Russische invasie van Oekraïne in 2022

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Actuele gebeurtenis In dit artikel wordt een actuele gebeurtenis beschreven.
De informatie op deze pagina kan daardoor snel veranderen of inmiddels verouderd zijn.
Russische invasie van Oekraïne
Onderdeel van de Russisch-Oekraïense Oorlog
Kaart van Oekraïne (21 mei 2022)
 Gebieden onder Oekraïense controle
 Door Rusland bezette gebieden
Datum 24 februari 2022 - heden
Locatie Oekraïne
Strijdende partijen
Vlag van Rusland Rusland
Flag of Donetsk People's Republic.svg VR Donetsk
Flag of the Luhansk People's Republic.svg VR Loegansk

Steun:
Vlag van Wit-Rusland Wit-Rusland

Vlag van Oekraïne Oekraïne

Steun:
Vlag van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie NAVO
Vlag van Europa Europese Unie
Vlag van Australië Australië
Vlag van Japan Japan
Vlag van Nieuw-Zeeland Nieuw-Zeeland
Vlag van Zuid-Korea Zuid-Korea

Leiders en commandanten
Flag of the President of Russia.svg Vladimir Poetin
Vlag van Rusland Michail Misjoestin
Vlag van Rusland Sergej Lavrov
Vlag van Rusland Aleksandr Dvornikov
Vlag van Rusland Sergej Sjojgoe
Vlag van Rusland Valeri Gerasimov
Flag of Donetsk People's Republic.svg Denis Poesjilin
Flag of Donetsk People's Republic.svg Vladimir Pasjkov
Flag of the Luhansk People's Republic.svg Leonid Pasetsjnik
Flag of the Luhansk People's Republic.svg Sergej Kozlov
Flag of the President of Ukraine.svg Volodymyr Zelensky
Vlag van Oekraïne Denys Sjmyhal
Vlag van Oekraïne Valerii Zaloezjnyi
Vlag van Oekraïne Dmytro Koeleba
Vlag van Oekraïne Oleksii Danilov
Vlag van Oekraïne Oleksii Reznikov
Vlag van Oekraïne Serhiy Sjaptala
Vlag van Oekraïne Roeslan Chomtsjak
Troepensterkte
Vlag van Rusland
1.013.000 (krijgsmacht); 2.000.000 reservisten[1], waarvan 175.000[2] – 190.000[3] troepen in Oekraïne
Vlag van Oekraïne
255.000 (krijgsmacht), 1.000.000 reservisten, 20.000 vrijwilligers[4]
Verliezen
Vlag van Rusland
Volgens Rusland (22 maart):
9.861 doden, 16.153 gewonden[5]

Volgens de VS (22 maart):
>7.000 doden[6] en 14.000 -21.000 gewonden [7]
Volgens Oekraïne (14 mei):
27.200 doden[8], 500-600 krijgsgevangenen[9] Volgens de NAVO (30 maart):
30.000 tot 40.000 doden en gewonden of krijgsgevangen[10]

Materiële verliezen
Rusland:
Volgens Oekraïne (14 mei):
1.218 tanks
13 schepen
163 helikopters
200 vliegtuigen
2.934 gepantserde voertuigen
551 kanonnen
411 drones [11][12]

Vlag van Oekraïne
Volgens Oekraïne (16 april):
2.500-3.000 doden, 10.000 gewonden[13]

Volgens Rusland (2 maart):
2.870 doden, 3.760 gewonden en 572 krijgsgevangenen[14]
Volgens de VS (9 maart):
tussen de 2.000-4.000 doden[15]
Volgens de NAVO (30 maart):
5.000 doden en gewonden (reële cijfers zijn naar schatting van analisten aanzienlijk hoger)[10]
Materiële verliezen
Oekraïne:
Volgens Rusland (23 maart):
1.558 gepantserde voertuigen, waaronder tanks[16]
184 vliegtuigen en helikopters[16]
246 drones[16]
8 schepen[17]

Aantal burgerslachtoffers volgens de OHCHR (13 mei):

3.573 burgerdoden, 3.816 gewonden (reële cijfers zijn naar schatting aanzienlijk hoger) [18]

Aantal Oekraïense vluchtelingen volgens de UNHCR (13 mei):
6.111.172 vluchtelingen[19] en ~10 miljoen interne verdrevenen[20]

Portaal  Portaalicoon   Oekraïne

De Russische invasie van Oekraïne is een aanvalsoorlog van Rusland tegen buurland Oekraïne. De invasie begon op 24 februari 2022 en is onderdeel van de Russisch-Oekraïense Oorlog die sinds 2014 gaande is.

Rusland, dat in 2014 het Oekraïense schiereiland de Krim bezette en annexeerde en pro-Russische separatisten steunde bij de Oorlog in Oost-Oekraïne, begon in 2021 met een grote militaire troepenopbouw langs de grens met Oekraïne. De Russische president Vladimir Poetin verklaarde tegelijkertijd dat hij een eventuele toetreding van Oekraïne tot de NAVO nooit zou accepteren en beweerde dat hij zich zorgen maakte om de Russischtalige bevolking van Oekraïne. Nochtans hield de Russische regering lange tijd vol dat er geen plannen waren om het buurland binnen te vallen.[21]

Nadat Poetin op 21 februari de twee separatistische volksrepublieken Donetsk en Loegansk op Oekraïens grondgebied als onafhankelijke staten had erkend, stuurde hij er met goedkeuring van het Russische parlement militairen heen onder het mom van een 'vredesmissie'.[22] Op 24 februari kondigde Poetin een 'speciale militaire operatie' aan om Oekraïne te 'demilitariseren en denazificeren'.[23] Vrijwel direct daarna ontploften kruisraketten in Kiev en andere Oekraïense steden en vielen Russische grondtroepen Oekraïne binnen vanuit Rusland, Wit-Rusland, en de bezette gebieden Donetsk en Loegansk.[24][25] De Oekraïense president Volodymyr Zelensky kondigde in een reactie de staat van beleg en een algehele mobilisatie af.[26][27]

Russische militairen rukten op naar steden als Cherson, Marioepol, Soemy, Tsjernihiv, Charkov en de hoofdstad Kiev. Daarbij stuitten ze op hevig militair en lokaal verzet en kregen ze te maken met logistieke uitdagingen die hun voortgang belemmerden.[28] Op 27 februari dreigde Poetin impliciet met de inzet van kernwapens. Twee weken na het begin van de invasie meldde de VN dat er al meer dan 2,5 miljoen mensen uit Oekraïne waren gevlucht. Men sprak van 's werelds snelst groeiende vluchtelingencrisis sinds de Tweede Wereldoorlog.[29][30] Daarnaast waren er een kleine twee miljoen ontheemden binnen Oekraïne.

De invasie werd internationaal breed veroordeeld. Verschillende landen verleenden humanitaire, militaire en financiële hulp aan Oekraïne. Van directe militaire inmenging was geen sprake, hoewel vanuit meerdere landen vrijwilligers afreisden om in het Oekraïense vreemdelingenlegioen te dienen. Wel stelden veel westerse landen sancties tegen Rusland in, die leidden tot een financiële crisis in het land.[31] Grote bedrijven stelden een boycot van Rusland en Wit-Rusland in. Er vonden wereldwijd protesten plaats, ook in Rusland zelf, waar demonstranten massaal werden gearresteerd en de Russische regering de repressie van onafhankelijke media opvoerde.[32][33][34]

Oekraïne spande op 25 februari 2022 een rechtszaak aan tegen Rusland bij het Internationaal Gerechtshof (ICJ) wegens het manipuleren van het begrip genocide om agressie te rechtvaardigen.[35] Dit was mogelijk omdat zowel Rusland als Oekraïne als partij waren toegetreden tot het Genocideverdrag van 1948. Het ICJ eiste op 16 maart dat Rusland onmiddellijk alle militaire activiteiten in Oekraïne zou staken.[36] Het Internationaal Strafhof deed strafrechtelijk onderzoek naar oorlogsmisdrijven in Oekraïne.[37]

Voorgeschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Zie Euromaidan, Revolutie van de Waardigheid, Annexatie van de Krim (2014), Oorlog in Oost-Oekraïne en Russisch-Oekraïense Oorlog voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.

In februari 2014 werd de toenmalige pro-Russische Oekraïense president Viktor Janoekovytsj afgezet na maandenlange pro-westerse protesten die eindigden in de Revolutie van de Waardigheid in Kiev, waarbij meer dan honderd doden vielen. Buurland Rusland bezette vervolgens het schiereiland de Krim en verleende militaire steun aan rebellen die in de oostelijke Donbasregio een gewapende strijd begonnen. De opstandelingen wisten de steden Donetsk en Loehansk en delen van de omgeving tot aan de Russische grens in handen te krijgen en riepen daar de zelfverklaarde volksrepublieken Donetsk en Loegansk uit. In de jaren die volgden bleef de oorlog in Oost-Oekraïne doorwoekeren, met duizenden doden tot gevolg.

Aanloop naar de invasie[bewerken | brontekst bewerken]

De Russische troepenopbouw in de Russisch-Oekraïense grensstreek op een kaart van de Amerikaanse inlichtingendiensten, begin december 2021. De VS schatten de Russische troepensterkte op dat moment op 70.000 militairen.

Oplopende spanningen[bewerken | brontekst bewerken]

Zie Aanloop tot de Russische invasie van Oekraïne in 2022 voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In het jaar voorafgaand aan de invasie, van februari tot april 2021, was er een grote militaire troepenopbouw door Rusland bij de Oekraïense grens. In juli 2021 publiceerde Vladimir Poetin een essay met de naam Over de historische eenheid van Russen en Oekraïners, waarin hij het bestaansrecht van een onafhankelijk Oekraïne ontkende.

Tussen oktober 2021 en februari 2022 volgde een tweede grootschalige Russische troepenopbouw bij de Oekraïense grens, in zowel Rusland, als Wit-Rusland. Tijdens deze ontwikkelingen ontkende de Russische regering herhaaldelijk dat er plannen waren om Oekraïne binnen te vallen.[38] Op 12 november 2021 zei Poetins woordvoerder Dmitri Peskov tegen verslaggevers dat Rusland 'niemand bedreigde'. Op 12 december vertelde hij dat er pogingen werden ondernomen om 'Rusland te demoniseren en af te schilderen als een potentiële agressor'.[39] Op 19 januari 2022 ontkende de Russische onderminister van Buitenlandse Zaken, Sergej Rjabkov, dat Rusland van plan zou zijn enige agressieve actie tegen Oekraïne te ondernemen. Op 12 februari deed Kremlin-adviseur van Buitenlandse Zaken Joeri Oesjakov waarschuwingen voor een naderende invasie af als 'hysterie'. Op 20 februari ontkende ook de Russische ambassadeur in de VS, Anatoli Antonov, dat Russische troepen een bedreiging zouden vormen of dat er plannen zouden zijn voor een invasie.[40]

Begin december 2021 gaven de VS, na herhaaldelijke Russische ontkenningen, inlichtingen vrij over Russische plannen voor een invasie, waaronder satellietfoto's van Russische troepen en uitrusting nabij de Oekraïense grens.[41] Ook meldde de inlichtingendienst het bestaan van een Russische lijst van belangrijke locaties en personen die bij een invasie moesten worden gedood of geneutraliseerd.[42][43] De VS bleven rapporten vrijgeven die de invasieplannen voorspelden. Op 31 januari 2022 beschuldigde de gepensioneerde kolonel-generaal Leonid Ivasjov, als voorzitter van de Russische Officierenvergadering, Poetin en de rest van het Russische landsbestuur ervan een oorlog tegen Oekraïne voor te bereiden en riep hen op om af te treden.[44][45]

Russische beschuldigingen en eisen[bewerken | brontekst bewerken]

In de maanden voorafgaand aan de invasie beschuldigden Russische functionarissen Oekraïne van het aanzetten tot spanningen, russofobie en onderdrukking van Russischsprekenden. Daarnaast stelde Rusland meerdere veiligheidseisen aan Oekraïne, de NAVO, en niet-NAVO-bondgenoten in de Europese Unie (EU), waarbij twee verdragen voorgesteld werden met verzoeken tot veiligheidsgaranties, waaronder een juridisch bindende belofte dat Oekraïne nooit zou toetreden tot de NAVO en dat de NAVO-troepen en wapens die waren gestationeerd in Oost-Europa in aantal zouden worden verminderd.[46] De eisen van Rusland gingen gepaard met het dreigement dat er een militair antwoord zou komen als de VS en NAVO zouden vasthouden aan hun 'agressieve lijn'.[47][48] Deze acties werden door commentatoren en westerse functionarissen beschreven als pogingen om een oorlog te rechtvaardigen.[49] Op 9 december 2021 zei Poetin: 'Russofobie is een eerste stap in de richting van genocide'.[50][51] Op 15 februari 2022 zei Poetin tegen de pers dat er genocide werd gepleegd in de Donbas.[52] De Russische regering veroordeelde ook het taalbeleid in Oekraïne.[53][54] De beweringen van Poetin en Russische functionarissen over genocide werden door de internationale gemeenschap afgewezen als ongegrond.[55][56] De Europese Commissie karakteriseerde de beschuldigingen als 'Russische desinformatie'.[57]

Op 21 februari trok Poetin in zijn speech[58] de legitimiteit van de Oekraïense staat in twijfel. Ook herhaalde Poetin zijn bewering dat 'Oekraïne nooit een traditie als echte staat heeft gehad'[59] en beschreef hij het land ten onrechte als gecreëerd door 'Sovjet-Rusland'. Om een invasie te rechtvaardigen, beschuldigde Poetin de Oekraïense samenleving en de regering ervan te worden gedomineerd door neo-nazisme.[60] Ook haalde hij een antisemitische samenzweringstheorie aan, die Russische christenen, in plaats van joden, als de echte slachtoffers van nazi-Duitsland beschouwt.[61] Ondanks de aanwezigheid van extreemrechtse groeperingen in Oekraïne waaronder het Azovbataljon en de Rechtse Sector,[60] beschreven analisten de retoriek van Poetin als een overdrijving van de invloed van extreemrechtse groepen in Oekraïne; ze wezen erop dat er geen brede steun voor de ideologie was in de regering, het leger of onder de bevolking.[62][63] De Oekraïense president Volodymyr Zelensky, die zelf joods is, verklaarde dat zijn grootvader in het Sovjet-leger diende om tegen de nazi's te vechten;[64] drie van zijn familieleden stierven in de Holocaust.[65] Het US Holocaust Memorial Museum en Yad Vashem veroordeelden Poetins misbruik van de Holocaust-geschiedenis.[66][67][68]

Vermeende aanvallen (17–21 februari)[bewerken | brontekst bewerken]

Poetin en zijn vertrouweling; de Russische minister van Defensie Sergej Sjojgoe[69]

Vanaf 17 februari 2022 escaleerden de gevechten in de Donbas aanzienlijk.[70] Terwijl het aantal aanvallen in de eerste zes weken van 2022 tussen de twee en vijf per dag lag, meldde het Oekraïense leger dat er alleen op die dag al 60 aanvallen hadden plaatsgevonden. Russische staatsmedia berichtten op dezelfde dag meer dan 20 artillerie-aanvallen op posities waar zich pro-Russische separatisten bevonden.[71] De Oekraïense regering beschuldigde de door Rusland gesteunde separatisten ervan een kleuterschool in Stanytsja Luhanska, een nederzetting in de oblast Loehansk, te hebben beschoten met artillerie terwijl de zelfverklaarde volksrepubliek Loegansk verklaarde dat haar strijdkrachten door Oekraïense troepen waren aangevallen met machinegeweren, mortieren en granaatwerpers.[72]

Op 18 februari gaven de volksrepublieken Donetsk en Loegansk het bevel tot verplichte noodevacuaties van ouderen, vrouwen en kinderen,[73][74] vanwege een vermeende naderende 'Oekraïense invasie'. Poetin kondigde aan dat iedere 'vluchteling' die vanuit de Donbas de grens naar Rusland over zou steken, 10.000 roebel (130 dollar) zou ontvangen. Waarnemers merkten vervolgens op dat er geen noemenswaardige aantallen mensen werden geëvacueerd en bovendien dat een volledige evacuatie maanden in beslag zou nemen.[75] Oekraïense media meldden een sterke toename van artilleriebeschietingen door (Russische) militanten in de Donbas, en vermoedden dat het pogingen waren om het Oekraïense leger te provoceren.[76][77] Op 21 februari kondigde de Russische Federale Veiligheidsdienst (FSB) aan dat Oekraïense beschietingen een FSB-grensfaciliteit hadden vernietigd op 150 meter van de Russisch-Oekraïense grens in de oblast Rostov.[78] De warmte-krachtcentrale van Loehansk was beschoten met artillerie en volgens Oekraïense media moest deze als gevolg daarvan sluiten.[79]

Op 21 februari maakte de persdienst van het Russische zuidelijk militaire district bekend dat, in de buurt van het dorp Mitjakinskaja in de Russische oblast Rostov, Russische troepen die ochtend een groep van vijf saboteurs hadden gedood, die de grens van Rusland waren binnengedrongen in twee infanteriegevechtsvoertuigen. De voertuigen waren vernietigd.[80] Oekraïne ontkende bij de incidenten betrokken te zijn en noemde het een 'valse vlag'-operatie.[81][82] Daarnaast werden er in Oekraïne twee Oekraïense soldaten en een burger gedood tijdens beschietingen in het dorp Zajtseve in de oblast Donetsk.[83] Verschillende analisten, waaronder de onderzoekswebsite Bellingcat,[84] publiceerden bewijs dat veel van de geclaimde aanvallen, explosies en evacuaties in de Donbas door Rusland waren geënsceneerd.[85][86]

Escalatie (21–23 februari)[bewerken | brontekst bewerken]

Op 21 februari om 22:35 (UTC+3) kondigde president Poetin aan dat de Russische regering de zelfverklaarde volksrepublieken Donetsk en Loegansk diplomatiek zou erkennen.[87] Diezelfde avond stuurde Poetin Russische troepen naar de Oost-Oekraïense regio Donbas, in wat Rusland een 'vredesmissie' noemde.[88][89] Later op de avond bevestigden verschillende onafhankelijke media dat Russische troepen de Donbas waren binnengetrokken.[90][91] De interventie in de Donbas werd veroordeeld door verschillende leden van de VN-Veiligheidsraad.[92]

Vladimir Poetin, Denis Poesjilin en Leonid Pasetsjnik signeren de verklaringen van onafhankelijkheid van de zelfverklaarde volksrepublieken Donetsk en Loegansk op 21 februari 2022.

