Samenstelling Tweede Kamer 1866-1868

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De samenstelling van de Tweede Kamer der Staten-Generaal 1866-1868 biedt een overzicht van de Tweede Kamerleden in de periode na de Tweede Kamerverkiezingen van 30 oktober 1866. De zittingsperiode ging in op 19 november 1866 en eindigde op 3 januari 1868.

Nederland was verdeeld in 39 kiesdistricten.[1] Om een district te winnen moest een kandidaat de absolute meerderheid van uitgebrachte stemmen verwerven. Indien nodig werd een tweede verkiezingsronde gehouden tussen de twee hoogstgeplaatste kandidaten uit de eerste ronde.

Gekozen bij de verkiezingen van 30 oktober en 13 november 1866[bewerken | brontekst bewerken]

Liberalen (22 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Conservatieven (20 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Thorbeckianen (16 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Conservatief-Katholieken (5 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Conservatief-Protestants (4 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Antirevolutionairen (4 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Conservatief-Liberaal (3 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Gematigde liberalen (1 zetel)[bewerken | brontekst bewerken]

Bijzonderheden[bewerken | brontekst bewerken]

  • In 14 kiesdistricten was een herverkiezing nodig vanwege het niet-behalen van de absolute meerderheid door de hoogst geëindigde kandidaat. Deze tweede ronde werd op 13 november 1866 gehouden.
  • Johan Rudolf Thorbecke (thorbeckianen) was verkozen in twee kiesdistricten, Assen en na de tweede stemronde op 13 november ook in Groningen. Hij opteerde voor Assen, als gevolg hiervan vond op 4 december 1866 een tussentijdse verkiezing plaats in het kiesdistrict Groningen. Hierbij werd Willem Hendrik Dullert verkozen, die op 11 december 1866 werd geïnstalleerd.

Tussentijdse mutaties[bewerken | brontekst bewerken]

1867[bewerken | brontekst bewerken]

  • 10 juni: Jacob Pieter Pompejus van Zuylen van Nijevelt (conservatieven) vertrok uit de Tweede Kamer vanwege zijn benoeming tot buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister in Parijs. Bij een tussentijdse verkiezing op 2 juli 1867 in 's-Gravenhage werd Cornelis Ascanius van Sypesteyn gekozen, die op 19 september 1867 werd geïnstalleerd.
  • 15 augustus: Louis van Heiden Reinestein (conservatieven) nam ontslag vanwege zijn benoeming tot Commissaris des Konings in Groningen. Daarom werden op 11 en 25 september 1867 tussentijdse verkiezingen gehouden in het kiesdistrict Assen. In de tweede stemronde werd Lucas Oldenhuis Gratama (liberalen) verkozen, die op 14 oktober 1867 werd geïnstalleerd.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]