Rosemary Kennedy

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Rosemary Kennedy in 1931, rechts op de voorste rij

Rose Marie (Rosemary) Kennedy (Brookline (Massachusetts), 13 september 1918 - Fort Atkinson (Wisconsin), 7 januari 2005) was het derde kind van de negen kinderen van Joseph P. Kennedy en Rose Fitzgerald Kennedy, ze was hun eerste dochter.

Rosemary had een intellectuele en mentale achterstand, die volgens haar biografe Kate Clifford Larson hun oorzaak vonden in complicaties tijdens de bevalling van haar moeder. Haar ambitieuze ouders hadden hier grote problemen mee en spanden zich op talloze manieren in om haar een zo normaal mogelijke geestelijke ontwikkeling te bieden. Dit in de vorm van verschillende typen van speciaal onderwijs op meerdere onderwijsinstituten. Rosemary leed hier onder en had vaak stemmingswisselingen. In 1941, toen ze 23 was, onderging ze, gedwongen door haar vader, een lobotomie. Deze mislukte echter volledig. Haar toestand verergerde, ze bleef de rest van haar leven incontinent en kon niet meer fatsoenlijk spreken. Ze belandde in een psychiatrische instelling. In 1949 verhuisde ze naar een kliniek in Jefferson, Wisconsin. Haar vader bezocht Rosemary niet in de instelling, haar moeder en zuster Eunice bezochten haar wel geregeld. De toestand van haar zuster inspireerde Eunice om de Special Olympics op te richten, een sporttoernooi voor gehandicapten. Later werd aangenomen dat Rosemary niet achterlijk was maar een IQ had van ongeveer 90, wat niet laag is maar wel een verschil met de rest van de familie, waardoor zij haar als langzamer en achterlijk bestempelden, hetgeen mede de oorzaak van haar depressies was.

Ze stierf op 7 januari 2005 op 86-jarige leeftijd een natuurlijke dood. Ze was de vijfde van de negen kinderen die overleed, maar de eerste die een natuurlijke dood stierf.