Samenstelling Tweede Kamer 1850-1853

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Samenstelling van de Tweede Kamer der Staten-Generaal 1850-1853 biedt een overzicht van de Tweede Kamerleden in de periode na de Tweede Kamerverkiezingen van 27 augustus 1850. De zittingsperiode ging in op 7 oktober 1850; de leden werden gekozen voor een zittingsperiode van twee of vier jaar.[1].

Nederland was verdeeld in 38 kiesdistricten.[2] Om een district te winnen moest een kandidaat de absolute meerderheid van uitgebrachte stemmen verwerven. Indien nodig werd een tweede verkiezingsronde gehouden tussen de twee hoogstgeplaatste kandidaten uit de eerste ronde.

Op 26 april 1853 werd de Tweede Kamer ontbonden.

Gekozen bij de verkiezingen van 27 augustus 1850[bewerken | brontekst bewerken]

Liberalen (20 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Thorbeckianen (20 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Conservatieven (8 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Conservatief-Liberalen (7 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Conservatief-Katholieken (5 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Gematigd liberaal (4 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Antirevolutionairen (3 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Conservatief-Protestants (1 zetel)[bewerken | brontekst bewerken]

Bijzonderheden[bewerken | brontekst bewerken]

  • In 11 kieskringen was een herverkiezing nodig vanwege het niet-behalen van de absolute meerderheid door de hoogst geëindigde kandidaat. Deze tweede ronde werd in bijna alle kiesdistricten op 11 september 1850 gehouden; in het kiesdistrict Leiden vond de tweede ronde plaats op 10 september, in het kiesdistrict Assen op 14 september.
  • In 3 andere kieskringen, Delft, Gouda en Zwolle, had normaal gezien een tweede stemronde moeten plaatsvinden. In deze kieskringen hadden overgebleven kandidaten zich namelijk teruggetrokken uit de tweede stemronde, in Delft was dat Sebastiaan Hendrik Anemaet, verkozen in de kieskring Zierikzee, in Gouda waren dat Karel Arnold Poortman, verkozen in Delft, en Elisa Cornelis Unico van Doorn, verkozen in Utrecht, en in Zwolle Albertus Jacobus Duymaer van Twist, verkozen in Steenwijk. Hierdoor werden er nieuwe verkiezingen gehouden. Willem Wintgens (conservatief-liberalen) werd op 19 september 1850 verkozen in Delft, Leonard Metman (liberalen) werd na twee stemrondes, op 13 en 25 september 1850, verkozen in Gouda en Willem Groen van Prinsterer (antirevolutionairen) werd op 11 september 1850 verkozen in Zwolle.
  • Maximilien Jacob de Man (liberalen) werd verkozen in twee kiesdistricten, Almelo en Arnhem. Hij opteerde voor Almelo, als gevolg hiervan vonden op 24 september en 8 oktober 1850 herverkiezingen plaats in Arnhem. Bij de tweede stemronde werd Willem van Lynden (antirevolutionairen) verkozen, die op 22 oktober 1850 werd geïnstalleerd.
  • Willem Hendrik Dullert (thorbeckianen) werd verkozen in twee kiesdistricten, Zutphen en Arnhem. Hij opteerde voor Zutphen, als gevolg hiervan vonden op 24 september en 8 oktober 1850 herverkiezingen plaats in Arnhem. Bij de tweede stemronde werd Æneas Mackay (antirevolutionairen) verkozen, die op 14 oktober 1850 werd geïnstalleerd.
  • Wolter Robert van Hoëvell (liberalen) werd bij de herverkiezing op 11 september 1850 verkozen in twee kiesdistricten, Almelo en Leeuwarden. Hij opteerde voor Almelo, als gevolg hiervan vonden op 15 oktober 1850 herverkiezingen plaats in Leeuwarden. Hierbij werd Adolph Ypeij verkozen, die op 22 oktober 1850 werd geïnstalleerd.
  • Jean Chrétien Baud (conservatieven) werd verkozen in twee kiesdistricten, Rotterdam en 's-Gravenhage. Hij opteerde voor Rotterdam, als gevolg hiervan vonden op 11 september 1850 herverkiezingen plaats in 's-Gravenhage, waarbij Pieter Carel Schooneveld (liberalen) werd verkozen.

