Rita Süssmuth
| Rita Süssmuth | ||
|---|---|---|
| Algemene informatie | ||
| Geboortenaam | Rita Kickuth | |
| Geboortedatum | 17 februari 1937 | |
| Geboorteplaats | Wuppertal | |
| Overlijdensdatum | 1 februari 2026 | |
| Overlijdensplaats | Neuss | |
| Werk | ||
| Beroep | politicus,[1][2] academisch docent,[2] socioloog, psycholoog, pedagoog[2] | |
| Werkgever(s) | Technische Universiteit Dortmund, Ruhr-Universität Bochum | |
| Werkplaats | Bonn, Neuss | |
| Functies | lid van de Duitse Bondsdag, voorzitter van de Bondsdag, Federal Minister for Education, Family Affairs, Senior Citizens, Women and Youth, vervangend lid van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa, lid van de Duitse Bondsdag, lid van de Duitse Bondsdag, lid van de Duitse Bondsdag | |
| Studie | ||
| School/ |
Eberhard-Karls-Universiteit, Universiteit van Münster, Emsland Gymnasium | |
| Politiek | ||
| Politieke partij | Christlich Demokratische Union Deutschlands | |
| Familie | ||
| Echtgenoot | Hans Süssmuth | |
| Persoonlijk | ||
| Talen | Duits, Frans | |
| Moedertaal | Duits | |
| Diversen | ||
| Lid van | Limbach Commission | |
| Deelnemer aan | Duitse presidentsverkiezing 1999 | |
| Prijzen en onderscheidingen | Orde van Verdienste van de deelstaat Noordrijn-Westfalen (2011), Lower Saxony honorary medal (2007), Otto von der Gablentzprijs (2009), Magnus Hirschfeldmedaille (2006), honorary doctor of Ben-Gurion University (1998), Grand Cross 1st class of the Order of Merit of the Federal Republic of Germany (1990), Grand Cross of the Order of Prince Henry (1998),[3] Theodor Heuss Award (2007),[4] Reminders Day Award (2007), Bambi (1988), Viadrina Award (2008), Edith Stein Award (2013), Leibniz-Ring-Hannover (2014), Reinhard Mohn Prize (2015), Winfried Award (2015), Orde van Verdienste van het Land Brandenburg (2016), Humanismus prize (2018), Kulturgroschen (2000),[5] Ehrenring des Rheinlandes (29 oktober 2019),[6] honorary doctor of Rzeszów University (2018), honorary doctor of the University of Augsburg (2002), honorary doctor of the Ruhr University Bochum (1990), honorary doctor of Johns Hopkins University (1998), honorary doctor of the Sorbonne Nouvelle University (1996),[7][8] Order of Stara Planina without swords, 1st class (1997) | |
| De informatie in deze infobox is afkomstig van Wikidata. U kunt die informatie bewerken. | ||
Rita Süssmuth, geboren als Rita Kickuth, (Wuppertal, 17 februari 1937 – Neuss, 1 februari 2026[9]) was een Duitse politica (CDU). Van 1988 tot 1998 was zij voorzitster van de Bondsdag.
Leven
[bewerken | brontekst bewerken]Ze werd als dochter van een leraar geboren. Nadat ze haar eindexamen in 1956 in Rheine (Westfalen) behaalde, studeerde ze Romaans en Geschiedenis aan de universiteiten van Münster, Tübingen en Parijs. In Münster legde ze een staatsexamen voor lesgeven aan een gymnasium af en studeerde ze verder (postgraduaat) in Opvoedingswetenschappen, Sociologie en Psychologie. In 1964 promoveerde ze aan de universiteit van Münster tot doctor met haar thesis over "Studien zur Anthropologie des Kindes in der französischen Literatur der Gegenwart".
In 1964 huwde ze met de historicus professor dr. Hans Süssmuth. Uit het huwelijk werd later een dochter geboren.
In de periode van 1963 tot 1966 werkte ze als wetenschappelijk assistente aan de hogescholen van Stuttgart en Osnabrück waarna ze in 1966 docente wordt aan de Pädagogische Hochschule Ruhr (Bochum). Van 1969 tot 1982 werkte ze als wetenschappelijk adviseur en hoogleraar aan de Ruhr-Universität Bochum in het vakgebied "Internationale Vergelijkende Opvoedingswetenschap". In 1971 werd ze ook tot gewoon hoogleraar voor opvoedingswetenschappen aan de Pädagogischen Hochschule Ruhr benoemd, en in 1980 verkreeg ze dezelfde benoeming aan de Universiteit Dortmund.
Van 1982 tot 1985 was ze directrice van het instituut "Frau und Gesellschaft" in Hannover.
In de periode 1971 tot 1985 was ze lid van de "Wetenschappelijke Raad voor Familievragen" bij het bondsministerie voor Jeugd, Familie en Gezondheid.