Op 22 februari gaf de Federatieraad van Rusland Poetin unaniem toestemming voor het gebruik van militair geweld buiten Rusland.[93] Als reactie beval Zelensky de dienstplicht van Oekraïense reservisten, maar verplichtte zich niet tot algemene mobilisatie.[94] De volgende dag riep het parlement van Oekraïne een nationale noodtoestand van 30 dagen uit, die om middernacht van kracht ging. Ook beval het parlement de mobilisatie van alle legerreservisten.[95][96] Ondertussen begon Rusland zijn ambassade in Kiev te evacueren. De Russische vlag werd vanaf de top van het gebouw omlaaggehaald.[97] De websites van het Oekraïense parlement en de Oekraïense regering werden, samen met websites van banken, getroffen door DDoS-aanvallen, algemeen toegeschreven aan door Rusland gesteunde hackers.[98][99]

In de nacht van 23 februari hield Zelensky een toespraak in het Russisch, waarin hij Russische burgers opriep om een oorlog te voorkomen.[100][101] Hij weerlegde ook de beweringen van Rusland over de aanwezigheid van neonazi's in de Oekraïense regering en verklaarde dat hij niet van plan was de afvallige Donbas-regio aan te vallen.[102]

Kremlin-woordvoerder Peskov zei dat de separatistische leiders in de zelfverklaarde volksrepublieken Donetsk en Loegansk een brief naar Poetin hadden gestuurd, waarin stond dat Oekraïense beschietingen burgerdoden hadden veroorzaakt en dat ze daarom een beroep deden op militaire steun vanuit Rusland.[103] In reactie daarop verzocht Oekraïne om een dringende vergadering van de VN-Veiligheidsraad,[104] die om 21:30 (UTC−5) bijeenkwam.[105] VN-secretaris-generaal António Guterres opende de bijeenkomst door Poetin te vragen 'vrede een kans te geven'.[106] Een half uur na de spoedvergadering kondigde Poetin de start van militaire operaties in Oekraïne aan. Serhij Kyslytsja, de Oekraïense vertegenwoordiger, riep vervolgens de Russische vertegenwoordiger, Vasili Nebenzja, op om al het mogelijke te doen om de oorlog te stoppen of afstand te doen van zijn positie als president van de VN-Veiligheidsraad. Nebenzja weigerde aan dit verzoek gehoor te geven.[107][108]

De aanvalsoorlog en het Oekraïense verzet[bewerken | brontekst bewerken]

De Russische president Vladimir Poetin tijdens zijn toespraak op 24 februari 2022 waarin hij een 'speciale militaire operatie' in Oekraïne aankondigde.

Op 24 februari, kort voor 06:00 uur (UTC+3), maakte Poetin bekend dat hij de beslissing had genomen om een 'speciale militaire operatie' in Oekraïne te beginnen.[109] In zijn toespraak verklaarde Poetin dat er geen plannen waren om Oekraïens grondgebied te bezetten en dat hij het recht van de volkeren van Oekraïne op zelfbeschikking steunde.[110][111] Hij zei dat 'het doel van de 'operatie' was om de overwegend Russischsprekende bevolking van de Donbas te beschermen', die volgens Poetin 'al acht jaar werd geconfronteerd met vernedering en genocide gepleegd door het regime van Kiev'.[112] Binnen enkele minuten na deze aankondiging werden explosies gemeld in Kiev, Charkov, Odessa en de Donbas.[113] Een (vermoedelijk) uitgelekt rapport van de Russische geheime dienst Federalnaja Sloezjba Bezopasnosti (FSB) het Russische spionagebureau stelde dat er 'geen opties waren voor een mogelijke overwinning in Oekraïne' en zei dat ze niet waren ingelicht over het plan om Oekraïne binnen te vallen.[114]

Onmiddellijk na de aanval kondigde de Oekraïense president Volodymyr Zelensky de staat van beleg af.[115] Dezelfde avond beval hij een algehele mobilisatie van alle reservisten en Oekraïense mannen tussen de 18 en 60 jaar oud. Zij mochten het land niet meer verlaten, zodat ze beschikbaar bleven voor een oproep.[116][117]

Op 25 februari besloten NAVO-regeringsleiders tijdens een videoconferentie dat de NATO Response Force voor het eerst in haar bestaan zou worden verzameld. Er zouden enkele duizenden manschappen naar NAVO-lidstaten in Oost-Europa worden gestuurd.[118]

Dynamische kaart van de invasie van 24 februari t/m 21 april

Op 27 februari werd bekend dat de Europese Unie wapens en munitie ging leveren aan Oekraïne. Hiervoor zou een bedrag van ca. 500 miljoen euro worden uitgetrokken. Het was voor het eerst in haar geschiedenis dat de EU als geheel tot iets dergelijks overging. Individuele EU-lidstaten hadden Oekraïne al wel eerder van wapens voorzien.[119][120] Ook Duitsland, dat sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog een beleid voerde om geen wapens naar conflictgebieden te sturen, begon met wapenleveringen aan Oekraïne. Het neutrale Zweden zegde eveneens, voor het eerst sinds 1939, wapenleveringen aan Oekraïne toe.[121]

Russische troepen kwamen Oekraïne binnen vanuit het noorden via Wit-Rusland (richting Kiev); vanuit het noordoosten uit Rusland (richting Charkov); vanuit het oosten via de Donbas; en vanuit het zuiden via de, in 2014 door Rusland geannexeerde, Krim (richting Cherson).[122] Kiev en Charkov zijn de twee grootste steden van Oekraïne. Aan de oostzijde van Cherson ligt de belangrijke Antonovsky-brug over de Dnjepr, waarlangs Odessa voor Russische legereenheden te bereiken zou zijn.[123]

Op 25 maart 2022 claimde de Russische legerleiding dat de eerste fase van hun militaire campagne was voltooid. Rusland zou zich vanaf nu gaan concentreren op het 'bevrijden' van de Donbas-regio in het oosten. Over de eerder genoemde doelen van het 'demilitariseren' en 'denazificeren' van Oekraïne werd niet meer gesproken.[124] Het Russische offensief leek grotendeels stilgevallen. Bovendien had het Oekraïense leger inmiddels rond Kiev, Charkov, Soemy en in het zuiden een tegenoffensief ingezet en enkele gebieden heroverd.[125][126]

Op 7 april werden Russische troepen die aan het noordelijke front waren ingezet teruggetrokken voor schijnbare bevoorrading en daaropvolgend een herschikking naar de Donbas-regio om de zuidelijke en oostelijke fronten te versterken voor een hernieuwd invasiefront van Zuidoost-Oekraïne. Het noordoostelijke front, inclusief het centrale militaire district, werd op dezelfde manier teruggetrokken voor bevoorrading en herschikking in Zuidoost-Oekraïne.[127]

Zuidoostelijk front: 24 februari - heden[bewerken | brontekst bewerken]

Zuidelijk front: 24 februari - heden[bewerken | brontekst bewerken]

Zie ook Slag om Marioepol (2022), Cherson-offensief, Bombardement op theater van Marioepol, Aanval op treinstation van Kramatorsk

Op 24 februari namen Russische troepen vanuit de Krim in het zuiden de controle over het Noord-Krimkanaal over, waardoor de watervoorziening van het schiereiland via de Dnjepr, dat sinds 2014 was afgesneden, werd hersteld.[128] De opmars bewoog zich langs de zuidelijke kuststrook naar het oosten, in de richting van Marioepol, een stad die het front kon verbinden met de separatistische regio's van de Donbas.[129] Op 24 februari begon de Russische artillerie Marioepol te bombarderen.[130]

De Russische Marine begon naar verluidt in de avond van 25 februari een amfibische aanval op de kustlijn van de Zee van Azov, 70 kilometer ten westen van Marioepol.[131] Een Amerikaanse defensiefunctionaris verklaarde dat de Russen mogelijk duizenden Russische mariniers vanuit dit bruggenhoofd zouden inzetten.[132]

Op 1 maart bereidden Russische troepen zich voor om hun aanval op Melitopol, 200 km ten westen van Marioepol, te hervatten.[133] Ivan Fedorov, de burgemeester van Melitopol, verklaarde later dat de Russen de stad hadden bezet.[134]

Een verwoeste Russische tank BMP-3 bij Marioepol, 7 maart 2022

Begin maart werd Marioepol volledig omsingeld door het Russische leger. Op 4 maart stond de stad op omvallen en dreigde een humanitaire crisis.[135] De Oekraïense regering meldde op 14 maart dat er in Marioepol sinds het begin van de invasie zeker 2500 doden waren gevallen.[136] Op 16 maart werd het Regionaal Dramatheater van Donetsk doelwit van een bombardement. In het theater schuilden volgens de berichten omstreeks het moment van de aanval tussen de 600 en 800 burgers; het aantal doden werd door de gemeente Marioepol geschat op 300, over het precieze aantal bestaat tot op heden onduidelijkheid.[137]

Een tweede aanvalsas vanuit de Krim verplaatste zich op 26 februari naar het noorden en naderde de bij Enerhodar gelegen kerncentrale Zaporizja, de grootste kerncentrale van Europa.[138][139][140] Op 28 februari begon de belegering van Enerhodar, in een poging de controle over de kerncentrale over te nemen.[141] Tijdens het vuurgevecht ontstond een brand.[142] Het International Atomic Energy Agency verklaarde dat er geen essentiële apparatuur was beschadigd.[143] In de vroege ochtend van 4 maart werd de kerncentrale Zaporizja urenlang beschoten en uiteindelijk ook ingenomen door Russische troepen. Hoewel er branden werden gemeld, was er geen stralingslek.[144]

Vanaf Zaporizja wordt de Dnjepr-rivier een stuwmeer dat zuidwaarts reikt tot de stuwdam van Nova Kachovka, waarna de Dnjepr via Cherson uitmondt in de Zwarte Zee. De Dnjepr vormt zo een natuurlijke barrière van 230 km in vogelvlucht voor beide legers. De enige verbindingen zijn de spoorwegverbinding over de stuwdam van Nova Kachovka en een weg en spoorbrug 10 km ten oosten van Cherson.

Een derde aanvalsas vanuit de Krim verplaatste zich naar het noordwesten, waar Russische troepen bruggen over de Dnjepr veroverden.[145] Op 2 maart meldden diverse media en het Russische ministerie van Defensie dat de stad Cherson in het zuiden van Oekraïne volledig door het Russische leger was ingenomen,[146] Oekraïense autoriteiten spraken dat tegen. Volgens een lokale functionaris waren er 200 mensen omgekomen, voornamelijk burgers.[147]

De Russische troepen trokken vervolgens westwaarts richting Mykolajiv, dat tussen Cherson en Odessa ligt. Op 4 maart sloegen Oekraïense verdedigers een aanval op deze stad af en heroverden ze de nabijgelegen vliegbasis Koelbakino. De Russische legereenheid passeerde de stad Mykolajiv om 85 km noordwaarts, langs de oostelijke oever van de Zuidelijke Boeg-rivier, de stad Voznesensk aan te vallen. Bij deze stad is een strategische brug over de rivier. De aanval mislukte na drie dagen van hevige strijd,[148] waarna de Russische eenheid zich helemaal terugtrok. Het Russische leger slaagde er zodoende niet in om de Zuidelijke Boeg-rivier over te steken, wat wel nodig was om de stad Odessa te kunnen bereiken.

Op 18 maart beschoten Russische marineschepen de steden Marioepol en Odessa.[149] Op diezelfde dag werd een militaire kazerne bij Mykolajiv door Rusland gebombardeerd, waarbij zeker 80 militairen zouden zijn omgekomen.[150] Op 29 maart werd ook het gebouw van het regionale bestuur in Mykolaiv getroffen door een Russische raket. Volgens de berichten vielen daarbij 15 doden en meer dan 30 gewonden.[151][152]

Eind maart leek Rusland zijn doelen bij te stellen. Het aanvankelijke doel van Rusland om de hoofdstad Kiev te veroveren en de regering-Zelensky af te zetten en te vervangen door een pro-Russisch regime, leek voorlopig door Rusland te zijn opgegeven. Het feit dat de Oekraïners veel meer weerstand boden dan verwacht, speelde vermoedelijk een belangrijke rol bij deze beslissing.[153] Inmiddels riep de Oekraïense regering de bevolking van Oost-Oekraïne op om het gebied zo snel mogelijk te verlaten. Er werden voor hen een aantal treinen ter beschikking gesteld.[154]

In de ochtend van 8 april meldden Britse militaire inlichtingendiensten dat het Russische leger zich volledig had teruggetrokken uit het noorden van Oekraïne. Verwacht werd dat het Russische leger zich zou hergroeperen in de Donbas, en dat daar een nieuwe hevige strijd zou volgen. Veel van de soldaten zouden naar Wit-Rusland en Rusland zijn gegaan.[155] Op satellietbeelden die door het Amerikaanse technologiebedrijf Maxar waren gemaakt in de buurt van Velyky Boerloek was een kilometerslang konvooi te zien, dat onderweg leek naar de Donbas.[156] Vrijwel tegelijkertijd werd het treinstation van Kramatorsk getroffen door een vermoedelijk Russische raketaanval (zie #Aanval op treinstation Kramatorsk).

Op 10 april werd, ongeveer 300 km vanaf de Russische grens in het centrale deel van Oost-Oekraïne, de luchthaven van Dnipro verwoest tijdens een raketaanval. Reuters citeerde verder het Russische ministerie van Defensie dat verklaarde dat 'in de nacht zeer nauwkeurige raketten de basis en het hoofdkwartier van het nationalistische Dnipro-bataljon in Zvonetsky vernietigden, dat onlangs versterkingen had gekregen van buitenlandse huursoldaten'.[157]

Op 23 april vielen volgens berichten van Oekraïense zijde bij een Russische raketaanval op Odessa — waarbij een woonwijk in Tajirove werd getroffen – zeker acht doden. De Oekraïense luchtafweer zou tijdens de aanval twee raketten en twee verkenningsdrones van Rusland hebben onderschept.[158][159] Op 2 mei berichtten plaatselijke autoriteiten dat er bij een nieuwe raketaanval op Odessa een 15-jarige jongen was omgekomen.[160] Op 10 mei werd de stad nogmaals doelwit van raketaanvallen, waarbij volgens het Oekraïense leger ook hypersonische raketten werden gebruikt. Voorzitter van de Europese Raad Charles Michel, die in de stad aanwezig was voor onder meer een ontmoeting met de Oekraïense premier Denys Sjmyhal, moest voor een aanval schuilen.[161]

Oostelijk front: 24 februari - heden[bewerken | brontekst bewerken]

Zie ook Slag om de Donbas (2022) en Slag om Charkov (2022)

Vanaf de eerste dag van de invasie probeerden Russische strijdkrachten in het noordoosten de stad Charkov te veroveren, dat minder dan 35 kilometer van de Russische grens ligt.[162][163] In de Slag om Charkov, stuitten Russische tanks op sterke tegenstand. Op 28 februari bombardeerden de Russen de stad, waarbij meerdere instanties vermoedden dat er clustermunitie[164] of vacuümbommen[165] waren ingezet. Er vielen tientallen doden.[166]

Russisch bombardement in een buitenwijk van Charkov, 1 maart 2022

Nieuwsprogramma's op de Russische staatstelevisie lieten per uitzondering beelden zien van de aanslag en beweerden daarbij dat de Oekraïners hun eigen gebouwen opbliezen om Rusland hiervan de schuld te kunnen geven. Volgens een Russische nieuwspresentator 'schiet Russische artillerie nooit op woonwijken, waar Oekraïners hun kanonnen juist daar neerzetten, bij voorkeur op speelplaatsen bij scholen'.[167] Op 1 maart 2022 was er een raketaanval op het Vrijheidsplein in het centrum van Charkov, met als mogelijk doelwit het regionale overheidsgebouw aan de rand van het plein.[168] Er landden Russische parachutisten in Charkov, die een militaire medische kliniek aanvielen. De strijd werd door een Oekraïense presidentiële adviseur beschreven als 'het Stalingrad van de 21e eeuw'.[169]

In de ochtend van 25 februari rukten Russische troepen op vanuit Volksrepubliek Donetsk (DPR) in het oosten richting Marioepol en stuitten op hevig verzet van de Oekraïense krijgsmacht in de buurt van het dorp Pavlopil, zo'n 30 km van Marioepol. Volgens de burgemeester van Marioepol werden tijdens deze confrontatie 22 Russische tanks vernietigd.[170][171] Op 1 maart kondigde Denis Poesjilin, het hoofd van de Volksrepubliek Donetsk, aan dat de DPR-troepen de stad Volnovacha, in de oblast Donetsk 70 km ten noorden van Marioepol, bijna volledig hadden omsingeld en dat ze spoedig hetzelfde zouden doen met Marioepol.[172]

Op 2 maart werden Russische troepen verdreven uit Sjevjerodonetsk, de de-facto-hoofdstad van de oblast Loehansk.[173] Op 17 maart werd Izjoem, oblast Charkov veroverd door Russische troepen, hoewel de gevechten voortduurden. Op 20 maart meldde het Russische ministerie van Defensie dat er aanvallen met hypersonische raketten waren uitgevoerd door Rusland, deze keer op een brandstofopslagplaats in Kostjantynivka.[174]

Op 17 maart werd Izjoem naar verluidt ingenomen door Russische troepen,[175] hoewel de gevechten voortduurden.[176]

Op 25 maart verklaarde het Russische ministerie van Defensie dat Rusland klaar was om de tweede fase van de militaire operatie in te gaan bij het bezetten van grote Oekraïense steden in Oost-Oekraïne. Op 31 maart, de dag waarop de vredesbesprekingen tussen Oekraïne en Rusland in Istanbul zouden worden hervat, meldde PBS News dat Charkov opnieuw onder vuur lag.

In de ochtend van 1 april ontstond er brand in een olieopslagplaats in de Russische stad Belgorod, op ca. 35 km van de Oekraïense grens. Volgens Rusland werd de brand veroorzaakt door een Oekraïense luchtaanval, maar de Oekraïense defensiesecretaris Danilov ontkende deze beschuldiging.[177] Op 7 april bracht de hernieuwde opeenhoping van Russische invasietroepen en tankdivisies rond de oostelijke steden Izjoem, Slovjansk en Kramatorsk Oekraïense regeringsfunctionarissen ertoe om de overgebleven inwoners van de oblasten Donetsk en Loehansk en van het oostelijke deel van oblast Charkov te adviseren hun steden en dorpen te verlaten en naar het westen van Oekraïne te vluchten.

