Russisch-Oekraïense Oorlog

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Actuele gebeurtenis In dit artikel wordt een actuele gebeurtenis beschreven.
De informatie op deze pagina kan daardoor snel veranderen of inmiddels verouderd zijn.
Russisch-Oekraïense Oorlog
Russisch-Oekraïense Oorlog
Datum 20 februari 2014 – heden
Locatie Oekraïne
Casus belli Euromaidan en de daaropvolgende Revolutie van de Waardigheid
Strijdende partijen
Vlag van Rusland Rusland

Op de Krim:
Flag of Crimea.svg Krimrepubliek
In de Donbas:
Flag of Donetsk People's Republic.svg Volksrepubliek Donetsk
Flag of the Luhansk People's Republic.svg Volksrepubliek Loegansk

Ondersteund door:
Vlag van Wit-Rusland Wit-Rusland

Vlag van Oekraïne Oekraïne

Op de Krim:
Flag of the Crimean Tatar people.svg Mejlis van de Krim-Tataren


Ondersteund door:

Flag of NATO.svg NAVO[1][2]

De Russisch-Oekraïense Oorlog[3] is een gewapend conflict tussen enerzijds Rusland samen met pro-Russische separatisten uit de Donbas en de Krim en anderzijds Oekraïne. Het conflict begon nadat de pro-Russische Oekraïense president Viktor Janoekovytsj in februari 2014 werd afgezet na de maandenlange pro-westerse Euromaidan-protesten en de daaropvolgende Revolutie van de Waardigheid. Dit leidde tot pro-Russische protesten in de oostelijke en zuidelijke delen van Oekraïne. Russische soldaten zonder insigne namen de controle over strategische posities en infrastructuur op het Oekraïense grondgebied van de Autonome republiek van de Krim in beslag, waarna Rusland overging tot de annexatie van de Krim. Deze schending van de soevereiniteit van Oekraïne was in strijd met meerdere verdragen, waaronder het Memorandum van Boedapest waarin Oekraïne in 1994 bij het definitieve bezegelen van zijn - in 1991 verkregen - onafhankelijkheid afstand deed van kernwapens van de voormalige Sovjet-Unie op zijn grondgebied, mits de toenmalige staatsgrenzen van het land door de kernmogendheden gerespecteerd en gegarandeerd zouden worden.

In de Oost-Oekraïense oblasten Donetsk en Loehansk escaleerden de pro-Russische protesten in een gewapend conflict. Nadat rebellen begin april 2014 diverse regeringsgebouwen in de Donbas hadden bezet, zette de Oekraïense regering het leger in, wat het begin betekende van de Oorlog in Oost-Oekraïne. De opstandelingen wisten de steden Donetsk en Loehansk in handen te krijgen, alsmede het gebied ten zuidoosten daarvan tot aan de Russische grens, alwaar zij de zelfverklaarde volksrepubliek Donetsk[4] en volksrepubliek Loegansk uitriepen, met het voornemen om net als de Republiek van de Krim een onderdeel van Rusland te worden. In augustus 2014 staken ongemarkeerde Russische militaire voertuigen de grens over naar de zelfverklaarde volksrepubliek Donetsk. Een niet-verklaarde oorlog begon tussen Oekraïense troepen aan de ene kant en door Rusland gesteunde separatisten aan de andere kant.

Sindsdien was er een voortdurende loopgraaf oorlog bezig. Deze hield min of meer 8 jaar stand zonder veel verschil in linies.

In 2021 en begin 2022 was er een grote Russische troepenopbouw langs de Russisch-Oekraïnense grens. De NAVO beschuldigde Rusland van het plannen van een invasie, wat het ontkende. De Russische president Vladimir Poetin bekritiseerde de uitbreiding van de NAVO als een bedreiging voor zijn land en eiste dat Oekraïne zou worden uitgesloten om ooit lid te worden van de militaire alliantie. Op 21 februari 2022 verklaarde Poetin dat Rusland de volksrepublieken Donetsk en Loegansk zou erkennen, inclusief hun claims op het gehele grondgebied van respectievelijk de Oekraïense oblasten Donetsk en Loehansk.[5] Op 24 februari 2022 volgde een grootschalige Russische invasie van Oekraïne. Deze aanvalsoorlog leidde tot een verdere verslechtering van de relaties tussen Rusland en het Westen.

