Rifoorlog (1920)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Rifoorlog
Soort Guerrillaoorlog
Periode 1920-1926
Partijen Flag of the Republic of the Rif.svg Rif-Republiek  Vlag van Spanje Spanje
Vlag van Frankrijk Frankrijk Jbala Stammen
Leiders Mohammed Abdelkrim
El Khattabi
 
Vlag van Spanje Spanje

Felipe Navarro y
Ceballos-Escalera

Manuel Silvestre
Dámaso Berenguer
José Millán Astray
Miguel Primo de Rivera
José Sanjurjo

Vlag van Frankrijk Frankrijk
Philippe Pétain
Hubert Lyautey

Mulai Ahmed er Raisuni

Sterkte Schatting: 35.000 - 50.000, waarvan maximaal 20.000 gewapend  Spanje: 140.000 [1]

Frankrijk: 325.000[1]
Totaal: 465,000 soldaten[2]
+200 Gevechtsvliegtuigen

Verliezen 10.000 doden  Spanje: 23.000 doden. [3]

Frankrijk: 10.000 doden 8.500 gewonden

Plaats Rif (Marokko)
Casus belli Onafhankelijkheid
Uitkomst Overgave van de Riffijnen, nadat Spanje gebruik heeft gemaakt van mosterdgas
Gevolg Val van het Rif-Republiek, Mohammed Abdelkrim
El Khattabi
wordt als gevangenen genomen naar het Franse eiland Rebellion

De Rifoorlog, werd uitgevochten tussen Spanje (later bijgestaan door Frankrijk) en de Rif-Republiek. Deze oorlog was een guerrillaoorlog met als doel de onafhankelijkheid van het gebied. Mohammed Abdelkrim El Khattabi wist de Riffijnse stammen te verenigen en leidde de strijd in de Spaanse Zone van Noord-Marokko.

Verloop[bewerken]

In het eerste jaar was Abdelkrim Khattabi aan de winnende hand - hij versloeg de Spanjaarden bij de Slag om Annual en Monte Arruit. De Spanjaarden trokken zich terug in de enclaves Ceuta en Melilla, Noord-Marokko was in Riffijnse handen. Abdelkrim Khattabi riep de Rif-Republiek uit en probeerde via de Volkerenbond erkenning voor de republiek te krijgen maar dit mislukte. Abdelkrim Khattabi wilde vervolgens via politieke weg de Rif-Republiek tot stand brengen, maar de Spanjaarden sloegen terug met hulp van Frankrijk, onder leiding van maarschalk Philippe Pétain. De strijd duurde tot 1926, tijdens deze oorlog maakten Spanje en Frankrijk gebruik van door Duitsland geleverd gifgas. In totaal werd er zo'n 500 ton mosterdgas tegen de Riffijnen gebruikt. Er vielen vele doden en gewonden en de oogsten waren door het gif aangetast. De Riffijnen rekenden in eerste instantie nog op steun van de Fassi-elite uit Fez, maar zij lieten de Riffijnen aan hun lot over, bang als ze waren dat de Riffijnen te veel macht zouden krijgen. De Riffijnen kregen echter nooit macht in Marokko. Aangevallen door Frankrijk en Spanje, niet gesteund door de Marokkanen en met op de achtergrond veel doden en een dreigende hongersnood, moest Abdelkrim Khattabi zich overgeven. Met die overgave verloren de Riffijnen hun relatieve zelfstandigheid.

Zie ook[bewerken]