Richard Pryor

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Richard Pryor

Richard Franklin Lennox Thomas Pryor III (Peoria (Illinois), 1 december 1940Encino (Californië), 10 december 2005) was een Amerikaanse stand-upcomedian en acteur.

Als begaafd verteller slechtte hij vele barrières voor zwarte 'stand-upcomedians'. Hoewel hij herhaaldelijk kleurrijke taal gebruikte, vulgariteiten, zelfs raciale benamingen (zoals het politiek incorrecte "nigger"), bereikte hij een breed publiek met zijn scherpe waarnemingen. Pryor wordt gerekend onder de beste Amerikaanse stand-upcomedians.

Vroege carrière[bewerken]

Pryor begon als milde komiek in de traditie van Bill Cosby. De eerste vijf nummers op de in 2005 verschenen compilatie cd Evolution/Revolution: The Early Years (1966-1974), opgenomen in 1966 en 1967, laten dat eerste stadium horen. In september 1967 riep hij over de hoofden van het uitverkochte Aladdin Hotel in Las Vegas: "What the fuck am I doing here?" en liep van het toneel af. Hierna werd Pryor harder in zijn humor.

De succesjaren[bewerken]

In 1969 verhuisde Pryor naar Berkeley (Californië). In 1970 tekende hij voor het Laff-label en gaf zijn lp uit: Craps (After Hours). Kort daarna vertrok hij naar een groter label: Stax Records. Zijn derde album daar, That Nigger's Crazy, werd zijn grote doorbraak. Een langdurig conflict met Laff over de rechten van zijn opnames volgde.

Uiteindelijk zou Warner Bros zijn vaste label worden. Na een bezoek aan Afrika, in 1979, beloofde hij nooit meer het N-woord te zullen gebruiken. Motherfucker bleef wel een vaste term in zijn repertoire.

Pryor trad op in een groot aantal films: Lady Sings the Blues, The Mack, Uptown Saturday Night, Silver Streak, Which Way Is Up?, Car Wash, The Toy, Superman III, Brewster's Millions, Stir Crazy, Moving, See No Evil, Hear No Evil en Blue Collar. Vier films speelde hij naast Gene Wilder. Hij schreef mee aan Blazing Saddles onder regie van Mel Brooks met Gene Wilder in de hoofdrol. Hij zou de sheriff spelen in Blazing Saddles, maar de producers hadden problemen met zijn taalgebruik en Cleavon Little speelde die rol, hoewel Pryor nog steeds meeschreef aan het script.

Het cocaïne-incident[bewerken]

Op 1 juni 1980 zette Pryor zichzelf in brand bij het gebruiken van cocaïne. Hij gebruikte dit gegeven later in zijn "final" stand-up show "Richard Pryor Live On Sunset Strip" (1982). In een interview in 2005 met zijn vrouw en manager Jennifer Lee Pryor vertelde zij hoe hij in een door drugs veroorzaakte psychose zichzelf overgoot met rum en zichzelf aanstak. Pryor zelf gaf toe zelfmoord te hebben willen plegen.

Hij ging door met optreden en regisseerde een concertfilm, met bijbehorende cd Here And Now. "Jo Jo Dancer, Your Life Is Calling" is een soort autobiografie op film.

In 1986 maakte hij bekend multiple sclerose te hebben. In 1992 volgde een laatste serie optredens. Zijn allerlaatste filmrol was een bijrol in Lost Highway van David Lynch in 1997.

Laatste jaren[bewerken]

In zijn laatste jaren was Pryor veroordeeld tot een rolstoel vanwege zijn multiple sclerose. Eind 2004 beweerde zijn zus dat hij zijn stem verloor. Op 9 januari 2005 weerlegde hij deze verklaring in een bericht op zijn officiële website, waar hij verklaarde, "Sick of hearing this shit about me not talking... not true... good days, bad days... but I still am a talkin' motherfucker!".

Richard Pryor stierf ten gevolge van een hartstilstand op de leeftijd van 65 jaar.

Familie[bewerken]

Hij is familie van de Amerikaanse singer-songwriter Liv Warfield.

Prijzen[bewerken]

In 1998 won Pryor de eerste Mark Twain Prijs. In 2002 won hij een rechtszaak tegen platenmaatschappij Laff en hij kreeg de rechten terug op de daar liggende opnamen. In 2004 werd hij door Comedy Central uitgekozen tot de "Beste stand-upcomedian ooit".

Discografie[bewerken]

Compilaties[bewerken]

Filmografie[bewerken]

Externe links[bewerken]