Rijnland (Duitsland)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het Rijnland in 1905

Het Rijnland is de benaming van een niet scherp afgebakend gebied in Duitsland aan weerszijden van de Rijn. Het gebied is tegenwoordig gesitueerd in de deelstaten Noordrijn-Westfalen en Rijnland-Palts. Het westen van het belangrijke industriële Ruhrgebied ligt in het Rijnland.

Van 1822 tot 1946 vormde het als de Rijnprovincie een politieke entiteit in Pruisen. Oorspronkelijk was het gebied volgens de besluiten van het Congres van Wenen aan Pruisen toegewezen om een buffer tegen Frankrijk te creëren. De Rijnprovincie was, in tegenstelling tot de rest van het voornamelijk agrarische en conservatieve Luthers protestantse Pruisen, katholiek, liberaal, geïndustrialiseerd en verstedelijkt en moest van het aan Pruisen toegeschreven militarisme al helemaal niets hebben. De bewoners voelden zich dan ook nauwelijks Pruisen.

In het Verdrag van Versailles (1919) stond dat het Rijnland voor een periode van 15 jaar bezet werd door geallieerde troepen. Zo kon druk op Duitsland worden uitgeoefend om de bepalingen van het verdrag loyaal uit te voeren. De Fransen traden hard op, en bezetten in 1923, samen met de Belgen, ook het Ruhrgebied wegens een Duitse achterstand in de herstelbetalingen. Verder stak separatisme de kop op: men schoof de verloren oorlog in de schoenen van de door Pruisen gedomineerde centrale regering, en men wenste een onafhankelijk Rijnland. Van 1923 tot 1924 trachtte men daadwerkelijk een Rijnrepubliek te stichten.

In 1930 werd het gebied door de Fransen ontruimd. Duitsland diende zich te onthouden van het legeren van troepen. In 1935 volgde een volksstemming in het eveneens door Frankrijk bezette Saarland, dat zich enthousiast bij het inmiddels nationaal-socialistische Duitsland aansloot. Aangemoedigd door de ongesanctioneerde acties van Italië en Japan in respectievelijk Abessinië (Ethiopië) en China, herbezette Duitsland in strijd met het Verdrag van Locarno op zaterdag 7 maart 1936 het Rijnland.

De Duitse troepen telden welgeteld 19 bataljons (één enkele divisie), ondersteund door politie-eenheden en enkele vliegtuigen. De troepen bereikten om 11 uur 's ochtends de rechter Rijnoever, waarop 3 bataljons de Rijn overstaken. Slechts een klein deel van de troepen drong derhalve diep in het Rijnland door. De Fransen zouden hier 100 divisies tegenover kunnen stellen. De troepen hadden dan ook orders bij het minste teken van geallieerde weerstand rechtsomkeert te maken, wat uiteraard Hitler op zijn minst ernstig gezichtsverlies zou hebben bezorgd. Overigens was deze terugtocht geformuleerd als tactische terugtrekking, wat inhield dat Hitler wel degelijk de mogelijkheid van oorlog anticipeerde en accepteerde. De Fransen zouden hoe dan ook een honderdvoudige overmacht in het veld kunnen brengen.

Zowel de Volkenbond, de Britten als de Fransen reageerden echter lauw en slotsom was dat Hitler zijn gang kon gaan en zijn zin had bereikt.

De geallieerden hernamen het Rijnland in 1945, maar het werd niet opnieuw door de geallieerden aan Duitsland onttrokken. Wel werd de tot Pruisen behorende Rijnprovincie verdeeld over twee deelstaten, in het kader van de opdeling van Pruisen door de geallieerden. Nadien zou het gebied de economische en bestuurlijke ruggengraat van West-Duitsland worden, met het Ruhrgebied, Keulen, de hoofdstad Bonn, de agglomeratie-Frankfurt en de agglomeratie Ludwigshafen-Mannheim-Heidelberg als zwaartepunten. Het West-Duitse economisch-sociale model dat in Duitsland en grote delen van continentaal Europa in zwang kwam is naar het Rijnland genoemd: het Rijnlands model.

Zie ook[bewerken]