Riccardo Zandonai

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Riccardo Antonio Francesco Zandonai (Sacco di Rovereto, 28 mei 1883Trebbiantico bij Pesaro, 5 juni 1944) was een Italiaans componist en muziekpedagoog.

Levensloop[bewerken]

Zandonai begon zijn muziekstudies aan de Scuola Musicale di Rovereto bij Vincenzo Gianferrari. Van 1898 tot 1901 was hij een leerling van onder andere Pietro Mascagni aan het Liceo Musicale "Rossini" di Pesaro. Hij componeerde voornamelijk opera’s. Hij was de laatste in de lijn operacomponisten van het Italiaanse verisme, die de componisten Franco Alfano, Arrigo Boito, Alfredo Catalani, Francesco Cilea, Umberto Giordano, Pietro Mascagni en Giacomo Puccini omvatten. Hij was getrouwd met de sopraan Tarquinia Tarquini (1883 - 1976). Vanwege zijn fantasierijke maar hoofdzakelijk traditionele kijk, had hij weinig gemeen met zijn progressieve tijdgenoten zoals Gian Francesco Malipiero en Ildebrando Pizzetti.

Tegen de tijd dat hij begon met zijn studie componeren, in 1898, werd zijn leraar Mascagni niet meer beschouwd als erfgenaam van de troon van Giuseppe Verdi. Die plaats was inmiddels ingenomen door Puccini. Waarschijnlijk om die reden kwam Zandonai’s eigen operacarrière niet van de grond totdat de beroemde componist/librettist Arrigo Boito hem introduceerde bij Giulio Ricordi, een uitgever wiens invloed ten aanzien van de operahuizen in Italië ongeëvenaard was.

In 1907, geïmponeerd door de belofte van zijn opera Il Grillo del Focolare (De veenmol op de haard), zag Ricordi Zandonai hem als een mogelijk succes en plaatste hem onder contract. Zijn internationale reputatie werd gevestigd in 1914 door de opera Francesca da Rimini die, met meer dan tweehonderd opvoeringen in twintig landen, zijn bekendste werk bleef. Verder schreef hij kerkmuziek en een aantal concerten, onder andere voor viool, cello en dwarsfluit.

In 1939 werd hij directeur van het Liceo Rossini in Pesaro.

Typering[bewerken]

Zandonai’s muziek is moeilijk te omschrijven, aanvankelijk lag hij in de lijn van Puccini en Mascagni. Na 1910, toen hij naar Spanje gezonden werd door zijn uitgever Ricardo, om de lokale kleur en sfeer op te snuiven, voor zijn volgende werk, de opera Conchita, veranderde zijn stijl onder invloed van belangrijke componisten, zoals Claude Debussy en Richard Strauss, hetgeen o.a. in een rijkere ander vorm van orkestratie vertaald werd. Zijn latere werken hadden meer eenvoud en originaliteit, zoals b.v. zijn werk La farsa amorosa, gebaseerd op hetzelfde verhaal als El Sombrero de tres picos van Manuel de Falla. Hij behoorde tot de groep Italiaanse componisten die bekendstond als de Generazione dell’80.

Composities[bewerken]

Werken voor orkest[bewerken]

  • 1909 Serenata medioevale, voor cello, harp, 2 hoorns en strijkers
  • 1914-1918 Terra nativa, 2 suites:
    1. Primavera in Val di Sole,
    2. Autonno fra i monti
  • 1919 Concierto romantico, voor viool en orkest
  • 1929 Ballata eroica
  • 1929 Fra gli alberghi delle Dolomiti
  • 1930-1931 Quadri di Segantini
  • 1932 Il flauto notturno, voor fluit en klein orkest
  • 1934 Spleen, voor cello en orkest
  • 1934 Concierto andaluso, voor cello en klein orkest
  • 1935 Colombina, overture
  • 1936 Rapsodia trentina
  • 1940 Biancaneve

Werken voor harmonieorkest[bewerken]

  • 1910 Il grillo del tricolore, fantasie
  • 1913 Fantasie uit de opera "Conchita"
  • 1914 Melenis, fantasie
  • Eternità, treurmars
  • L'ultimo pensiero, treurmars
  • Solennità, treurmars
  • Verso il cielo, treurmars

