Ritornello

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een ritornello (Italiaans; in het Frans: ritournelle of Duits: Ritornell) is in de muziek een terugkerend instrumentaal refrein of terugkerende instrumentale themagroep. De oorsprong ligt in de Italiaanse muziek. Met name in de barokmuziek van de 17e en 18e eeuw komt een dergelijk ritornello dikwijls voor als omlijsting van grotere vocale werken. Ook wordt het ritornello als voor-, tussen- of naspel gebruikt. In puur instrumentale werken wordt het ritornello doorgaans tutti (door allen) gespeeld.

De Ritornellovorm werd veel gebezigd door Bach, Vivaldi, Telemann en Händel in de kamermuziekwerken, vocale werken en met name in de soloconcerten en concerti grossi met een kenmerkend ‘tutti-solo-tutti-solo-tutti’-patroon. De Brandenburgse Concerten van J.S. Bach bevatten fraaie voorbeelden van ritornellogebruik. In de opera seria vormt het ritornello een structureel belangrijk element in de da capo-aria's.

Een verschil tussen een ritornello en een rondo (met name in barokmuziek) is dat bij een ritornello doorgaans het thema steeds in een andere toonsoort terugkeert, waar dat bij een rondo doorgaans niet het geval is.

Italiaanse volksliederen[bewerken]

In de geschiedenis van de Italiaanse volksmuziek zijn diverse volksliederen ontstaan die als 'Ritornello' worden aangeduid. Het betreft dan specifiek een volkslied bestaande uit drieregelige strofen.

Ballade, frottola, madrigaal, motet[bewerken]

In de renaissancemuziek heeft het ritornello in de balladen, de frottola en in het madrigaal de functie van instrumentaal refrein of afsluiting. Een componist die ritornello's veelvuldig toepaste was de Italiaan Giovanni Gabrieli in diens 16e-eeuwse motetten.

17e- en 18e-eeuwse liederen[bewerken]

In liederen uit de 17e en 18e eeuw vormt dikwijls een ritornello het instrumentale tussenspel tussen de afzonderlijke strofen.

17e- en 18e-eeuwse instrumentale muziek[bewerken]

In de instrumentale muziek uit de 17e en 18e eeuw vormt dikwijls een ritornello een door de instrumenten herhaald voor-, tussen- of naspel. De ritornelle verdween min of meer met de opkomst van de classicistische sonatevorm, maar werd in de 20e eeuw door diverse componisten 'herontdekt' als compositievorm.

Zie ook[bewerken]