Voorgeschiedenis vanaf 1991[bewerken | brontekst bewerken]

Uiteenvallen van de Sovjet-Unie[bewerken | brontekst bewerken]

Zie Uiteenvallen van de Sovjet-Unie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Op 1 december 1991 stemde Oekraïne, de op een na machtigste republiek in de Sovjet-Unie, met een overweldigende meerderheid voor onafhankelijkheid, hetgeen een einde maakte aan elke realistische kans dat de Sovjet-Unie als eenheid bij elkaar zou blijven, zelfs op beperkte schaal. Meer dan 90% van de Oekraïense kiezers spraken hun steun uit voor de onafhankelijkheidsverklaring van Oekraïne en verkozen de voorzitter van het parlement, Leonid Kravtsjoek, tot de eerste president van het land. Tijdens de daaropvolgende bijeenkomsten in Brest, Wit-Rusland op 8 december, en in Alma-Ata, Kazachstan op 21 december, hebben de leiders van Wit-Rusland, Rusland en Oekraïne de Sovjet-Unie formeel ontbonden en het nieuwe Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS) gevormd.

Na de ontbinding van de Sovjet-Unie in 1991 onderhielden Oekraïne en Rusland nauwe banden. In 1994 stemde Oekraïne ermee in als niet-kernwapenstaat toe te treden tot het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens. Voormalige Sovjet-kernwapens in Oekraïne werden door Rusland verwijderd en ontmanteld. In ruil daarvoor kwamen Rusland, het Verenigd Koninkrijk (VK) en de Verenigde Staten (VS) overeen om de territoriale integriteit en politieke onafhankelijkheid van Oekraïne te handhaven door middel van het Memorandum van Boedapest. In 1999 was Rusland een van de ondertekenaars van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, dat "het inherente recht van elke deelnemende staat herbevestigde om vrij te zijn om zijn veiligheidsregelingen, met inbegrip van alliantieverdragen, te kiezen of te wijzigen naarmate deze zich ontwikkelen."[6] Beide zouden in 2014 waardeloos blijken te zijn.[7] In de jaren na de ontbinding van de Sovjet-Unie traden verschillende voormalige Oostbloklanden toe tot de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO), deels als reactie op regionale veiligheidsdreigingen waarbij Rusland betrokken was, zoals de Russische constitutionele crisis van 1993, de oorlog in Abchazië (1992-1993) en de Eerste Tsjetsjeense Oorlog (1994-1996). Russische leiders beschreven deze uitbreiding als een schending van de informele garanties van de westerse mogendheden dat de NAVO niet naar het oosten zou uitbreiden.[8]

Oranjerevolutie[bewerken | brontekst bewerken]

Zie Oranjerevolutie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Oekraïense presidentsverkiezingen van 2004 waren controversieel. Tijdens de verkiezingscampagne werd oppositie-kandidaat Viktor Joesjtsjenko vergiftigd en beschuldigde hij Rusland van betrokkenheid. In november 2004 werd premier Viktor Janoekovytsj tot winnaar uitgeroepen, ondanks beschuldigingen van verkiezingsfraude door verkiezingswaarnemers. Gedurende een periode van twee maanden die bekend werd als de Oranjerevolutie, hadden de grote vreedzame protesten de uitkomst met succes betwist. Nadat het Hooggerechtshof van Oekraïne het eerste resultaat nietig had verklaard vanwege wijdverbreide verkiezingsfraude, werd een tweede ronde gehouden, waarbij Joesjtsjenko aan de macht kwam als president en Joelia Tymosjenko als premier, en Janoekovytsj in de oppositie bleef.