Op 11 april kondigde Zelensky aan dat Oekraïne een groot nieuw Russisch offensief verwachtte in het oosten.[178] Militaire satellieten registreerden uitgebreide Russische konvooien van infanterie en gemechaniseerde eenheden terwijl deze van Charkov zuidwaards naar Izjoem reden voor de geplande Russische herschikking van zijn noordoostelijke troepen naar het zuidoostelijke front van de invasie.[179]

Op 13 april werd er melding gemaakt van een mogelijke sabotage van een spoorbrug in de buurt van het Russische Belgorod.[180] De Oekraïense legerleiding beweerde op 14 april een brug te hebben opgeblazen in Charkov waardoor een complete Russische legercolonne die op weg was naar Izjoem in een hinderlaag liep en werd geneutraliseerd.[181]

Tegen eind april werden veel voorsteden ten oosten en ten noorden van de stad Charkov bevrijd, wat de artilleriedruk op de stad verminderde.[182][183] Op 2 mei heroverden de Oekraïense strijdkrachten het dorp Stary Saltiv, 40 kilometer ten oosten van Charkov. Het dorp ligt aan een stuwmeer dat bescherming bood voor aanvallen vanuit het oosten.[184][185] Zelensky verklaarde op 11 mei 2022 dat de Russische troepen rond Charkov 'geleidelijk' waren verdreven tot 10 km voor de Russische grens. In de buurt van Charkov werd een massagraf met Russische soldaten gevonden.[186][187] Op 14 mei meldde danktank Institute for the Study of War (ISW) dat het Russische leger zich waarschijnlijk volledig had teruggetrokken uit zijn posities rond Charkov, als gevolg van het Oekraïense tegenoffensief en de beperkte beschikbaarheid van versterkingen. Volgens getuigen voerden de Russen nog wel luchtaanvallen uit op dorpen in de omgeving van de stad.[188]

De Russen werden door het Oekraïense tegenoffensief gedwongen om legereenheden over de grens in Rusland, bij Belgorod, in reserve te houden. Deze legereenheden konden daardoor niet ingezet worden op andere fronten. Tevens werd een belangrijke Russische aanvoerlijn, de internationale spoorlijn Belgorod (RU)- Koepjansk (UA), bedreigd bij Vovtsjansk, oblast Charkov. Meer naar het zuiden, bij Roebizjne, veroverde het Russische leger langzaam gebied in westwaartse richting. Hierbij werden steden en dorpen zwaar gebombardeerd door artillerie totdat er niets meer van over was en de Oekraïense troepen zich terugtrokken. Daarna werd de volgende Oekraïense defensieve stelling aangevallen. Deze Russische tactiek vergde enorm veel munitie en leidde tot grote verliezen in mankracht en materieel. Tegelijkertijd voerde het Russische leger aanvallen uit vanuit Izjoem in zuidelijke richting, met als doel het Oekraïense leger te omsingelen. Dit offensief had minder succes, daar de Russen er niet in slaagden om met noemenswaardige aantallen de rivier Severski Donets over te steken, ondanks meerdere pogingen met pontons.[189]

Na de inname van de Azovstalfabriek door de Russen, en de val van Marioepol aan het zuidelijk front, nam het offensief in de Donbas toe. Op 21 mei meldde de gouverneur van Loehansk, Serhij Hajdaj, via Telegram dat de Russen Sjevjerodonetsk dag en nacht bombardeerden en probeerden de stad te omsingelen. Oekraïense troepen zouden elf aanvallen hebben afgeslagen en daarbij acht tanks hebben vernietigd. Naast Sjevjerodonetsk was ook Lysytsjansk een doelwit, de steden liggen aan weerszijden van de Severski Donets in het deel van oblast Loehansk dat voor de oorlog nog niet onder controle stond van pro-Russische separatisten. Volgens Zelensky werd ook in Slovjansk hevig gevochten en hield het Oekraïense leger stand.[190]

Noordoostelijk front: 24 februari - 7 april[bewerken | brontekst bewerken]

Zie ook Slag om Soemy (2022), Beleg van Tsjernihiv (2022)

Het offensief in Noordoost-Oekraïne behelsde een grootschalige aanval van de Russische strijdkrachten op het grondgebied van de oblasten Tsjernihiv en Soemy en de gelijknamige hoofdsteden. Op 24 februari probeerden de Russisch troepen Tsjernihiv in te nemen, maar dit mislukte. De stad werd zwaar gebombardeerd en op 10 maart compleet omsingeld.[191] Tsjernihiv werd belegerd en volledig geïsoleerd. De kritieke infrastructuur voor de 300.000 inwoners van Tsjernihiv werd voortdurend aangevallen door de Russen. Er vielen 350-400 Oekraïense militaire-en burgerdoden. Op 4 april 2022 verklaarden de Oekraïense autoriteiten dat het Russische leger de oblast Tsjernihiv had verlaten.[192]

In de oblast Soemy veroverde het Russische leger op 24 februari 2022 bijna de hoofdstad Soemy, 35 kilometer van de Russische grens. In de Slag om Soemy begonnen Oekraïense soldaten en milities, ondanks weinig aanvankelijke weerstand, terug te vechten, wat resulteerde in hevige stedelijke oorlogsvoering.[193][194] Volgens Oekraïense bronnen werden meer dan 100 Russische tanks vernietigd en 104 soldaten gevangengenomen.[195] Er vielen minstens 25 burgerslachtoffers.[196]

De strijd om de controle over Konotop – de tweede stad van de oblast Soemy, 90 kilometer van de Russische grens – werd op 25 februari door de Russen gewonnen.[197][198] Op 2 maart verklaarde Artem Semenichin, de burgemeester van Konotop, dat Russische troepen in de stad hem waarschuwden dat ze de stad zouden beschieten als de bewoners zich tegen hen zouden verzetten.[199] Vervolgens vroeg Semenichin aan de inwoners van de stad of ze wilden vechten of zich overgeven, waarop de bewoners 'overweldigend' weigerden zich over te geven.[200] Later op de dag begonnen de stadsautoriteiten onderhandelingen met Russische troepen, die 12 minuten duurden. Er werd een overeenkomst bereikt waarbij Russische troepen ermee instemden de regering van de stad niet te veranderen, geen troepen in de stad in te zetten, het transport niet te belemmeren en de Oekraïense vlag niet te verwijderen. In ruil daarvoor kwamen de stadsfunctionarissen overeen dat de bewoners de Russische troepen niet zouden aanvallen.[201]

Er vonden ook gevechten plaats in de stad Ochtyrka, in het zuiden van de oblast Soemy. De gevechten begonnen op 24 februari in de buitenwijken van de stad toen Russische troepen Ochtyrka probeerden te bezetten. De opmars werd afgeslagen en de Russische troepen trokken zich de volgende dag terug, met achterlating van tanks en uitrusting.[202] Daaropvolgend werd de stad aangevallen door artillerievuur en trof clustermunitie een kleuterschool, waarbij meerdere slachtoffers vielen.[203] Op 27 februari zouden Oekraïense troepen Russische tanks hebben vernietigd die probeerden de nabijgelegen strategische stad Trostjanets in te nemen. De burgemeester van de stad verklaarde later: 'Russen, welkom in de hel! Verdom jullie, niet Oekraïne! Trostjanets, en heel Oekraïne! We zullen winnen!'.[204] Dit verstoorde de Russische communicatie- en bevoorradingsroutes en bedreigde het Russische front.

Op 10 maart verklaarde de gouverneur van de oblast Soemy, Dmytro Zjyvytsky, dat Ochtyrka voortdurend werd gebombardeerd. De infrastructuur van de stad werd hierdoor verwoest, inclusief het rioleringssysteem en het waterleidingnet. Eerder waren een oliedepot en de lokale warmte-krachtcentrale al gebombardeerd, waardoor de stad werd afgesneden van de elektriciteits- en verwarmingsvoorziening.[205][206] Er kwamen meer dan 70 Oekraïense soldaten om het leven toen een militaire basis werd geraakt door een Russische thermobarische bom. Op 26 maart trokken de Russische troepen zich terug uit Ochtyrka,[207] er vielen 100 burgerslachtoffers.[208]

Op 4 april 2022 verklaarde gouverneur Zjyvytsky dat er in zijn oblast geen bezette steden of dorpen meer waren en dat de Russische troepen zich grotendeels hadden teruggetrokken, terwijl Oekraïense troepen bezig waren de resterende eenheden te verdrijven.[209] De gouverneur verklaarde op 7 april dat alle Russische troepen de oblast Soemy hadden verlaten. Hij voegde eraan toe dat het grondgebied van de regio nog steeds onveilig was vanwege explosieven en andere munitie die door Russische troepen waren achtergelaten.[210]

Noordelijk front: 24 februari - 7 april[bewerken | brontekst bewerken]

Russische controle rond Kiev tot 2 april 2022
Zie ook Slag om Kiev (2022), Kiev-offensief, Bloedbad van Boetsja

De poging om Kiev in te nemen omvatte een opmars van Russische troepen vanuit Wit-Rusland langs de westelijke oever van de Dnjepr, richting Kiev. De opmars werd ondersteund door twee afzonderlijke aanvalsassen vanuit Rusland langs de oostelijke oever van de Dnjepr: de westelijke as bij Tsjernihiv en de oostelijke as bij Soemy. Via deze aanvalsassen leken de troepen Kiev te willen omsingelen vanuit het noordoosten en oosten.[211]

Vanaf de Wit-Russische grens komt de Dnjepr uit in een deltagebied met talloze waterwegen en kreken, waarna de rivier overgaat in het Kievreservoir, een 12 km breed stuwmeer dat 110 km verderop eindigt bij de Kievstuwdam, waar de Dnjepr zijn weg vervolgt richting de Zwarte Zee. Dit gebied vormt een natuurlijke barrière voor zowel het Russische als het Oekraïense leger. De eerste brug over de rivier is 95 km afstand in vogelvlucht ten noorden van Kiev, aan de Wit-Russisch/Oekraïense grens.

Langs de westelijke oever van de Dnjepr had het Russische leger op 24 februari de voormalige kerncentrale Tsjernobyl en de spookstad Pripjat, inclusief het omliggende gebied veroverd. De opmars werd gehinderd door sterke weerstand van Oekraïense troepen.[212][213]

Na hun doorbraak in Tsjernobyl ging de Russische opmars verder richting het stadje Ivankiv, 90 km ten noorden van Kiev.[214] Russische luchtlandingstroepen probeerden Luchthaven Hostomel en de Antonov-fabrieken in te nemen. Volgens berichten gebruikten de Russen helikopters.[215] In eerste instantie veroverden de Russen het vliegveld,[216] maar ze konden uiteindelijk een tegenaanval door Oekraïense troepen niet weerstaan.[217] Bij de aanval op Hostomel werd het grootste vliegtuig ter wereld, de Antonov An-225, vernietigd.[218][219]

Toen de Russische militaire colonne op 25 februari op minder dan 24 uur afstand van het dorp Kozarovitsji was, besloot de burgemeester van het dorp – dat aan de westelijke oever van het Kievwaterreservoir, op 40 km ten noorden van Kiev ligt – om de dam op te blazen, waardoor 30 km² bouwland inclusief het dorp overstroomde. De Russische troepen zaten bijgevolg muurvast, wat een grote tegenslag in hun opmars naar Kiev betekende.[220]

Ten zuiden van Kiev werden op 26 februari de luchthaven van Vasylkiv en de stad Vasylkiv aangevallen.[221][222] De luchthaven werd geheel verwoest.[223] Het leek een poging om Kiev snel in te nemen, waarbij Spetsnaz de stad infiltreerden ondersteund door luchtlandingsoperaties en een snelle opmars vanuit het noorden.[224] Op 1 maart werd de televisietoren in Kiev gebombardeerd. Naar alle waarschijnlijkheid wilden de Russen het communicatiemiddel platleggen, wat deels was gelukt.[225] Een drone filmde op 3 maart de verwoesting in Borodjanka, een stad ten noordwesten van Kiev, waar een flatgebouw was gebombardeerd. In de straten was zwaar gevochten. Enkele honderden meters van het gebouw waren uitgebrande Russische voertuigen te zien.[226]

Begin maart was een verdere Russische opmars langs de westkant van de Dnjepr-rivier beperkt door een sterke Oekraïense verdediging. Op 5 maart had het, naar verluidt, 60 kilometer lange Russische konvooi nog maar weinig vooruitgang geboekt richting Kiev.[227] De in Londen gevestigde denktank Royal United Services Institute (RUSI) beoordeelde de Russische opmars vanuit het noorden en oosten als 'vastgelopen'.[228]

Bij de ondersteuning vanuit de oostkant van de Dnjepr, was de vooruitgang langs de westelijke Tsjernihiv-as grotendeels gestopt toen het op 9 maart de belegering van Tsjernihiv begon. Rusland boekte de grootste vooruitgang langs de oostelijke Soemy-as. Vanuit Soemy bewogen de Russische troepen zich over snelwegen door vlak, onbevolkt open land met weinig verdedigingsposities en bereikten op 4 maart Brovary, een oostelijke voorstad van Kiev.[229][230]

Aan de westelijke oever van de Dnjepr, veroverden Russische troepen op 5 maart Boetsja, Hostomel en Vorzel,[231] hoewel de strijd om Irpin op 9 maart nog niet was beslist.[232] Op 11 maart werd gemeld dat het lange konvooi zich grotendeels had verspreid en posities had ingenomen die beschutting boden. Het lukte de Russische troepen niet om de Irpinrivier bij Irpin over te steken.[233] Op 16 maart begonnen Oekraïense troepen een tegenoffensief om Russische troepen die Kiev naderden vanuit verschillende omliggende steden af te weren.[234] Volgens Amerikaanse functionarissen waren de Russische troepen niet in staat om een snelle overwinning in Kiev te behalen, waardoor ze van strategie veranderden en begonnen met het gebruik van stand-off-wapens, willekeurige bombardementen en belegeringsoorlogen.[235] Op 23 maart resulteerde het tegenoffensief in de heroveringen van Makariv en Irpin, twee voorsteden ten noordwesten van Kiev.[236]

In de ochtend van 8 april meldden Britse militaire inlichtingendiensten dat het Russische leger zich nu volledig had teruggetrokken uit het noorden van Oekraïne. Veel van de soldaten zouden naar Wit-Rusland en Rusland zijn gegaan, om zich te bevoorraden en hergroeperen.[155]

Verwacht Oekraïens tegenoffensief[bewerken | brontekst bewerken]

Oekraïne verwachtte tegen midden juni genoeg wapens en troepen getraind[237] te hebben om een grootschalig tegenoffensief te beginnen.[238][239] Op 5 mei meldde de Oekraïense legerchef dat in de regio's rond Charkov en Izjoem overgeschakeld zou worden van een defensieve naar een offensieve strategie.[240]

Volgens Kyrylo Boedanov, het hoofd van de Oekraïense inlichtingendiensten, zou Rusland tegen het eind van 2022 verslagen zijn. Het omslagpunt zou volgens hem eind augustus zijn.[241]

West-Oekraïne[bewerken | brontekst bewerken]

Op 18 maart breidden de Russen de aanval uit naar Lviv. Oekraïense militaire functionarissen meldden dat de Russische kruisraketten met deze stad als doelwit hoogstwaarschijnlijk door gevechtsvliegtuigen boven de Zwarte Zee waren afgevuurd.[242] Op 26 maart belandden er vijf raketten in de stad Lviv, waarbij onder meer een brandstofopslagplaats werd geraakt. Voor zover bekend vielen er vijf gewonden. Het was voor het eerst sinds het begin van de oorlog dat er binnen de stadsgrenzen van Lviv raketten insloegen. De stad gold sinds het begin van de oorlog als relatief veilig.[243] Op 18 april vielen bij een nieuwe Russische raketaanval op Lviv minstens zeven doden, volgens gouverneur Maksym Kozytsky.[244] Volgens Rusland was de aanval gericht op een wapenopslagplaats, wat van Oekraïense zijde werd ontkend.[245]

Op 19 maart meldde het Russische ministerie van Defensie dat Rusland hypersonische Kh-47M2 Kinzhal-raketten had ingezet tegen militaire doelwitten in de westelijke regio Ivano-Frankivsk.[246] De Nederlandse defensie-expert Patrick Bolder twijfelde aan de waarheid van dit bericht.[247]

Luchtaanvallen[bewerken | brontekst bewerken]

Russische troepen vielen op 24 februari[248] de luchtmachtbasis Tsjoehoejiv aan, waar Bayraktar TB2-drones waren gehuisvest. De aanval veroorzaakte schade aan opslagplaatsen en infrastructuur voor brandstof.[249] Op 25 februari vielen Oekraïense strijdkrachten de vliegbasis Millerovo aan met OTR-21 Tochka-raketten. Volgens Oekraïense functionarissen werden hierdoor meerdere vliegtuigen van de Russische luchtmacht vernietigd en zou ook de vliegbasis in brand zijn gestoken.[250][251]

Op 27 februari werd bekend dat Rusland 9K720 Iskander-raketsystemen had gebruikt vanuit Wit-Rusland om de civiele luchthaven van Zjytomyr aan te vallen.[252][253] Rusland verloor op 5 maart verschillende vliegtuigen, waaronder een Su-30SM Flanker, twee Su-34 Fullbacks, twee Su-25 Frogfoots, twee Mi-24/Mi-35 Hind, twee Mi-8 Hip-helikopters en een onbemand Orlan-vliegtuig.[254] Op 6 maart meldden de Oekraïense strijdkrachten dat er sinds het begin van de oorlog 88 Russische vliegtuigen waren vernietigd.[255][256] Een anonieme hoge Amerikaanse defensiefunctionaris vertelde echter op 7 maart aan Reuters dat Rusland nog steeds de 'overgrote meerderheid' van zijn straaljagers en helikopters die in de buurt van Oekraïne waren verzameld, beschikbaar had om te vliegen. Na de eerste maand van de invasie meldde Justin Bronk, een Britse militaire waarnemer, het aantal verliezen van Russische vliegtuigen: 15 vliegtuigen met vaste vleugels en 35 helikopters, maar merkte op dat het werkelijke aantal zeker hoger was.

De Russische luchtmacht speelde een veel kleinere rol in de gevechten dan analisten aanvankelijk hadden voorspeld. De verwachting was dat de talrijkere en beter gefinancierde Russische luchtmacht er snel in zou slagen om de Oekraïense luchtmacht en luchtverdediging te onderdrukken en vervolgens het Russische leger van nabij te ondersteunen. In de eerste twee weken van de invasie speelde de Russische luchtmacht echter een minimale rol en de Oekraïense luchtmacht en luchtverdediging bleven effectief. Het falen van de Russische luchtmacht werd door The Economist toegeschreven aan het onvermogen van Rusland om de middellangeafstandsraketten van Oekraïne te onderdrukken; het gebrek aan precisiegeleide munitie, samen met Oekraïense luchtdoelraketten die Russische vliegtuigen dwongen laag te vliegen, waardoor ze kwetsbaar werden voor Stinger-raketten; en een gebrek aan training en vlieguren van Russische piloten, waardoor ze onervaren waren voor de laag-bij-de-grondse ondersteuningsmissies, typerend voor moderne luchtmachten.[257]

In de ochtend van 13 maart vuurde het Russische leger kruisraketten af op het International Peacekeeping and Security Center, een militaire trainingsbasis in Javoriv in de oblast Lviv. In eerste instantie werden er negen doden gemeld, wat later werd bijgesteld naar 35. Volgens deskundigen nam Rusland hiermee een groot risico, aangezien de basis vlak bij de Poolse grens ligt.[258]

Op 25 april kwam van Oekraïense zijde melding van Russische aanvallen op vijf treinstations in het westen en midden van Oekraïne, onder meer in de steden Zjmerynka en Kozjatyn (regio Vinnytsja), waarbij meerdere doden en gewonden waren gevallen. Het doel van de aanvallen was het verlammen van kritieke infrastructuur, volgens de plaatselijke gouverneur Serhi Borzov.[259] Rusland bevestigde later die dag de aanvallen te hebben uitgevoerd.[260]

Zeeaanvallen[bewerken | brontekst bewerken]

Postzegel: Russisch oorlogsschip, val dood, met daarop de Russische raketkruiser Moskva en een Oekraïense soldaat op Slangeneiland

Op 24 februari maakte de Oekraïnese grenswacht bekend dat Russische marineschepen een aanval op het Slangeneiland in het zuiden van Oekraïne waren begonnen.[261] Het vlaggenschip van de Russische Zwarte Zeevloot, de 186 meter lange raketkruiser Moskva en de patrouilleboot Vasily Bykov bombardeerden het eiland met hun dekkanonnen.[262] Toen het Russische oorlogsschip zich identificeerde en de Oekraïense soldaten die op het eiland waren gestationeerd opdroeg om zich over te geven, werd dit afgewezen. De reactie van een soldaat over de radio luidde: 'Русский военный корабль, иди на хуй', wat Russisch is voor: 'Russisch oorlogschip, ga je zelf n**ken'.[263][264] Na het bombardement landde een detachement met Russische soldaten en nam de controle over het Slangeneiland over.[265] De spreuk van de soldaat werd vervolgens bij demonstraties en in de oorlogspropaganda gebruikt. De soldaat van wie het citaat stamde, kwam bij een gevangenenruil vrij en kreeg een militair eerbetoon.[266] De Oekraïense post Ukrposhta gaf in april 2022 de 'Russisch oorlogsschip, val dood' postzegel uit met daarop een afbeelding van de raketkruiser Moskva en de soldaat op het eiland.

