Rob van Koningsbruggen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Rob van Koningsbruggen
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Persoonsgegevens
Volledige naam Rudolphus Johannes Philippus van Koningsbruggen
Geboren Den Haag, 23 september 1948
Geboorteland Vlag van Nederland Nederland
Beroep(en) Kunstschilder
Oriënterende gegevens
Jaren actief vanaf c. 1969
Stijl(en) Fundamentele kunst
RKD-profiel
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Rob van Koningsbruggen (Den Haag, 23 september 1948) is een Nederlandse abstract schilderende kunstenaar, die aanvankelijk als informeel kunstenaar begon.

Opleiding[bewerken]

Van Koningsbruggen volgde van augustus tot oktober 1968 onderwijs aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten en het volle studiejaar 1969 aan de Vrije Academie, beide te Den Haag. Van 1970 tot 1972 was hij student bij Ateliers '63 te Haarlem; zijn docenten waren Tomas Rajlich en Gerard Verdijk.[1]

Leven en werk[bewerken]

Rond 1970 tekende Van Koningsbruggen simpele abstracte vormen of triviale teksten, die werden herhaald tot er structuren ontstonden die - net als bij zijn grote voorbeeld Jan Schoonhoven - zelfstandige visuele uitspraken werden. Op gelijksoortige manier maakte hij gebreide structuren en al snel ook schilderijen. Zijn werk getuigde van een bizarre humor, maar ook van een grote, provocatieve ernst.[2]
Tegen 1970 raakte de term Fundamentele Kunst in zwang, wat in 1975 resulteerde in de baanbrekende tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam met de titel 'Fundamentele Schilderkunst'. De kunstenaars die hiertoe werden gerekend, waaronder Van Koningsbruggen, onderzochten de eigenlijke beeldende middelen binnen het schilderen. Dit kwam tot uitdrukking in de nadrukkelijke aandacht voor formaat, grootte, schaal, kleur, vorm, textuur, materialen en werkwijze. Het maakproces of het idee was voor deze kunstenaars belangrijker dan de uiteindelijke uitkomst.[3]

De jaren na 1970 ging Van Koningsbruggen uit van een beperkt repertoire van kleuren, omtrekvormen en technieken. De schilderskwast, die hij aanvankelijk gewoon leegstreek op een ongeprepareerd doek, deed hij na een paar jaar zelfs aan de kant. Circa 1974 begon hij op 'informele' wijze zijn 'schuif'schilderijen te maken door verf op één doek te zetten en een tweede doek daaroverheen te schuiven; zo ontstonden er automatisch min of meer evenwijdige banen van verf op beide doeken die hij dan ook meestal als een tweeluik of vierluik presenteerde. Het ene doek werd zo de kwast voor het andere doek, en andersom. Deze manier van werken zag Van Koningsbruggen als een informele schildersmethode, waarbij het resultaat van het schilderij anoniem ontstaat, zonder veel invloed van het persoonlijke handschrift van de maker. Het informele idee stond centraal in deze periode. Zelf verwoordde hij zijn positie toen zo:

'In feite interesseert het me niet hoe het idee is uitgevallen. Je schildert met verf, dus er gebeuren onverwachte en onvoorziene dingen, gelukkig.. .Ik heb een zwart schilderij en een wit schilderij, even groot, en strijk die langs elkaar heen van links naar rechts. En loop mijn atelier uit.' [2]

Vanaf 1980 werd de kleur belangrijker in zijn werk. Zo ontwikkelde hij onder andere een eigen kleurcirkel. In deze jaren verschoof Van Koningsbruggen zijn aandacht van het onderzoek van de handeling naar het resultaat daarvan: de kleurmenging. Dit werk beperkte zich niet langer tot de uitvoering van een aantal van tevoren vastgelegde technische principes, maar hij koos het 'wonder van de kleur' als zijn enige thema. Dit veroorzaakte een langzame ontwikkeling die in de loop van de laatste twintig jaar leidde tot een zeer vrije vormentaal. Koste wat kost vermeen hij harmonie, compositie en andere academische principes. Het enige uitgangspunt was voor hem de cirkel en de menging van kleuren; voor het overige lag de hele waaier van mogelijkheden voor hem open. Doordat Van Koningsbruggen zich tot de kleur en het penseel bekende, kwam zijn dwarse houding, wars van elke harmonie, volledig tot ontplooiing.[2] Van Koningsbruggen heeft hierover in een interview met Hans den Hartog Jager gezegd:

'Ik wil schilderijen die boven zichzelf uitstijgen, waarin kleur en vorm geen punt van overweging meer zijn. Ik vind een schilderij pas goed als ik de verf niet meer zie, als de verf geen materie meer is en volledig is verdwenen in het schilderij.' [3]

het latere landschap[bewerken]

Op latere leeftijd ging Van Koninsbruggen in Den Oever wonen en werken, waar hij ook naar eigen zeggen nieuwe motieven vond voor zijn schilderen. Zelf omschreef hij zijn latere werkterrein, in 2006:

'Ik ben een landschappelijk schilder. Geen mensen. Als je door musea loopt, merk je dat je voor bepaalde schilderijen valt. Zo zag ik destijds een schilderij van Jan van Gooyen. De eenvoud. Als ik in de 17e eeuw zou hebben geleefd, had ik - denk ik - als Jan van Gooyen geschilderd. Niet als Rembrandt. Geen portretten. Bij een mens is alles altijd in een bepaalde verhouding. Dat vind ik zo vervelend. Een landschap heeft vrijheid. Je kan het in wel 100 kleuren schilderen, je kan de horizon op z’n kop zetten of diagonaal, maar het blijft een landschap. Het blijft iets landschappelijks houden. Je handschrift is ook belangrijk, hoe je het schildert. Je moet wel oppassen als je hier buiten woont, dat je niet impressionistisch gaat kijken. Dat is een valkuil waar heel veel mensen in lopen. Ik schilder er doorheen. Als je impressionistisch gaat schilderen dan houdt het op.' [4]

In 2007 werd Van Koningsbruggen veroordeeld tot een jaar celstraf (waarvan zeven maanden voorwaardelijk) voor brandstichting. Hij kon het destijds niet verkroppen dat er een dijk geplaatst zou worden voor de plek van zijn woning, waarop hij in november 2006 uit protest het projectbureau voor de aanleg van het Wieringerrandmeer in brand stak.[5]

Exposities en aankopen[bewerken]

Van Koningsbruggen had een aantal grote solo-exposities, onder meer in het Stedelijk Museum van Amsterdam in 1977, het Boymans van Beuningen in 1987 en een grote overzichtstentoonstelling in het Gemeentemuseum van Den Haag, in 2002. Het Stedelijk Museum Amsterdam kocht in de loop der jaren 17 schilderijen van hem aan.[6]

Trivia[bewerken]

Op 16 maart 2015 handhaafde de voorzieningenrechter in kort geding het toegangsverbod dat het Stedelijk Museum Van Koningsbruggen oplegde, omdat hij dreigde om schilderijen van Marlene Dumas en Luc Tuymans te vernielen: 'met een welgemikte pisstraal te verbeteren,' , zo schreef hij in 2012 in e-mails.[5]