Rin Tin Tin

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De oorspronkelijke Rin Tin Tin in 1929

Rin Tin Tin (ook wel Rin-Tin-Tin of de oorspronkelijke Franse schrijfwijze Rintintin) is de naam die aan een reeks Duitse herders werd gegeven die de hoofdrol speelden in een langlopende filmreeks rond een hond die allerlei heldhaftige daden verrichtte.

Geschiedenis[bewerken]

De oorspronkelijke Rin Tin Tin (15 september 1918 - 10 augustus 1932) werd op 18 september 1918 (na het St Mihiel Offensief) door de Amerikaanse korporaal Lee Duncan, op doortocht in Flirey met het 135ste US Aerosquadron, nabij de Franse stad Toul in Lotharingen uit een gebombardeerde hondenkennel gehaald. Dus minder dan twee maanden voor het einde van de Eerste Wereldoorlog. Duncan trof er naar eigen zeggen in de platgebombardeerde ruïnes een teefje aan (die "Betty" geheten zou worden) met 5 pups. Ook weer naar eigen zeggen, zou hij z'n handen vol gehad hebben om de pups van het teefje te scheiden, zonder hierover ooit details te hebben gegeven en ook niet wat er met het teefje vervolgens gebeurde. De 5 pups zouden enkele dagen ervoor, dus tijdens het St Mihiel offensief, geboren zijn. Terug op de basis, mocht Duncan maar twee van de vijf pups houden van zijn oversten. De drie andere pups werden verdeeld onder officieren of andere manschappen, hierover zijn geen details bekend tenzij dat die drie pups niet meegegaan zijn naar de USA samen met de twee pups die Duncan wel mocht houden. De pups waar Duncan zich over ontfermde waren een wijfje en een mannetje, en hij gaf ze de namen Nén(n)ette en Rintintin. Nénettes en Rintintins waren gelukspopjes gemaakt van overschotjes van wol, gemaakt door Franse kinderen, die deze aan de Amerikaanse soldaten uitdeelden in 1918. Soldaten droegen deze poppetjes bij zich als geluksbrengers. Duncan is de herinnering van zijn officieren en mede-soldaten ingegaan als iemand die de pups zeer goed verzorgde en daardoor zelfs geïsoleerd geraakte van zijn troepkameraden - omdat de zorg voor de pups hem zoveel bezighield. Hij gaf zijn rantsoen ook uit om de pups in hun voeding te kunnen voorzien, dus mag men wel stellen dat hij het schaarse eten uit zijn mond spaarde voor zijn pups. Er bestaan een tweetal foto's van Rintintin en Nénette tussen de manschappen van het 135ste Aerosquadron en vermoedelijk zijn die gemaakt in mei 1919, vlak voordat de soldaten inscheepten voor de terugkeer naar de USA (omdat het de gewoonte was om een foto te maken van de afzwaaiende troepen). Nénette zit tussen de benen van een onbekende soldaat, Rintintin (die Duncan "Rinty" noemde) ligt los en ongedwongen (dus hij ligt daar graag) tussen de benen van Duncan in kleermakerszit. Omdat het na de oorlog niet de gewoonte was om dieren van het front mee te nemen naar het thuisland, heeft Duncan intens moeten bemiddelen om Nénette en Rintintin te laten inschepen samen met de huiswaarts kerende troepen. Zonder de steun van enkele officieren die inzagen wat de dieren voor Duncan betekenden, had dit dan ook niet gelukt. Nénette overleefde de overtocht helaas niet of amper, zij leek een pneumonie te hebben en is eraan bezweken. Duncan vestigde zich met Rintintin in Los Angeles, waar hij de hond verder trainde en perfectioneerde in vooral atletische opdrachten, zoals het springen over hoge obstakels, klimmen in bomen, springen uit hoogtes. Rintintin was wat te klein en te gedrongen om een showhond te kunnen zijn, maar hij bleek een indrukwekkend atletische springer en razendsnel, waardoor hij wedstrijden in die categorieën won. Rin Tin Tin trok na een optreden tijdens een dergelijke "performance" hondenshow de aandacht van filmproducer Charles Jones, die het dier wilde laten figureren in een films. Het is ook in die periode van onbekendheid dat Duncan, die nooit kon vermoeden dat Rintintin zo'n wereldster zou worden, minstens driemaal in een lokaal interview heeft uitgelegd hoe hij Rintintin heeft gevonden in Frankrijk. Volgens deze eerste interviews waren Rintintin en Nénette, samen met andere pups, de pupjes van een gewonde herdershond die het 135ste inderdaad had gevonden op hun verkenningsdoortocht door Flirey (dus onmiddellijk na het St Mihiel offensief). Deze gewonde hond werd later op de thuisbasis van Toul samen gebracht hebben met "Betty", een vrouwelijke herdershond die Duncan's kapitein C. Bryant in België had gevonden. Dat zou ook kunnen verklaren waarom Duncan niet alle pups mocht houden maar moest verdelen onder de officieren. Het feit dat Rintintin en de overige pups na de oorlog zijn geboren, op de luchthaven van Toul, en verhuisden naar Tresses voor ze inscheepten naar de USA, betekent ook dat Rintintin niet geboren kan zijn tijdens het St Mihiel offensief. Auteur S. Orlean is ervan overtuigd dat Rintintin onmogelijk tijdens dit St Mihiel offensief geboren kan zijn. Daarvoor zijn er teveel inconsistenties in wat Duncan verteld heeft voor en nadat Rintintin een wereldster werd. Zo vertelde Duncan dat hij een luitenant-piloot was en dat Rintintin hem vergezelde op een dertigtal vluchten boven het slagveld. Eén van de vluchten zou zelfs 4 uur geduurd hebben, waarbij hij en Rintintin constant onder vuur lagen. In werkelijkheid was Duncan een korporaal van het 135ste US Aerosquadron die instond voor de munitie toelevering van de tweedekkers, en heeft hij waarschijnlijk één maal mogen meevliegen, uitgerekend de dag dat ze de gewonde herdershond hebben gevonden in of nabij Flirey. Maar zo is ook de stand van de oren van Rintintin en Nénette op de groepsfoto van het squadron van mei 1919 veelzeggend: Duitse herderpups kunnen de oren pas oprichten tussen de 5de à 6de levensmaand. Nénette heeft behoorlijk rechtopstaande oren, maar Rintintin heeft nog beduidend "floppy" oren. Dat betekent dat de pups in mei 1919 tussen de 5 à 6 maanden oud zijn en zij dus in januari 1919 of ten vroegste ergens in december 1918 geboren zijn. Een andere inconsistentie is dat Duncan het heeft over de eerste sneeuw in september en hoe hij de pups hiervoor moet beschutten. Sneeuw in september in het noorden van Frankrijk is erg ongewoon of zelfs onbestaand, sneeuw in september wordt dan ook in geen enkel militair logboek van 1918 vermeld. De officieren rapporteren over "de herfst hangt in de lucht", en regen en mist, maar nergens wordt melding gemaakt van sneeuwval. De eerste sneeuw begint pas eind november te vallen op sommige plekken, en wordt wel duidelijk vermeld op 3 december 1918. Duncan zal dus met hoge waarschijnlijkheid zijn pups tegen de sneeuw beschermd hebben, alleen was dat in december en niet in september 1918.