Muziektheater[bewerken]

Opera's[bewerken]

Voltooid in titel aktes première libretto
1906 La coppa del re, op. 1 1 akte Gustavo Chiesa, naar Friedrich von Schiller
1906-1907 L'uccellino d'oro, op. 2 3 aktes 1907, Sacco Giovanni Chelodi, naar Gebroeders Grimm
1905-1907 Il grillo del focolare, op. 3 3 aktes 1908, Turijn Cesare Hanau, naar Charles Dickens)
1909-1910 Conchita (La femme et le pantin), op. 4 4 aktes 14 oktober 1911, Milaan, Teatro dal Verme Maurice Vaucaire en Carlo Zangarini, naar Pierre Louÿs
1908-1911 Melenis, op. 5 3 aktes 1912, Milaan Massimo Spiritini en Carlo Zangarini, naar Louis Bouilhet
1912-1913 Francesca da Rimini, op. 6 4 aktes 19 februari 1914, Turijn, Teatro Regio Tito Ricordi, naar Gabriele D'Annunzio
1914-1916 La via della finestra, op. 7 3 aktes; 2e versie: 2 aktes; 27 juli 1919, Pesaro; 2e versie: 1923, Pesaro Giuseppe Adami, naar Eugène Scribe
1920-1921 Giulietta e Romeo, op. 8 3 aktes 14 februari 1922, Rome, Teatro Costanzi Arturo Rossato, naar Luigi Alvise Da Porto en William Shakespeare
1923-1924 I cavalieri di Ekkebú, op. 9 4 aktes, 5 taferelen 7 maart 1925, Milaan, Teatro alla Scala Arturo Rossato, naar Selma Lagerlöf
1926-1927 Giuliano, op. 10 proloog, 2 aktes en epiloog 1928, Napels Arturo Rossato, naar J. Da Varagine
1931 Una partita, op. 11 1 akte 19 januari 1933, Milaan, Teatro alla Scala Arturo Rossato, naar Alexandre Dumas père
1932 La farsa amorosa 3 aktes, 5 taferelen, 2 intermezzi 22 februari 1933, Rome Arturo Rossato, naar Pedro Antonio de Alarcón
1942-1944 Il Bacio, op. 13 (onvoltooid);
voltooid door Emidio Mucci, naar Gottfried Keller;
3 aktes 1954, Milaan Arturo Rossato

Toneelmuziek[bewerken]

  • 1938-1939 Commenti musicali all'Aiace di Sofocle, incidentele muziek voor mannenkoor en orkest, op. 18 - première: 1939, Syrakus

Publicaties[bewerken]

  • D'Annunzio e la musica di "Francesca", Scenario. Jg. 1938. April-Nr. Roma.

Bibliografie[bewerken]