Van 1980 tot 1985 was ze vicevoorzitster van de "Familienbund der Deutschen Katholiken", van 1979 tot 1991 lid van het "Zentralkomitee der Deutschen Katholiken".
Ze woonde in Neuss.
Partij en bondsdagslid
[bewerken | brontekst bewerken]Rita Süssmuth was sinds 1981 lid van de CDU. In 1986 werd ze bondsvoorzitster van de CDU-vrouwenvereniging, later "Frauen-Union" en van 1986 tot 1998 was ze lid van het nationaal bestuur, waar ze plaatsvervangend partijvoorzitter was. In 1998, na de zwakke resultaten van de CDU bij de verkiezingen stelde ze zich, om tegemoet te komen aan de interne eis om vernieuwing en verjonging van de partij, niet meer kandidaat voor een functie binnen het bestuur.
Bij de verkiezingen voor de 13e Bondsdag in 1987 werd ze in het kiesdistrict Göttingen (kiesdistrict 49) rechtstreeks verkozen (directmandaat). Bij de bondsdagsverkiezingen van 1998 kon Süssmuth haar directmandat in Göttingen niet behouden, maar kwam toch in de 14e Bondsdag via de eerste plaats op de deelstaatlijst van Nedersaksen. Zij was niet meer in de 15de Bondsdag (verkozen in 2002) vertegenwoordigd.
Ambten
[bewerken | brontekst bewerken]Minister
[bewerken | brontekst bewerken]Op 26 september 1985 werd ze, als opvolger van Heiner Geißler, bondsminister voor Jeugd, Familie en Gezondheid in de bondsregering onder leiding van Helmut Kohl. Het ressort werd op 5 juni 1986 met de speciale bevoegdheid voor vrouwenzaken verbreed tot jeugd, familie, vrouwen en gezondheid.
Zelf zag ze het gebied "gezondheid" als het centraal thema van haar ministerwerk, en propageerde hiervoor een zo breed mogelijk begrip, dat verder ging dan het behandelen van ziektes, maar oog had voor preventie in alle aspecten van het leven.
Tegen de opvattingen van haar partij in verzette ze zich tegen het afschaffen van de terugbetaling van abortus door de ziektekostenverzekering.
Haar houding inzake de omgang met aids was omstreden. Deze immuunziekte kreeg in de periode dat ze minister voor Gezondheid was bekendheid. Zij werd ervoor bekritiseerd dat ze medicamenten die op basis van niet op HIV gecontroleerd bloed gemaakt waren niet uit de handel liet nemen. Talrijke mensen, in het bijzonder hemofilie-patiënten kregen besmette medicamenten, en werden hierdoor met aids besmet. Velen stierven aan de gevolgen. Gedetailleerde getallen zijn niet bekend, maar een bericht in Der Spiegel van 1987 (nummer 41) noemt een schatting van 1500 tot 2200 hemofilie-patiënten die via bloedplasma zouden besmet zijn. Hiertegenover staat dat ze het gebruik van condooms om de verspreiding van aids tegen te gaan propageerde, wat tegen de toenmalige opvattingen van de partij in was.
Bondsdagspresidente
[bewerken | brontekst bewerken]Nadat de bondsdagspresident Philipp Jenninger op 10 november 1988 wegens een misverstane passage in een redevoering ontslag genomen had, werd Rita Süssmuth op 25 november 1988 als opvolgster verkozen. Hierop legde ze haar ministerambt neer.
In de constituerende zitting (1990) van de eerste bondsdagvergadering na de Duitse hereniging werd ze met meer dan 80% van de stemmen herkozen.
In maart 1991 haalde Rita Süssmuth wegens de "Dienstwagen-Affaire" de voorpagina's van de kranten. Het bleek dat haar man haar dienstwagen gebruikte. De nestoren van de Bondsdag stelden evenwel vast dat men haar niets kon verwijten.
In 1996 kwam ze weer wegens een "affaire" in het tabloid-nieuws. Dit keer zou ze de "Flugbereitschaft der Bundeswehr" voor privé bezoeken bij haar dochter in Zürich gebruikt hebben. Ook hier konden de nestoren, na onderzoek, geen fouten vaststellen.
In 1998 werd de SPD de grootste partij in de Bondsdag, en werd Wolfgang Thierse op 26 oktober de nieuwe bondsdagspresident.
Andere functies
[bewerken | brontekst bewerken]Rita Süssmuth was, naast haar activiteiten als hoogleraar, volksvertegenwoordiger, minister en bondsdagspresidente, actief in verschillende officiële en semi-officiële commissies, raden en organisaties.
Zo was ze in 1977 lid van de derde, door de bondsregering ingezette, "Familienberichtskommission", in 1984 van de zevende "Jugendberichtskommission".