Rusland meldde op 26 februari dat Amerikaanse drones inlichtingen leverden aan de Oekraïense marine zodat zij Russische oorlogsschepen in de Zwarte Zee konden aanvallen, de VS ontkende.

Op 3 maart werd het Oekraïense fregat Hetman Sahaidachny, het vlaggenschip van de Oekraïense marine, in Mykolaiv tot zinken gebracht om te voorkomen dat het door Russische troepen zou worden ingenomen.[267][268] Op 14 maart meldde de Russische bron RT dat de Russische strijdkrachten ongeveer een dozijn Oekraïense schepen in Berdjansk hadden veroverd, waaronder het landingsschip uit de Polnochny-klasse Yuri Olefirenko.

Het Oekraïense leger trof vele defensieve voorzieningen om een landing van marinetroepen te verhinderen. Oekraïne vroeg andere landen om de levering van effectieve kustverdedigingswapens tegen schepen.

Op 24 maart meldden Oekraïense functionarissen dat een groot Russisch landingsschip, de Saratov, dat was aangemeerd in de haven van Berdjansk, was vernietigd door een Oekraïense raketaanval.[269]

Het zinken van de raketkruiser Moskva[bewerken | brontekst bewerken]

Op 13 april ontstond er brand op de Slava-klasse-raketkruiser Moskva. Van Oekraïense zijde kwam de melding dat het schip geraakt was door twee Oekraïense Neptune-anti-schipkruisraketten, die tot dan toe nooit in een oorlogssituatie ingezet waren. Het Pentagon bevestigde een dag later deze Oekraïense verklaring.[270] Het Russische ministerie van Defensie bevestigde eerst dat het oorlogsschip ernstige schade had opgelopen en dat de gehele bemanning geëvacueerd was, later werd het woord 'gehele' verwijderd.[271][272] Pentagon-woordvoerder John Kirby meldde op 14 april dat uit satellietbeelden bleek dat het Russische oorlogsschip zich na een explosie naar het oosten bewoog, waarschijnlijk voor reparaties en hermontage in Sebastopol.[273] Later op de dag zonk de Movska in de Zwarte Zee.[274]

De Russische verklaring hield het op een spontane explosie van munitie met vervolgens problemen door de ruwe zee, hoewel ten dien tijde in het noorden van de Zwarte Zee een relatief geringe wind heerste van ca. 14 knopen met een deiningshoogte van een meter.[275] Indien het inderdaad om een Oekraïense kruisraketaanval ging, is de Moskva tezamen met de in de Falklandoorlog getorpedeerde kruiser Generaal Belgrano het grootste schip dat sinds de Tweede Wereldoorlog door een aanval gezonken is.[276] Het zou een aanval van grote symbolische waarde zijn, ook omdat het vlaggenschip bij veel internationale ontmoetingen tussen regeringsleiders werd ingezet.[275][277]

Slechts enkele uren nadat de Moskva was gezonken, werden er in en rond Kiev en Cherson meerdere explosies gehoord. In Kiev zou daarbij de fabriek voor Neptun anti-scheepsraketten zijn getroffen. Defensiespecialisten vermoedden dat het ging om een Russische wraakactie.[278]

Inname Oekraïense kerncentrales[bewerken | brontekst bewerken]

Tsjernobyl[bewerken | brontekst bewerken]

Zie Slag om Tsjernobyl voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Al op de eerste dag van de invasie werd de kerncentrale Tsjernobyl ingenomen door het Russische leger. De regering van Oekraïne verloor hierna de communicatie met de centrale. Het personeel van de kerncentrale werd hierna door het Russische leger in gijzeling gehouden. Op 9 maart berichtte de Oekraïense minister van Buitenlandse Zaken Koeleba dat de verbinding van de kerncentrale met het elektriciteitsnet was weggevallen.[279] Er bleef nog altijd koeling nodig voor hoogradioactief materiaal, en voor de noodkoeling was er slechts een beperkte hoeveelheid brandstof voor de dieselgeneratoren.[280]

Op 1 april meldden de Oekraïense instanties dat gebied van Tsjernobyl definitief door de Russische troepen was verlaten.[281]

Beschieting van kerncentrale Zaporizja[bewerken | brontekst bewerken]

In Zaporizja werd in de nacht van 3 op 4 maart de grootste kerncentrale van Europa urenlang beschoten door Russische troepen, waarop er brand uitbrak in een van de bijgebouwen. Een van de zes reactorgebouwen zou zijn beschadigd, twee andere reactoren werden uit voorzorg losgekoppeld. Op geverifieerde beelden was te zien dat er een granaat was ingeslagen op 100 meter afstand van nucleaire reactor nr.2.[282] Het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA) waarschuwde voor groot gevaar als een van de reactoren zou worden geraakt. Er bleek echter geen radioactieve straling te zijn vrijgekomen.

De beschietingen op de kerncentrale werden door meerdere wereldleiders gezien als oorlogsmisdaad (zie ook #Mogelijke oorlogsmisdaden).

Verzet[bewerken | brontekst bewerken]

Burgers in Kiev bereiden molotovcocktails, 26 februari

Oekraïense burgers boden op verschillende manieren weerstand aan de Russische invasie, zoals door het maken van molotovcocktails, het doneren van voedsel, het bouwen van barrières,[283] en de hulp in het vervoeren van vluchtelingen.[284] Burgers in bezette gebieden van Oekraïne organiseerden ook massa-demonstraties en burgerlijk verzet tegen het Russische leger. In een poging het verzet de kop in te drukken, ging Rusland over tot het massaal aanhouden van Oekraïense demonstranten. Lokale Oekraïense media berichtten over gedwongen verdwijningen, schijnexecuties, gijzelingen, buitengerechtelijke executies en seksueel geweld door het Russische leger tegen de Oekraïense bevolking.[285]

In een poging om de militaire capaciteiten van Rusland te beperken, verzochten de strijdkrachten van Oekraïne de bevolking publiekelijk om eventuele waarnemingen van Russische elektronische oorlogssystemen of voertuigen te melden.[286]

De Oekraïense militaire inlichtingendienst (GUR) meldde dat Oekraïense partizanen 70 Russische bezetters hadden gedood in de regio rond Melitopol in de periode van 20 maart tot 12 april.[287]

Op 18 mei 2022 werd door de Oekraïense overheid gemeld dat Oekraïense guerrillastrijders tijdens een sabotageactie een bom hadden laten exploderen onder een gepantserde trein in de buurt van de slachterij van Melitopol.[288] Het is onduidelijkheid of de trein is opgeblazen of dat de schade zich beperkte tot de sporen en de gevolgen van de ontsporing.[289]

Deserterende Russische militairen[bewerken | brontekst bewerken]

Volgens de Oekraïense legerstaf weigerden diverse Russische legereenheden om naar het front te gaan. Rapporten maakten melding over soldaten die hun eigen commandanten zouden vermoorden en over zelfmoorden onder commandanten.[290] Ongeveer 300 soldaten uit Zuid-Ossetië die in het Russische leger dienden, deserteerden en keerden terug naar hun thuisland. Zij klaagden over de slechte behandeling en het feit dat ze onvoorbereid naar het slagveld waren gestuurd.[291]

De bevolking van de twee separatistische volksrepublieken Donetsk en Loegansk eiste de terugkeer van hun gedwongen gemobiliseerde mannen. Door de vele verliezen aan Russische zijde en het naar verluid ontduiken van de betalingen aan families van gewonde of overleden soldaten, was het animo om deel te nemen aan de strijd flink gedaald. Op 16 en 17 mei 2022 waren er protesten tegen de mobilisatie in de steden Loehansk, Donetsk en Rovenky.[292]

Gebruikte wapens[bewerken | brontekst bewerken]

Rusland[bewerken | brontekst bewerken]

Het Russisch leger is uitgerust met veel artilleriewapens, bijvoorbeeld het 9K720 Iskander-raketsysteem en BM-27 Uragan-raketten. Het zwaarste kanon, de 2S7 Pion, kan tot 37,5 kilometer ver schieten.[293] Het Russische leger heeft veel wapens en maar een beperkt aantal slecht onderhouden vrachtwagens, waardoor de logistiek een groot probleem is bij langdurige militaire campagnes en zeker bij lange aanvoerlijnen.[294] Ondermaats voertuigonderhoud voorafgaand aan de invasie en Chinese rubberbanden van slechte kwaliteit zorgden voor grootschalige uitval van Russische legervoertuigen.[295]

Oekraïne[bewerken | brontekst bewerken]

Het Oekraïense leger beschikte over Stinger-luchtverdedigingswapens, Javelin-antitankraketten, Next Generation Light-antitankraketten en OTR-21 Tochka-raketten.[296]

Er werden door Oekraïense burgers en het leger veel drones gebruikt tegen het Russische leger. In de beginfase was de Russische luchtafweer nog niet in orde en was de Bayraktar TB2-gevechtsdrone zeer effectief. Later werd deze drone voorzichtiger ingezet.[297] De Verenigde Staten leverden 100 Switchblades-drones aan Oekraïne.[298]

Oekraïne ontwikkelde de Neptun anti-scheepsraket, een doorontwikkeling van de Sovjet-anti-scheepsraket Zvezda Kh-35.[299]

Vanaf april 2022 werd er door het westen zwaardere artillerie geleverd aan Oekraïne en ingezet in de strijd, zoals de Amerikaanse M777 Houwitser, die tot 50 kilometer ver met precisie kan schieten. Er werden ook 'slimme' precisiegranaten met gps-sturing, zoals de M982 Excalibur, ingezet. De Amerikaanse legerleiding bevestigde dat deze wapens een belangrijke rol hadden in het Oekraïens tegenoffensief rond Charkov en bij de artilleriegevechten in de Donbas.[300]

Functie van de spoorwegen[bewerken | brontekst bewerken]

De spoorwegen zijn een belangrijk onderdeel van de infrastructuur van Oekraïne. In 2019 vervoerden de Oekraïense spoorwegen 441 miljoen reizigers en 457 ton goederen op een spoornet van 23.000 kilometer.[301] De afstanden in Oekraïne zijn groot en weinig mensen beschikken over eigen vervoer.

Direct na de Russische invasie werd de verkeersleiding overgezet naar een speciale trein die vaak werd verplaatst en waarvan de locatie geheim werd gehouden.[302] Op deze manier kon het Russische leger het spoorverkeer niet platleggen door de verkeersleiding te bombarderen. Ondanks de vele Russische aanvallen bleven de Oekraïense spoorwegen functioneel en speelden een belangrijke rol in het transport van vluchtelingen, hulpgoederen, militaire bevoorradingen en bewegingen. Het lokale reizigersvervoer werd stilgelegd, maar het langeafstandsverkeer (zonder dienstregeling) bleef wel rijden. Er werd geïmproviseerd met de middelen, het personeel en de routes afhankelijk van de oorlogssituatie. Beschadigingen aan de infrastructuur werden zo snel mogelijk (provisorisch) hersteld. In de eerste twee weken van de aanvalsoorlog werden er via de spoorwegen twee miljoen vluchtelingen naar veiliger oorden gebracht.[301]

Het treinverkeer in de aan Rusland en Wit-Rusland grenzende gebieden werd gestaakt en daarna volgden de lijnen in het directe oorlogsgebied. In de buurt van de frontlinie en in (voormalig) bezet gebied reden geen treinen in verband met de vele vernielingen aan de spoorlijnen. De spoorverbindingen met de separatistische volksrepublieken in het oosten van Oekraïne waren al verbroken voor de Russische invasie.[303]

Het grensverkeer met Europa werd bemoeilijkt door het verschil in spoorwijdte (Oekraïne/Moldavië breedspoor 1524 mm / Europees normaalspoor 1435 mm).[304] Dit probleem werd groter door de blokkade van de Zwarte Zee havens. Ook het luchtvaartverkeer boven Oekraïne was afgesloten. Voor de vluchtelingen was het Poolse treinstation van Przemyśl de belangrijkste overstapplaats. De al twaalf jaar gesloten grensspoorlijn Zagórz - Chyriv, werd in drie dagen weer berijdbaar gemaakt. Ook de breedspoor goederenlijn Linia Hutnicza Szerokotorowa die tot ver in Polen doordringt werd gebruikt door treinen die vluchtelingen vervoerden, met soms wel 20 rijtuigen per trein.[305] De Europese spoorwegen hielpen massaal mee om de vluchtelingen te helpen door extra treinen in te zetten en gratis reizen, begeleiding, informatie en opvangdiensten aan te bieden.[306] Aan de Roemeense kant werd de spoorlijn van Zorleni tot Fălciu aan de Moldavische grens heropend.[307]

Voor het goederenverkeer werden alternatieven bedacht om de capaciteit van de grensovergangen en overlaadsplaatsen te verhogen.[308] Op korte termijn zou de Giurgiulesti - Galati spoorlijn aan de Roemeens-Moldavische grens worden hersteld.[309][noten 1] Galati is een havenstad voor de binnenvaart, gelegen aan de Donau, die met een breedspoorlijn bereikbaar is. Ook gelegen aan de Donau is de Oekraïense havenstad Izmajil die verbonden is met het Oekraïense spoornet. De spoorlijn van Odessa naar Izmajil gaat over een beschadigde spoorbrug over de Dnjestr rivier, bij de kust, die gemakkelijk vanuit de zee kan worden aangevallen.[310]

Litouwen zocht alternatieve normaalspoorverbindingen met Oekraïne via Polen, ter vervanging van de rechtstreekse Russische breedspoorverbindingen via Wit-Rusland.[311] Er is al een normaalspoorverbinding van Litouwen naar Polen als onderdeel van het project Rail Baltica en vanuit Polen is er een normaalspoorverbinding naar het Oekraïense spoorknooppunt Kovel (grotendeels een drierailig spoortraject).[312]

Buitenlandse militaire betrokkenheid[bewerken | brontekst bewerken]

Geen enkel westers land wil zich tot nu toe in het gewapende conflict mengen. De vrees bestond dat inmenging tot een nog verdere escalatie van Russische zijde zou leiden, waardoor alle NAVO-lidstaten als gevolg van het toepassen van Artikel 5 de oorlog zouden worden ingetrokken, met mogelijk een kernoorlog of Derde Wereldoorlog tot gevolg.[313][314]

Sinds 2014 hebben het VK, de VS, de EU en de NAVO wel militaire steun verleend aan Oekraïne. Deze militaire steun was beperkt: de VS verkocht in 2018 wapens aan Oekraïne, waaronder Javelin-antitankraketten, en in 2019 kocht Oekraïne Bayraktar TB2-drones van Turkije. Toen Rusland in januari 2022 begon aan de troepenopbouw aan de Oekraïense grenzen, gaf de VS enkele NAVO-lidstaten goedkeuring om hun in de VS geproduceerde wapens naar Oekraïne over te brengen. Het VK begon ook met het leveren van Next Generation Light-antitankraketten en Javelin-antitankraketten. Na de invasie kwamen individuele NAVO-lidstaten overeen wapens te leveren, maar de NAVO als bondgenootschap niet. De NAVO en haar lidstaten weigerden ook troepen naar Oekraïne te sturen, omdat dit een oorlog op grotere schaal zou riskeren, een beslissing die sommige experts hebben bestempeld als een beleid van verzoening.[315]

Op 26 februari kondigde de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Antony Blinken 350 miljoen dollar aan militaire hulp aan, inclusief anti-pantser- en luchtafweersystemen. De volgende dag verklaarde de EU dat het voor 450 miljoen euro aan wapens en 50 miljoen euro aan militaire goederen zou leveren aan Oekraïne, waarbij Polen als distributiecentrum zou fungeren. EU-buitenlandchef Josep Borrell verklaarde dat de EU van plan was Oekraïne te voorzien van straaljagers. Bulgarije, Polen en Slowakije hadden MiG-29's en Slowakije had ook Soe-25 vliegtuigen waarmee Oekraïne al bekend was en die zonder opleiding van piloten konden worden overgedragen. De eigenaren van de vliegtuigen waren echter terughoudend om wapens te doneren die essentieel waren voor hun eigen territoriale verdediging, en vreesden dat Rusland het als een oorlogsdaad zou kunnen beschouwen als straaljagers vanaf hun luchtbases zouden vliegen om voor Oekraïne te vechten.[316]

De Oekraïnse president Zelensky riep herhaaldelijk op tot het instellen van een no-flyzone. Vrijwel onmiddellijk meldde Stoltenberg namens de NAVO dat dit niet mogelijk was. Een no-flyzone zou moeten worden gehandhaafd en zou kunnen leiden tot een grootschalige oorlog. In de eerste twee weken van de oorlog werd Oekraïne grotendeels beschoten met raketten en artillerie, iets waar een no-flyzone geen invloed op zou hebben. De enige prominente militair die het idee van een no-flyzone boven Oekraïne steunde was de Amerikaanse oud-generaal Philip Breedlove.[317] De uit Tsjetsjenië en Syrië bekende massale inzet van bombarderende Russische vliegtuigen bleef in de eerste twee weken uit, of ten minste beperkt, mogelijk omdat de Oekraïense grondluchtafweer nog effectief was.

