Rosalind Franklin

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Rosalind Franklin
Afbeelding gewenst
Persoonlijke gegevens
Geboortedatum 25 juli 1920
Geboorteplaats Londen
Sterfdatum 16 april 1958
Sterfplaats Londen
Wetenschappelijk werk
Vakgebied Biochemicus
Onderzoek DNA-structuur
Portaal  Portaalicoon   Scheikunde
Wetenschap & Technologie

Rosalind Elsie Franklin (Londen, 25 juli 1920 – aldaar, 16 april 1958) was een Britse chemica die voornamelijk bekend geworden is vanwege haar bijdragen aan de ontdekking van de structuur van DNA met behulp van röntgendiffractie.

Jeugd[bewerken]

Franklin was een dochter van de bankier Ellis Franklin en diens echtgenote Muriel Frances Waley (1894-1976). Zij ging na de lagere school op twaalfjarige leeftijd naar St. Paul's Girls School, een van de weinige meisjesscholen met natuurkunde- en scheikundeles. Op haar vijftiende besloot ze dat ze onderzoeker wilde worden. Haar vader was echter tegen hoger onderwijs voor vrouwen en wilde dat ze sociaal werkster zou worden. Hij weigerde daarom de kosten van haar universitaire opleiding te betalen, hoewel zij het toelatingsexamen voor de Universiteit van Cambridge al met succes had afgelegd. Hij ging pas overstag toen een tante toezegde haar studie te zullen betalen en zijn echtgenote hun dochter bleek te steunen.

Wetenschappelijke carrière[bewerken]

In 1938 werd Franklin toegelaten tot het Newnham College van de Universiteit van Cambridge, waar ze in 1941 afstudeerde in de natuurwetenschappen met als specialisatie fysische chemie. Na nog een jaar aan de universiteit gewerkt te hebben, werd ze in 1942 in het kader van de Tweede Wereldoorlog onderzoeker bij de British Coal Utilisation Research Association. Ze onderzocht daar de poreusheid van steenkool met helium om steenkool, wegens de schaarste in de oorlogsperiode, zo zuinig mogelijk te gebruiken en om goede gasmaskers te maken met koolpoeder. Dit werk vormde de basis voor haar promotie in de fysische chemie op het proefschrift The physical chemistry of solid organic colloids with special reference to coal aan de Universiteit van Cambridge in 1945.

Na haar periode aan Cambridge volgden drie jaren van studie in Parijs bij het "Laboratoire Central des Services Chimiques de l'Etat". Hier leerde ze de röntgendiffractietechnieken van de kristallografie die zouden bijdragen aan de ontdekking van de structuur van DNA. In 1948 keerde ze terug naar het Verenigd Koninkrijk als onderzoeker op het gebied van moleculaire röntgendiffractie aan King's College London onder leiding van Sir John Randall.

Onduidelijkheden in de verantwoordelijkheden voor het DNA-onderzoek leidden tot wrijving tussen Franklin en Maurice Wilkins, een onderzoeker die al langer voor Randall werkte. Wilkins toonde op een gegeven moment Franklins röntgendiffractiefoto's van DNA aan James Watson, de concurrent uit Cambridge, die hierdoor het idee kreeg dat de structuur van DNA eruit moest zien als een dubbele helix, nadat Linus Pauling met een soortgelijk maar fout model was gekomen. Dit resulteerde in een artikel van Watson en Francis Crick in het wetenschappelijke weekblad Nature. Onmiddellijk voorafgaand in hetzelfde nummer van Nature verscheen ook een artikel van Franklin ter ondersteuning van zijn conclusies.

Of Franklin zelf de structuur van DNA zou hebben gevonden en in hoeverre haar naam genoemd dient te worden in verband met de ontdekking van de structuur van DNA blijft tot op heden reden tot discussie. Feit blijft wel dat zonder haar röntgendiffractiefoto's van hoge kwaliteit van DNA het langer geduurd zou hebben alvorens de structuur daarvan gevonden zou zijn.

Na de DNA-publicaties vertrok ze naar het Birkbeck College waar ze haar eigen onderzoeksgroep kreeg en zich concentreerde op virussen - ze mocht alleen bij het King's College vertrekken als ze zich niet meer met DNA zou bezighouden -, met name het tabaksmozaïekvirus en het poliovirus.

Tijdens een bezoek aan de Verenigde Staten in 1956 werd ze ziek en werd eierstokkanker vastgesteld. Twee jaar later overleed ze op 37-jarige leeftijd aan eierstokkanker.

In 1962 ontvingen Watson, Crick en Wilkins de Nobelprijs. Mogelijk zou ook Rosalind Franklin in die eer hebben gedeeld als ze nog had geleefd. De prijs wordt echter niet postuum uitgereikt en wordt ook niet uitgereikt aan meer dan drie personen.[1]

Vernoemd[bewerken]

  • De Universiteit Groningen heeft in 2002 de eerste Rosalind Franklin Fellowships-onderzoeksbeurzen uitgegeven voor vrouwen met een doctorsgraad.