Rocket Lab

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Rocket Lab USA inc.
Logo
Lancering van een Electron van Rocket Lab
Motto of slagzin Opening access to space
Rechtsvorm Incorporated
Oprichting 2006
Oprichter(s) Peter Beck
Sleutelfiguren Peter Beck
Land Verenigde Staten
Hoofdkantoor 14520 Delta Lane, Suite 101

Huntington Beach, CA 92647

Producten orbitale lanceringen van lichte satellieten met Electron en va 2024 mediumklasse satellieten met Neutron

productie van satellieten

Sector Ruimtevaart
Website http://www.rocketlabusa.com/
Portaal  Portaalicoon   Economie

Rocket Lab is een in 2006 opgericht Amerikaans NewSpace bedrijf dat zich richt op de lancering en productie van lichte satellieten en andere kleine ruimtevrachten waaronder CubeSats. Het bedrijf staat onder leiding van CEO Peter Beck en heeft naast hoofdkwartier in Los Angeles ook faciliteiten in Nieuw-Zeeland.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

In 2009 werd eenmalig een door Rocket Lab ontwikkelde sondeerraket genaamd Ātea-1 gelanceerd[1]. Daarna werd ingezet op de ontwikkeling van een lichte orbitale raket die in 2014 werd aangekondigd.

In 2018 toonde Rocket Lab de orbitale capaciteit van de door hun ontwikkelde raket de Electron aan tijdens een testvlucht en besloot men over te gaan tot commerciële lanceringen. Rocket Lab was daarmee het eerste bedrijf in de NewSpace beweging dat een commerciële lichte draagraket in een baan om de aarde kreeg en zou vrijwel onmiddellijk de marktleider in dit marktsegment worden.

Rocket Lab heeft aangekondigd vanaf maart 2019 maandelijks te zullen lanceren. In 2020 hoopt rocketlab die cadance te verdubbelen naar 24 per jaar. Overigens lanceerde Rocket Lab in 2019 zes raketten en geen negen zoals verwacht. Er wordt ook elke maand een Electron-raket opgeleverd. In april 2019 maakte Peter Beck bekend dat Rocket Lab begonnen is satellieten te bouwen[2].

In maart 2020 nam Rocket Lab het bedrijf Sinclair Interplanetary over. Dat bedrijf is gespecialiseerd in het produceren van onderdelen voor satellieten.[3]

Op 28 februari 2021 meldde de The Wall Street Journal dat Rocket Lab in onderhandeling is over een bedrijfsfusie met Vector Aquisition, een zogenaamde Special-purpose acquisition company, waardoor het bedrijf op de beurs komt. Rocket Lab vertegenwoordigde op dat moment een waarde van 4,1 miljard dollar. Met het geld dat door deze deal vrij komt zou Rocket Lab een medium klasse raket genaamd Neutron willen ontwikkelen. Dit is opvallend omdat Peter Beck altijd expliciet had gezegd alleen voor die small-launch markt te willen gaan. Eerder zou hij de Electron ook "absoluut niet" herbruikbaar maken maar stelde hij zijn mening daarover anderhalf jaar eerder ook bij.[4] De volgende dag bevestigde RocketLab zijn plannen voor de Neutron in een video in de humoristische stijl van Peter Beck, waarbij hij zijn pet op at,[5] gevolgd door een persbericht.

Ruimtevaartuigen[bewerken | brontekst bewerken]

Electron[bewerken | brontekst bewerken]

Zie Electron (draagraket) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Electron met de kleine neuskegel

Rocket Lab ontwikkelde de Electron, een zeer lichte tweetrapsraket die bij de introductie in 2017 ladingen tot 150 kg en anno augustus 2020 tot 200 kg in een 500 km hoge baan in de draairichting van de aarde kan brengen. Naar lagere banen was de maximum vrachtcapaciteit 225 kg en is dat door verbeteringen tot 300 kg toegenomen. Bijzonder aan de Rutherford-raketmotoren is dat ze een elektrische brandstofpomp gebruiken in plaats van de gebruikelijke turbopomp. De motoren worden in Huntington Beach in de Amerikaanse staat Californië geproduceerd. De koolstofvezel raket wordt in Nieuw-Zeeland gebouwd. In oktober 2018 werd daarvoor in Auckland een nieuwe rakettenfabriek geopend.