Sinds 1988 was ze voorzitster van het "Deutsche Volkshochschulverband",
Van 2000 tot 2003 was ze vicevoorzitster van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE); in deze functie leidde ze in december 2003 het team dat de verkiezingen voor de Doema van de Russische Federatie observeerde.
Politiek opgemerkt is haar voorzitterschap van de zogenoemde commissie "Zuwanderung" van september 2001 tot juli 2002. Deze 21 leden tellende commissie werd door Otto Schily (SPD), minister van binnenlandse zaken van de rood-groene (SPD-Bündnis 90/Die Grünen) bondsregering onder leiding van Gerhard Schröder opgericht om de immigratie-politiek te bespreken en voorstellen voor een sturing van de immigratie ter zake te doen. De benoeming van Süssmuth, feitelijk lid van de oppositie, tot voorzitster werd door velen gepercipieerd als een signaal van de regering dat men tot een brede consensus wilde komen. Binnen eigen partij, die toen bijna alle samenwerking met de regering weigerde, werd haar dit niet door allen in dank afgenomen. Het later door Schily voorgelegde wetsontwerp nam in ruime mate de voorstellen van de commissie over: de immigratie moet zich voornamelijk naar de behoefte van de arbeidsmarkt richten, de integratie van migranten moet verbeterd worden, en het vreemdelingenrecht moet vereenvoudigd worden. De wet werd goedgekeurd en op 20 juni 2002 door bondspresident Johannes Rau ondertekend.
Standpunten
[bewerken | brontekst bewerken]Rita Süssmuth behoorde binnen haar partij tot de progressieve vleugel, en nam vaak standpunten in die afweken of voorliepen op de partijlijn. In het bijzonder zette ze zich in voor de gelijkberechtiging van de vrouw.
Kritiek van de eigen partij kreeg ze onder meer wegens haar voorstel om verkrachting binnen het huwelijk strafbaar te stellen, en wegens haar liberale opvattingen inzake verdovende middelen.
Haar standpunten inzake abortus stonden vaak lijnrecht tegenover de officiële, kerkelijk geïnspireerde opvattingen van de CDU of CSU. Zo stelde zij in 1990 in de discussie rond paragraaf 218 van het strafwetboek (dat abortus strafbaar stelde) een eigen "derde weg" voor die een combinatie vormde tussen de strafvrijheid van abortus bij medische indicatie en de strafvrijheid van abortus voor een bepaalde zwangerschapsweek. Haar standpunt dat "de laatste beslissing bij de vrouw ligt" stoot binnen haar politieke stroming op veel weerstand en kritiek.
In 1996 stelde ze voor om binnen de partij vrouwen-quota in te voeren. Zo zouden raden, besturen, commissies en verkiezingslijsten verplicht een zeker percentage vrouwen moeten hebben; een grote meerderheid van haar overwegend mannelijke partijleden verzette zich hier tegen.
Eerbetuigingen
[bewerken | brontekst bewerken]Rita Süssmuth ontving eredoctoraten van de universiteiten van Hildesheim (1988), Bochum (1990), Weliko Tarnowo (Bulgarije) (1994), Université Sorbonne-Nouvelle (Parijs), Augsburg, evenals van de Johns Hopkins-universiteit in Baltimore (1998) en van de Ben-Gurion-Universiteit in Beër Sjeva (1998).
In 1997 ontving ze de Avicenna-Goud-Medaille van de UNESCO.
- ↑ pace.coe.int; PACE-identificatiecode voor lid: 4192; geraadpleegd op: 20 april 2022.
- 1 2 3 Catalogus van de Nationale Bibliotheek van Duitsland; geraadpleegd op: 1 februari 2026; GND-identificatiecode: 118992872.
- ↑ ENTIDADES ESTRANGEIRAS AGRACIADAS COM ORDENS PORTUGUESAS. Geraadpleegd op 4 februari 2026.
- ↑ Rita Süssmuth. Geraadpleegd op 16 juni 2018.
- ↑ Kulturpolitikpreis. German Cultural Council. Geraadpleegd op 5 april 2019.
- ↑ https://www.lvr.de/de/nav_main/derlvr/presse_1/pressemeldungen/press_report_211137.jsp; geraadpleegd op: 30 oktober 2019.
- ↑ http://legifrance.gouv.fr/affichTexte.do?cidTexte=JORFTEXT000000556633; Journal Officiel de la République Française.
- ↑ Les docteurs Honoris Causa de la Sorbonne Nouvelle. University of Paris III: Sorbonne Nouvelle. Geraadpleegd op 24 juni 2024.
- ↑ (de) Rita Süssmuth ist tot. sueddeutsche.de. Geraadpleegd op 1 februari 2026.