Restauratie (kunst)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ouderdoms-craquelé op een portret door Jan van Eyck.
Beschadigd en vervuild doek van waarschijnlijk de Kruisiging van Jezus. Schilder onbekend.
Gerestaureerde neogotische balustrade, Onze-Lieve-Vrouwekathedraal (Antwerpen).

Restauratie is het geheel van handelingen aan een beschadigd of gedeeltelijk verloren gegaan voorwerp met het doel dit terug te brengen in een van tevoren gedefinieerde toestand (definitie ICOM-CC). In de oorspronkelijke staat herstellen is een onjuiste term, immers een beschadigd voorwerp dat gerestaureerd is, blijft een gerestaureerd beschadigd voorwerp.

Algemeen[bewerken]

Een (kunst)object is niet gemaakt voor de eeuwigheid. Ook kunstobjecten worden door de tand des tijds aangetast. Sommige problemen zijn van recente datum, zo zorgt smog voor een bijtend zuur dat zandsteen aanvreet, een bekend slachtoffer is de Akropolis. Een restaurator heeft dan ook de taak het patrimonium te bewaren en te conserveren voor de volgende generaties.

Aanvankelijk had de term restauratie vooral betrekking op het in oude staat terugbrengen van historische gebouwen en bouwwerken (monumenten). Tegenwoordig wordt de term ook gebruikt bij het in de originele staat terugbrengen van industrieel erfgoed zoals bijvoorbeeld auto's, (stoom)locomotieven en andere machines.

Een restauratie is doorgaans een ingrijpende gebeurtenis in het bestaan van een object. De restaurator kan men beschouwen als de dokter van de kunstvoorwerpen. Eerst vindt er een onderzoek plaats, dan een diagnose, gevolgd door een eventuele ingreep of behandeling. Er zijn internationale conventies die stellen dat een restauratie altijd omkeerbaar moet zijn, zodat een slechte of onverantwoorde ingreep ongedaan kan worden gemaakt. Restauraties zijn meestal kostbaar vanwege het speciale materiaal en de technieken die worden gebruikt. Als een restauratie goed is uitgevoerd, is het soms mogelijk dat het kunstwerk compleet van uiterlijk is veranderd, doordat latere toevoegingen weggehaald worden (bijvoorbeeld het verwijderen van neogotische polychromie op een barokbeeld). Soms geeft het kunstwerk in de loop van het onderzoek geheimen prijs die eeuwen verborgen waren.

Het in stand houden (conserveren) is het belangrijkste doel van de restaurator. Met de term conservator wordt echter een stafmedewerker van een museale instelling of een archief (in Vlaanderen?) aangeduid. Daarom spreekt men in het Nederlandse taalgebied doorgaans over een conservator-restaurator of kortweg over een restaurator.

Een restauratiearchitect houdt zich maar in beperkte mate met restauratie bezig. Naast de instandhouding van het monument stelt hij zich ten doel om, mede op grond van onafhankelijk bouwhistorisch onderzoek, aanpassingen te ontwerpen die nodig zijn om een monument geschikt te maken voor nieuw of aangepast gebruik.

Verschillende vakgebieden[bewerken]

Restauratie van gebouwen en monumenten[bewerken]

Restauratie van gebouwen had vroeger ten doel om ze (stijlzuiver) te herstellen in de oorspronkelijke staat. Die aanpak is achterhaald. De veranderingen die een gebouw in zijn geschiedenis heeft ondergaan zijn immers ook van waarde. Tegelijk moet een monument geschikt zijn en blijven voor hedendaags en toekomstig functioneren. Hoewel 'het grote publiek' bij een restauratie vaak nog denkt aan 'herstel in oude glorie', is een dergelijke aanpak eerder negentiende-eeuws dan modern te noemen. Met een restauratie wordt tegenwoordig algemeen geduid op een aanpak waarbij respect voor de geschiedenis van een gebouw wordt gepaard met het geschikt maken voor modern gebruik. De restauratiearchitect schakelt daarbij verschillende disciplines van allerhande restauratoren en ambachtslieden in.

