Royal IHC

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Royal IHC
Logo
Hoofdkantoor Smitweg 6
2961 AW Kinderdijk
Werknemers 3319 (2020)
Omzet/jaar € 738 miljoen (2020)[1]
Winst/jaar € -300,1 miljoen (2020)[1]
Website Royal IHC
Portaal  Portaalicoon   Economie
De werf van IHC te Krimpen aan den IJssel
Werfplaat van de Industriële Handels Combinatie Holland

Royal IHC of Koninklijke IHC, tot 2014 IHC Merwede, is een Nederlandse onderneming met het hoofdkantoor in Kinderdijk. Het bedrijf richt zich op het ontwikkelen, ontwerpen en bouwen van schepen en materieel voor de bagger- en offshoreindustrie.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

De onderneming is gevormd door het samengaan van twee bedrijven: IHC Holland en Merwede Shipyard (IHC staat voor: Industriële HandelsCombinatie). Beide bedrijven hebben een historie die meer dan 100 jaar teruggaat. IHC Holland door zich voornamelijk te specialiseren in de baggerscheepvaart en Merwede Shipyard juist door naast de baggerscheepvaart ook te gaan bouwen voor onder andere de offshore industrie.

In 1992 kwamen beide scheepswerven onder dezelfde holding te vallen, IHC Caland. In 1995 is die naam veranderd in IHC Holland Merwede. Op 1 maart 2005 verkocht IHC Caland N.V. de scheepswerven en ging men zelf onder de naam SBM Offshore verder. Niet lang daarna is de naam IHC Holland Merwede om strategische redenen veranderd in IHC Merwede.

Redenen voor de afsplitsing van de scheepsbouwactiviteiten waren: het onzekere karakter van de orderstroom en de lage winstmarges.[2] Zo'n 50% van het personeel werkte in de scheepsbouw, maar de bijdrage aan de totale waarde van IHC Caland was slechts ongeveer 5%. Een en ander was ook het gevolg van druk van de aandeelhouders. Eerder werd nog gedacht aan een beursgang, maar uiteindelijk werden de activiteiten overgenomen door een drietal investeerders. Van alle aandelen kwam 49% terecht bij de Rabobank, 33% ging naar het management en de werknemers en de resterende 18% kwam in handen van Parkland, een onderdeel van de investeringsmaatschappij Indofin Group.[2] In 2017 had Indofin Group zijn aandelenbelang uitgebreid naar 72% ten koste van Rabo Capital (10%) en het management en personeel (18%).[3]

In 2013 vierde IHC zijn 325-jarig bestaan.[4] Het huidige bedrijf werd in 1943 gevormd uit de samensmelting van werven waarvan de voorlopers al sinds de zeventiende eeuw actief waren. In 2014 kreeg IHC het predicaat Koninklijke; in datzelfde jaar werd de naam veranderd van IHC Merwede in Koninklijke IHC (Royal IHC in het Engels).[4] Tevens werd er aan het logo een kroon toegevoegd.

Medio 2013 kreeg het bedrijf de grootste order ooit.[5] Voor de Braziliaanse olie-industrie kon het zes pijpenleggers bouwen. De waarde van de order is zo’n € 1 miljard. Ze biedt 4.000 mensen, vooral bij de werven in Krimpen aan den IJssel en Kinderdijk en toeleveranciers, werk.[5] Aflevering vond plaats in 2015 en 2016.[5] De schepen worden gebruikt voor de ontwikkeling van olievelden die op meer dan 2500 meter diepte liggen.

In juni 2015 werd bekend dat bij IHC honderden banen gingen verdwijnen.[6] Het bedrijf moet reorganiseren vanwege teruggelopen bestellingen door de lage olieprijs en voor de grote order uit Brazilië was extra personeel ingehuurd. Van de ruim 3000 vaste werkkrachten verdwenen circa 850 banen, deels door gedwongen ontslag[6] IHC wil voortaan alleen nog in Krimpen aan den IJssel en Kinderdijk schepen bouwen. In Sliedrecht ging de scheepshelling dicht, daar werden wel alle andere productieactiviteiten van IHC, zoals de uitrusting van schepen, geconcentreerd. De werf in Hardinxveld-Giessendam is in 2017 verkocht aan Neptune Marine. Daarnaast is een deel van de productie naar het buitenland overgebracht.[6]

In 2018 leed het bedrijf een recordverlies van € 80 miljoen.[7] Er waren grote kostenoverschrijdingen bij enkele grote en complexe projecten. In het jaar kreeg het bedrijf in financiële injectie van € 120 miljoen, waarvan € 90 miljoen van de banken en € 30 miljoen van de aandeelhouders in de vorm van een achtergestelde lening.[7] De onderneming kan met dit geld voor ongeveer twee jaar vooruit.[7]

Nadat een Chinese partij interesse getoond had in een overname van IHC is een consortium gevormd.[8] Dit consortium wil voorkomen dat de innovatieve technologie en de kennis van IHC in Chinese handen zou vallen. In juni 2020 werd IHC overgenomen door de Belgische holding Ackermans & van Haaren (eigenaar van de baggeraar DEME), HAL (eigenaar van de baggeraar Boskalis), de familie Van Oord (baggeraar van Oord) en de familie achter de Nederlandse baggeraar Huisman. Zij krijgen 100% van de aandelen van IHC in handen.[8]

In november 2020 werd bekend dat in totaal zo'n 1100 banen verloren gaan bij IHC.[9] Dit betreft zo'n 300 medewerkers in Nederland en eenzelfde aantal in het buitenland. Verder worden de contracten met 500 inhuurkrachten niet verlengd.

Activiteiten[bewerken | brontekst bewerken]

De onderneming is werkzaam op een viertal gebieden: scheepsbouw, offshore, mining en funderingstechnieken. Binnen de scheepsbouw is men marktleider bij de bouw van baggerschepen. Klanten zijn onder meer baggerbedrijven, rederijen, olie- en gasconcerns, offshore contractors en bouwmaatschappijen.

Bij IHC werken anno 2019 ca. 3500 personen verdeeld over de locaties Alblasserdam, Apeldoorn, Delfgauw, Dordrecht, Goes, Kinderdijk, Krimpen aan den IJssel, Raamsdonksveer, Sliedrecht en Hardinxveld-Giessendam. Internationaal is het bedrijf onder andere actief met eigen vestigingen in China, Dubai, Singapore en de Verenigde Staten.

Resultaten[bewerken | brontekst bewerken]

De onderneming behaalt een omzet van ongeveer € 1 miljard op jaarbasis.

in miljoenen euro
Jaar[10] Omzet Nieuwe orders Orderportefeuille
(einde jaar)
Nettoresultaat Aantal
werknemers
(gemiddeld)
2008 1090 1330 1792 78,5 2623
2009 1126 453 1130 58,8 3060
2010 1008 1024 1167 100,7 3016
2011 1050 1057 1179 103,2 3109
2012 895 679 964 36,9 3239
2013 985 1767 1743 56,3 3224
2014 1215 583 1166 124,0 3263
2015 1161 827 835 27,9 3434
2016 764 695 745 -21,6 3255
2017 800 1673 1573 -21,8 3010
2018 942 594 1185 -79,4 3314
2019 1070 588 690 -226,8 3535
2020 738 534 451 -300,1 3319

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]