  • Jozef Robijns, Miep Zijlstra: Algemene muziekencyclopedie, Haarlem: De Haan, (1979)-1984, ISBN 978-90-228-4930-9
  • Piero Santi: Repertorio di musica sinfonica - Gli autori, le composizioni dal Seicento a oggi, Ricordi, 2001, 1060 p., ISBN 978-88-090-2255-3
  • Francisco Alia Miranda: Indice de Autores e Intepretes, in: La musica en la radio : radio Ciudad Real EAJ 65 y sus discos de pizarra, Cuenca: Ediciones de la Universidad de Castilla-La Mancha, 2000, 378 p., ISBN 978-84-8427-046-1
  • Susanne Rode-Breymann: Die Wiener Staatsoper in den Zwischenkriegsjahren - Ihr Beitrag zum zeitgenössischen Musiktheater, Tutzing: Verlegt bei Hans Schneider, 1994, 485 p., ISBN 978-37-952-0772-4
  • Gino Tanasini, Roberto Iovino, Beana Mattion: Parte Quarta. Indice degli Artisti, in: I palcoscenici della lirica : cronologia dal Falcone al nuovo Carlo Felice (1645-1992), Genova: SAGEP, 1993, 606 p.
  • Roberto Leydi, Marino Anesa: Dizionario della musica italian per banda - Biografie dei compositori e catalogo delle opere dal 1800 al 1945, 1993, 514 p.
  • Konrad Vogelsang: Alphabetisches Namensverzeichnis der Filmkomponisten, in: Filmmusik im Dritten Reich : eine Dokumentation, 2., vollständig überarbeitete und erweiterte Auflage, Pfaffenweiler: Centaurus-Verlagsgesellschaft, 1993, 235 p., ISBN 978-3890858005
  • Konrad Vogelsang: Alphabetisches Namensverzeichnis der Filmkomponisten, in: Filmmusik im Dritten Reich : Die Dokumentation, Hamburg: Facta Oblita, 1990, 319 p.
  • Franco Rossi, Michele Girardi: Indice Dei Nomi, in: Il teatro la Fenici : chronologia degli spettacoli 1938-1991, Venezia: Albrizzi Editore, 1992, 650 p., ISBN 88 317 5509 9
  • Wolfgang Suppan, Armin Suppan: Das Neue Lexikon des Blasmusikwesens, 4. Auflage, Freiburg-Tiengen, Blasmusikverlag Schulz GmbH, 1994, ISBN 3-923058-07-1
  • Wolfgang Suppan: Das neue Lexikon des Blasmusikwesens, 3. Auflage, Freiburg-Tiengen, Blasmusikverlag Schulz GmbH, 1988, ISBN 3-923058-04-7
  • Wolfgang Suppan: Lexikon des Blasmusikwesens, 2. eränzte und erweiterte Auflage, Freiburg-Tiengen, Blasmusikverlag Fritz Schulz, 1976
  • Paul E. Bierley, William H. Rehrig: The heritage encyclopedia of band music : composers and their music, Westerville, Ohio: Integrity Press, 1991, ISBN 0-918048-08-7
  • Giovanni Idonea, Domenico Danzuso: Indice Dei Nomi e Dei Titoli della Parte Storica e Delle Appendici, in: Musica, musicisti e teatri a Catania (dal mito alla cronaca), 3e edizione, Palermo: Publisicula Editrice, 1990, 660 p.
  • Franco Rossi, Michele Girardi: Indice Dei Nomi, in: Il teatro la Fenici : chronologia degli spettacoli 1792-1936, Venezia: Albrizzi Editore, 1989, 491 p.
  • Franco Mannino, Giuseppe Triggiani: Il melodramma nel mondo 1597-1987, Bari: Levante Editori-Bari, 1988, 378 p.
  • Gino dell'Ira: Indice Dei Nomi del Teatro Nuovo e Verdi, in: I teatri di Pisa (1773-1986), Pisa: Giardini Editori e Stampatori, 1987, 402 p.
  • Enrico Stinchelli: I grandi direttori d'orchestra, Rome: Gremese Editore, 1987
  • Lamberto Trezzini: Indice Dei Nomi, in: Due secoli di vita musicale storia del teatro comunale di Bologna, Seconda edizione, Nuova Alfa Editoriale, 1987, 362 p., ISBN 978-8877790026
  • Fiamma Nicolodi: Musica e musicisti nel ventennio fascista, Fiesole: Discanto Edizioni, 1984
  • Adriano Bassi: Riccardo Zandonai : tracce di vita, Poggibonsi: A. Lalli 1982. 206 S.
  • Franz Stieger: Opernlexikon : Teil IV, Nachträge. 1, Band, Tutzing, Hans Schneider Verlag, 1975-1983, 328 p., ISBN 3-7952-0354-6
  • Franz Stieger: Opernlexikon : Teil IV, Nachträge. 2, Band, Tutzing, Hans Schneider Verlag, 1975-1983, 530 p., ISBN 3-7982-0366-0
