Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Rivm.jpg
Type agentschap (sinds 2003)
Opgericht 1934
Voorganger(s) Centraal Laboratorium voor de inspecteurs van de volksgezondheid,
Rijks-Serologisch Instituut
Hoofdkantoor Bilthoven
Valt onder Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Directeur prof. dr. ir. J. (Hans) Brug

prof. dr J. (Jaap) T. van Dissel (CIb)

Website https://www.rivm.nl/

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) is een kennis- en onderzoeksinstituut in Nederland, gericht op de bevordering van de volksgezondheid en een gezond en veilig leefmilieu. De kerntaken van het RIVM, die zowel in nationale als internationale context worden uitgevoerd, dienen als ondersteuning van het beleid van de Nederlandse overheid.

Taken[bewerken | brontekst bewerken]

  • Beleidsondersteuning
  • Nationale coördinatie
  • Preventie- en interventieprogramma's
  • Informatie aan professionals en burgers
  • Kennisontwikkeling en onderzoek
  • Ondersteuning aan inspecties

Het RIVM is mede verantwoordelijk voor een onafhankelijke en betrouwbare informatieverstrekking aan professionals en burgers, op het gebied van gezondheid, geneesmiddelen, milieu, voeding en veiligheid. Het doel hierbij is de wetenschappelijke kennis en kunde optimaal te benutten en toegankelijk te maken.

Organisatie[bewerken | brontekst bewerken]

Het instituut is volgens de Wet op het RIVM[1] een onafhankelijk agentschap: de directeur-generaal wordt benoemd door de minister van VWS (art. 2) en voor het onderzoeksprogramma moet overleg gepleegd worden met en goedkeuring verkregen worden van de drie ministers (art. 4), maar de minister van VWS mag niet vertellen hoe dat onderzoeksprogramma moet worden uitgevoerd (art. 5).

Vaste opdrachtgevers vanuit de overheid zijn:

Ook enkele inspecties en andere overheidsdiensten kunnen opdrachten verstrekken.

Het RIVM bestaat uit drie directies: de directie Infectieziektebestrijding, de directie Milieu en Veiligheid, en de directie Volksgezondheid en Zorg. Onder de directies vallen dertien kenniscentra.

Directie Infectieziektebestrijding[bewerken | brontekst bewerken]

Onder de directie Infectieziektebestrijding vallen de volgende kenniscentra:[2]

Directie Veiligheid en Milieu[bewerken | brontekst bewerken]

Onder de directie Veiligheid en Milieu vallen de volgende kenniscentra:

  • Centrum Veiligheid van Stoffen en Producten (VSP) - ondersteuning aan overheden over de beheersing van risico’s van chemische stoffen, producten en gentechnologie.
  • Centrum Duurzaamheid, Milieu en Gezondheid (DMG) - verduurzamen van de samenleving.
  • Centrum Milieukwaliteit (MIL) - monitoring van de milieucompartimenten bodem, grondwater en lucht.
  • Centrum Veiligheid (VLH) - ongevallen met chemische, biologische, radiologische, nucleaire agentia en ongevallen met een fysische achtergrond.

Directie Volksgezondheid en Zorg[bewerken | brontekst bewerken]

Onder de directie Volksgezondheid en Zorg vallen:

  • Centrum Gezondheid en Maatschappij (G&M) - ondersteuning met toepasbare kennis en informatie op het gebied van gezond leven, publieke gezondheid en gezondheidszorg.
  • Centrum Gezondheidsbescherming (GZB) - gezondheidseffecten en de risico’s voor de mens van chemische en biologische agentia.
  • Centrum Voeding, Preventie en Zorg (VPZ) - onderzoek tot het vóórkomen van belangrijke gezondheidsproblemen.
  • Centrum voor Bevolkingsonderzoek (CvB) - regisseert en coördineert de 8 landelijke door de overheid aangeboden bevolkingsonderzoeken en het Nationaal Programma Grieppreventie.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Het RIVM heeft een geschiedenis die teruggaat tot 1909. Het is in Utrecht aan de Catharijnesingel opgericht onder de naam Centraal Laboratorium ten behoeve van het Staatstoezicht en stond onder leiding van Charles Henri Ali Cohen.[3] De capaciteit was beperkt, terwijl het werkaanbod snel toenam: de Spaanse griep, levensmiddelenonderzoek, difterie, tuberculose, tyfus en syfilis, maar ook watervervuiling speelden al een rol.

Mede door de medische ontwikkelingen als gevolg van de Eerste Wereldoorlog werd in 1919 het Bacterio-Therapeutisch Instituut van hoogleraar Charles Henri Hubert Spronck door de overheid overgenomen. Na een gedeelde huisvesting werd dit inmiddels hernoemde Rijks-Serologisch Instituut in 1934 samengevoegd met het Centraal Laboratorium tot het Rijksinstituut voor de Volksgezondheid (RIV).

In de eerste helft van de jaren vijftig vond een uitbreiding van werkzaamheden plaats. Van een betrekkelijk klein onderzoeksinstituut met beperkte faciliteiten en activiteiten, werd het RIV een instelling die vrijwel geen beperkingen in zijn mogelijkheden kende.