Tussentijdse mutaties[bewerken | brontekst bewerken]

1850[bewerken | brontekst bewerken]

  • 14 oktober: Cornelis Backer (gematigde liberalen) nam ontslag vanwege zijn benoeming tot commissaris des Konings in Overijssel. Op 31 oktober 1850 vonden hierdoor tussentijdse verkiezingen plaats in de kieskring Amsterdam. Hierbij werd Hendrik Provó Kluit (liberalen) verkozen, die op 16 november 1850 wordt geïnstalleerd.
  • 15 november: Jacobus Arnoldus Mutsaers (conservatief-katholieken) nam ontslag vanwege zijn benoeming tot raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden. Op 19 december 1850 en 2 januari 1851 werden daarom tussentijdse verkiezingen gehouden in het kiesdistrict Tilburg. Bij de tweede stemronde werd Paulus Gouverneur (conservatief-liberalen) verkozen, die op 18 februari 1851 werd geïnstalleerd.

1851[bewerken | brontekst bewerken]

  • 21 januari: Albertus Jacobus Duymaer van Twist (liberalen) vertrok uit de Tweede Kamer, vanwege zijn benoeming tot gouverneur-generaal van Nederlands-Indië. Hierdoor vonden op 20 februari en 5 maart tussentijdse verkiezingen plaats in de kieskring Steenwijk. Bij de tweede stemronde werd Johannes Andreas de Fremery (thorbeckianen) verkozen, die op 11 maart 1851 werd geïnstalleerd.
  • 22 september: Berend Wichers (thorbeckianen) vertrok uit de Tweede Kamer, omdat de combinatie van deze functie met het lidmaatschap van het College van Curatoren van de Hogeschool van Groningen hem te zwaar werd. Op 10 oktober 1851 werden daarom tussentijdse verkiezingen gehouden in de kieskring Groningen. Hierbij werd Steven Blaupot ten Cate (liberalen) verkozen, die op 5 november werd geïnstalleerd.
  • 30 december: Paulus Gouverneur (conservatief-liberalen) nam ontslag uit de Tweede Kamer vanwege zijn benoeming tot kantonrechter in Breda. Bij tussentijdse verkiezingen in Tilburg op 20 januari en 3 februari 1852 werd Gouverneur opnieuw gekozen. Hij werd op 10 maart 1852 geïnstalleerd.

1852[bewerken | brontekst bewerken]