Omdat de capaciteit is vergroot biedt Rocket Lab sinds augustus 2020 ook de mogelijkheid van een grotere neuskegel aan.

Op 6 augustus 2019 kondigde Peter Beck op de SmallSat conferentie aan de eerste trap van de Electron herbruikbaar te gaan maken. De daarvoor gebruikte methode is een parachute waarna vervolgens met een haak onder een helikopter te vangen. Een methode die bekendstaat als mid-air-capture.[6] Beck gaf als belangrijkste argument dat wanneer eerste trappen, die het grootste deel van de raket vormen, eenmalig kunnen worden hergebruikt, dit al overeenkomt met een verdubbeling van Rocket Labs productiecapaciteit. Op 20 november wist rocketlab met een boosterlanding in zee en dus nog zonder inzet van een helicopter voor het eerst een booster te bergen.

Een optionele Kick-stage genaamd Curie maakt het mogelijk om meerdere satellieten in hun ideale baan te brengen.[7].

Photon[bewerken | brontekst bewerken]

De Photon is een satellietplatform dat is gebaseerd op de Curie-kickstage van de Electron-raket en vormt de basis voor satellieten. De Photon levert de besturing en elektriciteit en bevat tevens het communicatiesysteem voor instrumenten van klanten. Met Photon is Rocket Lab ook in staat om tot 30 kilogram aan instrumentarium in een baan om de maan te brengen. Voor dat type missies wordt de Photon wel met een krachtiger bi-propellant raketmotor uitgerust. Op 31 augustus 2020 werd de eerste Photon gelanceerd. Het debuut werd op 3 september bekendgemaakt.[8]

Neutron[bewerken | brontekst bewerken]

De Neutron is een in 2021 aangekondigde Mediumklasse-draagraket. Dat wil zeggen dat de maximale nuttige lading naar een lage baan om de aarde tussen de 2000 en 20.000 kilogram ligt. Bij de Neutron zal dat 8000 kilogram zijn; dat is vergelijkbaar met de Antares en Sojoez. Het zal een tweetraopsontwerp zijn. De diameter van zowel de trappen als de neuskegel is 4,5 meter en de lengte is 40 meter. Ze zullen volgens Beck anders dan de Electron niet van koolstofvezel worden gemaakt.[9] Dat materiaal is niet geschikt voor veelvuldige herbruikbaarheid. Als brandstof wordt RP1 gebruikt met vloeibare zuurstof als Oxidator. De eerste trap wordt herbruikbaar en zal op een zee-platform landen. Net als bij de electron is het de bedoeling dat de eerste trap voor binnenkomst van de atmosfeer geen afremmende impuls (entry burn) uitvoert. Peter Beck gaf aan dat deze raket ook geschikt zal zijn voor bemande lanceringen en bevoorradingsvluchten. Het zou volgens hem niet wijs zijn om bij een raketontwerp in deze transportklasse niet vanaf het begin rekening te houden met eventuele bemande vluchten en dan later het ontwerp later te moeten herzien. De raket moet in 2024 gereed komen. Rocket Lab meldde niet wat voor motoren ze zullen gebruiken voor de Neutron.[10] Lanceringen vinden plaats vanaf LC-2 op de Mid-Atlantic Regional Spaceport in de Amerikaanse staat Virginia. Voor het project is Rocket Lab opzoek naar een locatie voor een raketfabriek in de Verenigde Staten. Beck wil de fabriek het liefst zo dicht mogelijk bij de lanceerbasis hebben.

Anders dan met de Electron die de eerste jaren een bijna een monopoly in de lichte lanceermarkt had, stapt Rocket Lab met deze raket in een markt waar de concurrentie moordend is. SpaceX, United Launch Alliance, Arianespace, de ISRO en de Sojoez bedienen deze markt reeds. Ook Blue Origin en Relativity Space komen met raketten voor deze markt. Rocket Lab denkt de prijs van een lancering lager te kunnen leggen dan de concurrentie. De keuze voor een mediumklasse draagraket tot 8000 kilogram is opvallend omdat er voor de vergelijkbare Antares en de Delta II in het voorgaande decennium nauwelijks een markt was. Beck denkt aan de ontwikkeling zo’n 200 miljoen dollar kwijt te zijn en alle benodigde kennis reeds in huis te hebben.

