Resolutie 965 Veiligheidsraad Verenigde Naties

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Vlag van Verenigde Naties
Resolutie 965
Van de VN-Veiligheidsraad
Datum 30 november 1994
Nr. vergadering 3473
Code S/RES/965
Stemming
voor
15
onth.
0
tegen
0
Onderwerp Rwandese burgeroorlog
Beslissing Verlengde de UNOMIR-vredesmacht met 6 maanden en breidde het mandaat uit.
Samenstelling VN-Veiligheidsraad in 1994
Permanente leden
Niet-permanente leden
Vlag van Argentinië Argentinië · Vlag van Brazilië Brazilië · Vlag van Tsjechië Tsjechië · Vlag van Djibouti Djibouti · Vlag van Spanje Spanje · Vlag van Nigeria Nigeria · Vlag van Nieuw-Zeeland Nieuw-Zeeland · Vlag van Oman Oman · Vlag van Pakistan Pakistan · Vlag van Rwanda (1962-2001) Rwanda
Een luchtopname van vluchtelingenkamp Mihanda door de Amerikaanse zeemacht in 1996.
Een luchtopname van vluchtelingenkamp Mihanda door de Amerikaanse zeemacht in 1996.

Resolutie 965 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties werd unaniem door de VN-Veiligheidsraad aangenomen op 30 november 1994. De resolutie verlengde het mandaat van de UNAMIR-vredesmacht in Rwanda met een half jaar en voegde er ook enkele nieuwe taken aan toe.

Achtergrond[bewerken | brontekst bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Rwandese Genocide voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Vanaf de kolonisatie van Rwanda eind 19e eeuw gingen de Tutsi de veel talrijker Hutu overheersen. Nog voor de onafhankelijkheid brak etnisch geweld uit, waarbij de Hutu aan de macht kwamen en veel Tutsi het land ontvluchtten en niet meer mochten terugkeren. Daar richtten ze eind jaren tachtig het FPR op, dat in 1990 Rwanda binnen viel. Met westerse steun werden zij echter verdreven. Toch werden hieropvolgend vredesgesprekken aangeknoopt. Die leidden in 1993 tot het Vredesakkoord van Arusha.

Op 6 april 1994 kwamen de Rwandese en de Burundese president om toen hun vliegtuig werd neergeschoten. Dat was het startsein voor Hutu-milities om op grote schaal Tutsi en gematigde Hutu te vermoorden. De UNAMIR-vredesmacht van de Verenigde Naties stond machteloos. De FPR ging opnieuw in de aanval en nam in juli de hoofdstad Kigali in. Hierop vluchtten veel Hutu naar Oost-Congo, wat die regio jarenlang destabiliseerde.

Inhoud[bewerken | brontekst bewerken]

De Veiligheidsraad had een rapport van secretaris-generaal Boutros Boutros-Ghali over de Rwandese vluchtelingenkampen ontvangen en benadrukte het belang van verzoening tussen alle delen van de Rwandese maatschappij. Verdere mensenrechtenschendingen moesten voorkomen worden en vluchtelingen moesten in veilige omstandigheden kunnen terugkeren. De vele landmijnen waren daarbij een probleem.

Het mandaat van de UNAMIR-vredesmacht werd verlengd tot 9 juni 1995. Deze missie moest vluchtelingen en humanitaire gebieden beschermen, de hulpverlening beveiligen en helpen met de nationale verzoening. Daar kwamen nu bij: het personeel van het Rwanda-tribunaal beveiligen en helpen met de oprichting en opleiding van een nieuwe Rwandese politiemacht.

UNAMIR had zijn radiobereik vergroot en kon nu ook de vluchtelingenkampen in de buurlanden bereiken. Secretaris-generaal Boutros-Ghali werd gevraagd een ontmijningsprogramma voor te bereiden.

Verwante resoluties[bewerken | brontekst bewerken]