Renovatie[bewerken]

Renovatie is het herstellen, ruimtelijk herindelen of het voorzien van hedendaags comfort van een bouwwerk (letterlijk het weer nieuw maken). De restauratie van een monument omvat vaak werkzaamheden die als renovatie gekenschetst kunnen worden. Van renovatie is bijvoorbeeld sprake als er een nieuwe badkamer of keuken in een monument wordt aangebracht. Of dat gepast is hangt uiteraard nauw samen met de cultuurhistorische waarde van wat ervoor plaats heeft moeten maken.

Sanering[bewerken]

Het saneren van een wijk kan betekenen dat de hele wijk onderhanden genomen wordt. Een aantal gebouwen wordt gesloopt en vervangen door nieuwbouw, andere worden gerestaureerd en gemoderniseerd zodat ze weer voldoen aan de eisen van de tijd. Saneren kan ook gebeuren met waardevolle historische huizen, bijvoorbeeld de talrijke godshuizen uit de vijftiende eeuw in Brugge. Er wordt dan het nodige gedaan aan het wooncomfort van de bewoners, zodat de huizen ook voor de moderne mens bewoonbaar blijven. Het interieur verandert volledig maar de gevel en de muren worden geconserveerd en verstevigd. Uiteraard gaat het hier om beschermd patrimonium dat volledig onder de bevoegdheid van monumentenzorg valt.

Restauratieopleidingen[bewerken]

Binnen de restauratie zijn vele beroepen werkzaam, de opleidingen zijn derhalve divers. Vroeger bestonden de opleidingen uit praktijkopleidingen bij een meester in een atelier of werkplaats, tegenwoordig zijn er voor de meeste restauratievakken opleidingen.

Opleiding tot restaurator[bewerken]

  • Binnen het vak van restaurator zijn er diverse specialisaties mogelijk: textielrestaurator, metaalrestaurator, meubelrestaurator, schilderijenrestaurator, restaurator polychromie, et cetera.

België[bewerken]

  • Aan de Universiteit Antwerpen bestaat op de campus "Koninklijke academie voor schone kunsten" de opleiding Bachelor en Master in de "Conservatie en Restauratie". Behalve aan algemeen vormende vakken als (kunst-)geschiedenis, stijlleer en materiaalkennis, wordt veel tijd besteed aan stage en praktijk. Vanwege de hoge eisen moeten studenten een deelgebied kiezen, zoals beeldhouwwerk (nog onderverdeeld in hout, brons, steen/marmer), schilderkunst (nog onderverdeeld in fresco's, olieverf, aquarel), textielkunst, film en foto, grafisch werk en boekdrukkunst en dergelijke.
  • Een gelijkaardige opleiding bestaat in Ter Kameren.
  • Voor restauratie van oude muziekinstrumenten kan men een opleiding muziekinstrumentenbouw volgen in Boom, alsook op academisch niveau aan het conservatorium van Gent.

Nederland[bewerken]

  • De opleiding restauratoren van het voormalige Instituut Collectie Nederland, tegenwoordig onderdeel van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), verzorgde tot 2001 de opleiding tot restaurator in de disciplines metaalrestauratie, glas- en keramiekrestauratie, papier- en boekrestauratie, houtrestauratie en textielrestauratie. Dit deden zij samen met de Stichting Restauratie Atelier Limburg (SRAL) die tot 2001 de opleiding tot restaurator van schilderijen en beschilderde objecten (in de specialisaties moderne kunst, oude kunst en historische binnenruimten) verzorgde. Deze opleiding viel buiten de gangbare kwalificaties die normaliter aan opleidingen worden gegeven, waardoor afgestudeerden zich meestal rijksgediplomeerd restaurator noemen. Door bezuinigingen bij het ministerie van OCenW werd de opleiding in 2001 opgeheven; de meeste docenten zijn daarna gaan lesgeven aan de toen net opgerichte opleiding Conservering en restauratie van de Universiteit van Amsterdam (UvA).
  • In Amsterdam wordt door de UvA de opleiding Conservering en restauratie van cultureel erfgoed (Restauratiekunde) verzorgd. Studenten die deze zevenjarige opleiding hebben voltooid zijn nationaal en internationaal gekwalificeerd als restaurator in een van de bovengenoemde specialisaties. De masteropleiding op zichzelf geeft deze kwalificatie niet. De volledige opleiding tot restaurator bestaat uit drie delen:
    1. een bachelordiploma geesteswetenschappen of natuurwetenschappen, met als verplicht onderdeel de eenjarige minor conservering en restauratie;
    2. de tweejarige master Conservering en restauratie van cultureel erfgoed met een aanzienlijk deel praktijkscholing;
    3. een tweejarig postinitieel traject waarin de restaurator in opleiding zijn specialisatie (schilderkunst, moderne en hedendaagse kunst, historische binnenruimtes, metaal, glas en keramiek, papier, hout en meubelen, textiel) in een restauratieatelier op een zodanig professioneel niveau brengt, dat hij voldoet aan de internationale criteria voor restaurator. [1][2]

