelorganisaties aanpakken, maar ook de oorzaken die de mensen ertoe dreven veiliger oorden op te zoeken.[1]

Achtergrond[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Tweede Libische burgeroorlog (2014-heden) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Na de val van het regime van kolonel Qadhafi in 2011 werd een nieuw Algemeen Nationaal Congres verkozen om het land te besturen. De oppositie tegen het door islamisten gedomineerde congres was echter groot. Toen het congres begin 2014 zijn eigen legislatuur verlengde, begon een legergeneraal een militaire campagne. Daarop volgden alsnog verkiezingen en kwam de Raad van Volksvertegenwoordigers aan de macht. De islamisten hadden bij die verkiezingen een zware nederlaag geleden, en bleven vasthouden aan het congres. Milities gelieerd aan beide kampen, islamisten en Islamitische Staat bevochten elkaar, en zo ontstond opnieuw een burgeroorlog.

Inhoud[bewerken]

De Conventie tegen transnationale georganiseerde misdaad en het daarvan deel uitmakende Protocol tegen de smokkel van migranten over land, lucht en zee en Protocol ter voorkoming, onderdrukking en bestraffing van mensenhandel vormden de juridische basis voor de strijd tegen mensenhandel. Wel werd erkend dat migrantenhandel en mensenhandel ten dele niet hetzelfde waren. Ook werd erkend dat onder de betreffende migranten mensen waren die voldeden aan de definitie van vluchteling gesteld in het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen uit 1951. Benadrukt werd dat elke migrant, ongeacht zijn of haar status, humaan moest worden behandeld met inachtneming van zijn of haar rechten.

Het was aan de Libische overheid om migrantensmokkel en mensenhandel over haar grondgebied en territoriale wateren te voorkomen. De grenzen van dat land moesten beter bewaakt worden, en andere landen werden gevraagd daarmee te helpen. Zij werden dan ook gevraagd het zee- en luchtruim aan de Libische kust in de gaten te houden en, zoals het internationaal recht toeliet, schepen en boten die geen vlag voerden te inspecteren als werd gedacht dat ze mensen smokkelden. Voor schepen die wel een vlag voerden moest daarvoor toestemming worden verkregen van de vlaggenstaat. Dat land had immers jurisdictie over zijn schepen op zee. Gezien de omstandigheden kregen de landen voor één jaar toestemming om elk verdacht schip te inspecteren en, in geval van overtreding, in beslag te nemen. De vlaggenstaat moest dan wel verwittigd worden.

Verwante resoluties[bewerken]