Rex Nemorensis

De Rex Nemorensis, (Ned. vertaling: "de koning van Nemi" of "de koning van het bos") was een heilige koning die dienst deed als priester van de godin Diana in Aricia in Italië, meer bepaald aan de oevers van het Meer van Nemi.
De priester was koning van het heilige bos bij het meer. Niemand mocht een tak van een bepaalde heilige eik afbreken, behalve een weggelopen slaaf; als hij dat deed kon hij de Rex Nemorensis tot een dodelijk gevecht uitdagen; als de slaaf won werd hij de volgende koning en hij bleef aan de macht zolang hij nieuwe uitdagers kon verslaan.
Dit priesterschap speelde een belangrijke rol in de antropologische studie The Golden Bough van James Frazer, waarin een belangrijke interpretatie voor de rituelen in Nemi wordt meegegeven. Frazer beweerde dat het verhaal van het priesterschap van Nemi een voorbeeld was van een wereldwijde mythe over een heilige koning die periodiek moest sterven als onderdeel van een vruchtbaarheidsritueel.
Historische bronnen
[bewerken | brontekst bewerken]Het verhaal van de rex Nemorensis komt voor in een aantal oude bronnen. De Latijnse schrijver Ovidius geeft een poëtisch verslag van het priesterschap in Nemi. [1] Hij vertelt dat het meer van Nemi "heilig" is en een belangrijke rol speelt in de plaatselijke religie; een priester van Nemi "regeert met sterke handen en snelle voeten, en hij sterft in overeenkomst met de regels die hij zichzelf heeft opgelegd."
De Latijnse schrijver Suetonius gebruikt de naam "Rex Nemorensis" in zijn boek over het leven van de Romeinse keizer Caligula in de volgende zin: "Omdat de Rex Nemorensis al vele jaren het priesterambt bekleedde, stookte hij [Caligula] een sterkere tegenstander tegen hem op." [2][3] Diezelfde passage suggereert dat in de periode van de Julisch-Claudische dynastie de opvolging in het ambt geregeld werd via een gevecht onder externe controle.
De Griekse geograaf Strabo vermeldt deze regeling ook in zijn boek "Geographia" als volgt: "En in feite overheerst een barbaars en Scythisch element in de heilige gebruiken, want het volk kiest als priester een weggelopen slaaf die met eigen hand de man heeft gedood die eerder tot dat ambt was gewijd. Een priester is dan ook altijd gewapend met een zwaard, is op zijn hoede voor aanvallen en is klaar om zichzelf te verdedigen." [4].
De Griekse aardrijkskundige en schrijver Pausanias geeft een etiologische verklaring voor de stichting van het heiligdom:
De Ariciërs vertellen het volgende verhaal: Toen Hippolytos van Athene (de zoon van Theseus) werd gedood, wekte Asclepius hem uit de dood omwille van de vloeken van Theseus. Toen Hippolytos weer tot leven kwam, weigerde hij zijn vader te vergeven; hij verwierp diens smeekbeden en ging naar de Ariciërs in Italië. Daar werd hij koning en wijdde een heiligdom aan Artemis, waar de overwinnaar van een tweegevecht beloond werd met het priesterschap van de godin. De wedstrijd stond niet open voor vrije mannen, maar alleen voor slaven die van hun meesters waren weggelopen. [5]
In de Romeinse mythologie werd Hippolytos vergoddelijkt als god Virbius; Artemis was de Griekse naam voor de Romeinse godin Diana.

Een mogelijke verwijzing naar de oorsprong van het priesterschap in Nemi is ook te vinden in het boek Aeneis van Vergilius, waar Hippolytos in het bos van Aricia geplaatst wordt. [7]
Een alternatief verhaal stelt dat de verering van de godin Diana in Nemi werd ingesteld door Orestes; de vlucht van de slaaf (in het verhaal van de Rex Nemorensis) symboliseert de vlucht van Orestes in ballingschap. [8]
De mensenoffers die in Nemi werden gebracht, waren in de oudheid zeer ongebruikelijk. Suetonius vermeldde het als voorbeeld van het immoreel gedrag van keizer Caligula. Strabo noemde het 'Scythisch' om de barbaarsheid ervan te beklemtonen. De oude bronnen lijken het er ook over eens te zijn dat een ontsnapte slaaf die zijn toevlucht zoekt in dit gevaarlijke priesterambt waarschijnlijk wanhopig is.
- ↑ Publius Ovidius Naso, Fasti, Boek 3, 271 (maand maart)
- 1 2 Gaius Suetonius Tranquillus, De vita Caesarum, Leven van Caligula, 35.
- ↑ Nemorensi regi, quod multos iam annos poteretur sacerdotio, validiorem adversarium subornavit. [2]
- ↑ Strabo; Geographia (V, 3, 12)
- ↑ Pausanias, Beschrijving van Griekenland, II, 27, 4.
- ↑ Quintus Horatius Flaccus, Carmen 3.22.4, met identificatie van diva triformis als Luna, Diana en Hekate.
- ↑ Publius Vergilius Maro, Aeneis, book VII, 761 ff
- ↑ Servius (grammaticus), Commentary on the Aeneid, 2,116 & 6,136