Europese landen kondigden als een reactie op de invasie aanmerkelijke investeringen in de eigen krijgsmacht aan. Daarbij viel vooral Duitsland op, dat een eenmalige investering van 100 miljard euro in de Bundeswehr aankondigde.[318]

Als reactie op de Russische agressie overwogen de 'neutrale landen' Zweden en Finland om toe te treden tot de NAVO. Mocht dit gebeuren, zou Poetin met zijn oorlog het tegenovergestelde hebben bereikt van wat zijn doel was, namelijk een afgezwakte, en verdeelde NAVO, zonder nieuwe Oost-Europese en Baltische leden.[319] Op 18 mei 2022 vroegen Zweden en Finland gezamenlijk het NAVO-lidmaatschap aan.[320]

Op 10 mei 2022 keurde het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden een militair steunpakket goed voor Oekraïne van 40 miljard dollar.[321]

Buitenlandse en paramilitaire strijdkrachten[bewerken | brontekst bewerken]

De Oekraïense regering riep buitenlanders op om zich bij de Oekraïense ambassade in hun land aan te melden voor het Internationaal Legioen van Territoriale Verdediging van Oekraïne.[322] Eerst was een militaire achtergrond voldoende, later werd gevechtservaring een vereiste. Rusland stelde dat ze niet dezelfde rechten zouden krijgen als krijgsgevangenen, maar op zijn best vervolgd zouden worden als criminelen.[323] De Oekraïense vicepremier Michailo Fedorov spoorde IT-experts aan om DDoS-aanvallen op Russische websites te doen.[324][325]

De Nederlandse minister van Defensie, Kajsa Ollongren, ried na het begin van de Russische invasie deelname aan het vreemdelingenlegioen in Oekraïne af. Het is in beginsel echter niet verboden voor Nederlandse burgers om dienst te nemen in een vreemde krijgsmacht. Het zou pas strafbaar worden als zij zich zouden voegen bij een strijdende partij waarmee Nederland in conflict was.[326][327]

In Denemarken meldden zich in de eerste week na het begin van de invasie enkele vrijwilligers aan.[328] De Deense premier Mette Frederiksen noemde vechten in Oekraïne 'een keuze die iedereen kan maken'.[329]

De Britse minister van Buitenlandse Zaken, Liz Truss, zei dat 'de Oekraïners niet alleen voor de vrijheid van Oekraïne, maar voor die van heel Europa vochten, in een strijd voor de democratie', en dat mensen hun eigen beslissing mochten nemen om te gaan vechten.[330] Premier Boris Johnson suggereerde dat Britse vrijwilligers in het vreemdelingenlegioen bij thuiskomst als terroristen beschouwd zouden kunnen worden.[331]

Wit-Russische partizanen saboteerden de spoorwegen in Wit-Rusland om de aanvoerlijnen van het Russische leger te hinderen.[332] Het verzet en de oppositie in Wit-Rusland keerden zich fel tegen de Russische invasie van Oekraïne en beschouwden de Russische troepen als bezetters. Wit-Rusland zette zelf geen soldaten in in Oekraïne, maar ondersteunde de invasie wel op allerlei manieren.[333] Het Wit-Russisch leger heeft volgens Loekasjenko een beperkte actie op Oekraïns grondgebied uitgevoerd tijdens een speciale operatie om Belarussische truckers te redden uit Oekraïne.[334]

Leden van de Wagnergroep, een paramilitaire Russische organisatie, opereerden vanaf 2014 op de Krim en later ook in de separatistische oblasten Loehansk en Donetsk. Zij zouden eind februari 2022 betrokken zijn geweest bij minstens één mislukte moordaanslag op de Oekraïense president Zelensky.[335] Eind februari 2022 werd bekend dat de Wagnergroep huurlingen ronselde in het oosten van Syrië.[336] Op 11 maart verkondigde de Russische minister van defensie, dat president Poetin 16.000 aanvragen had ontvangen van vrijwilligers uit het Midden-Oosten, die konden worden ingezet in de seperatische republieken Donetsk en Loegansk.

Humanitaire gevolgen[bewerken | brontekst bewerken]

Deskundigen stelden dat de invasie de internationale orde in Europa veel meer in gevaar bracht dan het geval was geweest met de Joegoslavische oorlogen van de jaren negentig. Het kon volgens hen uitgroeien tot het grootste militaire conflict op Europese bodem sinds de Tweede Wereldoorlog.[337]

Vluchtelingen[bewerken | brontekst bewerken]

Zie Oekraïense vluchtelingencrisis door de Russische invasie (2022) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Al heel snel na het begin van de invasie kwam een stroom vluchtelingen vanuit het oorlogsgebied op gang, vooral richting Polen en Roemenië. Op de tweede dag van de invasie meldden de Verenigde Naties dat er zeker zo'n 100.000 Oekraïners op de vlucht waren geslagen;[338] na een week waren dat er een miljoen. Bovendien was er nog een stroom de andere kant op, van Oekraïners die in het buitenland werkten en nu hun vaderland wilden helpen verdedigen. Op 12 maart 2022 waren meer dan 2,5 miljoen Oekraïners hun land ontvlucht, voornamelijk naar Polen, maar ook naar andere landen ten westen van Oekraïne: Hongarije, Roemenië, Moldavië en Slowakije. Volgens de VN waren er op dat moment meer dan 255.000 mensen vanuit Oekraïne naar andere Europese landen vertrokken.[339] De EU deed voor het eerst in haar geschiedenis een beroep op de richtlijn tijdelijke bescherming, die Oekraïense vluchtelingen het recht geeft om tot drie jaar in de EU te wonen en te werken. Gedurende die periode zijn de lidstaten verplicht bescherming te bieden.[340] De vluchtelingen waren voornamelijk Oekraïense vrouwen en kinderen, aangezien mannen tussen de 18 en 60 jaar oud hun land niet mochten verlaten vanwege de algehele mobilisatie.[117]

Een aanzienlijk deel van de vluchtelingen keerde terug.[341][342] Tegen 12 mei 2022 waren ongeveer anderhalf miljoen vluchtelingen teruggekeerd naar Oekraïne.[343]

Evacuaties en humanitaire corridors[bewerken | brontekst bewerken]

Op 5 maart kwamen Rusland en Oekraïne een tijdelijk staakt-het-vuren overeen in Marioepol en Volnovakha, zodat burgers deze belegerde steden konden verlaten via zogenoemde humanitaire corridors.[344] Het Rode Kruis meldde echter dat er in geen van beide steden evacuaties mogelijk waren, als gevolg van aanhoudende beschietingen.[345][346] Op 6 maart werd het staakt-het-vuren nog steeds niet nageleefd. Ook maakte het Rode Kruis bekend dat er mijnen op de evacuatieroute uit Marioepol lagen.[347][348] Er was ondertussen weinig vertrouwen meer in de humanitaire corridors. Van de zes mogelijke routes liepen er vier rechtstreeks naar Rusland en Wit-Rusland.[349] In de dagen erna bleven Russische troepen Marioepol bestoken met artillerie.[350][351]

Op 19 maart maakte vicepremier Irina Veresjtsjoek bekend dat Rusland en Oekraïne het eens waren over tien humanitaire corridors, onder meer vanuit Marioepol. Ook in de regio Loegansk werd een corridor geopend.[352] Op 26 maart werd bekend dat de twee landen opnieuw afspraken hadden gemaakt voor tien humanitaire corridors. Volgens president Zelensky waren er de afgelopen week meer dan 37.500 burgers geëvacueerd binnen Oekraïne, vooral vanuit het zwaar belegerde Marioepol.[353] Vicepremier Veresjsjtoek zei op de staatstelevisie dat de nieuwe corridors onmiddellijk zouden opengaan.[354]

Gedwongen deportaties van Oekraïense burgers naar Rusland[bewerken | brontekst bewerken]

Duizenden vluchtelingen die in Rusland aankwamen, leken gedwongen te zijn verplaatst.[355]

Oekraïense functionarissen beweerden dat er duizenden burgers naar Taganrog in de oblast Rostov in Rusland waren gestuurd. Russische staatsmedia meldden dat sommige inwoners van Marioepol waren geëvacueerd naar Volksrepubliek Donetsk en de oblasten Rjazan en Yaroslavl in Rusland. Ooggetuigen spraken van burgers uit Marioepol en andere bezette gebieden, die gedwongen werden verplaatst naar Rusland, om zo het Russische pr-verhaal te ondersteunen dat de Russische troepen de Russisch sprekende Oekraïners naar het veilige Rusland zouden evacueren om ze te redden van de onderdrukking door Kiev.

Oekraïense burgers kwamen in 'filtratiekampen', waar ze uitvoerig werden ondervraagd. Burgers die familie hadden wonen in Rusland werden meestal herenigd en daarna geïntegreerd in de Russische maatschappij. Burgers zonder Russische familiebanden werden vaak naar het verre Siberië gebracht. Sommige van deze gedeporteerden waren in staat om Rusland te ontvluchten.[356]

Vlucht van Russen uit Rusland[bewerken | brontekst bewerken]

Door de oorlog in Oekraïne en de geruchten dat president Poetin een staat van beleg zou afkondigen, waarbij de grenzen dicht zouden gaan, zagen met name jongeren en hoger opgeleiden geen toekomst meer in Rusland. Een steeds groter wordende groep keerde zich bovendien tegen de oorlog, met het risico om daarvoor te worden opgepakt. In korte tijd was de situatie in Rusland ingrijpend veranderd. Steeds meer onafhankelijke nieuwsbronnen waren onbereikbaar en de politie trad hard op tegen iedereen die zich uitsprak tegen de oorlog, of anderszins kritisch was op de overheid. Meedraaien in de samenleving werd ook steeds lastiger. Russen die de oorlog steunden, beschouwden hun landgenoten die tegen de oorlog waren soms als verrader.[357] De Britse nieuwszender BBC berichtte op 13 maart dat ruim 200.000 Russen hun land waren ontvlucht.[358]

Russische ouders zochten naar betaalbare vliegtickets om hun zonen zo snel mogelijk uit het land te krijgen, uit angst voor een algehele mobilisatie.

Krijgsgevangenen[bewerken | brontekst bewerken]

Op 2 maart beweerde Rusland 572 Oekraïense soldaten te hebben gevangen,[359] terwijl Oekraïne beweerde dat er op 20 maart 562 Russische soldaten gevangen werden gehouden,[360] met 10 eerder gemelde gevangenen vrijgelaten in gevangenenruil voor vijf Oekraïense soldaten en de burgemeester van Melitopol. Vervolgens vond de eerste grote uitwisseling van gevangenen plaats op 24 maart, toen 10 Russische en 10 Oekraïense soldaten, evenals 11 Russische en 19 Oekraïense civiele matrozen, werden uitgewisseld.[361]

Op 24 februari werd gemeld dat Oksana Markarova, de Oekraïense ambassadeur in de VS, had verklaard dat een peloton van de 74e Gemotoriseerde Infanteriebrigade uit de oblast Kemerovo zich had overgegeven, ze wisten naar eigen zeggen niet dat ze naar Oekraïne waren gestuurd om te vechten en doden.[362]

Op 8 maart kondigde een Oekraïense defensieverslaggever van The Kyiv Independent aan dat de Oekraïense regering in volledige overeenstemming met het internationaal recht, ernaar streefde om Russische krijgsgevangenen te laten werken om de Oekraïense economie nieuw leven in te blazen.[363]

Slachtoffers aan Russische zijde[bewerken | brontekst bewerken]

Officieel gaf Rusland in de eerste week van maart toe dat er bij de gevechten in Oekraïne tot dan toe zeker 498 Russische militairen waren omgekomen. Dit officiële cijfer werd dagenlang niet aangepast, hoewel de strijd onverminderd doorging. Oekraïne noemde van zijn kant veel hogere cijfers wat betreft Russische slachtoffers. Dat zaait onrust bij ouders van Russische dienstplichtigen. In Kemerovo (Siberië) dwongen soldatenmoeders een ontmoeting af met de plaatselijke gouverneur. Ze riepen hem geëmotioneerd toe dat hun kinderen als 'kanonnenvoer' werden gebruikt. De gouverneur antwoordde dat de 'speciale operatie' in Oekraïne niet mocht worden becommentarieerd of bekritiseerd.[357]

Omtrent het precieze aantal Russische slachtoffers door de oorlog blijft veel onduidelijk. De Russische krant Komsomolskaya Pravda meldde op 22 maart gedurende korte tijd op haar website dat er 9.861 Russische soldaten waren omgekomen en 16.153 andere Russische militairen gewond waren geraakt, maar deze cijfers werden snel weer verwijderd. De krant beweerde daarop dat het een fout op de site was geweest, als gevolg van een hack. Van Oekraïense zijde werd inmiddels beweerd dat er sinds de eerste dag van de oorlog meer dan 14.000 Russische soldaten waren omgekomen.[364]

Haat jegens Russen in het buitenland[bewerken | brontekst bewerken]

In West-Europa en de VS waren er in de eerste weken van de oorlog meldingen van russofobie en discriminatie van de Russisch sprekende immigranten uit post-Sovjetstaten.[365][366]

Op de Belgische website stopdeoorlog.wordpress.com werden door verschillende Vlaamse Ruslandkenners anti-oorlogsstatements verzameld van Russische journalisten, sporters en priesters, maar ook van oligarchen, Russische communisten en bekende schrijvers, stuk voor stuk Russen die tussen twee vuren stonden. 'Enerzijds was er een enorme repressie van andersdenkenden in Rusland, anderzijds het idee dat alle Russen achter Poetin staan. Dat is een vreemd huwelijk', aldus Pieter Boulogne, professor Russische literatuur aan de KU Leuven.[367]

Juridische implicaties[bewerken | brontekst bewerken]

Legaliteit[bewerken | brontekst bewerken]

De invasie van Oekraïne werd in strijd bevonden met het Handvest van de Verenigde Naties en vormde een misdrijf van agressie volgens het internationaal strafrecht, wat de mogelijkheid van vervolging onder universele jurisdictie vergrootte. De invasie werd ook gezien als zijnde in strijd met het Statuut van Rome, dat 'de invasie of aanval door de strijdkrachten van een staat op het grondgebied van een andere staat, of enige militaire bezetting, hoe tijdelijk ook, als gevolg van een dergelijke invasie of aanval, of enige annexatie door het gebruik van geweld van het grondgebied van een andere staat of een deel daarvan' verbiedt. Oekraïne heeft het Statuut van Rome nooit geratificeerd en Rusland trok zijn handtekening in 2016 terug.[368]

Mogelijke oorlogsmisdaden[bewerken | brontekst bewerken]

Tijdens de oorlog deden Oekraïense bronnen en onafhankelijke media verslag van mogelijke oorlogsmisdaden zoals geweld tegen de burgerbevolking. Terwijl de Russische woordvoerders al deze berichten bagatelliseerden of als bewuste enscenering wegzetten, pleitten veel landen en organisaties voor een onafhankelijk onderzoek. De Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties was hier enige dagen na het uitbreken van de oorlog mee begonnen.[369] Op verzoek van de Oekraïense regering en met ondersteuning van 39 lidstaten van de VN werd ook een aanklacht bij het Internationaal Strafhof in Den Haag ingediend.[369][370]

Na de ontdekking van de vele gedode burgers in Boetsja riep António Guterres, de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, op om een gedegen forensisch onderzoek uit te voeren.[369] Ook de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), waarvan de Russische Federatie deel uitmaakt, liet een groep van juridische experts van het Bureau voor Democratische Instituties en Mensenrechten ter plaatse onderzoek doen. In hun verslag stelden de juristen vast dat het niet mogelijk was om te concluderen dat de oorlog als zodanig een uitgebreide en systematische aanval op de Oekraïense burgerbevolking was. Wel werd de omvang van de door het Russische leger aangerichte vernietiging van huizen, ziekenhuizen, cultureel erfgoed, scholen, flatgebouwen, regeringsgebouwen, gevangenissen, politiebureaus, waterpompstations en stroomvoorzieningen veroordeeld. Dit werd gezien als zijnde in tegenspraak met de volgens het Internationaal humanitair recht noodzakelijke onderscheiding van doelen, de proportionaliteit en zorgvuldigheid. Ook werden objectief misdaden, in het kader van het internationaal oorlogsrecht, door beide strijdende partijen vastgesteld, waarbij de misdaden door de Russische Federatie als verreweg groter in aard en omvang werden beoordeeld.[371]

Bombardementen op woonwijken[bewerken | brontekst bewerken]

Op 24 februari begon de Russische artillerie met het bombarderen van woonwijken in de stad Marioepol in de oblast Donetsk.[130] Op 25 februari werd volgens Amnesty International een kinderopvang in Ochtyrka in de oblast Soemy geraakt door clustermunitie, waarbij meerdere burgerslachtoffers vielen.[203] Verder maakte Amnesty op 26 februari bekend dat het vier aanvallen op Oekraïense scholen had geverifieerd, waarvan er een al had plaatsgevonden voor het begin van de Russische invasie.[372] Op 28 februari bombardeerden de Russen woonwijken in Charkov, waarbij meerdere instanties vermoedden dat er clustermunitie[373] of vacuümbommen[165] waren ingezet, er vielen tientallen doden.[374]

Door Russische aanvallen aangerichte verwoesting in het dorpje Yakovlivka in de oblast Charkov.

In Borodjanka in de oblast Kiev werd op 2 maart een flatgebouw in een woonwijk gebombardeerd.[375] Het dorp Yakovlivka, 20 km ten zuiden van Charkov, werd bijna van de kaart geveegd door een luchtaanval. Voor zover bekend was er geen militair doelwit aanwezig in het dorp. Bij de aanval zouden zeker drie doden zijn gevallen.[376]

Op 3 maart werd een woonwijk in Tsjernihiv beschoten met raketten, waarbij burgerdoden vielen. Er waren aanwijzingen dat daarbij clustermunitie was gebruikt.[377]

Thermobarische wapens[bewerken | brontekst bewerken]

Op 28 februari verklaarde Oksana Markarova, de Oekraïense ambassadeur in de Verenigde Staten, dat Russische troepen een thermobare (vacuüm)bom in Ochtyrka in de oblast Soemy, gebruikten.[378][379] Het internationaal recht verbiedt het gebruik van thermobarische munitie, brandstof-luchtexplosieven of vacuümbommen tegen militaire doelen niet.[380][381] Het gebruik ervan tegen de burgerbevolking kan worden verboden onder de conventie over bepaalde conventionele wapens (CCW) van de Verenigde Naties.[382][383] Markarova beweerde dat het gebruik van thermobarische wapens in strijd is met de Conventies van Genève. De aanval vernietigde een Oekraïense militaire basis, waarbij 70 soldaten omkwamen.[384]

Bombardementen op evacuatieroutes[bewerken | brontekst bewerken]

Op 8 maart maakte de ngo Human Rights Watch bekend dat de Russische troepen op 6 maart aanhoudend bombardementen uitvoerden op de overeengekomen evacuatieroutes via de humanitaire corridors, waarbij vluchtende burgers werden gedood.[385]

Aanvallen op de gezondheidszorg[bewerken | brontekst bewerken]

Zie ook Slag om Marioepol (2022)#Aanval op een kraamkliniek

Op 9 maart werd tijdens een Russische luchtaanval in Marioepol een kraamkliniek verwoest, waarbij zeker drie doden vielen onder wie een kind. In de stad werden de lichamen van omgekomen burgers gedumpt in massagraven.[386][387]

Op 24 maart maakte de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) bekend dat er vanaf het begin van de oorlog op 24 februari tot 22 maart in totaal 64 aanvallen op de Oekraïense gezondheidszorg waren gepleegd, met 15 doden en 37 gewonden tot gevolg. Gewezen werd op de verwoestende impact van de Russische aanvallen op het gehele Oekraïense gezondheidszorg-systeem.[388][389]

Mogelijke mishandelingen door Oekraïense soldaten[bewerken | brontekst bewerken]

Eind maart ging er een filmpje rond op sociale media, waarin het sterk leek alsof Russische krijgsgevangenen in een zuivelfabriek in Charkov zwaar werden mishandeld door Oekraïense soldaten. De echtheid van het filmpje viel niet met zekerheid na te gaan, wel werd geconstateerd dat er kort geleden in een naburig dorp soortgelijke incidenten waren geweest.[390]

Executies van burgers[bewerken | brontekst bewerken]