  • 19 maart: Adolph Ypeij (liberalen) vertrok uit de Tweede Kamer vanwege zijn benoeming tot advocaat-generaal bij het Provinciaal Gerechtshof in Leeuwarden. Als gevolg hiervan vonden op 15 april en 29 april tussentijdse verkiezingen plaats in Leeuwarden. Bij de tweede stemronde werd Johannes Bieruma Oosting (conservatieven) verkozen, die op 12 mei 1852 werd geïnstalleerd.
  • 26 maart: Willem Jan Cornelis van Hasselt (liberalen) vertrok uit de Tweede Kamer vanwege zijn benoeming tot raadsheer bij het Provinciaal Gerechtshof in Haarlem. Op 20 april en 5 mei 1852 vonden daarom tussentijdse verkiezingen plaats in de kieskring Hoorn. Bij de tweede stemronde werd Asser van Nierop (thorbeckianen) verkozen, die op 12 mei 1852 werd geïnstalleerd.
  • 13 mei: Johannes Servaas Lotsy (liberalen) vertrok uit de Tweede Kamer vanwege zijn benoeming tot burgemeester van Dordrecht. Op 8 juni en 22 juni 1852 werden daarom tussentijdse verkiezingen gehouden in Dordrecht. Bij de tweede stemronde werd Gerrit Adrianus de Raadt verkozen, die op 5 juli 1852 werd geïnstalleerd.
  • 8 juni: bij periodieke verkiezingen werd de helft van de Tweede Kamer vernieuwd. In Maastricht werd zittend Kamerlid Eduard Joseph Hubert Borret (conservatief-katholieken) verslagen door Edmond van Wintershoven, die op 20 september 1852 werd geïnstalleerd. In Rotterdam verloor Mari Aert Frederic Henri Hoffmann (conservatief-protestanten) dan weer zijn zetel, omdat hij verslagen werd door Willem Theodore Gevers Deynoot (thorbeckianen). Ook die werd op 20 september 1852 geïnstalleerd.
  • 15 juni: in de kieskring Amsterdam was een herverkiezing nodig vanwege het niet-behalen van de absolute meerderheid door de hoogst geëindigde kandidaat.
  • 22 juni: in de kieskringen Gouda, Leeuwarden, Tilburg en Zwolle was een herverkiezing nodig vanwege het niet-behalen van de absolute meerderheid door de hoogst geëindigde kandidaat. In Leeuwarden en Tilburg werden de zittende Tweede Kamerleden Johannes Bieruma Oosting (conservatieven) en Paulus Gouverneur (liberalen) verslagen door respectievelijk Simon Andreas Verweij (liberalen) en Carolus Cornelius Aloysius Beens (thorbeckianen), die beiden op 20 september 1852 werden geïnstalleerd.
  • 29 juni: Hendrik Jan Smit (liberalen), bij de periodieke verkiezingen van 8 juni 1852 herkozen in Alkmaar, besloot zijn benoeming niet aan te nemen, vanwege zijn aanstelling tot burgemeester van Zaandam. Hierdoor vonden die dag tussentijdse verkiezingen plaats in Alkmaar, waarbij Jan Jacob Rochussen (conservatieven) werd verkozen. Hij werd op 20 september 1852 geïnstalleerd.
  • 8 oktober: Edmond Willem van Dam van Isselt (liberalen), bij de periodieke verkiezingen van 8 juni 1852 nog herkozen in Tiel, nam ontslag uit de Tweede Kamer. Op 9 en 23 november vonden daar om die reden tussentijdse verkiezingen plaats. In de tweede stemronde werd Jasper Andreas Adrianus Leemans verkozen, die op 2 december 1852 werd geïnstalleerd.
  • 16 oktober: Jacob Pieter Pompejus van Zuylen van Nijevelt (thorbeckianen), bij de periodieke verkiezingen van 8 juni 1852 nog herkozen in Zutphen, vertrok uit de Tweede Kamer, vanwege zijn benoeming tot minister van Buitenlandse Zaken in het kabinet-Thorbecke I. Bij de tussentijdse verkiezingen in Zutphen op 10 november dat jaar werd Constantijn Arnoud Ernest Adrien van Panhuys (liberalen) verkozen, die op 23 november 1852 werden geïnstalleerd.

1853[bewerken | brontekst bewerken]

  • 19 april: Floris Adriaan van Hall (gematigde liberalen) nam ontslag uit de Tweede Kamer om minister van Buitenlandse Zaken te worden in het kabinet-Van Hall-Donker Curtius. Gezien de korte resterende duur van de zittingsperiode werd hij niet meer in zijn vacature voorzien.
  • 19 april: Elisa Cornelis Unico van Doorn (conservatieven) nam ontslag uit de Tweede Kamer om minister van Financiën en Hervormde en andere Erediensten te worden in het kabinet-Van Hall-Donker Curtius. Gezien de korte resterende duur van de zittingsperiode werd hij niet meer in zijn vacature voorzien.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]