Lanceerplaatsen[bewerken | brontekst bewerken]

Rocketlab lanceert vanaf twee lanceerbases met in totaal drie lanceerplatforms. Van die platforms is er een in aanbouw en een in afwachting van zijn eerste lancering.

LC-1[bewerken | brontekst bewerken]

Rocket Lab Launch Complex 1 in september 2016

De eerste lanceerbasis van Rocket Lab, genaamd "Rocket Lab Launch Complex 1" is in Nieuw-Zeeland, op het zuidelijkste puntje van het schiereiland Mahia. Dit is ‘s werelds eerste actieve private ruimtehaven voor orbitale vluchten.

Bij de keuze voor Nieuw-Zeeland waren de overwegingen onder meer dat Rocket Lab er wekelijks wil kunnen lanceren. Dat is volgens Peter Beck in de Verenigde Staten niet mogelijk omdat het luchtruim daar veel drukker bezet is en de impact van een lancering voor het vliegverkeer daar veel groter is[11]. Sinds 18 december 2019 is er op Launch Complex 1 een tweede lanceerplatform genaamd LC-1B in aanbouw.[12][13] Het eerste platform heet voortaan LC-1A.

Bij LC-1 hoort ook een tracking station dat op Chatham Island is gevestigd en van belang is voor de communicatie met de raket.

LC-2[bewerken | brontekst bewerken]

Op 10 juli 2018 maakte Rocket Lab bekend te zullen gaan uitbreiden met een lanceerplaats in de Verenigde Staten. Rocket Lab had een shortlist met daarop de volgende vier lanceerlocaties te hebben.

Op 17 oktober 2018 maakte Rocket Lab bekend maken dat Launch Complex 2 (LC-2) op de Mid-Atlantic Regional Spaceport, dat ten zuiden van NASA’s Wallops Flight Facillity op Wallops Island ligt en daar voor 2003 een onderdeel van was[14]. De bouw zou in januari 2019 echt beginnen en men hoopte de eerste raket daar al in het derde kwartaal van 2019 te kunnen lanceren. Dat is vertraagd tot begin 2020. De keuze viel op Wallops Island omdat er daar betrekkelijk weinig lanceringen plaatsvinden terwijl er vanaf de Spacecoast[15] in Florida al veel lanceringen plaatsvinden. Doel van deze lanceerplaats is vooral het in de wacht slepen van lanceercontracten met het Pentagon. Amerikaanse militaire satellieten moeten namelijk vanaf Amerikaans grondgebied worden gelanceerd. LC-2 moet 12 lanceringen per jaar aankunnen.

Klandizie[bewerken | brontekst bewerken]

Nog voor de Electron zijn eerste lading in de ruimte had afgezet stonden er al meerdere vluchten geboekt. De meest opvallende vroege klant was Moon Express dat drie vluchten van hun mini MX-1 maanlanders naar de maan boekte[16]. De status van dat bedrijf en die geplande lanceringen is anno 2020 onduidelijk.

Verder is Spaceflight Industries een klant die veel cubesats van derden aanlevert.

In oktober 2019 was Rocket Lab een van de acht lanceerbedrijven die door de USAF werden geselecteerd om onder het Orbital Services Program-4 lichte tot medium militaire vrachten te lanceren.[17]

Lijst met lanceringen[bewerken | brontekst bewerken]