Op de top van Boekarest in 2008 probeerden Oekraïne en Georgië lid te worden van de NAVO. De reactie onder de NAVO-leden was verdeeld; West-Europese landen verzetten zich tegen het aanbieden van Membership Action Plans (MAP) om te voorkomen dat ze Rusland zouden tegenwerken, terwijl de Amerikaanse president George W. Bush aandrong op hun toelating. De NAVO weigerde uiteindelijk Oekraïne en Georgië MAP's aan te bieden, maar gaf ook een verklaring af waarin stond dat "deze landen lid zullen worden van de NAVO". Poetin uitte krachtig verzet tegen de toetredingsbiedingen van Georgië en Oekraïne tot de NAVO. Tegen januari 2022 was de mogelijkheid dat Oekraïne lid zou worden van de NAVO nog steeds klein.[9]

Nadat Oekraïne bij het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 een onafhankelijk land was geworden, bleef Rusland het beschouwen als een deel van zijn invloedssfeer. De Roemeense analist Iulian Chifu meende dat Rusland met betrekking tot Oekraïne een gemoderniseerde versie van de Brezjnevdoctrine over "beperkte soevereiniteit" nastreefde, die dicteert dat de soevereiniteit van Oekraïne niet groter mag zijn dan ten tijde van het Warschaupact voorafgaand aan de val van het communisme. Hij baseerde zich op verklaringen van Russische leiders, die meenden dat een mogelijke integratie van Oekraïne in de NAVO de nationale veiligheid van Rusland in gevaar zou brengen.[10]

Een ander geschilpunt was de splitsing van de Zwarte Zeevloot. Oekraïne stemde ermee in de haven van Sebastopol te verhuren, zodat de Russische Zwarte Zeevloot deze samen met Oekraïne kon blijven gebruiken. Vanaf 1993 tot en met de jaren 1990 en 2000 hebben Oekraïne en Rusland verschillende gasconflicten gehad.[11]

Euromaidan, Revolutie van de Waardigheid en pro-Russische opstand[bewerken | brontekst bewerken]

Zie Euromaidan en Revolutie van de Waardigheid voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.

In 2009 kondigde Janoekovytsj zijn voornemen aan om opnieuw president te worden bij de Oekraïense presidentsverkiezingen van 2010, die hij vervolgens won. In november 2013 brak een grootschalige golf van pro-westerse protesten uit, die bekendstaan als de Euromaidan-protesten. Deze protesten waren een reactie op het plotselinge besluit van Janoekovytsj om de associatieovereenkomst met de Europese Unie (EU) niet te ondertekenen, maar in plaats daarvan te kiezen voor nauwere banden met Rusland en de Euraziatische Economische Unie. Het Oekraïense parlement had met een overweldigende meerderheid ingestemd met de afronding van de overeenkomst met de EU en Rusland had Oekraïne onder druk gezet om deze te verwerpen.

Na maandenlange vreedzame protesten escaleerden de protesten op 18 februari 2014 in gewelddadigheden en volgde de Revolutie van de Waardigheid. Janoekovytsj en de leiders van de parlementaire oppositie troffen op 21 februari 2014 een schikkingsovereenkomst waarin werd opgeroepen tot vervroegde verkiezingen. De volgende dag ontvluchtte Janoekovytsj Kiev en vervolgens Oekraïne. Diezelfde dag werd Janoekovytsj officieel uit zijn ambt gezet.

Op 27 februari 2014 werd een interim-regering gevormd en werden vervroegde presidentsverkiezingen gepland. De volgende dag dook Janoekovytsj weer op in Rusland en verklaarde in een persconferentie dat hij de waarnemend president van Oekraïne bleef, net toen Rusland zijn openlijke militaire campagne op de Krim begon. Leiders van de Russisch sprekende oostelijke regio's van Oekraïne verklaarden voortdurende loyaliteit aan Janoekovytsj, wat de pro-Russische opstand veroorzaakte. Op 23 februari nam het parlement een wetsvoorstel aan tot intrekking van de wet van 2012 die de Russische taal een officiële status gaf. Het wetsvoorstel werd niet aangenomen, maar het voorstel leidde wel tot negatieve reacties in de Russisch-sprekende regio's van Oekraïne. Deze reacties werden versterkt door Russische media die zeiden dat de etnische Russische bevolking in deze regio's in direct gevaar verkeerde.