Rin Tin Tin debuteerde in "The Man From Hell's River" (1922), waar hij werd gecast als een wolf. Deze toewijzing gebeurde vrij toevallig, omdat het de bedoeling was om wel degelijk met een echte wolf de scènes te draaien. Maar de getemde wolf dreef de producer bijna tot wanhoop, omdat de scènes maar niet ingeblikt geraakten. Duncan die quasi dagelijks de studios bezocht om zijn hond te mogen voorstellen, mocht op auditie gaan met Rintintin. Rintintin begreep al na één take wat van hem verwacht werd en dat is wat de producers zochten. Rintintin zou geregeld in de rol van wolf of hybride wolfshond getypecast worden tijdens deze vroege jaren. Hij werd de best betaalde filmster van Hollywood dankzij rollen zoals "Where the North Begins" (1922), waarin hij de hoofdrol speelde. Films met een heldhaftige hond in de hoofdrol, bestonden al sedert 1921 Strongheart, maar Rin Tin Tin oversteeg Etzel von Öringen (ofte Strongheart) in populariteit omdat Etzel maar 6 films en Rintintin 28 films heeft gemaakt. Door zijn immense populariteit heeft Rintintin Warner Brothers verschillende keren van het faillissement gered. Toen in mei 1929 de allereerste Academy Awards (Oscars) werden uitgereikt, kreeg Rintintin na zijn nominatie de meeste stemmen voor "Best Actor". Omdat de Academy Award uitreikende commissie vreesde dat het toekennen van het beeldje aan een hond de ernst van het nieuwe en prestigieuze gebeuren zou ondermijnen, kreeg een mens (Emil Jannings) de prijs voor beste mannelijke acteur in 1929. Maar dat nam niet weg dat Rintintin leefde als een steracteur zonder kapsones. Hij had zijn eigen hotelsuite, at steak klaargemaakt door zijn persoonlijke chef, er speelde klassieke muziek terwijl hij at, hij had zijn eigen limo, een halsband bezet met diamanten en een vrouw Nannette. Alhoewel hij vooral in stomme films figureerde, heeft hij ook in vier geluidsfilms meegespeeld. Tussen 1930 en 1955 werden er ook drie verschillende radioseries rond het dier gemaakt, waarbij Rin Tin Tin tot zijn dood (in 1932) zelf voor de geluidseffecten zorgde.