Zie ook Bloedbad van Boetsja

Nadat de Russische troepen zich hadden teruggetrokken uit Boetsja, een voorstad van Kiev met ca. 30.000 inwoners, maakte burgemeester Anatoli Fedoroek op 3 april bekend dat er meer dan 300 inwoners van Boetsja om het leven waren gebracht door het Russische leger. Op videobeelden waren tientallen lichamen te zien die op straat lagen. Er werd wereldwijd verontwaardigd gereageerd. De Oekraïense minister van Buitenlandse Zaken, Dmytro Koeleba, drong erop aan dat de G7-landen zo snel mogelijk met nieuwe sancties tegen Rusland zouden komen.[391][392] Rusland ontkende enige betrokkenheid bij het bloedbad en beschuldigde Oekraïne en de westerse landen van enscenering. De New York Times berichtte echter dat op de satellietbeelden te zien was dat de lichamen er al weken lagen.[393]

In het stadje Motizjin, ten westen van Kiev, werden op 5 april vijf lichamen gevonden achter het huis van burgemeester Olga Soetsjenko. Drie van de slachtoffers waren Soetsjenko, haar man en kind. Inwoners van Motizjin vertelden dat de 50-jarige burgemeester en haar man elke samenwerking met de invasietroepen hadden geweigerd.[394]

Aanval op treinstation Kramatorsk[bewerken | brontekst bewerken]

Zie Aanval op treinstation van Kramatorsk voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In de ochtend van 8 april meldden Oekraïense autoriteiten dat het treinstation in Kramatorsk in de oblast Donetsk, was getroffen door twee Russische Tochka-U raketten. Op het moment van de aanval waren er duizenden burgers in het station, wachtend om te worden geëvacueerd. Bij de aanval vielen volgens de berichten zeker 52 doden, onder wie de meesten vrouwen en kinderen waren. Ook raakten er 87 tot 300 mensen gewond.[395][396]

Volgens president Volodymyr Zelensky had Rusland doelbewust aangestuurd op het maken van burgerslachtoffers. De Oekraïense regering vroeg westerse landen om nog meer wapenleveringen en extra sancties tegen Rusland. Rusland ontkende iets met de aanval te maken te hebben en beschuldigde Oekraïne ervan er zelf achter te zitten.[397][398]

Rechtszaken[bewerken | brontekst bewerken]

Het Internationaal Gerechtshof[bewerken | brontekst bewerken]

Oekraïne spande op 25 februari 2022 een rechtszaak aan tegen Rusland bij het Internationaal Gerechtshof (ICJ) wegens het onder valse voorwendselen - de beschuldiging van genocide op de Russischtalige bevolking in Oekraïne - beginnen van een illegale oorlog met verstrekkende gevolgen. Dit was mogelijk omdat zowel Rusland als Oekraïne als partij waren toegetreden tot het Genocideverdrag van 1948.[399] Op 7 maart sloot de hoogste rechtbank van de VN de zitting een dag eerder dan gepland vanwege de Russische boycot. Oekraïense functionarissen zeiden dat Rusland verplicht was gehoor te geven aan wat het gerechtshof zou oordelen.[400] Het ICJ eiste op 16 maart dat Rusland onmiddellijk alle militaire activiteiten in Oekraïne zou staken.[36]

Het Internationaal Strafhof[bewerken | brontekst bewerken]

Het Internationaal Strafhof (ICC) heeft naar aanleiding van de invasie in Oekraïne rechtszaken aangespannen tegen Rusland wegens oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en schending van het Verdrag inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide.[35] Normaal gesproken kan de procedure om een onderzoek in gang te zetten maanden duren. Wegens de uitzonderlijke situatie in Oekraïne is door 39 lidstaten van het hof om spoed verzocht, opdat militairen en politici die oorlogsmisdrijven begaan ter verantwoording kunnen worden geroepen. In de regel kan de aanklager alleen optreden in landen die zijn aangesloten bij het hof, of die worden doorverwezen door de VN-Veiligheidsraad. Machtige landen als de Verenigde Staten, China en ook Rusland zijn geen lid. Ook Oekraïne is dat niet, maar dit land heeft in 2014 geaccepteerd dat de aanklager een vooronderzoek begon naar aanleiding van de annexatie van de Krim en de oorlog in het oosten van het land. Aanklager Karim Khan concludeerde op basis van dat vooronderzoek dat er reden is om aan te nemen dat er oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid zijn gepleegd. De regering in Kiev verklaarde dat de rechtsmacht voor onbepaalde tijd werd verlengd. Het onderzoek was formeel niet tegen Rusland gericht, Khan opende ‘de zaak-Oekraïne’. Ook Oekraïense militairen en anderen die tegen de Russische troepen vechten, kunnen worden vervolgd wegens oorlogsmisdrijven. Politici die opdracht hebben gegeven tot misdrijven kunnen eveneens worden vervolgd, als hun verantwoordelijkheid kan worden bewezen. Daarmee komt op de eerste plaats de Russische president Poetin in beeld.[401][402]

Joint Investigation Team[bewerken | brontekst bewerken]

Eind maart richtten Polen, Litouwen en Oekraïne een Joint Investigation Team (JIT) op, dat de Russische oorlogsmisdaden in Oekraïne middels samenwerking tussen de landen beter moest onderzoeken. Het team werd gesteund door Eurojust.[403] Op 25 april werd bekend dat ook het Internationaal Strafhof zich aansloot bij het JIT.[260]

Sancties[bewerken | brontekst bewerken]

Zie Internationale sancties tegen Rusland tijdens de Russisch-Oekraïense oorlog voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Gedurende de eerste paar dagen nadat Rusland Oekraïne was binnengevallen legde een groot aantal landen, waaronder de Verenigde Staten, Canada, Australië, Japan en de Europese Unie, nieuwe economische sanctiemaatregelen op aan Rusland. President Poetin en minister van Buitenlandse Zaken Lavrov werden een dag na het begin van de invasie op de sanctielijst van de EU geplaatst en hun Europese tegoeden werden bevroren.[404] In de VS werd de Putin Accountability Act[405] door het congres bekrachtigd, hierin werden sancties tegen de Russische Federatie en tegen Poetin en diens getrouwen vastgelegd.

Bevriezing Russische banktegoeden[bewerken | brontekst bewerken]

Op 26 februari maakte de voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, bekend dat een deel van de Russische banken de toegang tot het internationale betalingssysteem SWIFT zouden verliezen.[406] Behalve de EU namen ook de VS, Canada en het Verenigd Koninkrijk deze maatregel.[407][408] Dit betekende dat deze Russische banken feitelijk (bijna) geen internationale betalingen meer konden doen. De grootste Russische (staats)bank Sberbank, genoteerd aan de beurzen in Londen, Frankfurt en Moskou, noteerde op 28 februari 2022 een koers rond de 1,30 dollar, terwijl dat op 16 februari nog rond de 15,- dollar was. Verder werden de tegoeden van de Centrale Bank van Rusland in de EU, de VS, het VK en Canada – omgerekend zo'n 600 miljard euro – bevroren. Volgens Von der Leyen moest hiermee worden voorkomen dat de oorlog in Oekraïne verder werd gefinancierd door Poetin. Het was de eerste keer ooit dat een dergelijke maatregel werd genomen tegen de centrale bank van een G20-land.[409][410] Zwitserland nam de twee sanctiepakketten van de EU over.[411]

Rusland geroyeerd uit internationale organisaties[bewerken | brontekst bewerken]

Op 25 februari werd Rusland geschorst als lid van de Raad van Europa.[412] Hierdoor mochten Russische vertegenwoordigers niet meer deelnemen aan de ministerraad en de parlementaire vergadering. Op 16 maart werd Rusland helemaal uit de RvE gezet.[413]

Op 7 april werd Rusland ook geschorst uit de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties (UNHRC), nadat de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties hierover een resolutie had aangenomen.[414]

Afsluiting van het internationale luchtruim voor Rusland[bewerken | brontekst bewerken]

Veel landen, waaronder het VK, Letland, Estland, Polen, Tsjechië en Duitsland, sloten kort na het begin van de invasie op 24 februari, hun luchtruim geheel af voor Rusland. Als tegenreactie weerde Rusland ook de vliegtuigmaatschappijen van de betreffende landen.[415] Op 25 februari kondigde de Amerikaanse luchtvaartmaatschappij Delta Air Lines aan de banden met Aeroflot op te schorten. Op 27 februari sloot Nederland het luchtruim voor Russische vliegtuigen.[416] Diezelfde dag werd bekend dat de EU haar gehele luchtruim voor Russische vliegtuigen af zou sluiten.[417] Op 28 februari sloot Rusland, als tegenmaatregel, het luchtruim voor 36 landen uit de EU en Canada. Op 2 maart sloot ook de VS het luchtruim voor alle Russische vliegtuigen.

Op 24 februari 2022 diende Oekraïne bij Turkije het verzoek in om geen Russische marineschepen meer door de Bosporus te laten passeren, overeenkomstig het Verdrag van Montreux. Vier dagen later, nadat Turkije de invasie officieel als oorlog bestempeld had, werd dit verzoek gehonoreerd. Het door de Russische Federatie ingediende verzoek tot passage van vier marineschepen, waaronder het fregat Admiral Kasatonov met plaats voor 32 3M-54 Kalibr-kruisraketten, werd afgewezen.[418]

Boycots van evenementen[bewerken | brontekst bewerken]

Diverse grote evenementen die in Rusland waren gepland werden verplaatst naar een ander land of afgelast, waaronder het Wereldkampioenschap motorcross.[419] De FIA besloot om zich terug te trekken uit Rusland, wat het einde betekende van de Russische Grand Prix.[420] Ook de Champions League-finale die op 28 mei 2022 gepland stond in Sint-Petersburg, werd verplaatst naar Parijs.[421] Op 28 februari schorsten Wereldvoetbalbond FIFA en de Europese voetbalbond UEFA de Russische teams en nationale ploegen. Voor Rusland dreigde hierdoor volledige uitsluiting van het WK voetbal.[422] Op 18 maart besloot het sporttribunaal CAS dat Rusland definitief niet mee mocht doen aan het WK voetbal.[423]

Eurovisiesongfestival 2022[bewerken | brontekst bewerken]

Rusland werd tevens uitgesloten van de 66e editie van het Eurovisiesongfestival. Tijdens deze editie werd Oekraïne vertegenwoordigd door Kalush Orchestra, met het nummer Stefania. Het werd al snel een strijdlied in Oekraïne. Op 15 mei 2022 won Oekraïne het Eurovisiesongfestival, dat dit keer in het teken stond van vrede en verbinding.[424][425]

Sancties tegen Wit-Rusland[bewerken | brontekst bewerken]

Ook tegen Wit-Rusland werden, na het begin van de invasie, sancties afgekondigd vanwege het actief steunen van de Russische oorlog in Oekraïne. Wit-Rusland kreeg op 27 februari een exportverbod voor onder andere tabak, hout, ijzer, staal en cement. Goederen die ook militaire doeleinden konden dienen, mochten niet meer aan het land worden verkocht. Verder konden Wit-Russen die Rusland zouden helpen bij de oorlog tegen Oekraïne, persoonlijke sancties verwachten.[426]

Nieuwe sancties op 7 april[bewerken | brontekst bewerken]

Op 7 april werden de EU-landen het eens over een nieuw pakket strafmaatregelen tegen Rusland, het vijfde, met als rechtstreekse aanleiding het bloedbad van Boetsja. Behoudens enkele uitzonderingen (zoals schepen die medicijnen en humanitaire hulp leveren) werd alle schepen onder Russische vlag de toegang tot havens binnen de EU ontzegd. Ook wegtransporteurs uit Rusland en Wit-Rusland zouden door de EU worden geweerd, behoudens dezelfde uitzonderingen. Er kwam bovendien een verbod op de import van Russische steenkool. Dit verbod zou vanaf half augustus in gaan, zodat de EU-landen zich er op konden voorbereiden.

Verder werden er 217 nieuwe personen toegevoegd aan de lijst van gesanctioneerde Russen. Onder hen waren de twee dochters van president Poetin, Maria en Katerina, en Herman Gref, de voormalige Russische minister van Economische Ontwikkeling en tevens bestuursvoorzitter van Sberbank.[427][428]

Reacties van Rusland op de sancties[bewerken | brontekst bewerken]

Op 27 februari reageerde Poetin op de sancties en op wat hij 'agressieve verklaringen van westerse regeringen' noemde, door het bevel om de 'ontradingsmacht' (nucleaire wapens) van het Russische leger in de hoogste staat van paraatheid te brengen.[429][430][431]

In februari 2022 waren er MiG-31's met Kh-47M2 Kinzhal-raketten, mogelijk met kernkoppen, van vliegbasis Soltsy-2 in oblast Novgorod naar vliegbasis Tsjernjachovsk in de westelijke exclave oblast Kaliningrad overgevlogen.[432][433]

Eind april 2022 verkondigde een Russische staatszender op televisie dat een RS-28 Sarmat-kernraket vanuit de oblast Kaliningrad in 202 seconden Berlijn, London en Parijs kon vernietigen.[434]

Veel bedrijven en organisaties kozen ervoor om vrijwillig de Russische of Wit-Russische markten te verlaten.[435] De boycots hadden gevolgen voor veel organisaties voor consumptiegoederen, amusement, onderwijs, technologie en sport. Als gevolg van de sancties verschoven de Russische oligarchen honderden miljoenen dollars naar landen die geen sancties hadden opgelegd, zoals de Verenigde Arabische Emiraten.[436]

Economische gevolgen[bewerken | brontekst bewerken]

Wisselkoers van de roebel na de invasie (in euro)

Vrijwel meteen na het begin van de invasie gingen de olie- en gasprijzen flink omhoog. Verwacht werd dat ook de voedselprijzen zouden stijgen.[437][438]

Geldmarkt[bewerken | brontekst bewerken]

In een verklaring erkende de president van de Russische centrale bank, Elvira Nabiullina, de problemen die waren ontstaan in het bankwezen als gevolg van de internationale sancties.[439] Op maandag 28 februari bleef de Russische beurs gesloten.[440] De roebel daalde, meteen nadat de sancties tegen Rusland waren ingesteld, sterk in waarde. In Rusland haalden mensen in reactie op de sancties massaal hun geld van de banken, met lange rijen bij de geldautomaten tot gevolg.[441] Poetin ondertekende een decreet waarmee het Russen werd verboden om met meer dan 10.000 dollar aan buitenlandse valuta het land te verlaten.[442] Om de (verwachte) inflatie te beteugelen en een bankrun te voorkomen, verhoogde de Centrale Bank van Rusland op 27 februari 2022 de rente naar 20%.[443] Vervolgens stabiliseerde de roebel zich rond het niveau van de oorspronkelijke wisselkoers.

Staatsobligaties en dreigend staatsbankroet[bewerken | brontekst bewerken]

Om te voorkomen dat de Russische centrale bank haar eigen munt kon ondersteunen, blokkeerden de VS dollartransacties, iets wat al eerder was gebeurd bij Venezuela, Syrië en Iran.[noten 2] Een direct gevolg hiervan was dat de Russische staat de staatsobligaties die in dollars afgelost moesten worden, niet meer zou kunnen uitkeren.[444] Op 4 april zou Rusland een obligatieaflossing van 650 miljoen dollar uitvoeren, naar verluidt bij de Amerikaanse bank JPMorgan Chase. Op dezelfde dag blokkeerde het Amerikaanse ministerie van Financiën Rusland echter de toegang tot rekeningen in dollars bij Amerikaanse banken. Als gevolg daarvan werden de obligaties in roebels afgelost, wat een contractbreuk betekende. Internationale kredietbeoordelaars konden dit als het begin van een staatsbankroet zien, in zoverre binnen een respijtperiode van 30 dagen geen nabetaling overeenkomstig de voorwaarden zou plaatsvinden. De Russische minister van Financiën verklaarde dat Rusland juridische maatregelen zou treffen, zonder te specificeren bij welke instantie deze aanklacht ingediend zou worden.[445] Op 29 februari wist Rusland het feitelijke bankroet af te wenden door de obligatieaflossing via een Britse tak van de Citibank alsnog in dollars uit te voeren.[446][noten 3]

Levering van grondstoffen[bewerken | brontekst bewerken]

Begin 2022 was Rusland 's werelds grootste exporteur van granen, aardgas en meststoffen, en een van de grootste leveranciers van ruwe olie en metalen, waaronder palladium, platina, goud, kobalt, nikkel en aluminium.[447] Chaos in de toeleveringsketen in de handel in energie en grondstoffen, als gevolg van de sleutelrol van Rusland, zou wereldwijde inflatie kunnen aanwakkeren.[448]

Voor Oekraïne werd de toegang tot de Zwarte Zee afgesloten, daar de Russische marineschepen alle scheepvaart van en naar Oekraïense havens blokkeerden. Deze havens verzorgden het grootste deel van de Oekraïense export, in het bijzonder de granen. De Donau, die de grens vormt tussen Oekraïne en Roemenië, stroomt net voor de uitmonding in de Zwarte Zee door de rivierdelta van Oekraïne, maar in Roemenië ligt er nog een kanaal dat, van de Donau via de Roemeense havenstad Constanța, naar de Zwarte Zee voert. Hierdoor bleef de Donau-scheepvaart toch in verbinding met de Zwarte Zee.[449] De spoorverbindingen met de rest van Europa waren beperkt door het verschil in spoorwijdte, waardoor de meeste goederen overgeladen moesten worden.[noten 4]

Brandstof- en energietekorten[bewerken | brontekst bewerken]

Het Russische leger viel de hele olie-industrieketen aan: raffinaderijen, brandstofdepots en tankstations, in een poging de bevoorrading van het Oekraïense leger te hinderen. Er werd prioriteit gegeven aan het leger en de burgerbevolking kon maar zeer beperkt tanken. Veel landbouwers hadden niet genoeg brandstof voor het inzaaien van graan, het oogsten en andere werkzaamheden. Hierdoor dreigden op langere termijn allerlei tekorten te ontstaan. Voor de oorlog werd bijna drie kwart van de benzine en diesel geïmporteerd vanuit Rusland en Wit-Rusland. Bevoorrading vanuit de EU was problematisch, omdat de bevoorradingslijnen er niet op waren ingesteld. Ook de elektriciteitsvoorziening werd hard geraakt. In maart sloot Oekraïne zich van het Russische en Wit-Russische elektriciteitsnet af en sloot zich samen met Moldavië aan op het Europese elektriciteitsnet.[450]

Olie en gas[bewerken | brontekst bewerken]

Als gevolg van de invasie stegen de prijzen van Brent-olie voor het eerst sinds 2008 boven de 130 dollar per vat.[451] De regering-Biden zette Saoedi-Arabië, Venezuela en Iran aan hun olieproductie te verhogen. Tot dusver heeft Saoedi-Arabië echter verzoeken van de VS afgewezen. Rusland heeft ruwe olie en andere grondstoffen tegen gereduceerde prijzen aan India aangeboden.[452]

