Rohingya (volk)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Rohingya
Ruáingga (IPA: /ɹuájŋɡa/)
Rohingya in de staat Rakhine in Myanmar
Rohingya in de staat Rakhine in Myanmar
Totale bevolking 1.424.000 – 3.000.000[1]
Verspreiding Vlag van Myanmar Myanmar: 800.000[2]
Vlag van Bangladesh Bangladesh :300.000[3]
Vlag van Pakistan Pakistan: 200.000[4]
Vlag van Thailand Thailand: 100.000[5]
Vlag van Maleisië Maleisië: 24.000[6]
Taal Rohingya
Geloof Soennisme
Portaal  Portaalicoon   Landen & Volken

De Rohingya of Ruáingga is een etnische groep die hoofdzakelijk in Myanmar leeft. De meerderheid belijdt de soennitische vorm van islam en heeft Rohingya, een dialect van het Bengali, als moedertaal.[7] De bevolking bedraagt wereldwijd tussen de 1,4 en 3 miljoen mensen. In Myanmar zijn zij feitelijk staatsburgerschaploos.[1]

Herkomst[bewerken]

Er bestaan twee theorieën over de herkomst van de Rohingya:

  1. Het is een autochtone bevolking van de Birmese staat Rakhine.
  2. Het is een migrantengroep die oorspronkelijk in de omgeving van Bangladesh leefde en tijdens de Britse overheersing naar Myanmar is gemigreerd.

De Birmese overheid heeft de voorkeur voor de tweede theorie en ziet de Rohingya als ongewenste vreemdelingen die niet horen bij de minderheden van Myanmar en ook niet tot de volkeren die in Myanmar leven.[8]

Volgens de Verenigde Naties zijn de Rohingya één van de meest vervolgde minderheden ter wereld. Door het racistisch en religieus geweld tegen dit volk zijn in de loop der tijd honderdduizenden gevlucht naar Bangladesh en andere nabijgelegen landen. De junta van Myanmar heeft meerdere malen twee minderheden (Rohingya en Chinezen) in Myanmar vervolgd door hetzes tegen deze volkeren te voeren.

1942[bewerken]

Tijdens de Tweede Wereldoorlog in Azië moest het Britse leger zich terugtrekken uit een deel van Myanmar door de invasie van het Japanse leger. Hierop ontstond in Rakhine een machtsvacuüm. Er ontstonden grote ruzies tussen de boeddhisten en islamitische Rohingya. Ook ontstond er geweld tussen Birmezen die voor en tegen de onafhankelijkheid waren.

Op 28 maart 1942 werden ongeveer vijfduizend moslims in de dorpen Minbya en Mrohaung vermoord door anti-Britse onafhankelijkheidsstrijders van de staat Rakhine. Onder hen bevonden zich ook Karense onafhankelijkheidsstrijders. De Rohingya vermoordden hierop in het noorden van de staat Rakhine twintigduizend Arakanse mensen.

Toen de Japanners de controle hadden over Rakhine werden vele oorlogmisdaden begaan. Duizenden Rohingya werden door hen verkracht, vermoord en/of gemarteld. Volgens schattingen zijn toen 22.000 Rohingya gevlucht naar het huidige Bangladesh om het geweld te ontvluchten. Later vluchtten nog 40.000 Rohingya naar het toenmalige buurland.

Afscheidingsbeweging[bewerken]

In de jaren vijftig tot zestig bestond er een beperkt gewapend conflict tussen het Burmese leger en Rohingya-opstandelingen, die door hun bewoonde gebieden wilden samenvoegen met Oost-Pakistan (nu Bangladesh). Deze opstand werd door het Burmese leger neergeslagen. In de jaren tachtig begon een nieuw conflict, deze keer door islamistisch gemotiveerde opstandelingen van zowel Pakistaanse als Rohingya afkomst. Het Myanmarese leger lanceerde als antwoord operatie King Dragon, waardoor de eerste grote Rohingya-vluchtelingenstroom richting Bangladesh op gang kwam.[9]

2012[bewerken]

In de zomer van 2012 barstte de spanning tussen de islamitische Rohingya en boeddhisten in de Birmese staat Rakhine los. Aantijgingen en beschuldigingen zorgden voor een nieuwe golf van geweld tegen de moslims. Hele moslimwijken werden in brand gestoken, winkels van moslims werden geplunderd en ongeveer 90.000 Rohingya vluchtten naar elders. De Birmese overheidsfunctionarissen deden niets tegen dit wraakzuchtige geweld en liet de volkswoede haar gang gaan.

Als reactie op het geweld tegen Rohingya werden in Indonesië felle protesten gehouden door orthodoxe moslims. Hierbij gingen verschillende boeddhistische tempels van zowel autochtone Indonesiërs, als Chinese Indonesiërs in vlammen op.

2016-2017[bewerken]

In 2013 werd door de in Saoedi Arabië opgeleide moslimextremist Ata Ullah[10] en enkele andere Rohingya de islamistische groep Harakah al-Yaqin opgericht. In de jaren tot 2016 hield deze groep zich voornamelijk bezig met het op gewelddadige wijze dwingen van andere Rohingya tot moskeebezoek en het trainen van militanten over de grens in Bangladesh. In oktober en november 2016 pleegde de groep meerdere overvallen op Myanmarese politieposten en grensposten. Het Myanmarese leger sloeg hard terug. In september 2017 laaiden de onlusten weer op waarna honderdduizenden Rohingya wederom naar Bangladesh vluchtten. Volgens Amnesty International was er sprake van planmatige etnische zuiveringen.[11] Ook onderzoekers van het United States Holocaust Memorial Museum, de Aziatische tak van de mensenorganisatie Fortify Rights en Human Rights Watch gaven aan dat er sprake was van etnische zuiveringen door het leger van Myanmar na met slachtoffers, getuigen en hulpverleners te hebben gesproken. Volgens hen was er sprake van enorme aantallen meisjes en vrouwen die zijn verkracht, mannen van wie de keel is doorgesneden en slachtoffers die levend zijn verbrand.[12]