Op 27 februari namen speciale politie-eenheden (Berkoet) van de Krim en andere regio's van Oekraïne, die op 25 februari waren ontbonden, controleposten in beslag op de landengte van Perekop en het schiereiland Tsjonhar. Volgens het Oekraïense parlementslid Hennadij Moskal, voormalig hoofd van de politie van de Krim, hadden deze "Berkoet" gepantserde personenwagens, granaatwerpers, aanvalsgeweren, machinegeweren en andere wapens. Sindsdien controleerden ze alle vervoer over land tussen de Krim en het vasteland van Oekraïne.

Russische basis op de Krim[bewerken | brontekst bewerken]

Aan het begin van het conflict in 2014 had Rusland ongeveer 12.000 militairen in de Zwarte Zeevloot die zich op verschillende plaatsen op het Krim-schiereiland bevonden, zoals Sebastopol, Katsja, Hvardijske en Sarytsj. Door de basis- en transitie-overeenkomst met Oekraïne werd Russische militaire aanwezigheid beperkt toegestaan, waaronder een maximum van 25.000 troepen, de eis om de soevereiniteit van Oekraïne te respecteren, zijn wetgeving te respecteren en zich niet te mengen in de interne aangelegenheden van het land, hun "militaire identificatiekaarten" te tonen bij het overschrijden van de internationale grens en te overleggen met de bevoegde Oekraïense instanties alvorens hun operaties buiten de aangewezen inzetlocaties uit te voeren. In het begin van het conflict stelde de aanzienlijke troepenlimiet van deze overeenkomst Rusland in staat zijn militaire aanwezigheid aanzienlijk te versterken – onder het aannemelijke mom van bezorgdheid over de veiligheid – door speciale troepen en andere vereiste capaciteiten in te zetten om later de operatie op de Krim uit te kunnen voeren.[12]

Volgens het oorspronkelijke verdrag over de verdeling van de Sovjet-Zwarte Zeevloot, ondertekend in 1997, mocht Rusland zijn militaire basis op de Krim behouden tot 2017, waarna het al zijn militaire eenheden moest evacueren, inclusief zijn deel van de Zwarte Zeevloot uit de Autonome Republiek van de Krim en Sebastopol. Een Russisch bouwproject voor de herhuisvesting van de vloot in Novorossiejsk, gelanceerd in 2005 en naar verwachting volledig voltooid in 2020; werd vanaf 2010 geconfronteerd met grote bezuinigingen en vertragingen bij de bouw. Op 21 april 2010 tekende de voormalige Oekraïense president Viktor Janoekovytsj een nieuwe deal, bekend als het Charkov-pact, om het gasconflict tussen Rusland en Oekraïne uit 2009 op te lossen; het verlengde het verblijf op de Krim tot 2042 met een optie om te verlengen om in ruil daarvoor wat korting te krijgen op Russisch gas.[13]

Annexatie van de Krim door Rusland[bewerken | brontekst bewerken]

Zie Annexatie van de Krim (2014) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Op 20 februari 2014 begon Rusland met de annexatie van de Krim. Op 22 en 23 februari begonnen Russische troepen via Novorossiejsk de Krim binnen te trekken. In de hoofdstad van de autonome republiek van de Krim, Simferopol, en de onafhankelijk bestuurde havenstad Sebastopol, de thuishaven van een Russische marinebasis onder het Charkov-pact van 2010, werden controleposten opgericht door niet-gemarkeerde Russische soldaten[14] met groene uniformen en uitrusting van militaire kwaliteit.[15][16][17] De posten werden gebruikt om het Krim-schiereiland af te sluiten van de rest van Oekraïne en om het verkeer binnen het grondgebied te beperken.

