Rutger Jan Schimmelpenninck (1855-1935)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Rutger Jan Schimmelpenninck

Rutger Jan graaf Schimmelpenninck (Amsterdam, 20 november 1855 - Zeist, 23 juni 1935) was een Nederlands luitenant-generaal der infanterie, gedetacheerd bij het Indische leger en onder meer ridder in de Militaire Willems-Orde.

Familie[bewerken]

Schimmelpenninck was de zoon van Rutger Jan Schimmelpenninck van Nijenhuis (1821-1893) en diens echtgenote Henriette W.E. Melvil (1827-1876). Hij trouwde in 1892 met jkvr. Adriana Johanna Pauw van Wieldrecht (1865-1940) uit welk huwelijk geen kinderen werden geboren. Hij was een broer van Francis David Schimmelpenninck (1854-1924).

Loopbaan[bewerken]

Schimmelpenninck bezocht de HBS te Den Haag en kwam in 1875 op de Koninklijke Militaire Academie te Breda; hij werd op 28 juni 1877 benoemd tot tweede luitenant der infanterie, in 1881 voor de duur van vijf jaar gedetacheerd bij het Nederlands-Indische leger en vertrok op 11 februari 1882 met de Koningin Emma naar Batavia met een detachement suppletietroepen, waar hij op 29 maart daaropvolgend aankwam. Hij bracht zijn gedetacheerde jaren in Indië meest op Atjeh door, werd in 1882 bevorderd tot eerste luitenant en nam in 1884 deel aan de expeditie naar Tenom.

Expeditie naar Tenom[bewerken]

Bemanning van de Nisero als gevangenen van Tenom.

De 7de januari 1884 kwamen de Nederlandse troepen aan te Tenom en de volgende dag werd de gedei genomen. De bergartillerie en de mortieren openden het vuur. Toen de sloepen dit vuur begonnen te maskeren werd het in oostelijke richting voortgezet, waar de vijand zich eveneens vertoonde. Inmiddels had deze ook vanuit de gedei en van het landpunt, gevormd door de samenvloeiing van de Tenom-rivier met de Kroeng Oen, het vuur op de sloepen en prauwen geopend. Intussen leidden de secties Snijders en Bakker op de andere oever de aanval op de marktplaats in en beletten de gewapende sloepen de Atjehnese prauwen, waarin beide secties waren overgevoerd, zich te verwijderen.De omheining van de gedei was niet versterkt maar aan de rivierzijde waren loodrecht op de weg loopgraven aangelegd, waaruit bij het voortrukken van kapitein jhr. Leyssius met het peloton van Schimmelpenninck plotseling een aantal Atjehnezen met de klewang in de vuist tevoorschijn kwamen en een verwoede aanval op het peloton deden. Schimmelpenninck werd aan het hoofd van zijn peloton door drie Atjehnezen besprongen maar na twee klewanghouwen verkregen te hebben door drie Ambonese fuseliers ontzet, die onmiddellijk toeschoten. Na een kort gevecht gelukte het Leyssius de vijand terug te werpen en uit de gedei te verdrijven.[1] Pedang Kling, dat buitengewoon versterkt was, werd van twee kanten aangevallen en genomen; de verblijfplaats van de radja werd platgeschoten, Tenom getuchtigd en vervolgens keerden de troepen naar Kota Radja terug. In een regeringstelegram werd melding gemaakt van de buitengewone dapperheid van van eerste luitenant Schimmelpenninck en luitenant-ter-zee eerste klasse Prager. Het doel van de expeditie, het bevrijden van de Britse gevangenen van de Nisero, dat op de zuidkust van Atjeh gestrand was, werd echter niet bereikt.[2]

Schimmelpenninck werd voor zijn verrichtingen tijdens deze expeditie bij Koninklijk Besluit van 27 januari 1884 nummer 18 benoemd tot ridder in de Militaire Willems-Orde. Hij werd op 2 februari 1885 ingedeeld bij het zesde bataljon en keerde op 16 januari 1887 terug naar Nederland, waar hij werd ingedeeld bij het achtste regiment infanterie en benoemd tot ordonnansofficier van Z.M. de Koning, na diens dood in gelijke functie gehandhaafd bij H.M. de Koningin-Regentes. In 1895 werd hij bevorderd tot kapitein, in 1903 volgde zijn benoeming tot majoor, in 1906 tot luitenant-kolonel, in 1910 tot kolonel en in 1914 werd hij gepensioneerd met de rang van generaal-majoor en benoemd tot adjudant van H.M. de Koningin. Hij werd daarnaast benoemd tot ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Tijdens de mobilisatie gedurende de Eerste Wereldoorlog bood Schimmelpenninck weer zijn diensten aan aan het Ministerie van Oorlog, trad op 10 augustus 1914 weer in dienst en werd benoemd tot adjudant in gewone dienst van de Koningin. Hij werd op 11 juli 1917 eervol ontslagen en verkreeg de titulaire rang van luitenant-generaal (1918).

Decoraties[bewerken]

Schimmelpenninck was onder meer ridder in de Militaire Willems-Orde, ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, ridder in de Orde van Oranje-Nassau, commandeur in de Huisorde van Oranje, commandeur in de Leopoldsorde, commandeur in het Legioen van Eer, commandeur tweede klasse in de Orde van Hendrik de Leeuw, ridder in de Kroonorde van Pruisen, ridder der tweede klasse van de Orde van de Rode Adelaar, ridder in de Orde van Sint-Stanislaus, ridder derde klasse der Siamese Kroonorde, ridder in de Pruisische Kroonorde en ridder in de Huisorde van de Wendische Kroon, bezat het Erekruis van het gehele Vorstelijke Huis van Lippe tweede klasse, het Ereteken voor Belangrijke Krijgsbedrijven met de Atjeh-gesp en het Onderscheidingsteken voor Langdurige Dienst als officier met het cijfer XXXV. Schimmelpenninck overleed in 1935 en werd begraven op de Oude Begraafplaats te Zeist, waarbij de Koningin zich liet vertegenwoordigen door luitenant-generaal H.C.J. ter Beek. Andere personen die aanwezig waren waren onder meer baron van Heemstra, particulier secretaris van de Koningin, H. Dumonceau, opperceremoniemeester en grootmeester van het Huis der Koningin, jonkheer V.E.A. Boreel van Oldenaller, opperhofmaarschalk van de Koningin, generaal baron van Heemstra namens de dragers der Nederlandse Militaire Willems-Orde, generaal Doorn de Jonge en generaal Michielsen.

Portal.svg Portaal KNIL
Bronnen, noten en/of referenties
  1. De Locomotief (21-03-1884)
  2. De Locomotief (10-03-1884)
  • 1935. R.J. graaf Schimmelpenninck overleden. Algemeen Handelsblad (24-06-1935)
  • 1935. Luitenant-generaal R.J. Schimmelpenninck overleden. Het Vaderland (24-06-1935)
  • 1935. Begrafenis graaf Schimmelpenninck. Algemeen Handelsblad (27-06-1935)
  • 1935. Begrafenis graaf Schimmelpenninck. Algemeen Handelsblad (28-06-1935)
  • 1940. G.C.E. Köffler. De Militaire Willemsorde 1815-1940. Algemene Landsdrukkerij. Den Haag.