Naar inhoud springen

Richard Robson

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Nobelprijswinnaar  Richard Robson
Richard Robson
Persoonlijke gegevens
Geboortedatum 4 juni 1937Bewerken op Wikidata
Geboorteplaats Glusburn
Academische achtergrond
Alma mater Universiteit van OxfordBewerken op Wikidata
Promotor John Alfred Barltrop
Wetenschappelijk werk
Vakgebied anorganische chemieBewerken op Wikidata
Nobelprijs voor Scheikunde
Jaar 2025
Samen met Susumu Kitagawa
Omar M. Yaghi
Voorganger(s) David Baker
Demis Hassabis
John Jumper
Portaal  Portaalicoon   Scheikunde

Richard Robson (Glusburn, 4 juni 1937) is een Brits-Australisch scheikundige en emeritus hoogleraar aan Universiteit van Melbourne. Zijn specialisatie is coördinatiechemie en dan met name metaal-organische raamwerken. In 2025 ontving hij samen met Susumu Kitagawa en Omar M. Yaghi de Nobelprijs voor Scheikunde voor de "ontwikkeling van metaal-organisch raamwerken (MOF's)".[1]

Robson studeerde scheikunde aan de Brasenose College in Oxford, waar hij in 1959 zijn bachelordiploma (BA) en aansluitend in 1962 een doctorstitel (DPhil) behaalde. Zijn doctoraalonderzoek, onder begeleiding van J.A. Barltrop in het Dyson Perrins-Laboratory, betrof de fotochemie van organische moleculen.

Zijn postdoc-onderzoek deed Robson aan het California Institute of Technology (1962-1964) en Stanford-universiteit (1964-1965). In 1966 aanvaarde hij een lectoraat scheikunde in Melbourne, waar hij de rest van zijn wetenschappelijk carrière aan verbonden zou blijven. In 2004 ging hij met pensioen.

Het baanbrekende onderzoek van Robson legde de fundamentele principes vast op het gebied van coördinatiepolymeren, met name raamwerken van oneindige polymeren - wat later "metal organic frameworks" werd genoemd. Zijn interesse in dit vakgebied ontstond in 1974 tijdens de bouw van houten schaalmodellen van kristallijne structuren voor eerstejaars scheikundecollege's.

In de jaren negentig creëerde Robson een nieuwe klasse van coördinatie polymeren die de basis vormde voor een volledig modern vakgebied binnen de scheikunde. Zijn innovatieve aanpak maakte gebruik van koper(I), dat een voorkeur heeft voor tetraëdrisch geometrie, in combinatie met een speciaal ontworpen tetranitril-organische ligand. Deze methode produceerde kristallijne roosters met een diamantachtige structuur maar met significante lege ruimtes binnen het raamwerk.

Zijn werk, dat daarna werd uitgebreid door Kitawaga en Yaghi, zou leiden tot de ontwikkeling van van wat men "metaal-organisch raamwerken" (MOF's) zouden gaan noemen; poreuze materialen die grote hoeveelheden gas of vloeistoffen kunnen absorberen.