Russische troepen met ongemarkeerde uniformen op patrouille op de Internationale luchthaven Simferopol, 28 februari 2014

Voor Rusland was de Krim van groot strategisch belang omdat daar, in Sebastopol, een grote basis lag van de Zwarte Zeevloot. Afscheiding van de Krim dreigde.[18] De meeste Krim-Tataren (ca. 12,1% van de Krimbevolking) waren echter tegen Russisch ingrijpen en steunden de nieuwe machthebbers in Kiev. De Mejlis van de Krim-Tataren had bij monde van voorzitter Refat Tsjoebarov opgeroepen tot het vormen van zelfverdedigingsploegen.[19]

Russische interventie[bewerken | brontekst bewerken]

Op 27 februari begonnen Russische troepen zonder insignes hun opmars naar het Krim-schiereiland. Ze namen strategische posities, waarna ze het Krim-parlement in de regionale hoofdstad Simferopol veroverden en de Russische vlag hesen.[20] Twee vliegvelden bij Simferopol en Sebastopol werden bezet door Russische militairen.[21] Ook het gebouw van de Oekraïense staatstelevisie in Simferopol werd door een pro-Russische militie of Russische militairen bezet. De acties waren bedoeld om "de positie aan de Zwarte Zee te behouden". De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties kwam naar aanleiding van deze gebeurtenissen bijeen in New York.[22][23]

Russische troepen blokkeren de Oekraïense militaire basis in Perevalne

Op 1 maart 2014 kreeg president Poetin van de Russische Federatieraad toestemming om de strijdkrachten in te zetten in Oekraïne. Poetin had daar zelf om gevraagd. Volgens hem waren de troepen nodig op de Krim om de etnische Russen en de Zwarte Zeevloot te beschermen. Het Kremlin sprak over de inzet van militairen op het grondgebied van Oekraïne. Dat liet de mogelijkheid open om elders dan de Krim troepen in te zetten.[24] Drie uur later liet waarnemend president Oleksandr Toertsjynov weten dat het Oekraïense leger was overgegaan tot mobilisatie. Hij waarschuwde Rusland dat elke militaire actie in Oekraïne zou leiden tot oorlog.[25]

Op 6 maart 2014 stemde het Krimse parlement in met een decreet dat bepaalde dat de Krim een deel van Rusland werd.[26] Ter voorbereiding hierop werd op 11 maart de onafhankelijkheid uitgeroepen. Op 16 maart 2014 werd een referendum over aansluiting bij Rusland gehouden, waarbij de grote meerderheid van de bevolking voor aansluiting stemde. Op 17 maart werd de Republiek van de Krim uitgeroepen. Oekraïne, de Europese Unie en de Verenigde Staten erkenden dit referendum echter niet, omdat zij voorafgaande onderhandelingen met Oekraïne nodig achtten, en omdat de Russische militaire aanwezigheid de vrijheid van de stemming zou verstoren.

Annexatie[bewerken | brontekst bewerken]

Op 18 maart 2014 werd officieel bekendgemaakt dat de Krim geannexeerd was door Rusland.[27][28] Dit werd buiten Rusland alleen erkend door Wit-Rusland.[29][30] Op 24 maart besloot de Oekraïense regering om al haar soldaten en hun familieleden uit de Krim te evacueren.[31]

Akkoorden en staakt-het-vuren[bewerken | brontekst bewerken]

Op 5 september 2014 werd, onder internationale druk, een eerste staakt-het-vuren afgesproken, het Akkoord van Minsk, dat echter van beide kanten slecht werd nageleefd. Een nieuw staakt-het-vuren, Minsk II, kwam op 12 februari 2015 tot stand. Dit akkoord werd een tijdlang wel redelijk nageleefd, maar in de loop van 2016 laaide het geweld toch weer sterker op.

