Naar inhoud springen

Rosalind Franklin

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Rosalind Franklin
Rosalind Franklin in 1955
Rosalind Franklin in 1955
Persoonlijke gegevens
Titulatuur/graad Doctor of PhilosophyBewerken op Wikidata
Geboortedatum 25 juli 1920
Geboorteplaats Londen
Overlijdensdatum 16 april 1958
Overlijdensplaats Londen
Academische achtergrond
Alma mater Universiteit van Cambridge (Doctor of Philosophy – 1945),[1][2] St Paul's Girls' School (1931 – 1938),[1][2] Newnham College (Bachelor of Arts – 1938 – 1941),[3][2] Norland Place SchoolBewerken op Wikidata
Archieflocatie(s) Churchill College,[4] WellcomecollectieBewerken op Wikidata
Wetenschappelijk werk
Vakgebied(en) Biochemicus
Onderzoek DNA-structuur
Afbeeldingen
Rosalind Franklin
Portaal  Portaalicoon   Scheikunde
Wetenschap & Technologie
Plaquette op een voormalig woonhuis van Rosalind Franklin

Rosalind Elsie Franklin (Londen, 25 juli 1920 – aldaar, 16 april 1958) was een Brits chemica die voornamelijk bekend geworden is vanwege haar bijdragen aan de ontdekking van de structuur van DNA met behulp van röntgendiffractie.

Franklin was een dochter van de bankier Ellis Franklin en diens echtgenote Muriel Frances Waley (1894-1976). Zij ging na de lagere school op twaalfjarige leeftijd naar St. Paul's Girls School, een van de weinige meisjesscholen met natuurkunde- en scheikundeles. Op haar vijftiende besloot ze dat ze onderzoekster wilde worden. Haar vader was echter tegen hoger onderwijs voor vrouwen en wilde dat ze sociaal werkster zou worden. Hij weigerde daarom de kosten van haar universitaire opleiding te betalen, hoewel zij het toelatingsexamen voor de Universiteit van Cambridge al met succes had afgelegd. Hij ging pas overstag toen een tante toezegde haar studie te zullen betalen en zijn echtgenote hun dochter bleek te steunen.

Wetenschappelijke carrière

[bewerken | brontekst bewerken]

In 1938 werd Franklin toegelaten tot het Newnham College van de Universiteit van Cambridge, waar ze in 1941 afstudeerde in de natuurwetenschappen met als specialisatie fysische chemie. Na nog een jaar aan de universiteit gewerkt te hebben, werd ze in 1942 in het kader van de Tweede Wereldoorlog onderzoekster bij de British Coal Utilisation Research Association. Ze onderzocht daar de poreusheid van steenkool met helium om steenkool, wegens de schaarste in de oorlogsperiode, zo zuinig mogelijk te gebruiken en om goede gasmaskers te maken met koolpoeder. Dit werk vormde de basis voor haar promotie in de fysische chemie op het proefschrift The physical chemistry of solid organic colloids with special reference to coal aan de Universiteit van Cambridge in 1945.

Na haar periode aan Cambridge volgden drie jaren van studie in Parijs bij het "Laboratoire Central des Services Chimiques de l'Etat". Hier leerde ze de röntgendiffractietechnieken van de kristallografie die zouden bijdragen aan de ontdekking van de structuur van DNA.

In 1948 keerde ze terug naar het Verenigd Koninkrijk als onderzoekster op het gebied van moleculaire röntgendiffractie aan King's College London onder leiding van Sir John Randall.

Franklin zou in 1951 toegewezen worden aan een werkgroep die röntgenstraling gebruikte om biofysisch onderzoek te doen. In deze groep werkte ook Maurice Wilkins die net als haar onderzoek deed naar DNA. Naast dat er mogelijk enige professionele competitie was, lagen ze elkaar ook simpelweg niet. In 1952 deed Franklin de ontdekking dat DNA een helixvorm heeft. Ze deed dit door een foto te maken van een DNA-helix, foto 51. De foto werd door Wilkins - zonder toestemming van Franklin - voorgelegd aan James Watson en Francis Crick, die meteen snapten wat ze in handen hadden. Het zou de sleutel tot de verdere ontrafeling van DNA worden, die de heren door de structuur die op foto 51 zichtbaar was, eindelijk begrepen. Ze zouden er na de dood van Franklin een Nobelprijs voor ontvangen, maar erkenden haar bijdrage amper.[5]

Birbeck College

[bewerken | brontekst bewerken]

Na de DNA-publicaties vertrok ze naar het Birkbeck College waar ze haar eigen onderzoeksgroep kreeg en zich concentreerde op virussen - ze mocht alleen bij het King's College vertrekken als ze zich niet meer met DNA zou bezighouden -, met name het tabaksmozaïekvirus en het poliovirus.

Tijdens een bezoek aan de Verenigde Staten in 1956 werd ze ziek en werd eierstokkanker vastgesteld. Twee jaar later overleed ze op 37-jarige leeftijd als gevolg van deze ziekte, die hoogstwaarschijnlijk veroorzaakt werd doordat ze tijdens haar onderzoek nonchalant omging met de röntgenstraling: ze droeg zelden een loden schort en stelde zich vaak bloot aan een röntgenstraal.[6]

In 1962 ontvingen Watson, Crick en Wilkins de Nobelprijs. Mogelijk zou ook Rosalind Franklin in die eer hebben moeten delen. De prijs wordt echter niet toegekend aan meer dan drie personen.[7] Pas sinds 1974 wordt de Nobelprijs niet langer postuum toegekend, dus haar overlijden kan in principe geen reden zijn geweest haar de prijs niet de geven.[8]