Ruitpython

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Ruitpython
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2010)
Morelia spilota cheynei
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Reptilia (Reptielen)
Orde:Squamata (Schubreptielen)
Onderorde:Serpentes (Slangen)
Superfamilie:Pythonoidea
Familie:Pythonidae (Pythons)
Geslacht:Morelia (Ruitpythons)
Soort
Morelia spilota
Lacépède, 1804
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Ruitpython op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Herpetologie

De ruitpython[2] (Morelia spilota) is een grote slang uit de familie pythons (Pythonidae).

Naam en indeling[bewerken | brontekst bewerken]

De ondersoort Morelia spilota variegata staat bekend onder de naam tapijtpython. De naam ruitpython wordt ook wel specifiek voor de ondersoort Morelia spilota cheynei gebruikt. Een andere Nederlandstalige naam voor de ruitpython is Australische python.[3]

De wetenschappelijke naam van de soort werd voor het eerst voorgesteld door Bernard Germain de Lacépède in 1804. Oorspronkelijk werd de wetenschappelijke naam Coluber spilotus gebruikt.[4]

Ondersoorten[bewerken | brontekst bewerken]

De soort wordt verdeeld in zeven ondersoorten die onderstaand zijn weergegeven, met de auteur en het verspreidingsgebied.

Naam Auteur Verspreidingsgebied
Morelia spilota cheynei Wells & Wellington, 1984 Australië (Queensland)
Morelia spilota harrisoni Hoser, 2000 Indonesië (Papoea), Papoea-Nieuw-Guinea
Morelia spilota imbricata Smith, 1981 Zuidwestelijk Australië
Morelia spilota mcdowelli Wells & Wellington, 1984 Australië (Nieuw-Zuid-Wales, Queensland)
Morelia spilota metcalfei Wells & Wellington, 1985 Australië (Nieuw-Zuid-Wales, Queensland, Zuid-Australië)
Diamantpython
(Morelia spilota spilota)
Lacépède, 1804 Australië (Nieuw-Zuid-Wales)
Tapijtpython
(Morelia spilota variegata)
Gray, 1842 Noordelijk Australië

Uiterlijke kenmerken[bewerken | brontekst bewerken]

De lichaamslengte van de slang is gemiddeld ongeveer twee meter, met uitschieters tot 3,5 meter. Veel exemplaren blijven echter aanzienlijk kleiner. De Nederlandstalige naam ruitpython slaat op de vlekken op het lichaam, deze zijn meestal bruin van kleur met een lichtere omzoming op een beige achtergrond. Er zijn echter veel kleurvariaties en de verschillende ondersoorten vertonen een breed scala aan kleuren en patronen. Er komen ook melanische exemplaren voor die geheel zwart zijn met enkele witte vlekken. De meeste exemplaren hebben buiten de natuurlijke habitat een opvallende tekening, maar hierbinnen valt de slang weg tegen de ondergrond. Het kleurpatroon dient om bladeren die op de bodem liggen te imiteren.[5]

Levenswijze[bewerken | brontekst bewerken]

Het voedsel bestaat uit kleine gewervelde dieren, zoals hagedissen, muizen, konijnen en andere kleine zoogdieren, maar ook wel vogels. Het is een nachtactieve soort die zich overdag opgerold in een boom schuilhoudt en bij de schemering op jacht gaat. De slang kan goed klimmen maar wordt ook veel op de grond aangetroffen. Ook kan de slang zich in het water snel bewegen.[5] Zoals alle pythons is deze soort niet giftig omdat het een wurgslang is. De ruitpython kan een gevaar opleveren voor lokale huisdieren. Mensen en ook kleine kinderen worden met rust gelaten, hoewel de slang gemeen kan bijten als het dier zich bedreigd voelt.

Vrouwtjes produceren legsels van maximaal vijftig eieren, die ze afzetten in rottende planten of holle boomstronken. Ze wikkelen zich om de eieren en beschermen die tot ze uitkomen.

Verspreiding en habitat[bewerken | brontekst bewerken]

De ruitpython komt voor in de landen Australië en Nieuw-Guinea. Binnen Australië is de slang aangetroffen in de deelstaten Nieuw-Zuid-Wales, Noordelijk Territorium, Queensland, Victoria, West-Australië en Zuid-Australië.[4]

De habitat bestaat uit zowel drogere als vochtige tropische en subtropische bossen, vochtige en droge savannes, tropische en subtropische moerasen, scrubland en graslanden Ook in door de mens aangepaste streken zoals tuinen, parken en plantages kan de slang worden gevonden. De soort is aangetroffen van zeeniveau tot op een hoogte van ongeveer vijftig meter boven zeeniveau.[6]

Beschermingsstatus[bewerken | brontekst bewerken]

Door de internationale natuurbeschermingsorganisatie IUCN is de beschermingsstatus 'veilig' toegewezen (Least Concern of LC).[6]

Bronvermelding[bewerken | brontekst bewerken]