Samenstelling Tweede Kamer 1871-1875

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De samenstelling van de Tweede Kamer der Staten-Generaal 1871-1875 biedt een overzicht van de Tweede Kamerleden in de periode na de Tweede Kamerverkiezingen van 13 juni 1871. De zittingsperiode ging in op 18 september 1871.

Nederland was verdeeld in 41 kiesdistricten.[1] Om een district te winnen moest een kandidaat de absolute meerderheid van uitgebrachte stemmen verwerven. Indien nodig werd een tweede verkiezingsronde gehouden tussen de twee hoogstgeplaatste kandidaten uit de eerste ronde. Om de twee jaar werd de helft van de Tweede Kamer vernieuwd, om die reden werd op 13 juni 1871 slechts een tweede van de leden van de Tweede Kamer verkozen, de andere helft was immers verkozen bij de Tweede Kamerverkiezingen van 8 juni 1869. Op 10 juni 1873 werden periodieke verkiezingen gehouden om de andere helft van de Tweede Kamer te vernieuwen.

Samenstelling na de verkiezingen van 13 juni en 27 juni 1871[bewerken | brontekst bewerken]

Liberalen (33 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Thorbeckianen (14 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Conservatieven (14 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Conservatief-Katholiek (12 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Conservatief-Protestants (3 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Antirevolutionairen (3 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Conservatief-Liberaal (1 zetel)[bewerken | brontekst bewerken]

Bijzonderheden[bewerken | brontekst bewerken]

  • In 3 kiesdistricten was een herverkiezing nodig vanwege het niet-behalen van de absolute meerderheid door de hoogst geëindigde kandidaat. Deze tweede ronde werd op 27 juni 1871 gehouden.
  • Cornelis Fock (liberalen) werd verkozen in twee kiesdistricten, Amsterdam en Haarlem. Hij opteerde voor Amsterdam, als gevolg hiervan vond op 6 juli 1871 een nieuwe verkiezing plaats in Haarlem, waarbij Jan Kappeyne van de Coppello werd verkozen.

Tussentijdse mutaties[bewerken | brontekst bewerken]

1871[bewerken | brontekst bewerken]

  • 18 september: Johannes Jerphaas Hasselman (conservatieven) vertrok uit de Tweede Kamer. Bij een tussentijdse verkiezing op 10 oktober 1871 in Tiel werd Theo van Lynden van Sandenburg (conservatief-protestanten) verkozen als zijn opvolger. Hij werd op 17 oktober dat jaar geïnstalleerd.
  • 30 november: Cornelis Fock (liberalen) nam ontslag vanwege zijn benoeming tot Commissaris des Konings in Zuid-Holland. Bij een tussentijdse verkiezing op 5 december 1871 in Amsterdam werd Michel Henry Godefroi verkozen als zijn opvolger. Hij werd op 11 december dat jaar geïnstalleerd.

1872[bewerken | brontekst bewerken]

1873[bewerken | brontekst bewerken]

1874[bewerken | brontekst bewerken]

  • 10 januari: Willem Maurits de Brauw (conservatief-protestanten) overleed. Om die reden werden op 13 en 27 februari 1874 tussentijdse verkiezingen gehouden in Gouda. In de tweede stemronde werd Marinus Bichon van IJsselmonde (antirevolutionairen) verkozen, die op 4 maart dat jaar werd geïnstalleerd.
  • 25 maart: Rembertus Westerhoff (thorbeckianen) overleed. Bij een tussentijdse verkiezing op 21 april dat jaar in Appingedam werd Jan Schepel (liberalen) verkozen als zijn opvolger. Hij werd op 29 april 1874 geïnstalleerd.
  • 1 juni: Ernest Louis van Hardenbroek van Lockhorst (conservatieven) nam ontslag om gezondheidsredenen. Daarom werden op 23 juni en 7 juli dat jaar tussentijdse verkiezingen gehouden in Amersfoort. In de tweede stemronde werd Willem van Goltstein van Oldenaller (conservatieven) verkozen, maar die nam zijn benoeming niet aan naar aanleiding van zijn benoeming tot minister van Koloniën in het kabinet-Heemskerk-Van Lynden van Sandenburg. Bij een tussentijdse verkiezing op 17 september dat jaar werd Matthias Margarethus van Asch van Wijck (antirevolutionairen) verkozen als zijn opvolger. Hij werd op 24 september dat jaar geïnstalleerd.
  • 26 augustus: Theo van Lynden van Sandenburg (conservatief-protestanten) nam ontslag vanwege zijn benoeming tot minister van Justitie in het kabinet-Heemskerk-Van Lynden van Sandenburg. Daarom werden op 15 en 29 september dat jaar tussentijdse verkiezingen gehouden in Tiel. In de tweede stemronde werd Hendrik Anthon van Rappard (conservatieven) verkozen, die op 5 oktober 1874 werd geïnstalleerd.
  • 1 september: Jan Karel Hendrik de Roo van Alderwerelt (liberalen) nam ontslag vanwege zijn promotie tot majoor der infanterie. Bij een tussentijdse verkiezing op 29 september dat jaar in Leeuwarden werd de Roo van Alderwerelt herkozen, waarna hij op 5 oktober 1874 werd geïnstalleerd.
  • 21 september: Dirk van Akerlaken (liberalen) nam ontslag vanwege zijn installatie tot lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal. Daarom werden op 13 en 27 oktober dat jaar tussentijdse verkiezingen gehouden in Hoorn. In de tweede stemronde werd Isaäc Dignus Fransen van de Putte verkozen, die op 18 november 1874 werd geïnstalleerd.
  • 8 oktober: Binnert Philip van Harinxma thoe Slooten (liberalen) nam ontslag vanwege zijn herbenoeming tot kantonrechter in Beetsterzwaag. Bij een tussentijdse stemming op 3 november 1874 in Dokkum werd van Harinxma thoe Slooten herkozen, waarna hij op 16 november dat jaar werd geïnstalleerd.

1875[bewerken | brontekst bewerken]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]