De invasie bedreigde de energievoorziening van Rusland naar Europa, waarbij de aardgasprijzen in Europa op 7 maart bij ICE Futures een recordhoogte bereikten van 3,7 dollar/m³. Dit zette Europese landen aan om hun energievoorzieningsroutes te diversifiëren. De EU hoopte in 2022 haar gasafhankelijkheid van Rusland met twee derde te verminderen. Duitsland verklaarde dat het zijn afhankelijkheid van Russische energie-invoer zou verminderen door het versnellen van hernieuwbare energiebronnen en het bereiken van 100% hernieuwbare energieopwekking tegen 2035. Nederland wilde vóór 2023 van het Russisch gas af zijn. Vóór de invasie was de energiestrategie van de EU meer gericht op de Green Deal en het Fit for 55-plan om de uitstoot van broeikasgassen tegen 2030 met 55% te verminderen.[453]

De gasleveringen aan Europa via de pijplijn door Oekraïne bleven doorgaan, ondanks de oorlogshandelingen langs de route.[454] Wel probeerde het Russische leger het Oekraïense leger te provoceren door legereenheden boven de gasleiding te stationeren, in de hoop dat deze aangevallen zouden worden en de pijplijn werd beschadigd, zodat Rusland kon beweren dat Oekraïne een onbetrouwbare partner was, die zijn verplichtingen met het gastransit contract niet naleefde.[455]

Graan en zonnebloemolie[bewerken | brontekst bewerken]

Voor de invasie was Oekraïne de op drie na grootste exporteur van maïs en tarwe, en 's werelds grootste exporteur van zonnebloemolie, waarbij Rusland en Oekraïne samen verantwoordelijk zijn voor 29% van de wereldwijde tarwe-export en 75% van de wereldwijde export van zonnebloemolie.[456] Op 24 februari kondigde China aan dat het de beperkingen op Russische tarwe zou laten vallen, deels als gevolg van zware regenval die de binnenlandse opbrengsten verminderde in wat de South China Morning Post een potentiële 'reddingslijn' voor de Russische economie noemde. Op 25 februari bereikten de benchmarkcontracten voor tarwe-futures van de Chicago Board of Trade hun hoogste prijs sinds 2012, waarbij de prijzen van maïs en soja ook stegen. Het hoofd van het Wereldvoedselprogramma, David Beasley, waarschuwde in maart dat de oorlog in Oekraïne de wereldwijde voedselcrisis zou kunnen brengen tot 'niveaus die we nog nooit eerder hebben gezien'. Een mogelijke verstoring van de wereldwijde tarwevoorziening zou de aanhoudende hongercrisis in Jemen kunnen verergeren.[457] De Europese Unie zette solidariteitslanen op om het transport via de weg en het spoor van Oekraïne naar Europa te bevorderen.[458]

Oekraïne beschuldigde de Russen van het stelen van zo'n 400.000 ton graan, een derde van de graanvoorraad van de bezette gebieden.[459] De Oekraïense onderminister van Landbouw Taras Vysotsky waarschuwde voor hongersnood in de bezette gebieden als de graanvoorraad verder af zou nemen: 'Er waren geen strategische reserves.'[460]

In oblast Cherson werden boerderijen geconfisqueerd en boeren onder bedreiging gedwongen te werken voor de Russen.[461] Het stelen van graan door de Russen ligt in Oekraïne zeer gevoelig; tijdens de hongersnood in 1932-1933, de Holodomor, werden alle graan en voedselvoorraden in Oekraïne weggenomen door het Stalin-regime in een poging de Oekraïense bevolking uit te roeien.

Edelgassen[bewerken | brontekst bewerken]

De levering van neon, nodig voor de fabricage van chips en lasers, werd ook ernstig beperkt door het conflict. Oekraïne produceert ongeveer 70% van het wereldwijde neonaanbod en 90% van het neon van halfgeleiderkwaliteit dat in de Verenigde Staten wordt gebruikt. De twee grootste leveranciers in Oekraïne, die samen goed zijn voor de helft van de wereldwijde neonproductie, werden gesloten nadat het conflict uitbrak. De aanvoer van krypton en xenon, waarvan Oekraïne ook een grote exporteur is, werd eveneens getroffen.[462]

Omleiding goederentreinen van China naar Europa[bewerken | brontekst bewerken]

De spoorverbindingen van Rusland en Wit-Rusland naar Europa waren niet langer actief, zodoende was de treinverbinding tussen China en Europa, via de zijderoute, verbroken. De vrachtbootverbinding tussen China en Europa was voor veel leveranciers veel te langzaam en de luchtvaart veel te duur, zeker omdat de meeste vliegtuigen niet meer over Rusland mochten vliegen en daardoor langere vluchtroutes moesten nemen. Er was echter nog een zuidelijke spoorroute via de Kaspische Zee (veerdienst Aqtau, Kazachstan - Bakoe, Azerbeidzjan), Georgië en Turkije.[463] Op deze route zouden de goederen acht dagen langer onderweg zijn, wat nog altijd sneller was dan via een vrachtboot. Kazachstan dreigde echter onder de sancties te kunnen gaan vallen, waardoor deze route ook geen optie meer zou zijn.[464]

Internationale politieke reacties[bewerken | brontekst bewerken]

Uitslag van de stemming over de VN-resolutie die de invasie veroordeelde.
 Voor
 Tegen
 Blanco
 Niet gestemd
 Geen lid

Vanuit het Westen werd de inval van Rusland in Oekraïne direct breed veroordeeld. Politieke leiders kondigden aan dat deze daad niet onbeantwoord zou blijven en kondigden sancties aan.[465][466][467]

China hield zich na het begin van de invasie in eerste instantie afzijdig. Op 18 maart meldden de Chinese staatsmedia dat president Xi Jinping in een online overleg tegen zijn Amerikaanse ambtsgenoot Biden had gezegd dat conflicten zoals de oorlog in Oekraïne in niemands belang zijn. 'De Oekraïnecrisis is iets wat we niet willen zien', aldus Xi.[468]

VN-resoluties[bewerken | brontekst bewerken]

Enkele dagen na de invasie, op 28 februari 2022, kwam de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (UNGA) bijeen in een spoedsessie – de elfde in de gehele geschiedenis van haar bestaan. In een resolutie werd de invasie veroordeeld en werd Rusland opgeroepen zijn troepen terug te trekken uit Oekraïne en de erkenning van de twee zelfverklaarde volksrepublieken terug te draaien. Deze resolutie werd door 141 van de 193 landen die lid zijn van de VN ondersteund, tegenover 5 tegenstemmen (Rusland, Wit-Rusland, Eritrea, Noord-Korea en Syrië), 35 onthoudingen en 12 afwezigen.[469]

Omdat Rusland in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties vetorecht heeft als permanent lid, kon het een aldaar voorgestelde resolutie waarin de Oekraïense invasie eveneens werd veroordeeld blokkeren.[470]

Andere internationale bijeenkomsten[bewerken | brontekst bewerken]

Op 24 maart kwamen de regeringsleiders van de 30 NAVO-lidstaten in Brussel bij elkaar voor een eerste speciale top over de oorlog. De landen spraken onder meer af om zich beter voor te bereiden op een eventuele aanval door Rusland met chemische, biologische en kernwapens. Ook zouden er extra troepen gaan naar de oostelijke NAVO-lidstaten, die dicht tegen aan Rusland liggen.[471]

Op 26 april kwamen er op Vliegbasis Ramstein, in het zuidwesten van Duitsland, onder leiding van de VS meer dan 40 landen bij elkaar om de situatie in Oekraïne te bespreken. Besloten werd onder meer dat Duitsland voor het eerst zware wapens (namelijk 50 FlAKpanzer Gepards) naar Oekraïne zou sturen.[472][473]

Europese Unie[bewerken | brontekst bewerken]

Zie Oekraïne en de Europese Unie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De relatie van de EU met de Oekraïne had zich in de jaren voor de Russische inval door een wisselwerking van pro-Europese en pro-Russische krachten in de Oekraïne gekenmerkt. De geplande associatieovereenkomst in november 2013 kwam door toedoen van de pro-Russische president Janoekovytsj niet tot stand, wat de aanleiding was voor de Oekraïense revolutie. De overeenkomst werd uiteindelijk in 2014 ondertekend en kwam in 2017 tot stand. Hierdoor werd de Oekraïne feitelijk deel van de EU-vrijhandelszone. Ook werd de Oekraïense zijde direct betrokken in het Gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid van de EU.[474]

De negatieve reactie van de EU op de oorlog was direct na de inval unaniem. In de weken na de inval werd duidelijk dat voor de omzetting van verschillende maatregelen tussen de EU-lidstaten verschil van mening heerste, zowel door de instelling van politici als ook door de afhankelijkheid van verschillende landen van Russisch gas.

Op 26 februari 2022 sprak president Zelensky uitdrukkelijk de wens naar een officieel lidmaatschap uit.[475] Twee dagen later volgde de schriftelijke aanvraag. Na een toespraak van de Oekraïense president in het Europees parlement, sprak het parlement zich met een overweldigende meerheid voor een lidmaatschap uit. Op 8 april overhandigde Ursula Von der Leyen aan Zelensky de vragenlijst voor Oekraïne om lid te worden van de EU.[476]

Individuele politici[bewerken | brontekst bewerken]

Vicepremier voor de Europese en Euro-Atlantische integratie van Oekraïne Olha Stefanisjyna sprak in een online VN-briefing op 19 maart over de humanitaire crisis. De vicepremier bedankte alle landen en internationale organisaties die Oekraïne prompt de nodige hulp hadden geboden en hun grenzen hadden opengesteld voor vluchtende Oekraïners. Stefanisjyna riep de internationale gemeenschap daarnaast op om druk uit te oefenen op Rusland om de vijandelijkheden in Oekraïne onmiddellijk te staken in navolging van de beslissing van het Internationaal Gerechtshof van de VN in Den Haag. Ze sprak van genocide die door de Russen werd gepleegd op Oekraïners. Ook benadrukte ze de aanzienlijke gevolgen van de oorlog voor de hele wereld, en dan met name in de voedselsector.

Persoonlijke gesprekken met Poetin en Zelensky[bewerken | brontekst bewerken]

De Oostenrijkse bondskanselier Karl Nehammer had op 11 april een persoonlijke ontmoeting met president Poetin in diens residentie over de situatie in Oekraïne. Nehammer bracht na afloop van het gesprek weinig naar buiten over het resultaat, wel zei hij dat het 'geen vriendelijke ontmoeting' was geweest.[477]

Op 26 april had VN-secretaris-generaal Antonio Guterres een persoonlijk onderhoud met Poetin. De Russische president zou zich daarbij bereid hebben verklaard om mee te werken aan het alsnog mogelijk maken van een evacuatie van de belegerde burgers in de Azovstal-fabriek in Marioepol.[478] Een dag later had Guterres ook een persoonlijke ontmoeting met president Zelensky in Kiev. Op vrijwel datzelfde moment vuurde Rusland twee raketten af op de stad, waarbij een flatgebouw werd getroffen. Een journaliste die werkte voor Radio Free Europe kwam om het leven.[479][480]

Onderhandelingen tussen Oekraïne en Rusland inclusief bemiddelingen[bewerken | brontekst bewerken]

Op 27 februari 2022 stemde Oekraïne ermee in om bij de Wit-Russische grens vredesonderhandelingen met Rusland aan te gaan.[481] De volgende dag begonnen Rusland en Oekraïne op een geheime locatie in Homel aan de onderhandelingen.[482][483] De Russische oligarch Roman Abramovitsj was daarbij aanwezig op Oekraïens verzoek; hij geldt als een goede bekende van Poetin. De hoofdpersonen Poetin en Zelensky waren afwezig.[484][485]

De premiers van Polen, Tsjechië en Slovenië met de president van Oekraïne in Kiev, 15 maart 2022. De eerste regeringsdelegatie in Oekraïne sinds het begin van de Russische invasie.[486]

Op 7 maart eiste het Kremlin als voorwaarde voor het beëindigen van de invasie de neutraliteit van Oekraïne, erkenning van de Krim als Russisch grondgebied, en erkenning van de zelfverklaarde separatistische republieken Donetsk en Loegansk als onafhankelijke staten.[487] Dezelfde dag kondigde Rusland een tijdelijk staakt-het-vuren af in Kiev, Soemy en twee andere steden. Op 8 maart stelde Zelensky een directe ontmoeting met Poetin voor om de invasie te beëindigen en sprak de bereidheid uit om Poetin's eisen te bespreken. Zelensky zei dat hij klaar was voor een dialoog, maar niet voor capitulatie. Hij stelde een nieuwe collectieve veiligheidsovereenkomst voor samen met de VS, Turkije, Frankrijk, Duitsland en Rusland als alternatief voor het NAVO-lidmaatschap. Dienaar van het Volk verklaarde dat Oekraïne de Krim, Donetsk en Loehansk niet zou opgeven.[488]

Op 10 maart hadden de ministers van Buitenlandse Zaken van Rusland en Oekraïne, Sergej Lavrov en Dmytro Koeleba in Antalya, Turkije een ontmoeting met de Turkse minister van Buitenlandse Zaken Mevlüt Çavuşoğlu die bemiddelde in het kader van het Antalya Diplomacy Forum. Het was het eerste contact op hoog niveau tussen de twee partijen sinds het begin van de invasie.[489] Vanaf 14 maart liepen de onderhandelingen via videoconferenties. Op 15 maart, terwijl de vierde gespreksronde plaatsvond, suggereerde Zelensky dat Oekraïne Poetin's eis, dat het land geen NAVO-lidmaatschap zou nastreven, zou accepteren. Op 17 maart meldde de Financial Times dat de onderhandelingen met Rusland over een 15-puntenplan, door Zelensky werd geïdentificeerd als een realistischere kans om de oorlog te beëindigen dan de eerdere onderhandelingen. Mykhailo Podolyak, de hoofdonderhandelaar voor de Oekraïense vredesdelegatie legde uit wat het 15-puntenplan onder andere in zou houden: een staakt-het-vuren, de terugtrekking van Russische troepen uit hun geavanceerde posities in Oekraïne, samen met internationale veiligheidsgaranties voor militaire steun en alliantie in het geval van hernieuwde Russische militaire acties in ruil voor het niet verder nastreven van NAVO-lidmaatschap door Oekraïne. Volgens Oekraïne was dit alleen mogelijk via een directe dialoog tussen Zelensky en Poetin. Wanneer er een overleg zou komen, dan waren de belangrijkste gesprekspunten: de aanwezigheid van Russische troepen in Oost-Oekraïne na de oorlog en waar de grenzen zouden zijn.[490][491]

Tijdens een ontmoeting met Koeleba op 17 maart in Oekraïne herhaalde Çavuşoğlu zijn steun aan Oekraïne. Ook onthulde Çavuşoğlu plannen voor een collectieve veiligheidsovereenkomst voor Oekraïne, waarbij de VS, Rusland, het VK, Frankrijk, Duitsland en Turkije betrokken zouden zijn. Hij zei dat er in Turkije een persoonlijke ontmoeting tussen Poetin en Zelensky zou kunnen plaatsvinden, en verklaarde dat 'de hoop op een staakt-het-vuren was toegenomen'.[492][493] Kort daarna waarschuwde de Franse minister van Buitenlandse Zaken Jean-Yves Le Drian, nadat hij informatie had verkregen, dat Rusland slechts deed alsof het onderhandelde, in overeenstemming met een strategie die het land elders had gebruikt.[494]

Op 20 maart zei Kremlin-woordvoerder Dmitry Peskov dat er geen significante vooruitgang was geboekt in de vredesbesprekingen, waarbij Rusland Oekraïne ervan beschuldigde de vredesbesprekingen te vertragen door voorstellen onaanvaardbaar te maken voor Rusland. Aan de andere kant herhaalde Oekraïne dat het bereid was te onderhandelen, maar geen Russische ultimatums zou accepteren.[495]

Op 29 maart werden de onderhandelingen tussen Russische en Oekraïense delegaties hervat op neutraal terrein in Istanboel.[496]

Protesten en steunbetuigingen[bewerken | brontekst bewerken]

De Brandenburger Tor lichtte op in de kleuren van de Oekraïense vlag tijdens een solidariteitsprotest in Berlijn, 24 februari 2022. Het monument is zichtbaar vanaf de nabijgelegen Russische ambassade.[497]
Pro-Oekraïense demonstratie op Trafalgar Square, Verenigd Koninkrijk, 27 februari 2022
Protest op de Dam in Amsterdam op 27 februari 2022. Volgens lokale media waren er ongeveer 15.000 mensen aanwezig.[498]

Demonstraties in steden[bewerken | brontekst bewerken]

Vrijwel meteen vanaf het begin van de invasie van Oekraïne werden er op allerlei plekken in de wereld protesten gehouden, vooral tegen Rusland en ter ondersteuning van Oekraïne.[499][500] In Praag, Tsjechië protesteerden ongeveer 80.000 mensen op het Wenceslasplein.[501] Op 27 februari kwamen meer dan 100.000 mensen bijeen in Berlijn, Duitsland.[502] Op 28 februari verzamelden zich in Keulen, Duitsland meer dan 250.000 mensen in een vredesmars om te protesteren tegen de Russische invasie;[503] veel demonstranten gebruikten de slogan: 'Glorie aan Oekraïne'[504]

Ook in tientallen Russische steden protesteerden mensen, waarbij de politie meteen optrad en grootschalige arrestaties verrichtte.[505][506] Volgens non-profitorganisatie OVD-Info werden er op 24 februari bijna 2.000 Russen in 60 steden door de Russische politie aangehouden omdat ze protesteerden tegen de invasie;[507] op 6 maart meldde de organisatie dat er in totaal meer dan 13.000 demonstranten waren gearresteerd,[508] met meer dan 5.000 gedetineerden die dag.[509] Het Russische ministerie van Binnenlandse Zaken rechtvaardigde deze arrestaties vanwege de 'coronavirusbeperkingen, ook op openbare evenementen' die nog steeds van kracht waren. Russische autoriteiten waarschuwden Russen voor de juridische gevolgen voor deelname aan anti-oorlogsprotesten.[510]

Bij stembureaus in Minsk in Wit-Rusland scandeerden demonstranten, tijdens het grondwettelijke referendum: 'Nee tegen oorlog!'[511]

Acties via Russische media[bewerken | brontekst bewerken]

De winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede Dmitry Moeratov kondigde aan dat de Russische krant Novaja Gazeta de volgende editie in zowel het Oekraïens als in het Russisch zou publiceren. Moeratov, journalist Mikhail Zygar, regisseur Vladimir Mirzoyev en anderen ondertekenden een document waarin stond dat Oekraïne geen bedreiging vormde voor Rusland met een oproep aan de Russische bevolking om de oorlog aan de kaak te stellen.[512] Elena Chernenko, journaliste bij het Russische dagblad Kommersant, verspreidde een kritische open brief ondertekend door 170 journalisten en academici.[513]

Marina Ovsjannikova, een redacteur van het Russische journaal op staatstelevisiezender Pervyj kanal, verscheen op 14 maart 2022 tijdens een live uitzending achter de presentator in beeld met een protestbord met een boodschap in het Russisch: 'Stop de oorlog. Geloof niet in de propaganda. Hier wordt tegen u gelogen.' Ook riep ze: 'stop de oorlog!' In een vooraf opgenomen video, die via sociale media werd verspreid, stelde ze dat ze zich schaamde voor haar jarenlange deelname aan het verspreiden van Russische propaganda. Ze riep mensen op om te gaan demonstreren: 'Ze kunnen ons niet allemaal opsluiten.' Ovsjannikova werd naar aanleiding van haar actie gearresteerd. Na haar vrijlating kreeg ze twee geldboetes.[514][515]

