Naar inhoud springen

Sabal antillensis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Sabal antillensis
IUCN-status: Niet geëvalueerd (2025)
Sabalpalmen in het Christoffelpark
Taxonomische indeling
Rijk:Plantae (Planten)
Stam:Tracheophyta (Vaatplanten)
Klasse:Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade:Bedektzadigen
Clade:Eenzaadlobbigen
Clade:Commeliniden
Orde:Arecales
Familie:Arecaceae
Geslacht:Sabal
Soort
Sabal antillensis
M.P. Griff. (2017)
Verspreidingsgebied
Sabalpalmen op Seru Bientu in het Christoffelpark
Sabalpalmen op de heuvels ten westen van de Sint-Christoffelberg
Synoniemen
  • Sabalpalm
  • Kabanapalm
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Sabal antillensis (Papiaments: kabana), in het Nederlands ook wel sabalpalm of kabanapalm genoemd, is een palmsoort uit het geslacht Sabal. De soort behoort tot de familie der Arecaceae (of Palmae), de enige familie in de orde van de Arecales. Sabal antillensis is endemisch op het eiland Curaçao, waar hij uitsluitend voorkomt op grotere hoogte.

In het verleden was er weinig wetenschappelijke aandacht voor de sabalpalm. De soort is daarom pas recentelijk gedetermineerd.[1][2][3]

In 1956 werd in de wetenschappelijke literatuur melding gemaakt van een "ongeïdentificeerde soort van het genus Sabal" die werd aangetroffen op een kalksteenterras in het zuidelijke deel van Bonaire, en een "nog niet geïdentificeerde soort van het genus Sabal" waarvan het verspreidingsgebied beperkt was tot het noorden van Curaçao. In 1979 werd de soort geïdentificeerd als Sabal spec., een nog niet nader onderzochte Sabal-soort die werd aangemerkt als endemisch op Bonaire en Curaçao.[1][2][3][4] Een wetenschappelijke verhandeling over Venezolaanse palmen uit 1988 rapporteerde over Sabal mauritiiformis die zou voorkomen op Bonaire en Curaçao.[1]

Recenter wetenschappelijk onderzoek uit 2012 gaf de palmen op Bonaire en Curaçao de voorlopige aanduiding Sabal cf. causiarum, een naam die duidelijk maakte dat de onderzochte palmen mogelijk behoorden tot de soort Sabal causiarum, maar dat nog onzekerheid bestond over de exacte identificatie.

Nader onderzoek uit 2017 toonde aan dat de sabalpalmen op Bonaire en Curaçao moesten worden beschouwd als een nieuwe soort: Sabal antillensis.[1][3] Naar aanleiding van verder onderzoek verscheen in 2019 een wetenschappelijke publicatie, waarin de sabalpalmen op Bonaire werden geïdentificeerd als een eigen, endemische soort: Sabal lougheediana.[4] Sindsdien geldt Sabal antillensis als een soort die uitsluitend voorkomt op Curaçao.[1][3]

De soortaanduiding antillensis in de wetenschappelijke naam verwijst naar de Antillen, de eilandengroep waar Curaçao onderdeel van uitmaakt.[1]

Sabal antillensis bereikt gemiddeld een hoogte van 4,5 meter. Een enkeling wordt tot 6 meter hoog. De sabalpalm groeit solitair, zonder clustering van meerdere stammen, met een naar verhouding dikke, stevige stam. De veelal taps toelopende stam wordt tot 4 meter hoog met een maximale diameter van iets minder dan een halve meter op het breedste punt.[1]

De bladeren groeien dicht opeen aan de top van de stam en vormen zo een compacte bladerkroon van maximaal veertig bladeren. Het grasgroene blad wordt gemiddeld 1 tot 2 meter lang, waarbij de bladsteel minder dan de helft van de totale bladlengte is. De bladeren zijn sterk costapalmate, dat wil zeggen waaierachtig (palmate) met een duidelijke verlenging van de middennerf (costa). Het centrale deel van het blad, voor de segmentatie begint, vertoont meerdere golvingen. Tussen de bladsegmenten lopen fijne, vezelige draadstructuren.[1]

De bloeiwijze bestaat uit gebogen, vertakte stengels die vanuit de bladerkroon omhoog groeien. Deze bloeistengels kunnen tot anderhalve meter lang worden en steken soms boven de bladeren uit. Ze hebben veel kleine vertakkingen met bloemen. De bloemen hebben geen steeltjes; ze zitten direct vast aan de bloeistengel. De bloem van de sabalpalm is enkele millimeters groot en overwegend wit, met een groen kelkje en lichtgele meeldraden. Na de bloei draagt de sabalpalm kleine, ronde, zwarte vruchten van ongeveer 15 millimeter groot. De vruchten bevatten gladde, afgeplat bolvormige zaden van 8 tot 13 millimeter breed, met een bruine tot zwarte kleur.[1]

Verspreiding en populatie

[bewerken | brontekst bewerken]

Sabal antillensis groeit voornamelijk op en rondom de hoogste toppen van de heuvels ten westen van de Sint-Christoffelberg in het Christoffelpark en net daarbuiten, op hoogtes tussen de 140 en 260 meter.[1][2]

Het exacte aantal sabalpalmen is onbekend. In 1979 telde een uitgebreid wetenschappelijk onderzoek 323 volwassen, vruchtbare exemplaren, naast enkele honderden jonge palmen en zaailingen. Daarbij werd vastgesteld dat de soort bescherming nodig had tegen loslopende, verwilderde geiten, die aanzienlijke schade toebrachten aan de jonge aanwas.[1][2][5] Dankzij actief natuurbeheer en het verwijderen van de geiten uit het Christoffelpark is de populatie sindsdien gestaag gegroeid.[2][4][5] Het verspreidingsgebied nam toe van 5 km2 in 1979 tot meer dan 8 km2 in 2018.[3][5] In dat jaar werden 1030 volwassen exemplaren geteld, samen met enkele duizenden jonge palmen en zaailingen.[3] Daarnaast werd in 2023 een tot dan toe onbekende populatie ontdekt op de oostelijke flank van de Christoffelberg.[5]

[bewerken | brontekst bewerken]