Riffijnen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Riffijnen
Riffijnen (geel) in Marokko
Riffijnen (geel) in Marokko
Totale bevolking ca. 6,5 miljoen
Verspreiding Vlag van Marokko Marokko 4.800.000
Vlag van Spanje Spanje 517.246
Vlag van Frankrijk Frankrijk 379.952
Vlag van Nederland Nederland 314.517
Vlag van België België 320.000
Vlag van Duitsland Duitsland 108.654
Vlag van Algerije Algerije ca. 10.000
Taal Tarifit (Riffijns)
Geloof Islam
Portaal  Portaalicoon   Landen & Volken
De Rif (oranje)
Al Hoceima in de Rif
De Rifgebergte vanuit Chefchaouen (De blauwe stad)
Nador in de Rif
Vlag van De Geconfedereerde Republiek van de Stammen van de Rif

Riffijnen zijn de bewoners van de Rifstreek in het noorden van Marokko, ze behoren tot de Imazighen. Het Rifgebergte meet 34.631 km² en is op het gebied van oppervlakte vergelijkbaar met een Europees land als Nederland. De Riffijnen spreken Riffijns, een variant van het Tamazight. Zij wisten kortstondig een Rif-Republiek te stichten onder leiding van vrijheidsstrijder Mohammed Abdelkrim El Khattabi ten tijde van de Rifoorlog (1921-1926).

Geschiedenis[bewerken]

Rifoorlog (1920-1926)[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Rifoorlog (1920) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Rifoorlog, ook wel de Tweede Marokkaanse oorlog, werd uitgevochten tussen Spanje (later bijgestaan door Frankrijk) en het Marokkaanse Rifgebergte (Riffijnen). Deze oorlog was een guerrillaoorlog, gericht op de onafhankelijkheid van het gebied. Mohammed Abdelkrim El Khattabi wist de stammen van de Rif te verenigen en leidde de strijd in de Spaanse Zone van Noord-Marokko. De Riffijnen kregen geen steun van de Arabische Marokkanen. In de strijd tegen de Riffijnen vonden volgens officiële cijfers 13.192 Spaanse soldaten de dood. Andere bronnen spreken over 19.000 doden onder de Spaanse gelederen.[1] Uiteindelijk werd er mosterdgas afkomstig uit Duitsland ingezet door de Spanjaarden en Fransen om de Riffijnen een vernietigende slag te brengen. De Riffijnen verloren hierna snel de oorlog omdat het gas ze grote verliezen bracht. Uit recente rapporten van Marokkaanse en Europese deskundigen blijkt dat van alle Marokkanen die aan kanker lijden 60% uit het Rifgebergte afkomstig is. Een nalatenschap van de Rifoorlog.[2]

Na de onafhankelijkheid van Marokko in 1956[bewerken]

Na de onafhankelijkheid van Marokko in (1956) slaagde de Istiqlal, Arabisch-nationalisten uit Fez, erin belangrijke posities te verwerven. De Riffijnen richtten al in 1954 het bevrijdingsleger ALN op, onder druk van de Istiqlal werd het ALN gedwongen om op te gaan in het nieuwe nationale leger van Marokko, de Forces Armee Royales (FAR). De Riffijnen, die door de Istiqlal als concurrenten en lastposten werden gezien, kregen het zwaar te verduren in het onafhankelijke Marokko. De lokale Riffijnse bestuurders werden vervangen door leden van de Istiqlal en de Riffijnen - die Tarifit en Spaans spraken - moesten Arabisch en Frans gaan spreken. De Riffijnen verzetten zich tegen de onderdrukking en er braken zo nu en dan opstandjes en gevechten uit tussen het ALN en aanhangers van de Istiqlal. De situatie van de Riffijnen verslechterde met de dag.