Nasleep[bewerken | brontekst bewerken]

Op 25 januari 2016 maakte de Oekraïense regering bekend dat Oekraïne Rusland zou aanklagen wegens de annexatie van de Krim. Volgens het Oekraïense persbureau UNIAN zou de Oekraïense regering bij onder meer het Internationaal Zeerechttribunaal en het Internationaal Gerechtshof deze zaak aanhangig maken.[32]

Sinds de annexatie vinden er op de Krim op grote schaal landonteigeningen en andersoortige confiscaties plaats, die niet zelden als 'nationalisaties' worden aangeduid.[33] Voor de ontsluiting van de Krim opende de Russische federatie de Kertsjbrug over de Straat van Kertsj. Op 25 november 2018 blokkeerde de Russische marine deze zeestraat, die de doorgang vormt tussen de Zwarte Zee en de Zee van Azov.[34]

Oorlog Oost-Oekraïne (2014- heden)[bewerken | brontekst bewerken]

Zie Oorlog in Oost-Oekraïne voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De annexatie van de Krim leidde in de Oost-Oekraïense oblasten Donetsk en Loehansk tot een gewapend conflict. De opstandelingen wisten de steden Donetsk en Loehansk in handen te krijgen, alsmede het gebied ten zuidoosten daarvan tot aan de Russische grens, alwaar zij de volksrepubliek Donetsk[4] en volksrepubliek Loegansk uitriepen om net als de Krim onderdeel van Rusland te worden. De overige gebieden in de Donbas bleven onder het gezag van de Oekraïense overheid.

Op 11 mei schreven de separatisten een referendum uit over de onafhankelijkheid van de oblast Donetsk. Onafhankelijke waarnemingen waren tijdens het referendum onmogelijk, maar volgens de separatisten was 89% voorstander van afscheiding. De volgende dag verklaarde Donetsk zich daadwerkelijk onafhankelijk.[35] Hetzelfde scenario herhaalde zich in de oblast Loehansk, wat leidde tot de uitroeping van de onafhankelijke volksrepubliek Loegansk. Igor Girkin werd uitgeroepen tot leider van de rebellen. Hij verklaarde dat alle Oekraïense militairen en leden van de politie zich moesten onderwerpen of anders binnen 48 uur het gebied moesten verlaten, anders zouden ze als terroristen worden vervolgd. Volgens Oekraïne en het Westen waren de referenda gemanipuleerd door Rusland.[36] In de jaren daarna bleef de oorlog in Oost-Oekraïne doorwoekeren, met duizenden doden tot gevolg.

Russische invasie van Oekraïne en aanloop (2021 - heden)[bewerken | brontekst bewerken]

Aanloop: (2021 - 2022)[bewerken | brontekst bewerken]

Zie Aanloop tot de Russische invasie van Oekraïne in 2022 voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In maart 2021 was er een grote Russische militaire mobilisatie aan de Russisch-Oekraïense grens.[37] Satellietbeelden toonden een grote hoeveelheid gepantserde voertuigen, raketten en ander zwaar materieel.[38] Hierdoor groeide de internationale bezorgdheid over een mogelijke invasie van Oekraïne door Rusland. De troepen trokken zich in mei 2021 gedeeltelijk terug, maar de uitrusting en wapens bleven grotendeels aanwezig.

In juli 2021 publiceerde Poetin een essay met de titel Over de historische eenheid van Russen en Oekraïners, waarin hij Rusland en Oekraïne omschreef als 'één volk' en Russen, Oekraïners en Wit-Russen beschouwde als nakomelingen van de oude Roes.[39][40]

Ondanks dat er in oktober 2021 zich meer dan 100.000 Russische troepen hadden verzameld rondom de grens met Oekraïne, bleven Russische regeringsfunctionarissen tot 20 februari 2022 herhaaldelijk ontkennen dat Rusland plannen had om het land binnen te vallen.[41][42]

