Rudolf I van Bohemen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Rudolf I van Bohemen
1282-1307
16e-eeuws portret van Rudolf I van Bohemen door Antoni Boys.
16e-eeuws portret van Rudolf I van Bohemen door Antoni Boys.
Koning van Bohemen
Periode 1306-1307
Voorganger Wenceslaus III
Opvolger Hendrik
Hertog van Oostenrijk
Samen met Albrecht I (1298-1307)
Periode 1298-1307
Voorganger Albrecht I
Opvolger Albrecht I
Vader Albrecht I van Habsburg
Moeder Elisabeth van Karinthië

Rudolf I van Bohemen ook bekend als Rudolf III van Oostenrijk (circa 1282 - Horaschdowitz, 4 juli 1307) was van 1298 tot aan zijn dood hertog van Oostenrijk en Stiermarken en van 1306 tot aan zijn dood koning van Bohemen en titulair koning van Polen. Hij behoorde tot het huis Habsburg.

Levensloop[bewerken]

Rudolf was de oudste zoon van hertog Albrecht I van Oostenrijk en Elisabeth van Karinthië. Toen zijn vader in 1298 verkozen werd tot Rooms-Duits koning, werd de 16 jaar oude Rudolf door zijn vader tot medehertog van Oostenrijk en Stiermarken benoemd.

Op 25 mei 1300 huwde Rudolf met Blanche, dochter van koning Filips III van Frankrijk. De hieruit verwachte unie met het huis Capet mislukte echter omdat de zoon en dochter van het echtpaar vroeg stierven en omdat Blanche reeds in 1305 stierf. In 1304 begeleidde Rudolf zijn vader bij diens militaire expeditie tegen koning Wenceslaus II van Bohemen, die in 1301 na het uitsterven van het huis Árpáden zijn zoon Wenceslaus III op de Hongaarse troon had geplaatst.

In 1305 stierf Wenceslaus II en in 1306 werd zijn zoon Wenceslaus III vermoord, waardoor het huis Přemysliden uitstierf. Albrecht I bezette vervolgens het koninkrijk Bohemen en gaf het in rijksleen aan Rudolf, die dus koning van Bohemen werd. In deze functie werd Rudolf echter bestreden door zijn oom langs moederskant Hendrik van Karinthië en diens echtgenote Anna, een zus van koning Wenceslaus III van Bohemen. Nadat Hendrik van Karinthië door de Boheemse adel tot koning van Bohemen werd verkozen, plaatste Albrecht Hendrik onder de rijksban en stuurde hij een militaire expeditie naar Praag. Hendrik vluchtte vervolgens naar het hertogdom Karinthië. Om de Habsburgse claims op de Boheemse en Poolse troon te rechtvaardigen, huwde Rudolf met Elisabeth Richezza van Polen, lid van het huis Piasten en weduwe van koning Wenceslaus II van Bohemen.

Rudolf werd echter door een deel van de Boheemse adel niet erkend als koning en dat deel bleef Hendrik van Karinthië steunen als koning van Bohemen. Toen Rudolf een poging deed om de zilvermijnen van Kuttenberg te bemachtigen, kwam het zelfs tot een opstand van de adel geleid door de familie Strakonice. Rudolf belegerde vervolgens het fort van de rebellen in Horaschdowitz, maar in de nacht van 3 op 4 juli 1307 stierf Rudolf in zijn kampplaats. Mogelijk stierf hij aan de gevolgen van een darmperforatie.

Omdat Rudolf geen kinderen had, verloor het huis Habsburg na zijn dood het koninkrijk Bohemen. Vervolgens werd Hendrik van Karinthië verkozen tot de nieuwe Boheemse koning. Rudolf werd bijgezet in de Sint-Vituskathedraal van Praag.