Rin Tin Tin was tijdens het interbellum zo'n populaire filmster dat hij tot 20.000 fanbrieven per week ontving, die hij allemaal beantwoordde met een gesigneerde foto en een pootafdruk. Hij verdiende ongeveer 1.000 $ per week en zo'n 5 miljoen dollar over zijn hele carrière. Dat was tot driemaal meer dan wat humane steracteurs uit zijn tijd verdienden. Samen met Strongheart en Lassie, is Rintintin één van de enige drie honden die een ster op de Hollywood Walk of Fame kregen (in 1960). Maar in 1929 - het jaar van de Wall Street Crash - begon zijn carriére te tanen. Warner Bros Studios die verschillende keren door Rintintin van het faillissement werden gered, stopten het contract met hun reddende engel. Rintintin werd verplicht om in serials op te treden om nog iet of wat aan inkomsten te kunnen verkrijgen. Duncan samen met vele andere rijken, leed zo erg onder de gevolgen van de financiële crisis van 1930, dat hij feitelijk failliet werd verklaard twee maanden voor Rintintin's dood. Tot overmaat van ramp stierf Rintintin op 10 augustus 1932 - op 14-jarige leeftijd - waarschijnlijk in de armen van overbuurvrouw Jean Harlow). Maar net zoals rond zijn geboorte, hangt er ook rond zijn dood een zweem van onduidelijkheid... De bankroete Duncan begroef Rintintin in zijn tuin en plaatste een houten kruis op zijn graf, en liet een foto maken van dit graf waarop Rintintin II, zijn zoon, ligt te treuren. Maar toen Duncan ook zijn huis moest verkopen, regelde hij in alle stilte dat Rintintin zou herbegraven worden in zijn geboorteland Frankrijk op het befaamde dierenkerkhof van Asnières-sur-Seine huisdierenbegraafplaats boven Parijs in het district Saint Denis. Rintintin en zijn vrouw Nanette hebben in totaal voor 48 pups gezorgd. De afstammelingen van Rintintin zetten tot de dag vandaag de bloedlijn verder en zetten tevens onder dezelfde naam nog jaren de film- en seriereeksen verder. Van 1954 tot 1959 liep op de Amerikaanse televisiezender ABC een televisiereeks rond Rintintin.

