Ridderzaal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Voor het algemene begrip, zie Ridderzaal (kasteel).
Ridderzaal
De Ridderzaal van het Binnenhof, Den Haag.jpg
Locatie Binnenhof, Den Haag
Coördinaten 52° 5′ NB, 4° 19′ OL
Detailkaart
Ridderzaal
Ridderzaal
Buitenzijde Ridderzaal
Buitenzijde Ridderzaal
De Ridderzaal in 1651
De Ridderzaal in 1651
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde

De Ridderzaal is een middeleeuwse zaal en gebouw midden op het Binnenhof in Den Haag.

Geschiedenis[bewerken]

De zaal was de feestzaal van het in de dertiende eeuw gebouwde grafelijke zalencomplex en werd de Grote of Hoge Zaal genoemd en is gebouwd door graaf Floris de Vijfde. Bij afwezigheid van de graven werd de zaal later alleen maar gebruikt als voorportaal van de Rolzaal waar het Hof van Holland zitting hield. In de tijd van de Republiek werd de zaal voor allerlei andere doeleinden gebruikt, zoals voor verkoop van boeken, wandelplaats, markt, winkelcentrum, wachtruimte voor de rechtbank, exercitieruimte en trekkingen van de Staatsloterij. Daarom werd hij ook wel Loterijzaal genoemd. De naam Ridderzaal is pas in de negentiende eeuw, onder invloed van de romantiek, in gebruik geraakt. In 1994 en 1995, tijdens de restauratie van haar eigen vergaderzaal, gebruikte de Eerste Kamer de Ridderzaal om te vergaderen.

Huidig gebruik[bewerken]

Sedert 1904 wordt in de Ridderzaal jaarlijks een Verenigde Vergadering der Staten-Generaal gehouden waarin de koning(in) de troonrede uitspreekt. Sinds 1848 (met onderbreking tijdens de Tweede Wereldoorlog) wordt daarmee op de derde dinsdag van september het parlementaire vergaderjaar geopend (Prinsjesdag).

Ook worden Nederlandse medaillewinnaars van Olympische Spelen hier na de Spelen gehuldigd en worden hun de versierselen behorende bij een ridderorde – doorgaans Ridder in de Orde van Oranje-Nassau – uitgereikt.

Restauraties[bewerken]

Ridderzaal met gietijzeren overspanning voor de restauratie, in gebruik als archief

De gevels van de Ridderzaal hebben een dikte van 1,20 meter. De kap heeft een vrije overspanning van 17,80 meter. De voet daarvan ligt op 26 meter hoogte en de lengte is 38 meter. In die tijd was dit een constructie die in Nederland niet werd geëvenaard en zich kon meten met de grootste zalen elders.

Er hebben meerdere restauraties plaatsgevonden, in 1806 al door architect Adriaan Noordendorp in opdracht van koning Lodewijk Napoleon. Het houten dak werd in 1860 onder leiding van Rijksbouwmeester Willem Nicolaas Rose afgebroken en vervangen door een gietijzeren neogotische constructie. Rose wilde zo de zaal zijn oorspronkelijke sierlijkheid teruggeven. Hij dacht namelijk dat de houten kap niet origineel kon zijn (wat wel begrijpelijk was, omdat de kap in zijn tijd ongeëvenaard groot was). Rose baseerde zich op diepgaand onderzoek naar de Ridderzaal. Daarbij liet hij zijn assistent Johannes Craner ook nauwkeurige opmetingstekeningen maken.

In 1904 werd de Ridderzaal weer in gebruik genomen na een grootscheepse restauratie onder leiding van Rijksbouwmeester Daniël Knuttel. Daarbij werd de zaal weer zeer getrouw in oude staat hersteld. De gietijzeren kapconstructie van Rose werd in 1904 vervangen door een replica van het originele houten dak uit de dertiende eeuw. Daarbij is dankbaar gebruikgemaakt van de tekeningen die Rose door Craner had laten maken. Enkele bijgebouwen die in de loop der tijd tegen de Hoge Zaal aan gebouwd waren werden afgebroken. Knuttel werd bijgestaan door een commissie. Een van de leden van die commissie, Rijksbouwmeester C.H. Peters, deed veel onderzoek naar de bouwgeschiedenis.

In 2005 werd de Ridderzaal gerenoveerd. De inrichting van de Ridderzaal ziet er nu grotendeels weer uit zoals die in 1904 bedoeld was. De provincievlaggen die in de Ridderzaal hingen zijn vervangen door wandkleden. Op Prinsjesdag 2006 (19 september) werd de zaal na de renovatie weer in gebruik genomen.

Tronen[bewerken]

De troon voor het staatshoofd is van architect P.J.H. Cuypers en dateert uit 1904. Er horen drie kleinere zetels (neventronen) bij voor de gemaal en de meerderjarige opvolgers van het staatshoofd. Tot 1964 waren dat de prinsessen Beatrix en Irene, daarna Beatrix en Margriet. In 1968 werd er een vierde neventroon bijgemaakt voor prinses Christina. Een van de neventronen was dus 'namaak' - welke dat was werd geheimgehouden. Sinds 2013 staat een van de neventronen weer in de zaal, voor koningin Máxima. De overige neventronen worden niet gebruikt en zijn opgeslagen in de Grafelijke Zalen.

Externe link[bewerken]