In 1953 verhuisde het RIV naar zijn huidige locatie in Bilthoven. Deze was geschikt om voldoende ruimte aan het personeel, het werk én de proefdieren te bieden. Het werd groot opgezet zodat Nederland voor vaccins niet langer afhankelijk zou zijn van import en om eventueel, bij een oorlog met het Oostblok, voldoende sera en vaccins te kunnen fabriceren voor het militaire apparaat van de NAVO. In 1965 werkten er duizend mensen.

In de jaren vijftig en zestig werden grote successen geboekt in de ontwikkeling en productie van vaccins en de bestrijding van besmettelijke ziekten. De innovaties van de RIV-onderzoekers leidden tot voortdurende verbeteringen in het Rijksvaccinatieprogramma waardoor besmettelijke ziekten in Nederland onder controle zijn gekomen.

Vanaf de jaren zestig kreeg milieu-onderzoek een steeds belangrijker positie. In 1984 was er opnieuw een fusie. Door samenvoeging van het RIV, het Rijksinstituut voor Drinkwater-voorziening (RID) en de Stichting Verwijdering Afvalstoffen ontstond het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).

In 1986 ontstond in Tsjernobyl een nucleaire ramp in een kerncentrale, waarvan de effecten over de hele wereld merkbaar waren. De regering nam, als reactie op deze ramp en de gevolgen daarvan, het besluit om het RIVM, in het kader van kamerbesluit Nationaal Plan Kernongevallenbestrijding (NPK), de bevoegdheden en middelen te geven om op te treden bij kernongevallen. Het NPK werd in 1989 van kracht. Aansluitend hierop kreeg het RIVM ook de taak om bij andersoortige calamiteiten (chemisch, biologisch) te adviseren en nazorg te verlenen.

In 1988 verscheen het eerste integrale milieurapport Zorgen voor Morgen. In 1993 werd de eerste Volksgezondheid Toekomstverkenning (VTV) uitgebracht.

Op 1 januari 2003 zijn de vaccinactiviteiten van het RIVM afgezonderd en ondergebracht in het zelfstandige Nederlands Vaccin Instituut. Op diezelfde dag werd het RIVM een agentschap waardoor het een zelfstandige positie heeft binnen de rijksoverheid en in zijn bedrijfsvoering een baten-lastenstelsel hanteert.

Op 1 januari 2006 werden de milieu- en natuurverkennende activiteiten van het RIVM in een apart planbureau ondergebracht als gevolg van een kabinetsbesluit om beleidsondersteunende planbureaus verder uit te bouwen. Dit Milieu- en Natuurplanbureau ging in 2008 op in het PBL (Planbureau voor de Leefomgeving). Het PBL is bij wet onafhankelijk en werkt samen met de andere planbureaus, het CPB en het SCP, om de regering te adviseren op de terreinen milieu, natuur en ruimte.

Op 10 juni 2009 bezocht koningin Beatrix het RIVM in verband met het eeuwfeest van het instituut.

Per 1 januari 2011 zijn de publieke functies van het NVI terug ondergebracht bij het RIVM. Dit betreft de inkoop, opslag en distributie van vaccins ten behoeve van het Rijksvaccinatieprogramma, het Nationaal Programma Grieppreventie (NGP), het Nationaal Serum Depot (NSD) en overige nationale voorzieningen, zoals die ten behoeve van actie bij calamiteiten, alsook het onderzoek naar en ontwikkeling van vaccins. In het kader van de vermindering van het aantal ambtenaren bij de Rijksoverheid is het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC) vanaf 2011 overgedragen aan het UMC Utrecht.[4]

Internationaal[bewerken | brontekst bewerken]

Het RIVM neemt internationaal een sterke positie in. Het instituut is onderdeel van de netwerken die de Europese instellingen ondersteunen en heeft banden met veel internationale organisaties. De internationale activiteiten van het RIVM zijn onder te verdelen in werkzaamheden voor kennis en kwaliteit en werkzaamheden voor beleid en regelgeving.

Huisvesting[bewerken | brontekst bewerken]

Het Centraal Laboratorium ten behoeve van het Staatstoezicht en latere RIV was oorspronkelijk gevestigd aan de Catharijnesingel (Sterrenbos 1). Sinds 1953 is het RIVM gehuisvest aan de Antonie van Leeuwenhoeklaan in Bilthoven. Enkele administratieve afdelingen bleven in het kantoor aan de Sterrenbos 1.[5] Het oorspronkelijke gebouw aan de Catharijnesingel is in 1995 gesloopt. In 2014 is het terrein overgenomen van de overheid door Bilthoven Biologicals en werd het RIVM huurder. Vervolgens werd het terrein in 2016 overgenomen door Poonawalla Science Park BV en hernoemd in Utrecht Science Park/Bilthoven.

Het RIVM en het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) zullen naar verwachting in het najaar van 2021 verhuizen van de huidige campus in Bilthoven naar een achttien verdiepingen hoog gebouw op de Uithof in Utrecht. Het ontwerp is van Felix Claus Dick van Wageningen Architecten.

Directieraad[bewerken | brontekst bewerken]

Op 6 maart 2020 (gedurende de coronacrisis in Nederland) zaten de volgende directieleden in het bestuur van het RIVM:

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]