Roti (gerecht)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een meisje, op bedevaart in de Mahakuta tempels van het Bagalkot district in India, bakt chapati's in een tempel

Een roti of chapati is een ongerezen rond of ovaal platbrood dat zijn oorsprong heeft op het Indisch subcontinent. Het is een basisvoedingsmiddel dat veel geconsumeerd wordt in India, Nepal, Bangladesh, Pakistan, Sri Lanka, Oost-Afrika en op de Caraïbische eilanden. Door immigranten van het subcontinent is het voedingsmiddel verspreid over heel de wereld. Roti's worden gemaakt van volkorenmeel bekend als attameel, gemixt in een deeg met water waarbij zout optioneel is gebakken op een platte of soms zelfs gebolde verwarmde ronde plaat, een tava genoemd.[1] Met de woorden roti of chapati worden alle vormen van platbrood bedoeld in India, Nepal, Bangladesh, Pakistan, Sri Lanka, Indonesië, Maleisië en Suriname. Meer specifiek worden hiermee alleen de ongerezen platte Indiase broden bedoeld zoals de Indiase naan en alu paratha. In Thailand duidt roti meestal alleen de pannenkoek-achtige broodsoorten aan maar vaak ook de gerezen broden (afhankelijk met wie men spreekt) terwijl kanom paang ("kanom" betekent deegwaar en "paang" is afgeleid van het Franse woord "pain") alleen duidt op gerezen broden.

Dit soort platte broden komen reeds voor in het Neolithicum. In het geval van het gebied waarin nu Noord-India en Zuid-Pakistan zijn gelegen, begon deze periode rond 7000 v. Chr.

De Indiase varianten van roti genieten een toenemende populariteit in alle landen waar zich groepen Indiase immigranten hebben gevestigd: Canada, Guyana, Maleisië, Suriname, Trinidad en Tobago, Verenigd Koninkrijk enz. In Suriname wordt het tegenwoordig niet meer alleen door Hindoestanen gegeten, maar is het geliefd onder alle bevolkingsgroepen. In Nederland is het een populair afhaalgerecht geworden sinds de emigratiegolven van Suriname naar Nederland in het midden van de jaren zeventig.

Etymologie[bewerken]

Het woord chapat (Hindi: चपत) betekent plat, klap, wat de traditionele bereidingswijze beschrijft van het maken van dunne ronde plakken tussen de vochtige handpalmen. Het brood wordt genoemd in de 16e eeuwse Grondwet van Akbar opgesteld door Abu 'l-Fazl ibn-Mubarak vizier van het Mogolrijk onder Akbar de Grote. In opgravingen zijn restanten van een variëteit van tarwe teruggevonden zoals deze nog altijd voorkomt in India. De Indusbeschaving is een van de eerste volkeren die tarwe heeft cultiveerd.

Suriname[bewerken]

Surinaamse roti met kip masala

Met de emigratie van Hindoestanen uit India naar Suriname is ook de roti meegekomen. De "pannenkoek" die in Suriname (en Nederland) roti of rotiplaat[2] heet, wordt in India ook wel chapati genoemd. Het is een soort ongezoete broodpannenkoek die verschillende toevoegingen kan hebben: in de Surinaamse variant veelal gemalen gele spliterwten (roti dalbharie) of aardappelen (roti alubharie) en met smaakmakers als komijn en chilipeper. Voor de bereiding worden balletjes deeg (eventueel met additionele ingrediënten) uitgerold tot dunne "pannenkoeken" die op een zogeheten rotiplaat worden gebakken. De Surinaamse roti wordt met een aantal bijgerechten geserveerd zoals kousenband, aardappelen, hardgekookte eieren, knoflook, ui en verschillende soorten vlees (kip, eend, schaap), welke bijgerechten meestal gekruid worden met masala, een mengsel van gemalen specerijen vergelijkbaar met curry.

Het is gebruikelijk de roti met de handen te eten. Men breekt een stukje van het rotivel af om met het stukje in de hand de roti te pakken en op te eten.

Maleisië en Singapore[bewerken]

De roti die in Singapore wordt gegeten wordt daar roti prata genoemd. Het is gelijk aan de roti canai (uitspreken als tjanaai) in Maleisië. Hier wordt een eenvoudig deeg van bloem, ei, olie of (geklaarde) boter, zout en water tot een flinterdunne vel uitgerold en uitgeslingerd waarna het óf opgevouwen óf opgewikkeld wordt alvorens het op een "rotiplaat" te bakken. De consistentie van de opgewikkelde variant lijkt op dat van een croissant, die van de opgevouwen variant lijkt op een Turkse Börek. Het kan zowel met hartige gerechten zoals "kari ayam" (Maleisische curry met kip) gegeten worden maar het kan ook bijvoorbeeld bestrooid worden met zoete, gecondenseerde melk.

Een andere bekende roti uit Maleisië en Singapore is de roti jala. Hier wordt een dun pannenkoekbeslag, waarin koenjit en vaak ook kokosmelk is verwerkt, via een speciaal bekertje met aan de onderzijde vier dunne tuitjes op een hete plaat geschonken, zodanig dat er een fijnmazige pannenkoek ontstaat. De roti jala wordt gegeten met droge currysoorten (dit in tegenstelling tot de roti canai die vaak wordt geserveerd met curry's met veel saus) en is vooral populair tijdens de Maleisische Ramadan.

Thailand[bewerken]

De roti in Thailand is een afgeleide van de Maleisische roti canai en wordt traditioneel door de etnisch Maleise moslims uit Zuid-Thailand gemaakt. Deze roti is fractioneel dikker dan de Maleisische roti en wordt meestal alleen in de zoete variant gegeten. Zeer populair in heel Thailand is de roti kluai khai: een vierkant opgevouwen rotipakketje waarin een in stukken gesneden zoete banaan en een geklutst eitje is meegebakken. Het wordt meestal bestrooid met gecondenseerde melk en suiker.

Fotogalerij[bewerken]

Zie ook[bewerken]