Opstand van 1958[bewerken]

Op 2 oktober 1958 sloeg de vlam in de pan, de oorzaak was de onderdrukking van de Riffijnen door het centrale Marokkaanse gezag - in de twee jaar na de onafhankelijkheid was de situatie in de Rif alleen maar verslechterd. De directe aanleiding echter was het overbrengen van het lichaam van een gesneuvelde ALN'er van Fez naar Ajdir in de Rif terwijl de regering deze verplaatsing verboden had. Een Istiqlal-bestuurder wilde het vervoer tegenhouden, hierop braken gevechten uit tussen ALN en Istiqlal. De onlusten breidden zich uit naar de hele Rif, deze opstand werd bekend onder de naam 'het jaar van de legerhelmen'. De Rif stuurde een 18 puntenprogramma naar de Marokkaanse koning met hun eisen; eigen lokale bestuurders, terugkeer van Abdelkrim Khattabi, vertrek van buitenlandse troepen en economische ontwikkeling van de Rif. Later zou dit 18 puntenprogramma afgedaan worden als zijnde tegen de monarchie en separatistisch. Koning Mohamed V reageerde in het geheel niet op de eisen van de Riffijnen en stuurde het leger onder leiding van kroonprins Hassan II en generaal Mohamed Oufkir naar de Rif. Wat volgde was een bloedige strijd waarin het leger slachtingen aanrichtte onder de Riffijnen, veel burgers en vrijwel alle leiders werden gedood, vrouwen werden verkracht en de oogst en waterputten vernield. Het exacte dodental is nooit vrijgegeven, maar het aantal doden wordt geschat in de duizenden. In januari 1959 had de FAR de Rif onder controle. Hierna was de Rif twee jaar lang een militaire zone en ook daarna bleef het leger sterk aanwezig.

Arbeidsmigratie naar Europa[bewerken]

Eind jaren zestig begonnen Europese landen arbeiders te werven uit Zuid-Europa en Noord-Afrika. Vanwege hun slechte economische positie, moegestreden in hun geboortestreek, stonden de Riffijnen wel open voor arbeidsmigratie en namen hun geschiedenis van onderdrukking mee. Hierdoor is een groot deel van de Marokkanen in Nederland van Riffijnse afkomst.

Opstand van 1984[bewerken]

Ook na 1960 deden zich in de Rif demonstraties voor, maar deze werden met harde hand neergeslagen. In 1984 kwam het weer tot grote onlusten. In dat jaar werden de voedselprijzen in Marokko sterk verhoogd wat leidde tot demonstraties van jongeren (vooral studenten) in het hele land. In de Rif - in Al Hoceima en Nador - was de strijd het hevigst. Veiligheidstroepen grepen hard in in de Rif, veel harder dan elders in Marokko, geschat wordt dat er zeker 200 Riffijnen de dood vonden en nog eens honderden gewond raakten. Koning Hassan II reageerde met de woorden: "Als de Wilden uit het Noorden Hassan vergeten zijn, dan herinnert hij ze aan 1959." Na 1984 werd het aantal militairen in de Rif nog verder opgeschroefd en het lokale beleid werd nog strenger - de kleinste overtreding kon al tot aanhouding leiden.

Achterstelling[bewerken]

De opstand van 1958 had grote gevolgen voor de Rif, het gebied werd sociaal-economisch achtergesteld en verloor al haar eigen lokale bestuurders. De relatie tussen de Riffijnen en het lokale en centrale bestuur was en is gespannen. Marokko heeft nauwelijks geïnvesteerd in de regio; de infrastructuur, scholen en ziekenhuizen dateren vaak nog uit de Spaanse tijd (1912 - 1956). Veel dorpjes hebben daardoor geen verharde wegen. Hier en daar hebben de bewoners de infrastructuur, het onderwijs en de gezondheidszorg zelf aangepakt, veelal met geld van migranten. De werkloosheid in de Rif is hoog, het gebied kent geen industrie. Pogingen om bedrijven in de Rif te starten worden door het gezag tegengewerkt, het is moeilijk om aan de benodigde vergunningen te komen en men wordt onder druk gezet om de onderneming in het zuiden te beginnen. Buiten de Rif is het voor Riffijnen moeilijk om een baan te vinden, Riffijnen zijn daardoor in alle sectoren ondervertegenwoordigd.

In het hedendaagse Marokko wordt de taal van de Riffijnen, het Tarifit (een dialect van het Tamazight), erkend.[bron?] Riffijnen zijn echter vaak niet op de hoogte van hun identiteit of hebben problemen met hun identiteit, waardoor ze prooi kunnen zijn voor extremisten, er is geen medium zoals een televisiekanaal, de Marokkaanse overheid gaat nog steeds door met het marginaliseren van het gebied, de arabisering van de bevolking gaat in een rap tempo voort.[bron?]