Duncan stierf in 1960, en de rechten op Rintintin gingen naar TV producer Herbert B. "Bert" Leonard, die verdere vervolgseries op Rintintin maakte zoals de 1988–1993 Canadese TV show "Katts and Dog" die Rin Tin Tin werd genoemd of K-9 Cop in de verenigde staten en Rintintin Junior in Frankrijk. Leonard stierf in 2006, en zijn advocaat James Tierney draaide in 2007 de kinderfilm "Finding Rin Tin Tin", een Amerikaans–Bulgaarse co-productie gebaseerd op Duncan's verhaal van hoe hij Rintintin heeft gevonden op het slagveld in Frankrijk. Ondertussen verzamelde de Texaanse Jannettia Propps Brodsgaard Rin Tin Tin memorabilia. Zij had ook pups uit de Rintintin bloedlijn gekocht bij Duncan in 1957, om zo de bloedlijn van Rintintin te verzekeren. Daphne Hereford, Brodgaards kleindochter, werkte verder aan de bloedlijn vanaf 1988 tot 2011 en claimde Rintintin als registered trademark (in 1993), want Duncan had dat nooit gedaan. Ze kocht de domeinnamen "rintintin.com" en "rintintin.net". Hereford's dochter Dorothy Yanchak zet vandaag de Rintintin traditie verder. Rin Tin Tin XII dog en eigendom van Yanchak vertegenwoordigt zijn wereldberoemde voorouder in publieke evenementen.

Controversie[bewerken]

Waarom Duncan (waarschijnlijk) een verhaal verzon rond de geboorte (en misschien ook de dood van Rintintin), heeft te maken met de tijdsgeest van toen. Grote concurrent Etzel von Öringen (Strongheart) ging Rintintin twee jaar vooraf in diens carrière als eerste belangrijke canine filmster en Etzel was een "echte" oorlogshond. Etzel was een Berlijnse politiehond die als Rode Kruishond werd ingezet aan het front en 2 jaar na de oorlog door zijn eigenaar R. Niedhart werd verkocht aan een Amerikaanse kennel (White Plains, New Jersey). Door zijn actieve loopbaan aan het front en zijn training om "eigen" mensen te onderscheiden van "vijandige", leek het alsof Etzel daadwerkelijk kon acteren in de films van Laurence Trumble (Vitagraph studios), de eigenaar van wijlen de Border Collie Jean (1912). Het kan dus de onderliggende motivatie zijn geweest om van Rintintin ook een oorlogshond te maken, zodat hij met dezelfde geloofsbrieven de rol van held kon vertolken in de (oorlogs)films van Warner Bros Studios. Sowieso was de druk groot om in de twintiger jaren met "opvallende" of indrukwekkende honden op de voorgrond te treden, want opkomende steracteurs zoals Charlie Chaplin, Laurel & Hardy begonnen zo vroeg als in 1918 honden belangrijke bijrollen te geven in hun films.

Invloed[bewerken]

  • Alhoewel Rin Tin Tin niet de eerste heldhaftige of beroemde filmhond was (die eer gaat naar de BritseBlair (1905), de Amerikaanse Jean (1912) en Strongheart (1921)), maakten andere studio's als reactie op het succes van het dier ook filmreeksen rond heldhaftige honden, zoals Ace the Wonder Dog, Benji, Lassie en Old Yeller.
  • De striphond Rataplan uit Lucky Luke is bedoeld als tegenpool van Rin Tin Tin. Striptekenaar Morris vond de figuur van Rin Tin Tin als slimme, heldhaftige hond zo belachelijk en ongeloofwaardig, dat hij de dwaze, blunderende Rataplan bedacht.
  • In het Nerostripalbum Het Geheim van Matsuoka (1947) lanceert slechterik Matsuoka een speciaal soort bier met hallucinogene werking. Op zeker moment lekt dit bier op de snelweg waarna een hond het opdrinkt en zich prompt Rin Tin Tin waant.

Films met de originele hond die Rin Tin Tin speelde[bewerken]

  • "Man from Hell's River" (1922)
  • "Where the North Begins" (1923)
  • "Shadows of the North" (1923)
  • "The Lighthouse by the Sea" (1924)
  • "Clash of the Wolves" (1925)
  • "The Night Cry" (1926)
  • "While London Sleeps" (1926)
  • "Hills of Kentucky" (1927)
  • "Tracked by the Police" (1927)
  • "A Race for Life" (1928)
  • "Jaws of Steel" (1928)
  • "The Million Dollar Collar" (1929)
  • "A Dog of the Regiment" (1929)
  • "Tiger Rose" (1929)
  • "The Lightning Warrior" (1931)

Externe link[bewerken]