Samenstelling Tweede Kamer 1884-1886

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De samenstelling van de Tweede Kamer der Staten-Generaal 1884-1886 biedt een overzicht van de Tweede Kamerleden in de periode na de Tweede Kamerverkiezingen van 28 oktober 1884. De zittingsperiode ging in op 17 november 1884 en eindigde op 17 mei 1886.

Nederland was verdeeld in 43 kiesdistricten.[1] Om een district te winnen moest een kandidaat de absolute meerderheid van uitgebrachte stemmen verwerven. Indien nodig werd een tweede verkiezingsronde gehouden tussen de twee hoogstgeplaatste kandidaten uit de eerste ronde.

Gekozen bij de verkiezingen van 28 oktober en 11 november 1884[bewerken | brontekst bewerken]

Liberalen (37 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Antirevolutionairen (23 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Bahlmannianen (13 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Kappeynianen (5 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Schaepmannianen (5 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Conservatieven (3 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

Bijzonderheden[bewerken | brontekst bewerken]

  • In 11 kiesdistricten was een herverkiezing nodig vanwege het niet-behalen van de absolute meerderheid door de hoogst geëindigde kandidaat. Deze tweede ronde werd op 11 november 1884 gehouden.
  • Arnoldus Hyacinthus Maria van Berckel (Schaepmannianen) werd in de tweede stemronde verkozen in twee kiesdistricten, Almelo en Delft. Hij opteerde voor Delft, als gevolg hiervan vond op 28 november 1884 een nieuwe verkiezing plaats in Almelo, waarbij Jan van Alphen (antirevolutionairen) werd verkozen, die op 8 december dat jaar werd geïnstalleerd.
  • Levinus Wilhelmus Christiaan Keuchenius (antirevolutionairen) werd verkozen in twee kiesdistricten, Middelburg en in de tweede stemronde eveneens in Gorinchem. Hij opteerde voor Middelburg, als gevolg hiervan vond op 28 november 1884 een nieuwe verkiezing plaats in Gorinchem, waarbij Barthold Jacob Lintelo de Geer van Jutphaas werd verkozen, die op 8 december dat jaar werd geïnstalleerd.

Tussentijdse mutaties[bewerken | brontekst bewerken]

1885[bewerken | brontekst bewerken]

  • 14 maart: Willem Wintgens (conservatieven) nam ontslag om een doorbreking van het evenwicht tussen liberalen en confessionelen mogelijk te maken. Zijn opvolger Rutger Alexander Wilhelm Sluiter (liberalen), op 8 april dat jaar verkozen bij een tussentijdse verkiezing in 's-Gravenhage, werd op 12 mei 1885 geïnstalleerd.
  • 22 mei: Willem Rooseboom (liberalen) nam ontslag vanwege zijn bevordering tot majoor. Bij een tussentijdse verkiezing in Arnhem op 18 juni dat jaar werd Rooseboom herkozen, waarna hij op 26 juni 1885 werd geïnstalleerd.
  • 18 juni: Herman Agatho des Amorie van der Hoeven (Schaepmannianen) nam ontslag vanwege zijn benoeming tot lid van de Raad van State. Zijn opvolger Jan van den Biesen, op 14 juli dat jaar verkozen bij een tussentijdse verkiezing in Breda, werd op 21 september 1885 geïnstalleerd.
  • 1 augustus: Eilard Jacobus Attema (liberalen) nam ontslag om gezondheidsredenen. Zijn opvolger Wilco Julius van Welderen Rengers, op 25 augustus dat jaar verkozen bij een tussentijdse verkiezing in Dokkum, werd op 21 september 1885 geïnstalleerd.
  • 22 oktober: Philippus van Blom (liberalen) verliet de Tweede Kamer vanwege zijn benoeming tot raadsheer bij de Hoge Raad der Nederlanden. Bij een tussentijdse verkiezing in Sneek op 17 november dat jaar, werd Bernardus Hermanus Heldt verkozen als zijn opvolger. Hij werd op 24 november 1885 geïnstalleerd.

1886[bewerken | brontekst bewerken]

  • 15 januari: Wynandus Gustavus Straetmans (Bahlmannianen) nam ontslag om gezondheidsredenen. Zijn opvolger Leonard Frans Hubert Carl Ruland, op 9 februari dat jaar verkozen bij een tussentijdse verkiezing in Maastricht, werd op 4 maart 1886 geïnstalleerd.
  • 20 februari: Lucas Oldenhuis Gratama (liberalen) vertrok uit de Tweede Kamer om gezondheidsredenen. Als gevolg hiervan werden op 16 en 30 maart dat jaar tussentijdse verkiezingen gehouden in Assen. In de tweede stemronde werd Harm Smeenge verkozen, die op 5 april 1886 werd geïnstalleerd.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]