Volg nr. Lanceerdatum en tijd (UTC) Type raket Lanceerplaats Raketnaam
(Uitleg naam)
Vracht en klant(en) Bijzonderheden Uitkomst
1 25 mei 2017 Electron LC-1A It's a test - eerste testvlucht Vlucht afgebroken
2 21 januari 2018 Electron-Curie LC-1A Still testing Diversen waaronder Humanity Star tweede testvlucht, eerste gebruik Curie Succes
3 11 november 2018
3:50
Electron-Curie LC-1A It's business time Diverse CubeSats - Succes
4 16 december 2018
6:33
Electron-Curie LC-1A This one's for Pickering ELaNa-19 NASA 13 CubeSats Succes
5 28 maart 2019
23:27[18]
Electron-Curie LC-1A Two Thumb’s Up
(ter nagedachtenis aan een pas verongelukt personeelslid)
R3D2 DARPA 1 techniekdemonstrator voor een uitvouwbare schotelantenne Succes[19]
6 5 mei 2019
6:00
Electron-Curie LC-1A That’s a funny looking cactus
(gebouwd in New Mexico)
STP-27RD, USAF Drie techniekdemonstrators Succes
7 29 juni 2019
4:30
Electron-Curie LC-1A Make it rain
(verwijzing naar de regenrijke zomers in Seatle waar Spaceflight is gevestigd)
Meerdere satelliet geboekt via Spaceflight Industries 4 satellieten Succes
8 19 augustus 2019
12:12
Electron-Curie LC-1A Look Ma, No Hands!
Spaceflight Industries, UnseenLabs 4 satellieten Succes
9 17 oktober 2019
1:22
Electron-Curie LC-1A As The Crow Flies
verwijzing naar Astro Digitals Corvus-platform
Astro Digital eerste keer een lanceervenster van een tel, 1 satelliet genaamd “Palisade” Succes[20]
10 6 december 2019 Electron-Curie LC-1A Running Out Of Fingers
(tiende vlucht)
Alba Orbital, Spaceflight Industries Totaal 7 satellieten.
De booster-trap was uitgerust met sensors en besturingshardware voor re-entry tests t.b.v. de ontwikkeling van herbruikbaarheid. Ook was voor het eerst een systeem voor automatische vlucht beëindiging actief. Lancering werd een week vertraagd door een technisch probleem in de lanceerinstallatie
Succes
11 31 januari 2020
2:56
Electron-Curie LC-1A Birds of a Feather
(verwijzing naar de Amerikaanse zeearend en de Kiwi. Vogels die een nationaal symbool van de Verenigde Staten en van Nieuw-Zeeland zijn. En de uitdrukking “Birds of a feather stick together.“ (Soort zoekt soort))
NROL-151 NRO (geheime spionage satelliet) Succes
12 13 juni 2020
05:12
Electron-Curie LC-1A Don’t stop me now!
Ter nagedachtenis aan een overleden medewerker die fan was van Queen
NASA, NRO, UNSW Uitgesteld van 27 maart wegens de coronacrisis Succes
13 4 juli 2020
21:19
Electron-Curie LC-1A Pics Or It Didn’t Happen
wegens de lancering van louter observatie satellieten
Spaceflight Industries 7 satellieten voor drie klanten van Spaceflight Industries Mislukt
Na 5:41 minuten accelereerde de tweede trap niet meer.
14 31 augustus 2020
03:05
Electron-Photon LC-1A I can’t believe it’s not optical Sequoia-satelliet
Capella Space
return to flight, debuut Photon Succes
15 28 oktober 2020
20:21
Electron-Curie LC-1A In Focus negen Super Dove-satellieten van Planet Labs en CE-SAT-2B van Canon Electronics via SpaceFlight Industries Succes
16 19 november 2020
Electron-Curie LC-1A Return to Sender Drag Racer
BRO-2
BRO-3
APSS-1
24 Spacebees (micro satellieten)
tuinkabouter Chompski
eerste poging tot terugbrengen booster Succes
17 15 december 2020
Electron-Curie LC-1A The Owls Night Begins StriX-A succes
18 20 januari 2021
7:26
Electron-Curie LC-1A Another One Leaves the Crust OHB Cosmos succes
19 22 maart 2021
22:30
Electron-Photon LC-1A They go up so fast Gunsmoke-J
M2
Veery Hatchling
Myriota 7
Centauri 3
Black Sky-satelliet
Diverse smallsats, eerste commerciële gebruik Photon Succes
20 15 mei 2021
11:11
Electron-Curie LC-1A Running Out Of Toes Black Sky-satellieten eerste vlucht met een adapter voor satelite-stacking Mislukt. Tweede trap viel na enkele seconden uit.
XX[21] 2021
Electron-Curie LC-2 STP-27RM
US Space Force
eerste lancering vanaf LC-2 gepland

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]