Rupert van Nassau-Sonnenberg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Rupert "de Krijgshaftige"
Nassau wapen.svg Graaf van Nassau-Sonnenberg
Regeerperiode 1355-1390
Co-regent Crato (1355-1361)
Voorganger n.v.t.
Opvolger Anna van Nassau-Hadamar
Huis Nassau-Sonnenberg
Vader Gerlach I van Nassau
Moeder Irmgard van Hohenlohe
Geboren ca. 1340
Gestorven 4 september 1390
Begraven Kirchheimbolanden
Partner Anna van Nassau-Hadamar
Religie Rooms-Katholiek
Wapenschild
Wapen van de Walramse Linie

Rupert van Nassau-Sonnenberg bijgenaamd "de Krijgshaftige" (ca. 1340[1][2] - 4 september 1390)[1][3] was sinds 1355 graaf van Nassau-Sonnenberg, een deel van het graafschap Nassau. Hij stamt uit de Walramse Linie van het Huis Nassau. Hij werd bekend als de laatste dolende ridder door zijn talrijke vetes over de erfenis van zijn vrouw Anna van Nassau-Hadamar, totdat hij in 1384, ter gelegenheid van de stichting van het Catherina-altaar in de kapel in de muurtoren van Kasteel Sonnenberg, plechtig het zwaard voor eeuwig neerlegde.

Biografie[bewerken]

Kasteel Sonnenberg

Rupert was de tweede zoon van graaf Gerlach I van Nassau uit diens tweede huwelijk met Irmgard van Hohenlohe,[1][2][3] dochter van Kraft II van Hohenlohe en Adelheid van Württemburg.[1][3] Hij was eerst geestelijke.[1][2]

In 1344 deed zijn vader afstand ten gunste van de twee oudste zoons uit zijn eerste huwelijk.[4] Deze halfbroers van Rupert, Adolf en Johan gingen in 1355 over tot een verdeling van hun bezittingen.[4] Rupert en zijn oudere broer Crato verkregen bij die verdeling Kasteel Sonnenberg en regeerden sindsdien samen als graven van Nassau-Sonnenberg.[4] Crato overleed op 1 oktober na 1361.[3]

In 1367 droeg Rupert een deel van zijn heerschappij over aan zijn halfbroer Adolf. Tegelijkertijd verpandde deze echter een deel van zijn bezittingen in Wiesbaden aan zijn stiefmoeder Irmgard, Rupert en diens vrouw Anna. De reden voor deze merkwaardige handel is onduidelijk.

In 1369 begon een vete met Johan I van Nassau-Dillenburg over van Hessen gehouden leengoederen, waar Rupert aanspraak op maakte. Rupert ondersteunde ook de Sternerbund, een vereniging van ridders tegen landgraaf Hendrik II van Hessen.

Van 1372 tot 1374 volgde er een hernieuwde vete met Johan I van Nassau-Dillenburg. Rupert slaagde erin Kasteel Sonnenberg onbeschadigd te houden, maar de stad Nassau werd zo zwaar verwoest dat die voor enige tijd opgegeven werd. Uiteindelijk werd de stad Hadamar overgedragen aan Ruperts vrouw Anna. Rupert en Johan deelden het land.

Rupert werd in 1380 ambtman van de aartsbisschop en keurvorst van Mainz te Amöneburg[3] en in 1381 keizerlijk landvoogd in de Wetterau.[3] Dit leidde tot de volgende vete met Nassau-Dillenburg (tot 1382), die zeer snel (1382-1385) werd gevolgd door de laatste. In samenhang daarmee moet de uitbreiding van Kasteel Greifenstein gezien worden, waarbij in 1382 samen met de graaf van Solms-Burgsolms de markante dubbele toren (Nassauer en Bruderturm) gebouwd werd.

Na de vete streed hij aan de zijde van de Rijnlandse-Wetterause stedenbond in de Hattsteinischen Krieg tegen de Rijnadel.

Rupert werd begraven te Kirchheimbolanden.[1]

Huwelijk[bewerken]

Rupert huwde vóór 8 november 1362[1][2][3] met Anna van Nassau-Hadamar († 21 januari 1404),[1][2][3] dochter van graaf Johan van Nassau-Hadamar en Elisabeth van Waldeck.[1][2][3] Rupert en Anna bleven kinderloos.[1][2][3]

Anna ontving in 1365 Kasteel Sonnenberg als weduwengoed. Na haar dood kwam het aan de beide takken van de Walramse Linie die het in gemeenschappelijk bezit hielden.[4]

Anna hertrouwde vóór 19 februari 1391[1][2][3] met graaf Diederik VIII van Katzenelnbogen († 17 februari 1402)[1][3] Diederik en Anna werden begraven in Klooster Eberbach.[1][2][3]