Rijksstad Weißenburg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Reichsstadt Weißenburg (de)
Land in het Heilige Roomse Rijk Wapen Heilige Roomse Rijk
1296 – 1803 Keurvorstendom Beieren 
Algemene gegevens
Hoofdstad Weißenburg
Oppervlakte 55 km² (ca. 1800)[1]
Bevolking 6500 (ca. 1800)[2]
Talen Duitse dialecten
Religie Rooms-katholiek
Lutheraans (vanaf 1530)
Politieke gegevens
Regeringsvorm Rijksstad
Rijksdag 1 stem op de Zwabische Bank in de Raad van Steden
Kreits Frankische Kreits

De Rijksstad Weißenburg was een tot de Frankische Kreits behorende rijksstad binnen het Heilige Roomse Rijk. De huidige naam is Weißenburg in Bayern en is niet te verwarren met de Elzassische rijksstad Wissembourg (in het Duits ook Weißenburg).

Op de plaats van een voormalig Romeins castellum blijkt in 867 een Frankische koningshof te bestaan, genaamd Uuizinburc. In 1188 werd Weißenburg nog burcht genoemd, maar in 1241 stad. Vanaf 1296 is het een rijksstad. Verpandingen bedreigden de zelfstandigheid van de rijksstad, zoals die in 1314 aan het bisdom Eichstätt en in 1325 aan de burggraaf van Neurenberg. De reformatie werd in 1530 ingevoerd.

In de Reichsdeputationshauptschluss van 25 februari 1803 wordt in paragraaf 2 de inlijving bij het keurvorstendom Beieren vastgesteld. Beieren stond de voormalige rijksstad per 1 januari 1804 af aan het Pruisische vorstendom Ansbach, zoals vastgelegd in het grensverdrag van Ansbach van 30 juni 1803. Dit was echter van korte duur, want in de conventie van Schönbrunn van 15 december 1805 stond de koning van Pruisen het vorstendom Ansbach en dus ook Weißenburg aan Frankrijk af, dat het vervolgens doorgaf aan de koning van Beieren.

Noten[bewerken]

  1. (en) P. H. Wilson (2004): From Reich to revolution: German history, 1558-1806, eerste druk, Palgrave Macmillan, Basingstoke, blz. 379
  2. Waarvan 3000 binnen en 3500 buiten de stadsmuren, (en) P. H. Wilson (2004): From Reich to revolution: German history, 1558-1806, eerste druk, Palgrave Macmillan, Basingstoke, blz. 379