  • Bruno Cagnoli: Riccardo Zandonai a Carpegna, Rimini: B. Chigi (1982?). 46 S.
  • Bruno Cagnoli: Riccardo Zandonai, Trento: Societa di studi trentini di scienze storiche 1978. XII, 450 S.
  • John C.G. Waterhouse: Nuova Rivista Musicale Italiana. 15 (1981), S. 286-287.
  • Jeb H. Perry: Variety obits. An index to obituaries in Variety, 1905-1978, Metuchen, N.J.: Scarecrow Press, 1980, 311 p., ISBN 978-0810812895
  • Ermanno Comuzio: Film music lexicon, Amministrazione Provinciale di Pavia, 1980
  • Edilio Frassoni: Indice degli Interpreti, in: Due secoli di lirica a Genova, Vol. II (dal 1901 al 1960 e appendici fino al 1978), Genova: Cassa di Risprimio~ di Genova e Imperia, 1980, 654 p.
  • Gösta Morin, Carl-Allan Moberg, Einar Sundström: Sohlmans musiklexikon - 2. rev. och utvidgade uppl., Stockholm: Sohlman Förlag, 1975-1979, 5 v.
  • Gösta Morin, Carl-Allan Moberg, Einar Sundström: Sohlmans musiklexikon : nordiskt och allmänt upplagsverk för tonkonst, musikliv och dans, Stockholm: Sohlmans Förlag, (1951-)
  • Sante Zaccaria: Musica sacra in Italia dal 1925 al 1975, Padova: G. Zanibon, 1975
  • Paul Frank, Burchard Bulling, Florian Noetzel, Helmut Rosner: Kurzgefasstes Tonkünstler Lexikon - Zweiter Teil: Ergänzungen und Erweiterungen seit 1937, 15. Aufl., Wilhelmshaven: Heinrichshofen, Band 1: A-K. 1974. ISBN 3-7959-0083-2; Band 2: L-Z. 1976. ISBN 3-7959-0087-5
  • Paul Frank, Wilhelm Altmann: Kurzgefasstes Tonkünstler Lexikon : für Musiker und Freunde der Musik, Regensburg: Gustave Bosse, 1936, 730 p.
  • Giannotto Bastianelli: Riccardo Zandonai, Nuova Rivista Musicale Italiana. 6 (1972), S. 409-41 8.
  • Marc Honneger: Dictionnaire de la musique, Paris: Bordas, 1970-76
  • José Subira: Cien operas : autores personajes argumentos, Madrid: Editorial Prensa Espanola, 1967
  • Fred K. Prieberg: Lexikon der neuen Musik, Freiburg: K. Alber, 1958, 494 p.
  • Joaquín Pena, Higinio Anglés, Miguel Querol Gavalda: Diccionario de la Música LABOR, Barcelona: Editorial Labor, 1954, 2V, 2318P.
  • J. Walker McSpadden: Operas and musical comedies, New York: Thomas Y. Crowell, 1951
  • J. Walker McSpadden: Opera synopses, New York: Thomas Y. Crowell, 1935
  • Vittoria Bonajuti Tarquini: Riccardo Zandonai nel ricordo dei suoi intuni, Milano: Ricordi 1951. 283 S.
  • René Dumesnil: La musique contemporaine en France, Deuxieme edition, entirement refondue, Tome I, Paris: Libraire Armand Colin, 1949, 220 p.
  • Riccardo Zandonai - obituary, Opera News, Oct 2, 1944, p. 29
  • Carlo Schmidl: Dizionario universale dei musicisti : Supplemento, Milan: Sonzogno, 1938, 806 p.
  • Carlo Schmidl: Dizionario universale dei musicisti, Milan: Sonzogno, 1937, 2V p.
  • David Ewen: Composers of Today. - A Comprehensive Biographical and Critical Guide to Modern Composers of All Nations., New York: H. W. Wilson Company, 1934, 311 p.
  • Bramante Ligi: Indice Dei Nomi, in: La capelle musicale del duomo di Urbino, Roma: Edizioni "Psalterium", 1933, 368 p.
  • Pierre V. R. Key: Pierre Key's musical who's who - A biographical survey of contemporary musicians, New York: Pierre Key, 1931, 498 p.
  • Primo Festival Internazionale di Musica; Venezia 7-14 Settembre 1930 (VIII); Programma Ufficiale, Venezia: 1930, 63 p.
  • Tobias Norlind: Allmänt musiklexikon, Stockholm: Wahlström & Widstrand, 1927-28, 2V p.
  • Theodore Baker, Alfred Remy: Baker's biographical dictionary of musicians, Third edition, New York: G. Schirmer, 1919, 1094 p.
  • Alberto de Angelis: L'Italia musicale d'oggi : dizionario dei musicisti : con appendice, Rome: Ansonia, 1918, 373 p.