Reuss-Rothenthal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Reuß-Rothenthal
Deel van het Heilige Roomse Rijk
 Reuss-Untergreiz 1668 – 1698 Reuss-Untergreiz 
Flagge Fürstentum Reuß ältere Linie.svg
(Details)
Algemene gegevens
Hoofdstad Rothenthal
Talen Duits
Religie(s) Protestants
Regering
Regeringsvorm Monarchie
Staatshoofd Graaf
De vorstendommen van de jongere linie in 1820 (oranje) - de interne grenzen zijn niet aangegeven; groen de oudere linie

Reuss-Rothenthal was van 1668 tot 1673 een heerlijkheid en van 1673 tot 1698 een graafschap in Thüringen. Het land werd bestuurd door Hendrik V die tot de oudere linie van het het Huis Reuss behoorde.

Geschiedenis[bewerken]

Reuss-Rothenthal ontstond, net als Reuss-Burgk, toen Reuss-Untergreiz in 1668 onder de drie zoons van Hendrik V werd verdeeld. Reuss-Rothenthal viel toe aan Hendrik V, de jongste zoon van Hendrik V van Reuss-Untergreiz. Tot het nieuwe territorium behoorden de residentie Rothenthal, de dorpjes Eubenberg, Fraureuth, Gottesgrün, Hermannsgrün, Kahmer, Mohlsdof, Pohlitz en het geheel door Reuss-Burgk omgeven stadje Remptendorf.

Hendrik V werd (net als de andere heersers uit het huis Reuss) op 26 augustus 1673 tot rijksgraaf verheven.

Nadat de graaf van Reuss-Burgk in 1697 kinderloos was overleden, kwam een deel van diens bezit bij Reuss-Rothenthal. Toen in 1698 Hendrik V zelf zonder mannelijke nakomelingen kwam te overlijden, viel het vergrote graafschap Rothenthal in zijn geheel weer terug aan Reuss-Untergreiz.

Heerser[bewerken]

heer[bewerken]

graaf[bewerken]

Zie Huis Reuss voor een uitleg over de nummering van de vorsten.

Literatuur[bewerken]

  • Stucke, Sigismund: Die Reußen und ihr Land. Die Geschichte einer süddeutschen Dynastie. J.G.Bläschke Verlag. St.Michael 1984, ISBN 3-7053-1954-X, p. 152.
  • Schwennicke, Detlev: Europäische Stammtafeln. Neue Folge. Teil I/3 Die Häuser Oldenburg, Mecklenburg, Schwarzburg, Waldeck, Lippe und Reuss. Vittorio Klostermann. Frankfurt/Main 2000, ISBN 3-465-03060-5, Tabel 358.