Salò o le 120 giornate di Sodoma

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Salò o le 120 giornate di Sodoma
Salò of de 120 dagen van Sodom (B/NL)
Regie Pier Paolo Pasolini
Producent Alberto De Stefanis
Antonio Girasante
Alberto Grimaldi
Scenario Pier Paolo Pasolini
Sergio Citti
Hoofdrollen Paolo Bonacelli
Giorgio Cataldi
Umberto Paolo Quintavalle
Aldo Valletti
Caterina Boratto
Muziek Ennio Morricone
Montage Nino Baragli
Tatiana Casini Morigi
Enzo Ocone
Cinematografie Tonino Delli Colli
Première 22 november 1975
Genre Drama
Speelduur 116 min.
Taal Italiaans en Frans
Land Vlag van Italië Italië
(en) IMDb-profiel
Portaal  Portaalicoon   Film

Salò o le 120 giornate di Sodoma (Nederlandse titel: Salò of de 120 dagen van Sodom) is een Italiaanse drama-, arthouse-, horror- en exploitatiefilm uit 1975 geregisseerd en geschreven door Pier Paolo Pasolini. De hoofdrollen worden vertolkt door Paolo Bonacelli en Giorgio Cataldi. De film is gebaseerd op het boek Les Cent Vingt Journées de Sodome (1785) van de Fransman Markies de Sade.

Salò was bedoeld als eerste deel uit een filmtrilogie, de Trilogie van de Dood. Deze moest volgen op Pasolini's eerder verschenen Trilogie van het Leven (Il decameron, I racconti di Canterbury en Il fiore delle mille e una notte). Salò kreeg echter nooit een vervolg, omdat Pasolini een paar maanden na het voltooien van de film werd vermoord.

Salò mag in de meeste Europese landen vanwege het gruwelijke karakter niet vertoond worden aan mensen jonger dan achttien jaar. In Italië zelf werd de film verboden, evenals in Finland, Noorwegen, Australië en Nieuw-Zeeland.[bron?]

Verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

In de fascistische Republiek van Salò, in een afgelegen villa aan het Gardameer, worden negen jongens en negen meisjes bijeengebracht. Ze worden onderworpen aan geestelijke en lichamelijke vernederingen door vier fascistische leiders, een hertog, bisschop, magistraat en voorzitter die hun machtspositie misbruiken, daartoe gestimuleerd door de verhalen van vier hoeren-vertelsters. De achttien jongeren worden vernederd, seksueel misbruikt en tenslotte doodgemarteld terwijl beurtelings een van de vier heren vanuit de villa met een verrekijker toekijkt.

Achterliggende gedachten[bewerken]

Pasolini volgt in Salò de opbouw en -vaak tot in details- de inhoud van het boek van Markies de Sade. Door de gebeurtenissen echter te verplaatsen naar het Italiaanse Salò in 1944-45 wilde hij met een exploitatie-achtige manier van filmen verhaaltechnisch een aanklacht maken tegen de excessen van het kapitalisme, het economische stelsel waarin de productiemiddelen in privéhanden zijn en het fascisme, een totalitaire en dus ook autocratische politieke ideologie. Het punt van de maker was dat macht corruptie in de hand werkt en er altijd voor gewaakt moet worden dat er nooit te veel macht in te weinig handen komt. De vertoonde gruwelen zijn een gevolg van een werkelijkheid waarin dat wel is gebeurd. "Het is de enige film die over de werkelijkheid gaat", verklaarde Pasolini ooit in een interview. Hoewel de beelden niet bedoeld zijn als effectbejag op zich, moesten ze hard genoeg inslaan bij het publiek om de ernst van Pasolini's punt te begrijpen, in diens visie. Veel van de vertoonde vernederingen zijn daarbij symbolisch bedoeld. Een van de elementen in de film die voor veel discussie zorgde, is bijvoorbeeld één van de vernederingen die de jongeren moeten ondergaan door gedwongen menselijke uitwerpselen te eten. De fecaliën staan in deze voor de heersende cultuur en de kinderen voor de mensheid, die dit gevoerd krijgen.

Rolverdeling[bewerken]

Externe link[bewerken]