Robert François Damiens

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Robert François Damiens

Robert François Damiens (La Thieuloye bij Arras, 9 januari 1715 - Parijs, 28 maart 1757) was een Fransman die bekend werd omwille van zijn mislukte aanslag op de Franse koning Lodewijk XV. Op 5 januari 1757 bracht de koning een bezoek aan een van zijn dochters in het kasteel van Versailles. Toen hij in zijn koets wilde stappen kwam Damiens naar voren en stak de koning met een mes, waarbij slechts een oppervlakkige wond ontstond. Damiens werd onmiddellijk gearresteerd.

Goedgelovig en beïnvloedbaar[bewerken]

Damiens diende in het leger, was bediende en had verschillende baantjes. Hij was een goedgelovig en beïnvloedbaar en hield zich vaak op in kringen van het Parlement van Parijs. Die rechtbank was in verschillende conflicten met Lodewijk XV verwikkeld en gebruikte opruiende taal tegen de koning. De koning vond de zaak nauwelijks de moeite waard, maar het proces werd voor het Parlement van Parijs gebracht.

De rol van het parlement[bewerken]

Het parlement spaarde geen moeite om te verdoezelen dat de eigen magistraten door hun opruiende taal waarschijnlijk de inspirators tot de moordpoging waren. De morele schuld werd uiteindelijk bij de Jezuïeten gelegd. Vanwege deze poging tot koningsmoord (regicide) werd Damiens op 26 maart 1757 veroordeeld tot de dood door middel van vierendeling. Om de betrokkenheid te verbergen achter de voorgewende verontwaardiging, kon het Parlement niet anders dan de wreedste straf uitspreken. Omwille van deze straf protesteerden tijdgenoten om hun ongenoegen te uiten.

Terechtstelling[bewerken]

Damiens before his judges

Bij de aankondiging van zijn straf zou hij de woorden "La journée sera rude" ('t wordt een zware dag) hebben gesproken. De terechtstelling vond twee dagen later plaats op het Place de Grève voor het stadhuis van Parijs. Casanova woonde de terechtstelling bij en berichtte er over in zijn memoires. Een gedetailleerd verslag van de executie kan gevonden worden aan het begin van het eerste hoofdstuk van Michel Foucault's "Surveiller et punir", dat naar het Nederlands werd vertaald als "Discipline, toezicht en straf "[1].

Verbannen familie[bewerken]

Op 29 maart beval het Parlement in naam van de koning dat het geboortehuis van Damiens zou worden gesloopt om nooit meer te worden herbouwd. Zijn broers en zusters moesten een andere achternaam aannemen. Zijn vrouw, zijn dochter en zijn vader werden uit Frankrijk verbannen.

Bronnen[bewerken]

Voetnoten[bewerken]

  1. [Discipline, toezicht en straf: de geboorte van de gevangenis / Michel Foucault, Groningen, Historische uitgeverij, 1989, ISBN 9065540210].

Externe links[bewerken]

  • Memoires Casanova. Voor het deel waarin hij zijn wedervaren met de executie van Damiens beschrijft zie: boek 3 - "The Eternal Quest—Paris and Holland" - chapter 1 - "Punishment of Damien". Eveneens Stéphane Audeguy "Mijn broer, de enige zoon", Amsterdam 2009, p. 172-177.