Sabina van Egmond

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Gravinnenhuisje aan de Hervormde Kerk, begraafplaats van Sabina

Sabina van Egmont (1562 - Delft, 21 juni 1614) was een dochter van Lamoraal van Egmont en Sabina van Beieren. Zij stond ook bekend als Sabina van Gaveren en Sabina van Beijerland.

Levensloop[bewerken]

Na de dood van haar moeder Sabina van Beijeren in 1578 (Sabina was toen 16 jaar) namen de Staten van Holland veel bezittingen in beslag omdat Sabina's broers Filips en Lamoraal voor Filips II streden.

Dankzij Willem van Oranje kregen de zusters Eleonora, Françoise en Sabina de opbrengsten uit de polder van Beijerland. Haar broer Lamoraal droeg de rechten op zijn Hollandse goederen over op zus Sabina in 1590. In 1592 werd zij vrouwe van Beijerland.

Sabina trouwde op 14 maart 1595 in Delft met George Eberhardt (30 juni 1563 - 2 februari 1602), graaf van Solms-Lich, zoon van Ernst I van Solms-Lich en Margarethe van Solms-Braunfels. Het huwelijk bleef kinderloos. Tijdens haar huwelijk was haar man ambachtsheer van Beijerland, maar na zijn dood in 1602 werd zij weer de vrouwe. In 1604 schonk ze een toren aan de kerk van Beijerland en werd er een klok met haar wapen en een opschrift gegoten. Sabina overleed in 1614 in Delft, en werd begraven in de Hervormde Kerk in Oud-Beijerland, de kerk waaraan ze de toren en de luidklok had geschonken. Boven de ingang van de kerktoren hangt haar wapenschild. Sabina lag tot 1924 in een grafkapel in de kerk; sinds de verbouwing van 1924 rusten haar stoffelijke resten in het zogeheten 'Gravinnenhuisje'.

Sabina's broer Karel erfde de rechten op Beijerland, maar verkocht deze rechten in 1619 aan de Staten van Holland en West-Friesland.