Rode schisma

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
COMMUNISME

Communist star.svg

Portaal  Portaalicoon  Communisme

Het Rode schisma of de Sovjet-Chinese breuk was de geleidelijke verslechtering van de relaties tussen de Volksrepubliek China en de Sovjet-Unie vanaf 1956 en openlijk vanaf 1961. Hierdoor kwam er ook een splitsing tussen het Sovjet- en het Chinese communisme.

Conflict tussen China en de Sovjet-Unie[bewerken]

Hoewel China en de Sovjet-Unie beide communistisch waren, hadden ze verschillende nationale belangen die na de euforie van de communistische overwinning in de Chinese Burgeroorlog meer en meer begonnen op te spelen. De Sovjet-Unie zag het dichter bevolkte China als een mogelijke bedreiging en zag liever niet dat het ging industrialiseren; de Chinezen wilden uiteraard hun land wel ontwikkelen. Bovendien was Mao Zedong het niet eens met de paternalistische opstelling van Chroesjtsjov.

De aanleiding van het conflict was de rede van Chroesjtsjov op het 20e partijcongres op 23 februari 1956 waarin hij publiekelijk de cultus rond Stalin aan de kaak stelde en hij Stalin beschuldigde van massamoord, alsmede de rehabilitatie-maatregelen die hierna enige jaren lang in de Sovjet-Unie werden getroffen. Deze destalinisatie viel slecht bij Mao die zelf een eigen Stalinistische lijn volgde en die zich hiermee in diskrediet gebracht voelde worden. Toen Chroesjtjov ook een vreedzame co-existentiepolitiek afkondigde, concludeerde Mao hieruit dat de Sovjet-Unie niet meer bereid zou zijn China te steunen in het geval van een Chinees-nationalistische, Amerikaanse of Japanse invasie. Dit leek te worden bevestigd toen in de Sino-Indiase oorlog, waarbij in 1962 het grensgebied tussen Tibet en Noordoost-India betwist werd, de Sovjets weigerden de Chinezen te steunen, terwijl de Verenigde Staten wel materiële steun verleenden aan India.

Vanaf 1956 groeide in het geheim de tegenstelling tussen de twee landen. Vanaf 1961 hekelden de Chinese communisten openlijk de Sovjets en de breuk tussen China en de Sovjet-Unie was een feit. Het conflict tussen beiden communistische machtsblokken bereikte zijn dieptepunt eind jaren zestig met het grensconflict in 1969 als grootste dieptepunt. Hierna duurde het conflict op verschillende manieren voort tot eind jaren tachtig.

1rightarrow blue.svg Zie ook de sectie Conflict tussen China en de Sovjet-Unie in het artikel over de Koude Oorlog

Wereldwijde communistische bewegingen[bewerken]

De splitsing werkte ook door tot in de wereldwijde communistische bewegingen, ook al had de splitsing meer te maken met nationale belangen van China en de Sovjet-Unie, dan met hun respectievelijke communistische ideologieën. Wereldwijd vielen communistische bewegingen uiteen in maoïstische facties enerzijds en (hoofdzakelijk) marxistisch facties anderzijds.

De meeste communistische staten kozen partij voor de Sovjet-Unie. Deze keuze lag temeer voor de hand daar de Sovjet-Unie troepen in deze landen had gelegerd; bovendien had het neerslaan van de Hongaarse Opstand duidelijk gemaakt dat de Sovjet-Unie openlijke ongehoorzaamheid niet zou tolereren. Albanië vormde evenwel een uitzondering door partij te kiezen voor Mao. Dit had enigszins te maken dat in Albanië geen Sovjettroepen gelegerd waren die een pro-Chroesjtjovpolitiek konden afdwingen, omdat dit land niet grensde aan pro-Sovjetstaten. Bovendien was de Albanese leider Enver Hoxha geirriteerd door de pogingen van Chroesjtjov om de Albanese economie dienstbaar te maken aan de Sovjeteconomie. Russische adviseurs in Albanië werden vervangen door Chinese.