In december 2021 diende Rusland twee ontwerpverdragen in met verzoeken tot 'veiligheidsgaranties', waaronder een juridisch bindende belofte dat Oekraïne nooit zou toetreden tot de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO).[43][44] De verzoeken gingen gepaard met het dreigement dat er een militair antwoord zou komen als de VS en NAVO zouden vasthouden aan hun 'agressieve lijn'.[45][46]

Nadat Poetin op 21 februari 2022 de twee separatistische volksrepublieken Donetsk en Loegansk op Oekraïens grondgebied als onafhankelijke staten had erkend, stuurde hij er met goedkeuring van het Russische parlement militairen heen onder het mom van een 'vredesmissie'.[47] Op 22 februari 2022 keurde de Federatieraad van Rusland unaniem het gebruik van militair geweld in de gebieden goed.[48] Op 24 februari 2022 kondigde Poetin op de Russische staatstelevisie een "speciale militaire operatie" aan. Vrijwel onmiddellijk daarna viel het Russische leger Oekraïne binnen vanuit tegelijkertijd Rusland, de Krim en Wit-Rusland.

Russische invasie van Oekraïne (2022 - heden)[bewerken | brontekst bewerken]

Zie Russische invasie van Oekraïne in 2022 voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Overzicht van de Russische invasie van Oekraïne

Op 24 februari kondigde Poetin een 'speciale militaire operatie' aan om Oekraïne te 'demilitariseren en denazificeren'. Vrijwel direct daarna ontploften kruisraketten in Kiev en andere Oekraïense steden en vielen Russische grondtroepen Oekraïne binnen vanuit Rusland, Wit-Rusland, de zelfverklaarde volksrepublieken Donetsk en Loegansk en de Republiek van de Krim. Russische militairen rukten op naar steden als Cherson, Marioepol, Soemy, Tsjernihiv, Charkov en de hoofdstad Kiev. Daarbij stuitten ze op hevig militair en lokaal verzet.

De invasie werd internationaal breed veroordeeld. Verschillende landen verleenden humanitaire, militaire en financiële hulp aan Oekraïne. Van directe militaire inmenging was geen sprake, hoewel vanuit meerdere landen vrijwilligers afreisden om in het Oekraïense vreemdelingenlegioen te dienen.

Oekraïne spande op 26 februari 2022 bij het Internationaal Gerechtshof (ICJ) rechtszaken aan tegen Rusland in verband met oorlogshandelingen die worden aangemerkt als genocide: zowel Rusland als Oekraïne is als partij toegetreden tot het Genocideverdrag van 1948.[49] Deze door Oekraïene tegen Rusland aangespannen zaak staat op de rol als Application instituting proceedings against the Republic of the Russian Federation in the case concerning Allegations of Genocide under the Convention on the Prevention and Punishment of the Crime of Genocide (Ukraine v. Russian Federation).

Ook bij het Internationaal Strafhof (ICC) loopt een strafrechtelijk onderzoek naar oorlogsmisdrijven in Oekraïne.[50] Bij het Statuut van Rome is Rusland geen partij.

Het parlement van Litouwen bestempelde Rusland in mei 2022 als een 'terroristisch land' en merkte Rusland's acties in Oekraïne aan als genocide.[51]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

  • Bowen, Andrew, 2017. Coercive Diplomacy and the Donbas: Explaining Russian Strategy in Eastern Ukraine. Journal of Strategic Studies. V. 42. N. 3-4 p. 312–343 doi:10.1080/01402390.2017.1413550
  • Bremmer, Ian, 1994. The Politics of Ethnicity: Russians in the New Ukraine. Europe-Asia Studies. V. 46. N. 2 p. 261–283 doi:10.1080/09668139408412161
  • Hagendoorn, A., Linssen, H., Tumanov, S. V., 2001. Intergroup Relations in States of the former Soviet Union: The Perception of Russians. New York. Taylor & Francis. ISBN 978-1-84169-231-9