Robert Christiaan Noortman

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Rob Noortman (Heemstede, 5 maart 1946 - Borgloon, 14 januari 2007) was een invloedrijk Nederlands kunsthandelaar en zakenman. Na zijn dood raakte hij in opspraak vanwege vermeende fraude en vernietiging van kunstwerken.[1]

Jeugd en opleiding[bewerken]

Noortman werd geboren in Heemstede, waar zijn vader politieman was. Op 16-jarige leeftijd verliet hij de middelbare school zonder diploma. Wel leerde hij zichzelf vloeiend uitdrukken in het Engels, Frans en Duits. Aanvankelijk bestond zijn loopbaan uit twaalf ambachten en dertien ongelukken, maar gaandeweg ontwikkelde hij zich tot een behendig zakenman, die handelde in velerlei artikelen, variërend van koelkasten tot auto's. Toen hij twintig was, trad hij in dienst van een tapijthandelaar in Heerlen, waar hij zich begon te interesseren voor kunst. Zo had hij het idee om de tapijten in de etalage aan te prijzen met het toevoegen van een kunstzinnig element in de vorm van schilderijen. Later verkocht hij ook schilderijen in zijn tapijtenwinkel.[2]

Kunsthandel[bewerken]

In 1968 begon hij een kunstgalerie in het dorp Hulsberg, een paar kilometer ten oosten van Maastricht. In 1974 opende hij een filiaal in Londen, dat uitgroeide tot een bloeiende kunsthandel in Bond Street. Enkele jaren later opende Noortman een filiaal op Madison Avenue in New York.

In 1975 was hij met een aantal collega's, onder wie de invloedrijke Amsterdamse kunsthandelaar Evert Douwes, betrokken bij de organisatie van Pictura 75, een bescheiden kunstbeurs, die later zou uitgroeien tot de grote internationale kunst- en antiekbeurs, die elk voorjaar in Maastricht plaatsvindt. Vanaf 1988 heet deze The European Fine Art Fair (TEFAF).[3] Noortman werd in 1989 voorzitter van het organiserend comité van TEFAF en zou dat tien jaar blijven. Daarna was hij twee jaar directeur. Ook was Noortman betrokken bij de Amsterdamse beurs pAn Amsterdam.[3]

Noortman woonde in een kasteel in de vallei van de Herk in Kuttekoven, een deelgemeente van Borgloon in Belgisch-Limburg. In 1980 verhuisde het hoofdkwartier van het bedrijf naar een herenhuis aan het Vrijthof in Maastricht. De galerie was befaamd vanwege het grote aanbod van belangrijke Hollandse meesters en impressionistische en post-impressionistische schilderijen.

Invloed op de kunstwereld[bewerken]

Noortman specialiseerde zich in de 17e-eeuwse Hollandse School en het Franse impressionisme. Tot zijn grootse successen behoorde het aanbieden van drie schilderijen van Rembrandt van Rijn. Zijn zaken brachten hem in contact met vele invloedrijke mensen en instituten. Noortman werd adviseur van privé-kunstverzamelaars en musea over de gehele wereld, waaronder het Rijksmuseum in Amsterdam, het Mauritshuis in Den Haag, het Getty Museum, de National Gallery of Art in Washington, de National Gallery in Londen, het Metropolitan Museum of Art in New York en het Museum of Israel.

De National Gallery in Londen dankt de aankoop van belangrijke werken aan Noortman's bemiddeling en heeft een "Noortman room of Dutch cabinet paintings", met schenkingen van Noortman. Noortman adviseerde ook de Amsterdamse verzamelaar George Kremer bij het aanleggen van zijn Sammlung Kremer, toegespitst op Nederlandse 17e-eeuwse kunst.

Nevenactiviteiten[bewerken]

Noortman behaalde zijn vliegbrevet en haalde in 1989 een notering in het Guinness Book of Records door als piloot van een lijnvliegtuig alle 12 landen van de Europese Unie binnen één dag aan te doen. In 1990 voltooide hij de marathon van New York. Noortman was een liefhebber van oude auto's, hij hield van zeilen en het maken van wijn.