Op 9 mei 2022, de Dag van de Overwinning, verschenen er op de regeringsgezinde Russische nieuwssite Lenta.ru zo'n 20 artikelen waarin Poetin en de oorlog in Oekraïne sterk werden veroordeeld. Het bleek een actie van de Russische journalisten Jegor Poljakov en Aleksandra Mirosjnikova, die tot aan het protest werkzaam waren bij Lenta. De teksten waren na twintig minuten van de website verdwenen, maar wel gearchiveerd. Poljakov en Mirosjnikova waren op dat moment niet meer in Rusland en op zoek naar politiek asiel. Op dezelfde dag verscheen er in menu's van Russische smart-tv's een bericht tegen de oorlog, waarin de Russen werd verteld dat 'het bloed van duizenden Oekraïners en honderden vermoorde kinderen aan hun handen kleefde'.[516]

Acties van techbedrijven[bewerken | brontekst bewerken]

Elon Musk kondigde op 26 februari 2022 aan dat hij de Starlink-internetservice in Oekraïne had geactiveerd, omdat het land te maken had met stroomstoringen en storingen in de internetvoorziening als gevolg van de Russische invasie.[517] Apparatuur die nodig is om Starlink te gebruiken, arriveerde op 1 maart 2022 in Kiev.[518]

Op 27 februari blokkeerde Google in Oekraïne de Android-app van de Russische tv-zender RT, op verzoek van de Oekraïense regering. Ook sommige Russische YouTube-kanalen werden in Oekraïne geblokkeerd. Meta Platforms blokkeerde de accounts van sommige Russische staatsmedia.[519]

Media en communicatie[bewerken | brontekst bewerken]

Tijdens de invasie werden berichten, video's, foto's en audio-opnamen gedeeld via sociale media, nieuwssites en door vrienden en families van Oekraïense en Russische burgers. Hoewel veel beelden van het conflict authentiek en uit de eerste hand waren, zaten er ook beelden bij van andere conflicten en gebeurtenissen uit het verleden of anderszins misleidende foto's en video's. Sommigen hiervan waren gemaakt om desinformatie of propaganda te verspreiden. Waarnemers hebben kritiek geuit op de manier waarop het lijden van Oekraïne door de westerse media in beeld werd gebracht als iets anders dan het lijden in oorlogen in landen als Afghanistan, Ethiopië, Irak, Libië, Palestina, Syrië en Jemen.[520][521]

Berichten vanuit Oekraïne[bewerken | brontekst bewerken]

Oekraïense functionarissen overspoelden de wereld met hun berichten en gebruikten sociale media om de steun tegen de invasie te versterken en om informatie naar de wereld en hun burgers te verspreiden. Gerichte berichten en video's werden ook gebruikt als wervingsacties voor internationale hulp en soldaten. Deze methode werd door sommigen bestempeld als heilzaam.[522] Verschillende academici, waaronder professoren Rob Danish en Timothy Naftali, benadrukten de spreekvaardigheid van president Zelensky en zijn vermogen om sociale media te manipuleren om informatie te verspreiden en gevoelens van schaamte en bezorgdheid aan te spreken, terwijl hij verwantschap opbouwde met de kijker.[523] Aanvullende up-to-date informatie over de Russische invasie werd verspreid door online activisten, journalisten, politici en leden van de burgerbevolking, zowel binnen als buiten Oekraïne.[524]

Zie Online toespraken van Volodymyr Zelensky aan wereldleiders tijdens de Russische invasie van Oekraïne in 2022 voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Via een videoverbinding sprak Zelensky binnen enkele weken de parlementen van meerdere landen toe, in de hoop de internationale bereidheid om Oekraïne steun te bieden te vergroten. Ook richtte Zelensky zich in enkele toespraken tot het Europees Parlement en de NAVO.[525] Op 31 maart hield hij als eerste buitenlandse staatshoofd in de Nederlandse geschiedenis een toespraak tijdens een formele vergadering van de Tweede Kamer. Dit was tijdens de oorlog zijn veertiende speech gericht aan een parlement.[526][527] Op 5 april eiste Zelensky in een videotoespraak dat de VN-Veiligheidsraad actie tegen Rusland zou ondernemen. Hij hekelde het vetorecht dat Rusland als permanent lid binnen deze organisatie genoot, en vond dat de VN-Veiligheidsraad zichzelf moest hervormen of anders beter kon worden opgeheven.[528]

Algemene inperking informatievoorziening Rusland[bewerken | brontekst bewerken]

Voor de gemiddelde Rus bleven er, sinds het begin van de invasie, naast de Russische staatsmedia weinig andere informatiebronnen over. Het Kremlin probeerde iedere vorm van twijfel onder de Russische bevolking over de invasie van Oekraïne te voorkomen door de informatievoorziening onder controle te houden. De Russische censor en mediawaakhond Roskomnadzor dreigde de Russische versie van Wikipedia te blokkeren. Wikipedia kreeg de waarschuwing vanwege 'illegaal gedistribueerde informatie' in een artikel over de Russische invasie van Oekraïne.[529] Op 16 maart blokkeerde Roskomnadzor de toegang tot 32 binnenlandse en buitenlandse nieuwssites. De impact werd nog eens versterkt doordat ook sociale media als Facebook, Instagram en Twitter in Rusland werden geblokkeerd. Alleen diegenen die gebruikmaakten van een VPN konden nog op geblokkeerde sites terecht. Dit betekende echter voor het merendeel van de oudere of minder technisch onderlegde Russen simpelweg een nog verdere inperking van hun informatievoorziening.[530]

Propaganda en desinformatie vanuit de Russische regering[bewerken | brontekst bewerken]

Poetin en Konstantin Ernst, ceo van Ruslands belangrijkste door de staat gecontroleerde tv-zender Channel One.[531]

De Russische Federatie verspreidt propaganda die standpunten, percepties of agenda's van de regering van Rusland promoot. Dit omvat door de staat gerunde televisie, radio en online technologie[532] en kan gebruik maken van Sovjet-propaganda als een element van moderne Russische politieke oorlogsvoering.[533] Hedendaagse Russische propaganda richt zich op het promoten van een persoonlijkheidscultus rond Vladimir Poetin. De Russische regering mengde zich actief in debatten over de Sovjetgeschiedenis;[534] Rusland richtte een aantal organisaties op, zoals de Presidentiële Commissie van de Russische Federatie tegen pogingen om de geschiedenis te vervalsen ten koste van de belangen van Rusland en de Russische webbrigades en anderen die zich bezighielden met politieke propaganda om de standpunten van de regering van Poetin te promoten.

Om de invasie in Oekraïne aan de Russische bevolking te verkopen als een gerechtvaardigde actie ter zelfverdediging van Rusland, werden alle berichten die niet strookten met deze zienswijze gecensureerd. De Russische tv-presentator Evgeni Popov beweerde op 21 februari 2022 tegenover de kijkers dat het juist Oekraïne was dat aan Rusland en de Donbas-regio de oorlog zou hebben verklaard.[535]

Oekraïners als 'drugsverslaafden en neonazi’s'[bewerken | brontekst bewerken]

Kenners van de Russische propagandatactieken zagen al vanaf november 2021 een toename van het aantal negatieve berichten over Oekraïne, wat er mogelijk op wijst dat Poetin al maanden voorafgaand aan het daadwerkelijke begin van de invasie aankoerste op een veroveringsoorlog. Zo constateerde het onderzoekscollectief Logically dat honderden pro-Russische sociale-mediakanalen ineens het bericht dat de Oekraïense regering uit neonazi’s bestond gingen verspreiden. Keir Giles, een Rusland-expert die voor de NAVO onderzoek deed naar Russische desinformatie, zei tegen de BBC dat 'Rusland erg gretig was om zijn tegenstanders in Europa als nazi’s te brandmerken'. Rusland had eerder ook de Baltische staten al eens als nazistische bolwerken afgeschilderd.

De internationale Russische tv-zender Russia Today (RT), die onder andere Engels- en Spaanstalige uitzendingen in het buitenland verzorgt, beweerde op 20 februari 2022, zonder enig bewijs, dat Oekraïne de pro-Russische separatisten in de Donbas-regio zou willen 'vergassen'. Poetin zelf haakte hierop in tijdens de televisietoespraak waarin hij de rebellenregio’s Donetsk en Loegansk als onafhankelijke republieken erkende: 'Wat nu in de Donbas gebeurt, is volkerenmoord.' Poetin riep het Oekraïense leger op de regering-Zelensky omver te werpen. Rusland zou namelijk gemakkelijker tot een akkoord kunnen komen met een nieuw regime dan met 'deze bende drugsverslaafden en neonazi’s'.[535]

Desinformatie via sociale media[bewerken | brontekst bewerken]

Om het moreel in Oekraïne te ondermijnen, verspreidde Rusland via Telegram, een populair sociale-mediaplatform in het voormalige Oostblok, valse berichten over een veronderstelde vlotte opmars van het Russische leger in Oekraïne. Diverse steden zouden al zijn ingenomen, de Russen zouden minimale tegenstand ondervinden en de Oekraïense president Zelensky zou al op de eerste dag van de invasie naar het buitenland zijn gevlucht. Sociale-mediakanalen die niet onder controle van het Kremlin stonden, zoals Facebook, en Twitter, werden door hackers selectief afgeknepen om de verspreiding van anti-Russische berichten te bemoeilijken.

Inperking persvrijheid[bewerken | brontekst bewerken]

De Russische regering dreigde de weinige kritische media in eigen land, zoals de krant Novaja Gazeta, die na de invasie zijn Russische en Oekraïense edities opende met de kop 'Rusland bombardeert Oekraïne', met een publicatieverbod. Er werd een officieel gebod ingevoerd om alleen Kremlin-bronnen voor de berichtgeving te gebruiken en in geen geval agressieve woorden als: aanval, invasie en oorlog; voor het publiceren van 'leugens' stond een gevangenisstraf van vijftien jaar. Later werd de persvrijheid nog meer ingeperkt, waardoor er na een paar weken geen onafhankelijke media meer vanuit Rusland opereerde. Wie in Rusland nog aan onafhankelijke informatie wilde komen, moest de digitale sluiproutes kennen.

Medio maart werd er onder de nieuwe mediawet voor het eerst een strafzaak geopend tegen een Russische blogger wegens 'valse informatie' over Oekraïne. Op 23 maart werd de eerste journalist opgeroepen om zich in de rechtszaal te verantwoorden voor het publiceren van 'leugens' over de invasie van Oekraïne. De populaire verslaggever en commentator Aleksandr Nevzorov had volgens Moskou 'nepnieuws' verspreid over het Russische leger dat doelbewust Oekraïnse burgers zou bombarderen.[536]

Uit een gelekte interne mail van Google in handen van The Intercept op 28 maart bleek dat Russische vertalers van Googleproducten de oorlog in Oekraïne geen oorlog mochten noemen, maar enkel 'uitzonderlijke omstandigheden' om aan de nieuwe Russische wet te voldoen. Google stelde dat het zijn lokale medewerkers wilde beschermen.[537]

Effect op de Russische bevolking[bewerken | brontekst bewerken]

De Russische propaganda bestempelde Oekraïne tot een duivelse agressor waartegen Rusland zich moest verdedigen. Een meerderheid van de Russen, die weinig andere informatiebronnen hadden dan door de staat gecontroleerde televisie- en radiozenders en socialemediakanalen, geloofden dit verhaal. Denis Volkov, de directeur van het grootste onafhankelijke peilingbureau in Rusland, zei tegen persbureau AP dat meer dan de helft van de Russen achter Poetins militaire optreden stond: 'De meerderheid denkt dat de westerse wereld Oekraïne onder druk zet om de Donbas-regio aan te vallen, en dat Rusland de separatisten moet helpen.'

The Washington Post publiceerde op 29 april 2022 een interview met voormalig ingewijde van het Kremlin, Sergei Pugasjev, die zei dat het slechts een kwestie van tijd was voordat de Russen de propaganda van hun president over de oorlog in Oekraïne zouden doorzien: 'Binnen drie maanden zullen de winkels en fabrieken door hun voorraden heen zijn en zal de omvang van het aantal doden binnen het Russische leger tijdens de oorlog duidelijk worden.'[538]

Vladimir Ashurkov, de directeur van de anti-corruptiestichting van de gevangen gezette Russische oppositieleider Aleksej Navalny, zei in een interview met The Washington Post dat 'het begin van het einde van Poetin' al enige tijd bezig was. Hij was er naar eigen zeggen zeker van dat veel mensen in Rusland en daarbuiten zeer teleurgesteld waren in Poetin vanwege de oorlog, die de levensstijl van de politieke en economische elite van Rusland en hun fortuin sterk had aangetast.[539]

De letters 'Z' en 'V' als symbool[bewerken | brontekst bewerken]

Het symbool 'Z' met de hashtag: 'Wij laten onze mensen niet barsten'.
Zie Z (Russisch militair symbool) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De letters Z en (in mindere mate) V werden na het begin van de invasie in korte tijd de symbolen bij uitstek van de Russische strijdkrachten. Het symbool Z is te zien op Russische militaire voertuigen en wordt daarnaast veel gebruikt door mensen die hun steun aan de invasie willen betuigen.

Desinformatie verspreid door China[bewerken | brontekst bewerken]

Drie wetenschappers verklaarden begin maart 2022 tijdens een toespraak in het Europees Parlement dat niet alleen Rusland, maar ook China ongefundeerde verhalen verspreidde over 'Amerikaanse biolabs' in Oekraïne. Rusland en China zouden het hebben voorzien op de Europese publieke opinie, waarbij desinformatie vanuit Rusland ook in China belandde. Er werd geadviseerd om tegen zowel Russische als Chinese desinformatie stevig op te treden. De Spaanse hoogleraar Nicolás de Pedro legde de tactiek uit waarbij een verhaal met een klein stukje waarheid werd omgeven met allerlei vage geruchten: 'Zo zijn er in Oekraïne net als elders op de wereld inderdaad laboratoria. Maar dat het coronavirus daaruit afkomstig zou zijn is een daaraan geplakt verzinsel, of dat daar biologische wapens gemaakt zouden worden.' Hij adviseerde de EU om de geruchten te ontkrachten met echte feiten.

Werknemers van de Europese website EUvsdisinfo onderscheiden in zoveel mogelijk Europese talen fictie van waarheid. Het Europees Parlement besloot om de uitzendlicenties van de Russische zenders Sputnik en RT in te trekken en hun websites te sluiten. Volgens de onderzoekers zou desinformatie haar weg echter nog steeds vinden via andere kanalen, waaronder Chinese. Er werd op gewezen dat het bereik van de Brusselse informatie vele malen kleiner is dan dat van de Russen en de Chinezen, die ook de beschikking hebben over allerlei 'agenten' in het publieke debat. 'Ze hebben in alle Europese lidstaten Trojaanse paarden,' zei De Pedro, 'mensen die hun boodschap verspreiden; politici, organisaties, individuen.' Hij voorspelde dat Europa hier last van zou gaan krijgen.

Een Tsjechische onderzoeker die de invloed van China in het Westen bestudeerde, sprak met een parlementscommissie openhartig over China Today in Bulgarije, waar deze zender een pand deelde met Russia Today: 'China schetste tot 2019 in Europa een zo positief mogelijk beeld van het land, maar na de opstanden in Hongkong nam China de tactieken van Rusland over. Het land verspreidde valse informatie via denktanks of zogenaamd onafhankelijke media, waar ze maar al te vaak zelf eigenaar van bleken te zijn. Net als Rusland maakte de overheid gebruik van fake accounts op sociale media, die allerlei niet-bestaande waarheden tweeten en hertweeten.'[noten 5]

Verhalen van individuele burgerslachtoffers[bewerken | brontekst bewerken]

  • Eind februari 2022 gingen er over de hele wereld beelden rond van een Oekraïens meisje genaamd Amelia in een bunker in Kiev. Ze zong de Oekraïense versie van Let it go, een liedje uit de Disneyfilm Frozen, wat heel wat emoties losmaakte waaronder bij de schrijvers van het lied. Een paar weken later zong ze het Oekraïense nationale volkslied op een benefietavond in een bomvol Atlas Arena in de Poolse stad Łódź.[540]
  • Begin maart kwam een elfjarige gevluchte Oekraïense jongen veilig en wel aan bij de grens met Slovakije. Hij had helemaal alleen een tocht van 1.200 km afgelegd vanuit Zaporizja, nadat zijn moeder hem op de trein had gezet naar veiliger oorden. Zijn moeder bleef achter om voor haar eigen zieke moeder te zorgen. De jongen had enkel een rugzak, een plastic tas en zijn paspoort mee. De lokale autoriteiten zorgden ervoor dat hij bij zijn familie in Bratislava geraakte waarheen hij op weg was.[541]
  • Foto's van twee zwangere vrouwen die na de aanval op een kraamkliniek in Marioepol op 9 maart op brancards werden weggedragen naar andere ziekenhuizen, gingen overal rond op sociale media. Een van de twee vrouwen en haar ongeboren kind stierven kort na de aanval aan hun verwondingen. De andere vrouw overleefde de aanval en beviel enkele dagen later van een dochter. De Russische autoriteiten deden de foto's af als nepnieuws.[542][543] Begin april 2022 werd er door pro-Russische media een propagandavideo verspreid met daarin de overlevende Oekraïense vrouw, die verklaarde dat de kraamkliniek niet was gebombardeerd, maar beschoten. Dat zou volgens de Russen betekenen dat de Russische troepen niet verantwoordelijk konden zijn, omdat het gebied in handen was van Oekraïense milities.
  • Boris Romantstsjenko (96), een Holocaustoverlevende uit de Tweede Wereldoorlog, kwam op 18 maart 2022 om het leven door Russische beschietingen van Charkov. Hij zat in vier concentratiekampen waaronder Buchenwald, waar hij in 2012 terugkeerde voor een herdenking. Daar pleitte hij voor een 'nieuwe wereld waar vrede en vrijheid overheersen'.[544]
  • In maart 2022 begon de Oekraïense cellist Denys Karachevtsev met het spelen van klassieke muziek bij telkens een ander, door het Russische leger verwoest, gebouw in zijn thuisstad Charkov om de oorlog aan te klagen en geld in te zamelen voor humanitaire hulp en wederopbouw.[545]
  • Begin april 2022 was er melding van ongeveer 2000 vermiste kinderen in Oekraïne. Via de Europese website missingchildreneurope.eu en in België via Child Focus werden opsporingsberichten verspreid van gevluchte kinderen. Zo was er een zoektocht begonnen naar een vierjarige kleuter genaamd Sasha, maar enkele dagen later werd hij dood teruggevonden. Waarschijnlijk waren hij en zijn grootmoeder verdronken toen hun bootje zonk tijdens het vluchten.[546]
  • Een foto van een tweejarig vluchtend Oekraïens meisje waarbij de contactgegevens van haar ouders op haar rug waren geschreven, ging begin april 2022 de wereld rond. Uit angst om tijdens het vluchten gescheiden te worden van hun kinderen, hingen Oekraïense ouders papiertjes met contactgegevens aan hun kind of schreven het op hun lichaam.[547]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie 2022 Russian invasion of Ukraine van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.