Naast (gedwongen) migratie zijn smokkel met de Spaanse enclave Melilla en het verbouwen van cannabis een van de belangrijkste manieren om aan geld te komen in de regio. Meer dan 30% van de Riffijnen is geëmigreerd (meestal naar Noord-Europa).

De vijandige houding van de Marokkaanse regering ten opzichte van de Rif blijkt duidelijk als zich rampen voordoen in het gebied, zoals bij de aardbevingen rond Al Hoceima in 1994 en 2004. Vanuit het binnenland kwam er nauwelijks hulp en buitenlandse hulpverleners werden tegengehouden. De meeste hulpgoederen bleven op het vliegveld en het leger was massaal aanwezig, het leger was er echter niet om de slachtoffers te helpen maar om de mensen in het gareel te houden. Na de aardbeving in 1994 maakte de Europese Unie geld vrij voor hulp aan en ontwikkeling van de Rif, dit geld is echter verdwenen en het is nooit duidelijk geworden waar het is gebleven.

Op 23 juli 1999 stierf Hassan II, die de Riffijnen jarenlang had achtergesteld, en werd zijn zoon Mohammed VI de koning van Marokko. Die brak rigoureus met het beleid van zijn vader en wilde de relatie met het noorden verbeteren. Tot nu toe zijn er tweebaanswegen aangelegd in de Rif evenals een spoorlijn die het in het Rifgebergte gelegen Nador verbindt met het hoofdnet alsook een snelweg van Fez naar Oujda die in 2011 is geopend voor het verkeer. Niettemin zijn er nog steeds tekenen van jarenlange achterstelling van het Rifgebied. Sommige dorpen zijn slecht te bereiken en hebben nauwelijks elektriciteit of stromend water; hier en daar staan paleisjes die de Europese Riffijnen hebben laten bouwen, maar verder is er weinig veranderd in deze dorpen sinds de Middeleeuwen. Tevens heerst er een zeer hoge werkloosheid in het Rifgebied. Veel Riffijnen leven van het geld dat familieleden in het buitenland jaarlijks overmaken. Begin 2013 werd bekend dat volgens een schatting van De Nederlandsche Bank Nederlandse Marokkanen jaarlijks 120 miljoen euro overmaken naar Marokko.[3] Ook verdient dit gebied geld aan de Europese Marokkanen die jaarlijks terugkeren naar de plek waar hun wortels liggen. Door de werkloosheid in het gebied hebben de Riffijnen hun toevlucht gezocht in de wietteelt. Met de wietteelt verdienen duizenden Riffijnen hun brood.

Abdelkrim El Khattabi[bewerken]

Mohammed Abdelkrim El Khattabi, de vrijheidsstrijder uit de jaren 1920 is nog een bekende figuur onder Berberse jongeren. In 2013 maakt Aicha El Khattabi haar wens kenbaar om het graf van haar vader, die nu in de Al Abbassia begraafplaats in Caïro te Egypte ligt begraven, naar Marokko te repatriëren. De kleinzoon van El Khattabi is tegen repatriëring, omdat volgens hem zijn grootvader niet de wens had om in Marokko begraven te worden. In hetzelfde jaar werden plannen bekendgemaakt om een museum te bouwen in Al Hoceima dat gewijd zal zijn aan de geschiedenis van het Rifgebied en aan Abdelkrim El Khattabi.[4]

Wetenswaardigheden[bewerken]

Volgens het boek Races of Europa van de Amerikaan Carleton S. Coon is het Rifgebergte een gebied waar gemengd (donker en licht) haar en ogen in een hoger percentage voorkomen dan op Sicilië, Sardinië en zelfs in Spanje, ook al is het klimaat er warmer.[5] In 2007 werd een Riffijns meisje door een toeriste voor Madeleine McCann aangezien. Dit liet veel journalisten afreizen naar de Rifstreek. Later werd bekend dat het ging om een 5-jarig blond meisje genaamd Bouchra Ahmed Ben Aissa in het pittoreske dorpje Zinat.[6]

Lijst Riffijnse stammen[bewerken]