Rue Saint-Honoré

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Rue Saint-Honoré was een weg naar de guillotine tijdens de Franse Revolutie. De guillotine stond gedurende iets meer dan een jaar (mei 1793 tot juni 1794) opgesteld op het huidige Place de la Concorde. De mensen die ter dood veroordeeld werden in het Palais de Justice en een afspraak kregen met de dood, maakten zonder uitzondering de éénrichtingstrip van de Conciergerie naar Place de la Révolution. De trip startte aan de Pont au Change naar de Rive Droite en volgde de Seine tot aan de Pont Neuf. Daar sloeg men rechtsaf tot aan Rue Saint-Honoré, de oost-westas van Parijs. Dan sloeg men linksaf naar het plein bij het begin van de Champs Elysées. De Rue Saint-Honoré is een lange maar relatief smalle straat. Talloze toeschouwers verzamelden zich in deze straat om het defilé de la mort gade te slaan. Niet alleen op het smalle voetpad, maar ook in de vensters en op de balkons zag men talloze nieuwsgierigen. Soms heerste er een ijzige stilte, maar niet zelden werd er gejoeld en gejuicht; werden hardop cynische commentaren gegeven; werden de passagiers in de kar vervloekt en zelfs bespuwd. Enkele van de veroordeelden in 1794 woonden in de Rue Saint-Honoré.

Cordelier François Chabot[bewerken]

Cordelier François Chabot woonde in nummer 82, een vroegere kapucijn, die de uitdrukking sans-culotte heeft uitgevonden, hij zou gezegd hebben dat Christus de eerste sans-culotte is geweest!

Claude Bazire[bewerken]

Claude Bazire, die in nummer 77 woonde was bekend omdat hij een wet deed stemmen die het dragen van kerkelijke kledij in het openbaar verbood, en ook een wetsvoorstel indiende om de Franse burgers te verplichten elkaar te tutoyeren, zoals sans-culotten dat altijd doen – in plaats van beleefd en aristocratisch (of grootburgerlijks) te vousvoyeren. Zij spraken trouwens iedereen aan met ‘citoyen’ en ‘citoyenne’ – in plaat van ‘monsieur’ en ‘madame’, in hun ogen linguïstische fossielen uit de tijd van het Ancien Régime.

Robespierre[bewerken]

Nummer 398 was de woning van de welstellende meestertimmerman Duplay, en het is daar dat Robespierre sinds juli 1791 een appartement huurde, hij zou er blijven wonen tot aan zijn dood. Hij had een verhouding met Eléonore, de oudste van de drie dochters van zijn huisbaas. Zijn vrienden noemden haar ‘de verloofde van Robespierre’ of ook wel ‘madame Robespierre’. Na zijn terechtstelling, enkele maanden later, zal ze bekend geraken als ‘de weduwe van Robespierre’. Het huis van Duplay bestaat nog altijd, compleet met de kamer van de architect van de Terreur. Op de binnenkoer bevond zich tot voor enkele jaren een restaurant, Le Robespierre.

Literatuur[bewerken]

  • PAUWELS, JACQUES R., Het Parijs van de sans-culotten. Een reis door de Franse Revolutie, Uitg. EPO, Berchem (B), 2007, ISBN 978 90 6445 466 0