Opleiding tot architect werkzaam in de restauratie[bewerken]

Opleidingen in restauratieambachten[bewerken]

Restauratiebeeldhouwer[bewerken]

Zie de pagina restauratiebeeldhouwer.

Restauratieschilder[bewerken]

In Nederland bieden o.a. drie scholen een vierjarige MBO-opleiding tot specialist decoratie- en restauratieschilder (voorheen meesterschilder). Dit zijn de Cibap in Zwolle, Nimeto in Utrecht en St. Lucas in Boxtel.

Meubelmaker[bewerken]

In Amsterdam staat het Hout- en Meubileringscollege, beter bekend als de "meubelvakschool", vanaf circa 1920 gevestigd in de Jordaan, maar in 2001 verhuisd naar Sloterdijk. Vanwege een aparte status kon de school haar onafhankelijkheid behouden toen andere MBO's medio jaren 90 opgingen in regionale ROC's. Meubelrestauratie is op deze ambachtsschool een van de tweejarige specialisaties.

Bekende restauraties[bewerken]

Nederlandse restauratoren[bewerken]

Onder meer

Restauratie-architecten[bewerken]

Organisaties binnen de restauratie[bewerken]

Organisaties van restauratoren[bewerken]

Voor kunstvoorwerpen is het vakgebied vooral in ontwikkeling sinds de tweede helft van de twintigste eeuw, met uitzondering van schilderijenrestauratie, die al langer een aparte discipline is. In weerwil van het politieke streven naar deregulering van de arbeidsmarkt zette de vereniging Restauratoren Nederland zich tot medio 2014 in voor erkenning en bescherming van de beroepsgroep. Sinds medio 2014 zet de Vereniging zich in voor de zorg voor het cultureel erfgoed in algemene zin. Het Restauratoren Register is een organisatie die restauratoren, die voldoen aan bepaalde kwaliteitseisen, opneemt in een register. De kleinere vakvereniging ARA (Art Restorers Association) zet zich in voor restauratoren in Nederland en richt zich op het ambachtelijke van het vak en minder op het laboratoriumtechnische.

Voorbeeld: de Sixtijnse kapel[bewerken]

Hierboven is een detail uit het plafond van de Sixtijnse Kapel te zien. Links merkt men duidelijk een grote barst op het vervuilde oppervlak van het fresco. Er was dringend een goede reiniging nodig en een onderzoek naar de kwaliteit van de drager, in dit geval de muur dus. Eeuwenlang is het werk blootgesteld aan verschillende temperaturen en is er vervuiling geweest door wierook, rook van kaarsen en rook van het kacheltje tijdens conclaven: dit resulteerde in een zwaar vervuild werk. Bovendien moesten alle vorige ingrepen worden verwijderd. Na restauratie (rechts) is het coloriet hersteld en de lacune geïntegreerd (de barst is dus weggewerkt). Er werd ook een speciale verlichting voorzien. Waarschijnlijk zijn dit de kleuren zoals Michelangelo ze schilderde.

Zie ook[bewerken]

Schade en veroudering schilderijen