Noortman ondersteunde projecten voor basisinfrastructuur en kinderhuisvesting in de derde wereld van het fonds Christian Children's Fund.[4] Verder was hij nauw betrokken bij de Stichting Michelle,[5] die onderzoek en behandeling van Tubereuze Sclerose Complex initieert en financiert. Ook ondersteunde hij het United World College Maastricht[6], een internationale school voor getalenteerde kinderen die opgeleid worden tot wereldburgers.

Bedrijfsovername en overlijden[bewerken]

In juni 2006 verkocht Noortman zijn complete bedrijf en collectie aan het veilinghuis Sotheby's, waarbij hij aandeelhouder en adviseur werd van Sotheby's. De waarde van het bedrijf Noortman Master Paintings werd vastgesteld op US$ 56,5 miljoen in aandelen, waarbij het veilinghuis US$ 26 miljoen aan schulden overnam. Eind 2006 werd bij Noortman alvleesklierkanker vastgesteld en werd hij opgenomen in het ziekenhuis. In december was hij nog aanwezig op een veiling in Londen maar in januari 2007 overleed hij thuis in Borgloon. Hoewel Noortman zowel aan artrose en kanker leed, overleed hij toch tamelijk onverwacht aan een hartaanval.[7]

Eerbewijzen[bewerken]

Twee dagen voor zijn overlijden ontving Noortman de eremedaille van de stad Maastricht wegens zijn inzet voor de stad en de Euregio Maas-Rijn.[8] Naar verluidt was eveneens een Koninklijke onderscheiding aangevraagd, die hij op 5 maart (op zijn 61 verjaardag) zou ontvangen. Hij bezat al de titels Honorary Liveryman of the City of London[9] en Chevalier de l'Ordre des Arts et des Lettres,[10] verleend door de Franse minister van Cultuur. Een leerstoel aan de faculteit cultuurwetenschappen van de Universiteit Maastricht is naar hem vernoemd.

Noortman in opspraak[bewerken]

Ruim twee jaar na zijn dood raakte Noortman in opspraak. Volgens de privédective Ben Zuidema zou Noortman in 1987 de diefstal van negen doeken uit de galerie in scène hebben gezet. Verzekeringsmaatschappij Lloyd's betaalde na die inbraak een bedrag van 5 miljoen gulden uit. Bij een inval in een woning in het Zuid-Limburgse Schin op Geul trof een team van de Nationale Recherche daarop acht van de negen gestolen meesterwerken aan, onder anderen van 17e-eeuwse schilders als Willem van de Velde, Jan Brueghel de Jonge en David Teniers. Bij de inval werden drie personen gearresteerd: de 66-jarige bewoner van het huis, een 45-jarige Duitser, en diens 62-jarige moeder. Het negende en belangrijkste doek is nog steeds spoorloos en zou, volgens Zuidema, door Noortman zijn vernietigd. Dit meesterwerk van Meindert Hobbema werd door Noortman voor ongeveer 80.000 euro gekocht, maar later verzekerd voor 1 miljoen euro.[11]

Op 6 juni 2009 onthulde het programma KRO Reporter dat Noortman in zijn jonge jaren deel uitmaakte van een Limburgse bende kaskrakers, waarin hij de rol van verkenner zou hebben gehad.[12] Hij zou hiervoor niet zijn vervolgd omdat hij tevens politie-informant was.[13] Later werd hij veroordeeld voor geweld tegen politiemensen. De vonnissen werden in beeld gebracht en getuigen aan het woord gelaten.[14]

Het onderzoek naar de ware toedracht van de diefstal uit de galerie van Noortman wordt anno 2015 voortgezet door het Art Loss Register en de betrokken verzekeringsmaatschappijen in samenwerking met Sotheby's.[15] Het KLPD heeft het verhaal van Zuidema tot nog toe niet kunnen bevestigen. De eremedaille van de stad Maastricht en de leerstoel aan de Universiteit van Maastricht zijn niet teruggedraaid wegens "onvoldoende bewijs".[16]

Einde kunsthandel[bewerken]

Noortman Master Paintings, in 2006 overgenomen door Sotheby's, werd na de dood van Rob voortgezet onder leiding van diens zoon William. Het bedrijf verhuisde naar Amsterdam, maar leed onder de reputatieschade en veranderingen in het internationale kunstklimaat. In 2012 verhuisde de galerie naar Londen. Op 31 december 2013 sloot de kunsthandel de deuren.[17][18]

Externe link[bewerken]